Zeister kinderspeelhuisje nu op Schatzenburg


Kinderspeelhuisje (nu) op Schatzenburg (Dronryp)

Eerder kwam het Zeister kinderspeelhuisje al naar voren in deze weblog, zie 15 maart 2014. Goed vier jaar later berichtte Willem Poerink in een commentaar dat de Stichting Gasthuis Vredenhof het huisje had gekocht en in mei 2018 geplaatst op de buitenplaats Schatzenburg in Dronryp (Frl.). In zijn commentaar vervolgde hij met ‘Het speelhuisje is zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht. Dat geldt ook voor de in- en uitwendige kleuren. Bij het demonteren van het gebouwtje bleek dat het vroeger uitneembaar is geweest, de voorgevel in drie verticalen delen en de achtergevel in twee verticale delen. De vier gevels waren door haak-en-oog ijzers met elkaar verbonden. De zijgevels hadden beide een raampje. Het dak bestond uit planken waarvan de naden met smalle latten waren afgedekt. De gevels (behalve de voorgevel uiteraard) en het dak waren geteerd.’

En meer recent plaatste Christine Sinninghe Damsté – Hopperus Buma een stuk over het huisje op Schatzenburg, op haar site Kinderspeelhuizen. Hier twee van de foto’s. De bijbehorende tekst leest u op Kinderspeelhuizen.


Kinderspeelhuisje (nu) op Schatzenburg (Dronryp)

Facebooktwitterlinkedinmail

Kaartboeken van Amsterdam 1559-1703

(OVERGENOMEN)

Tussen 1559 en 1703 werden ze door onder andere het Burgerweeshuis, het Sint-Pietersgasthuis en het Leprozenhuis samengesteld. De landerijen die zij in bezit hadden werden verhuurd en met de pacht die dit opleverde, konden wezen en zieken worden verzorgd. Omdat de huur afhankelijk was van de oppervlakte, werden de percelen gemeten en getekend. Ze waren echter niet afdoende voor de rentmeester omdat niet ieder stuk land op zijn inningstochten te vinden was; sommige lagen wel vijftig kilometer buiten Amsterdam. Daarom werden de percelen op kaarten in hun omgeving gelokaliseerd. Juist die topografische informatie is voor de geschiedenis van het grootste belang. Vaak tonen ze de oudst bewaarde afbeeldingen die we kennen. Op de getekende kaarten staan buitenplaatsen, bastions, herbergen, molens, lakenramen, overtomen, begraafplaatsen, etc. Ook zien we tientallen dorpskerken buiten de hoofdstad. Enkele honderden kaarten en details worden in full colour afgebeeld en de geschiedenis ervan beschreven.

Na de in 2013 gepubliceerde boeken Kaarten van Amsterdam 1538-1865 en Kaarten van Amsterdam 1866-2012, verscheen in 2015 Gedetailleerde Kaarten van Amsterdam. Deze drie delen toonden een fraai topografisch overzicht van de stedelijke ontwikkeling van Amsterdam door de eeuwen heen. In dit vierde deel, Kaartboeken van Amsterdam 1559-1703, staan de achttien kaartboeken centraal die het Stadsarchief Amsterdam bewaart. Ze tonen het landbezit van vijf instellingen in vroeger eeuwen en behoren tot de topstukken van het Amsterdamse culturele erfgoed. Samen omvatten ze ruim zevenhonderd fraaie handgetekende en ingekleurde kaarten en tekeningen.

Marc Hameleers en Anne van Noord, Kaartboeken van Amsterdam 1559-1703, Bussum, ISBN 978 90 6868 773 6, € 29,90 (na 19-10-2019 € 39,90), 224 p.

Tentoonstelling
De originele kaartboeken en enkele losse kaarten worden van 19 juli t/m 15 september 2019 getoond in het Stadsarchief Amsterdam, zie hier.

Online
Enne online ‘bladeren’? Start hier.

Facebooktwitterlinkedinmail

Studiedag Klimaatadaptatie bijzondere tuinen

De betekenis van klimaatadaptatie voor bijzondere tuinen, verzorgd door Nederlandse Tuinenstichting (NTs) en sKBL. Wat zijn de gevolgen van de klimatologische veranderingen voor bijzondere tuinen en welke aanpassingen vragen zij?

Dit programma vindt plaats op maandag 26 augustus 2019 van 09.30 – 17.30 uur op Kasteel Huis Bergh, Hof van Bergh 8, 7041 AC ’s-Heerenberg.

Weersextremen vragen een meer klimaatbestendige aanpak van bijzondere (oude) tuinen en parken. Welke aanpassingen en maatregelen zijn er mogelijk en wenselijk om de klimaatschade te beperken en zijn hierbij kansen te benutten? Daarnaast zal de klimaatverandering ook leiden tot aanpassingen in het toe te passen plantenassortiment. Waar moeten we aan denken? Welke voorbeelden zijn inspirerend en nuttig? Tijdens deze studiedag zullen enige sprekers, ieder vanuit hun eigen expertise en ervaring, nader op dit grote vraagstuk ingaan.

Alle programmadetails vindt u op de sKBL site.

En dan gelijk ook even naar twee Duitse publicaties verwijzen:
Historische Gärten im Klimawandel: Empfehlungen zur Bewahrung, 2014, hier inhoudsopgave en stukje tekst. Er bestaat ook een Engelse editie.
Norbert Kühn, Sten Gillner en Antje Schmidt-Wiegand, Gehölze in historischen Gärten im Klimawandel: Transdisziplinäre Ansätze zur Erhaltung eines Kulturguts, Berlijn 2017, hier online in te zien.

Facebooktwitterlinkedinmail

ERM Waaier met tips voor beheer van monumentaal groen

(OVERGENOMEN)

Afkalvende vijveroevers, door verdroging aangetaste monumentale bomen, onkruid op verharde paden en terrassen in historische tuinen en parken – net als elk erfgoed vergt ook groen erfgoed voortdurend onderhoud en, zo nodig, restauratie. Beheer van dit deel van ons cultureel erfgoed vraagt om kennis en continuïteit van handelen. Stichting ERM brengt een waaier Groen Erfgoed uit om eigenaren, uitvoerende partijen en gemeenten (als eigenaar of toezichthouder) te ondersteunen bij het beheer van hun groen erfgoed.

Groen erfgoed bestaat onder meer uit historische tuinen en parken, historische groenstructuren in woonwijken, verdedigingswerken en begraafplaatsen. Ze zijn in het verleden aangelegd en worden vanwege hun schoonheid of cultuurhistorische waarde in stand gehouden voor de toekomst. Ook landschappelijke structuren, zoals aangelegde bossen en houtwallen kunnen tot ons groen erfgoed behoren.
In totaal kent Nederland meer dan 1300 groene monumenten die beschermd zijn als rijksmonument. Daaronder ruim 550 historische buitenplaatsen en landgoederen, tenminste 250 begraafplaatsen en zo’n 70 stadsparken en plantsoenen. Verder zijn er groene monumenten die op plaatselijk niveau beschermd zijn. Veel gemeentes bezitten groen erfgoed en bijna iedere stad heeft wel een monumentaal stadspark.
Onder invloed van de tijd en het gevoerde beheer verandert beplanting voortdurend van vorm, structuur en grootte. Instandhouding van groen erfgoed vergt specifieke vakkennis en inzicht in de historische aanleg en ontwikkeling. Hiermee kunnen weloverwogen keuzes worden gemaakt voor onderhoud en herstel.

De waaier Groen Erfgoed informeert over onderhoud en herstel van historische tuinen, parken, landgoederen en buitenplaatsen.
U kunt de waaier kosteloos bestellen of downloaden.

Eerder kwam Stichting ERM al met:
URL 6001 Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek voor waardestelling van groen erfgoed (2010)
URL 6010 Uitvoeringsrichtlijn Hovenierswerken historische tuinen en parken (2016)
BRL 6000 Beoordelingsrichtlijn Groen Erfgoed (2016)

Facebooktwitterlinkedinmail

Tentoonstelling: Kastelen en adellijke huizen in de Neder-Betuwe


Den Eng voor WO II

(OVERGENOMEN)
Streekmuseum Baron van Brakell (Ommeren) staat de maand juli geheel in het teken van kastelen en adellijke huizen in de Neder-Betuwe. De Historische Kring Kesteren en omstreken die samen met het Heemkundig museum en het Boerenwagenmuseum Streekmuseum Baron van Brakell vormt, heeft een aantal sfeerimpressies van deze huizen in prent bij elkaar gebracht en er een mooie expositie van gemaakt. Daarnaast is er veel aandacht voor allerlei naslagmateriaal.

De complete Betuwe was een aantal eeuwen geleden nog rijk aan deze aanzienlijke gebouwen. Maar ze zijn voor het merendeel verdwenen. Vooral in de jaren na de Franse tijd was sloop heel normaal. De vrijwilligers van de Historische Kring hebben door de jaren heen veel sporen en documentatie gevonden over de meest opmerkelijke gebouwen en daar nu een passende expositie van samengesteld.

Vanzelfsprekend staat Den Eng in Ommeren, Geldersweert, Blijwerve en de Commanderie in Ingen, Den Oldenhof, Kermestein en de Tollenburg te Lienden in de schijnwerpers. Maar ook bijvoorbeeld kasteel De Weijenburg, huis Ooij, huis Medel en huis Latenstein in Echteld, Motte Aldenhaag en kasteel Soelen in Zoelen, de Culemborgse Hofstad in Maurik, Vredestein in Ravenswaaij, Teisterbant in Kerk-Avezaath, huis Wiel in Eck en Wiel en kasteel de Hoekenburg in Rijswijk. Van de kastelen/huizen uit de vijftien dorpen veertig sfeerimpressies zijn gemaakt. Al het getoonde werk gaat niet alleen over de gebouwen, maar ook over de mensen die er woonden en die hun stempel hebben gedrukt op de dorpen. De Motte bij De Aldenhaag is het oudst, Ter Leede in Kesteren was bedoeld als verdedigbaar kasteel en de Appelenburg in Ochten maakte het leven mooier door als luxe kasteel te fungeren. Baron van Brakell is geboren op kasteel De Hoekenburg in Rijswijk.

Kastelen en adellijke huizen in de Neder-Betuwe
juli 2019
woensdag, donderdag en vrijdag van 13:00 tot 17:00 uur
zaterdag van 11:00 tot 17:00 uur.

Streekmuseum Baron van Brakell, op het landgoed Den Eng
Provincialeweg 21
4032 NZ Ommeren

Facebooktwitterlinkedinmail

Over de mate van detaillering bij kadastrale minuutplannen


Windesheim, uitsnede kadastraal minuutplan (1822).

De aangeboden veldplan met Vollenhoven (zie hier) bracht Els vd L en mij tijdens de MZN borrel op minuutplannen en het verschil in detaillering die ze kennen. Ik wist dat na aanvankelijke eerdere pogingen de kartering t.b.v het kadaster in 1811/1812 serieus begon en zeer langzaam vorderde. Zo langzaam dat na 1825 versneld werd gekarteerd en dat een minder gedetailleerde opname een van de ‘versnellingen’ was. Het ging en gaat tenslotte om perceelgrenzen qua eigendom en gebruik, en om opstanden, en niet om bijvoorbeeld ook nog eens alle paden. Toch nog even en ander er bij gezocht.

In 1825 kreeg het kadaster, naast de functie van hulpmiddel bij de heffing van grondbelasting, tevens de functie van registratie van onroerend goed. Er kwamen een aantal wijzigingen in de werkwijze bij meting en schatting, met als voornaamste doel versnelling van het werk. Alle topografische details die niet samenvielen met juridische scheidingen konden/moesten achterwege worden gelaten.

Maar als je een serie minuutplannen verspreid over Nederland naloopt valt op dat er genoeg zijn van voor 1825 die geen detaillering, lees paden, in tuin en park kennen. En dat er na 1825 nog wel minuutplannen zijn gemaakt met die detaillering in tuin en park. Dus alles over één kam met het jaar 1825 gaat niet op.

Dan de Methodique verzameling der wetten, decreten, reglementen, instructien en decisiën, betrekkelijk het cadaster van het Fransche rijk uit 1812 er op naslaan.

Eerst even een perceel. Dit is ‘een gedeelte gronds … bevattende eene zelfde soort van bebouwing, en behoorende aan eenzelfden eigenaar’. Bebouwing moet je ook lezen als grondgebruik, niet alleen als gebouw (met erf). Wordt een veld met eenzelfde gebruik en eigenaar in tweeën gedeeld door bv een weg, rivier, beek dan maakt dat twee percelen. Mocht er sprake zijn van verdeling door voetpad, greppel of kade dan blijft het één perceel.

En tweetal artikelen:
‘Parken en plaisier-tuinen.
145. De landmeter is niet verpligt op te nemen en op zijn plan af te beelden de kleine tot vermaak dienende stukjes grond; van perken of plaisiertuinen, die met muren, schuttingen, heggen of sloten afgefloten zijn. Men verstaat onder zoodanige kleine gronde bloemperken, grasparterres, zooden, gezande lanen, sloten, boschjes, grotwerk, riviertjes, bruggen en andere voorwerpen van sieraad; maar men moet die woon- of landgebouwen onderscheiden, indien die daarbij gevonden worden. Dezelfde onderscheiding moet insgelijks plaats hebben ten aanzien van voorwerpen van landbouw, die daar in besloten zijn; bij voorbeeld, een bosch hakhout of plantsoen, een stuk bouwland, eene weide enz.;in dat geval moet elk van deze soort van bebouwing een perceel maken.

Bijzondere wegen
228. De wegen, die door particulieren aangelegd zijn, om naar hunne woningen of in het inwendige hunner landgoederen te geleiden, en niet van een algemeen nut zijn, de noodzakelijke overloopen, en de aan verandering onderhevige paden, welke een integrerend gedeelte der eigendommen uitmaken, worden door twee gestippelde en nabij elkander geplaatste lijnen uitgeduid; zij kunnen bij raming worden afgebeeld.’

Dus de mate van detaillering die wij graag zouden zien is volgens artikel 145 niet verplicht. De kartering van bv rond kasteel Rozendaal laat wel een hoge mate van detaillering, zeker wat gebouwtjes en wateren betreft, zien, zie hier. En die ‘bijzondere wegen’ zie je dus terug bij bv Windesheim, zie hierboven of hier.

Als je dan weet dat de landmeter per perceel werd betaald, dan weet je het wel. Bij de klerk die per regel werd betaald kreeg je langgerekt geschreven woorden met veel tussenruimte en dus veel regels, bij de landmeter kreeg je een voor het kadaster ongewenst groot aantal percelen en navolgend tijdbeslag voor bv berekenen van heffingen. Daarmee komen we op een circulaire uit 1827, uit Verzameling van algemeene instructien en circulaires van het hoofdbestuur van de registratie, het kadaster en de loterijen, beginnende met den jare 1818.

Circulaire no. 43 zegt:
‘Men heeft ontdekt dat de landmeters, in sommige streken, de bepalingen der artikelen 128 en volgende tot 148 van de methodieke verzameling, over hetgeen een perceel moet uitmaken, uit het oog hebben verloren, zoo zeer zelfs, dat bij voorbeeld eene pachthoeve, wegens woning, schuur, stal en bakoeven vier nummers had bekomen, hoe wel alles op een en hetzelfde erf was gebouwd : dat kleine poelen beneden twee roeden groot en tot drinkplaatsen in de weiden dienende, ja zelfs heggen die de eigendommen omringen op de plans bijzonder aangeduid waren. Dergelijke nutteloze splitsingen, die het schrijfwerk vermenigvuldigen, de kosten vermeerderen, en ten gevolge hebben dat de eigenaars, bij de herkenning der lijsten, in de war kunnen geraken, moeten vermeden worden ; de ingenieurs-verificateurs zijn verpligt in dat geval de landmeters de bestaande voorschriften onder het oog te brengen en, desnoods, de verwerping der plans, waarin strijdig daarmede: mogt zijn, voor te dragen.
Of te wel door eenvoud versnellen en bezuinigen.’

En nog even dit. De Methodique verzameling stamt uit 1812 en is een vertaling van het Franse werk van het Franse kadaster. Dat betekend dat je bijvoorbeeld ook in de NL versie een instructie tegenkomt die betrekking heeft op ijsvelden (gletsers) 🙂
Jan Holwerda


Vollenhoven op kadastraal minuutplan (1824)

Facebooktwitterlinkedinmail

Archeo-botanische studiemiddag

Lezingen en rondleiding Middeleeuwse tuinen.
Een middag van AWN Vereniging van Vrijwilligers in de archeologie Werkgroep Deskundigheidsbevordering

Archeo-botanische studiemiddag
Rijksmuseum van Oudheden, Leemanszaal
Rapenburg 28, 2311 EW Leiden
Zaterdag 6 juli 2019, vanaf ca. 12:00 uur
Kosten € 25,= per persoon (incl. koffie en thee)
Aanmelden cdaleboudt@planet.nl ; vermelden: naam, woonplaats, gsm-nummer
Kees Daleboudt
Dorpsstraat 21 4641 HV Ossendrecht
0164 67 26 35 / 06 38 05 73 55
cdaleboudt@planet.nl(s.v.p. vermelden: naam, woonplaats, gsm-nummer)

Net (1 juli 2019) meer details ontvangen:
• Houtvondsten, door Erica van Hees (onderzoeker/onderwijsassistent archaeo-/palaeo-botanisch laboratorium)
• Planten in de Middeleeuwse Humorenleer, door Okke Dorenbos (archeobotanicus, gespecialiseerd in oude gewassen)
• 17e-eeuwse tuinen en de Hortus van Leiden, culinair bekeken, door Claudia Vandepoel (museumkundige en gespecialiseerd in archeologie)
• Daarna rondleiding in de expositie door medewerkers van het RMO.

Facebooktwitterlinkedinmail

Promotie Gerdy Verschuure: Welgelegen

(OVERGENOMEN TU Delft)

Op 28 juni verdedigt Gerdy Verschuure haar proefschrift Welgelegen, Analyse van Hollandse buitenplaatsen in hun landschappen (1630-1730).

28 juni 2019 10:00
Science Centre TU Delft

In de zeventiende eeuw liet de stedelijke elite op grote schaal buitenplaatsen en landgoederen in het Hollandse laagland aanleggen. Zij verkoos de meest welgelegen plaatsen voor hun zomerverblijf met speelhuizen, bomenlanen en geschoren hagen. De voorkeur om in elkaars nabijheid te gaan wonen was veelal ingegeven door eenzelfde gebruik of vanwege een vergelijkbare stedelijke of landschappelijke beleving van de omgeving. Door identieke keuze drukte de elite hun stempel op het landschap.
Door historische kaarten en inventarisaties met verklaringen uit historische bronnen te combineren zijn de belangrijkste vestigings- en compositiefactoren met de daarbij samenhangende gebruiks- en belevingsmotieven bepaald. De analyse toont met behulp van kaarten en historische prenten aan, hoe destijds de buitenplaatsenaanleg door stedelijke en landschappelijke vernieuwingen werd beïnvloed (trekvaarten, droogmakerijen, afzandingen, jacht en wandelen, wonen in de stad aan straten en pleinen in het groen en dergelijke). Op basis van de bovengenoemde factoren en motieven zijn de meest typerende buitenplaatsenlandschappen tussen 1630 en 1730 bepaald en deze zijn samengevat in Hollands Tempe, de lustlandschappen van Holland.
In de afgelopen decennia heeft provinciaal ruimtelijk erfgoedbeleid over buitenplaatsen steeds meer aandacht gekregen voor het behoud van de omgeving van buitenplaatsen in buitenplaats- of landgoedbiotopen of buitenplaatsenlandschappen. Deze groepen buitenplaatsen, buitenplaatsenlandschappen, vormen veelal de basis voor onze groene structuren en parken in en om de steden. Voor de toekomst van deze groenstructuren is het nodig om naast de klimatologische, ecologische en economische waarden ook de cultuurhistorische en identiteitswaarden te onderstrepen. Dit onderzoek heeft een bijdrage willen vormen in het vergroten van het begrip van deze erfgoedlandschappen voor toekomstig gebruik.

Artikel ‘Buitenplaatsenlandschappen nog altijd prominent in Hollandse groenstructuur’
Proefschrift ‘Welgelegen. Analyse van Hollandse buitenplaatsen in hun landschappen (1630-1730)’ (NL proefschrift op EN webpage)

G.A. Verschuure-Stuip, Welgelegen. Analyse van de Hollandse buitenplaatsen in hun landschappen (1630-1730), ISBN 978-94-6366-183-6, 480 p. PDF

Facebooktwitterlinkedinmail

MZN op Vollenhoven, en een kadastraal detail


Achter Vollenhoven met een deel van de deelnemers. Foto: Sandra den Dulk

De MZN op Vollenhoven, met een 40-tal Cascadedonateurs, was geweldig. Dat woord was van toepassing op locatie, ontvangst, huis, tuin en park, rondleiding, begeleiding, drank en eten. En dan vergeet ik vast ook nog een en ander en doe ik mogelijk iets of iemand te kort, sorry.
Als dank van onze kant werd een kadastrale kaart met o.a. Vollenhoven aangeboden. Zo mooi als de ontwerpen van Van Lunteren voor Vollenhoven is deze kaart natuurlijk niet, maar voor een huisarchief is het meer dan aardig. Via een mail werd gevraagd of die kaart op de weblog / website kon worden geplaatst. Ik heb geen foto geschoten, maar kan wel iets over de kaart zeggen.

Betreffende kaart, of veldplan zoals op de kaart zelf staat, geeft Vollenhoven en omgeving weer. Het is een blad met het gebied als op de minuutplan uit 1824 (zie hier).

Aan de hand van het hoogste kadastraal perceelnummer op de veldplan is deze te dateren met in of direct na 1909. Het interessante voor Vollenhoven is de vastlegging in kaart van de schuur achter de portierswoning en de gebouwen en kassen in en aan de moestuin. Van die vastlegging is in de kadastrale archieven een veldwerk met inmeetgegevens en de nette hulpkaart te vinden; beide gedateerd met 1901 (dienstjaar 1902). Uit de rondleiding hebben we kunnen leren dat verschillende gebouwen / kassen van ouder datum zijn. Of te wel de kadastrale vastlegging is van veel later datum dan de bouwjaren. Mogelijk is de schuur achter de portierswoning van 1901 of net eerder, en is kadastrale vastlegging hiervan reden om ook de moestuingebouwen op kaart te zetten. Vervolgens heeft een complete bijwerking van de minuutplan uit 1824 geresulteerd in de veldplan van circa 1909 als aangeboden aan Vollenhoven.

De vastlegging uit 1901 en een vergelijk met de situatie uit 1824 ziet u hier onder.
Jan Holwerda


Vollenhoven op kadastraal minuutplan (1824)


Kadastrale vastlegging van de schuur achter de portierswoning (rechtsboven) en de gebouwen / kassen in en aan de moestuin (1901).

Facebooktwitterlinkedinmail