Alida Johanna ter Pelkwijk

* * Arnhem 6 juni 1911 – † 2003

Lies ter Pelkwijk werd geboren als dochter van Gerhard Abraham Willem ter Pelkwijk, vanaf 1934 burgemeester van Utrecht (1882 – 1964) en Alida Johanna Jacoba Donath (1886-1970).
Zij bezoekt na haar middelbare school twee jaar lang een Engelse school, Swanley Horticultural College in Kent.
Na het behalen van een diploma keert zij terug naar Nederland en studeert in 1930 / 1931 een jaar aan de Tuinbouwschool voor Meisjes ‘Huis te Lande’ in Rijswijk, waar vele ‘nette’ meisjes in die tijd hun opleiding ontvingen.
Vervolgens studeert Ter Pelkwijk aan de Landbouwhogeschool in Wageningen tuinkunst en plantkunde. Ze zal daar o.a. colleges hebben gevolgd van Henri Hartogh Heijs van Zouteveen (zie Eerste Kennismaking met…nr.2). In het studiejaar 1933-1934 staat ze ingeschreven als secretaresse van de Wageningse Vrouwelijke Studenten Vereniging. Tegelijk komen we haar tegen in 1934 als aspirant lid van de Bond voor Nederlandsche Tuinarchitecten. Later is ze als gewoon lid toegelaten.
De weinig beschikbare gegevens volgend, meen ik toch te kunnen constateren dat vooral het vak plantkunde Ter Pelkwijk’s bijzondere interesse had. In haar Wageningse tijd werkt ze als volontair in de Hortus aldaar en vertrekt daarna uit deze stad om bij de Haagse Plantsoenendienst te gaan werken, onder leiding van de alom bekende directeur van deze dienst, de heer S. G. A. Doorenbos. Daar is zij de ontwerper en begeleidt ze de uitvoering (1934, in samenwerking met Doorenbos) van de ‘landschappentuin’ (genaamd Heimanshof) in het Zuiderpark. Deze tuin was opgezet op basis van plantensociologische eenheden.
Later in 1938, is zij de ontwerper van het bosbouwkundig Arboretum op Schovenhorst in Putten (1938), waar dr. Oudemans de scepter zwaaide.
Haar tuinhistorische interesse komt in die jaren ook tot uiting, o.a. in een artikel dat zij samen met haar broer Jan Joost ter Pelkwijk schreef in het tijdschrift De Levende Natuur 44(1939, nr.8), p. 235-240, getiteld ‘Sorghvliet’.
In de jaren 1939 -1943 studeert zij M.O. Biologie in Utrecht (huisadres Emmalaan 1; later Emmalaan 10) en doet hierna enkele jaren dendrologisch en plantenziektenkundig onderzoek in Baarn (Villa Java, Centraal Bureau voor Schimmelcultures, onder leiding van de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland, Johanna Westerdijk) en in Wijster (Biologisch Station van de Academie van Wetenschappen, 1948).
Na haar huwelijk in 1952 met Hans Paul Gorter, sinds 1946 directeur van Vereniging Natuurmonumenten, blijft zij particuliere tuinen ontwerpen en adviseren op Schovenhorst en op landgoed Gooilust in ’s-Graveland, dat sinds 1934 eigendom was (en nog steeds is) van de Ver. Natuurmonumenten. Ook was zij bestuurslid van Thijsse’s Hof in Bloemendaal. In 1975 schreef Lies Gorter-ter Pelkwijk het boek Vijftig jaar in Thijsse’s Hof.

We beschikken over erg weinig gegevens betreft haar tuinarchitectonisch werk. Uit de Map met foto’s van de BNT tentoonstelling 1940-1941 in de Bibliotheek WUR kennen we twee ontwerpen van villatuinen:
– Ontwerp villatuin Den Haag Wassenaarseweg.
– Ontwerp in Oudenrijn bij Villa Rhijnzathe.
Vanaf ca. 1950 schreef zij vele artikelen op het gebied van botanie in verscheidene tijdschriften, o.a. in De Levende Natuur. In de Catalogus van de Bibliotheek WUR zijn vele artikelen opgenomen.
In 1975 was zij actief op de buitenplaats Linschoten te Linschoten. In een artikeltje getiteld ‘De Oude Moestuin van Gooilust’ schrijft Bettie Coops-Booij in De Kleine Ratelaar van de IVN (april 2010): “In de zeventiger jaren van de vorige eeuw werd het tuinonderhoud [van Linschoten] een steeds groter probleem. Vrijwilliger van het eerste uur A. Contant stak er heel veel tijd in. Hij zorgde in samenspraak met A.J.Gorter-ter Pelkwijk dat verdwenen soorten bomen en struiken zoveel mogelijk werden teruggeplant. Zo zijn uit zijn tijd de Amberboom (Liquidambar styraciflua), de Schijnbeuk (Nothofagus antarctica) en de Trompetboom (Catalpa bignonioides)”.

Leuk om te lezen dat Lies ter Pelkwijk dus in de jaren zeventig al oog had voor terugplaatsen van verdwenen bomen en heesters in historische parken.

Facebooktwitterlinkedinmail