De Cloese. Havezate aan de Berkel

(OVERGENOMEN Uitgeverij Matrijs)

‘De Cloese is een van die uitgestrekte en vorstelijk aangelegde buitenplaatsen, welke den omtrek van Lochem tot een bevoorrecht oord maken.’ Een mooi staaltje Achterhoekpromotie in de landelijke couranten aan het einde van de negentiende eeuw. Het natuurschoon van het landgoed, met zijn ‘lanen van hoogopgaande dennen, spiegelende kolkjes, ruime weilanden, vette akkers en dan weer schaduwrijke dreven’ was landelijk bekend en speelde al vroeg een belangrijke rol in het bloeiende Lochemse toerisme.

Kasteel De Cloese met zijn schilderachtige trapgevels en torentjes is in de huidige vorm een negentiende-eeuwse schepping van de architect Nicolaas Molenaar. Een gevelsteen in de achtergevel verraadt echter een geschiedenis die veel verder teruggaat. Al voordat de Lochemse pastoor Sweder van Kervenheim in 1520 een huis aan de Berkel liet bouwen, moet er een versterkt huis zijn geweest, dat tijdens een conflict met Zutphen werd belegerd en verwoest.

De Cloese had in de eerste eeuwen een belangrijke regionale functie als havezate, daarna als buitenplaats in een landgoed. Er woonden families van Gelderse en Friese adel en het was lange tijd eigendom van mr. C.J. Sickesz, politicus, landbouwdeskundige en de eerste watergraaf van het Waterschap van de Berkel. Ook diende het kasteel als klooster en vervolgens als politieschool. Het vertrek van deze school bracht nieuwe perspectieven voor het behoud van deze historische havezate.

Vier auteurs ontrafelen in dit boek de turbulente geschiedenis van De Cloese. Dat doen ze aan de hand van eeuwenoude archiefstukken, bijzondere familiegeschiedenissen en historisch onderzoek. Deze uitgave staat vol uniek beeldmateriaal, zoals herontdekte tekeningen, plattegronden, historische foto’s en portretten uit adellijk familiebezit. Het is een boek vol prachtige verhalen over een bijzonder Gelders kasteel.

Eddy ter Braak, Cees Jan Frank, Wilma Nijenhuis-ten Arve en John Töpfer, De Cloese. Havezate aan de Berkel, ISBN 978-90-5345-539-5, € 24,95 (incl. verzendkosten), 176 p. Hier in te zien. Hier te bestellen.

Facebooktwitterlinkedinmail

Buitenplaatsen in het Westland

Afgelopen zaterdag organiseerde Het Historisch Genootschap Oud-Westland een feestelijke presentatie van het boek Buitenplaatsen in het Westland. Vanaf vandaag is het boek verkrijgbaar.

(OVERGENOMEN)

Bij het Westland denk je automatisch aan kassen, vol tomaten, paprika’s of bloemen. Inderdaad kent het Westland de grootste concentratie glastuinbouw ter wereld, maar ook de concentratie buitenplaatsen was ooit heel dicht. Vanaf het begin van de Gouden Eeuw tot ver in de negentiende eeuw waren er in de hele streek meer dan honderd buitenverblijven te vinden, aangelegd door welgestelde stedelingen uit omringende plaatsen als Delft en Den Haag.

Het door stadhouder Frederik Hendrik vanaf 1621 gebouwde Huis Honselersdijk was vanwege zijn luister in heel Europa bekend en werd ook wel ‘het Versailles van Nederland’ genoemd. Van het slot resteert slechts een bijgebouw. Het hoofdgebouw is in 1815 afgebroken.

Maar er is ook nog veel te zien en sommige buitenverblijven zijn bewaard gebleven, zoals Broekzicht in Honselersdijk, de Hofboerderij en Suijdervelt in Wateringen, Hodenpijl bij Schipluiden en Sarijnenhove in Vlaardingen. In het landschap herkent de oplettende bezoeker hier en daar nog een hek, een sloot of een verkavelingspatroon dat herinnert aan de voormalige lustoorden.

Hier kun je enkele pagina’s uit het boek inzien. Hier kunt u het boek bestellen.

Martin van den Broeke e.a., Buitenplaatsen in het Westland. Met smaak en tot voordeel aangelegd, Haarlem 2018, ISBN 978-90-825893-3-7, € 24,95, 320 p.

Zie ook Genootschap Oud-Westland, Midden-Delfland in beeld en Kantoor Verschoor.

Overhandiging eerste exemplaar door Martin van den Broeke aan wethouder Vreugdenhil
Foto: Harry Groenewegen

Facebooktwitterlinkedinmail

Juno is weer ‘thuis’


De onthulling van Juno bij Musis Sacrum (Arnhem)  Foto: Laura Fokkema

De godin Juno is weer ‘thuis’ bij Musis Sacrum te Arnhem. Donderdagmiddag werd het gerestaureerde beeld officieel onthuld. Sinds oktober 2013 stond het weer in een perkje bij Musis Sacrum (zie eerdere bericht). In de koningsnacht van 2014 werd de lans uit de hand van de godin gerukt. Daarbij raakte haar hand beschadigd. Dat is door een volgende restauratie hersteld. Hierbij heeft ze ter correctie gelijk een korte scepter gekregen, net als oud beeldmateriaal liet zien.


Onthulde Juno bij Musis Sacrum (Arnhem)  Foto: Laura Fokkema


Juno met de korte scepter  Foto: Dineke Akkermans

Facebooktwitterlinkedinmail

Kasteel Wisch Terborg

(OVERGENOMEN)

Huis Wisch in Terborg is een uniek monument met een prachtige parktuin en een eeuwenlange geschiedenis dat wordt bewoond door de laatste telg van vijf generaties Van Schuylenburch, door huwelijk nu Vegelin van Claerbergen. Des te opzienbarender is het dat er, in tegenstelling tot alle kastelen in Nederland, géén enkele echte publicatie over bestaat, zelfs geen folder. En ook niet over kasteel Ulenpas in Hoog-Keppel en kasteel Schuilenburg (verwoest in WO-II) in Silvolde die ook tot hun bezit horen. Deels komt dit door de aard van de bewoners die liever niet al te veel opvallen. Met een beetje toeval en geluk kwam Daniëls in contact met de familie en noteerde hun verhalen. Huis Sinderen en de heerlijkheid Lichtenberg, die ook tijdelijk in hun bezit waren, kregen een klein hoofdstuk net als de vele belangrijke en interessante families zoals Van Herzeele, Van Limburg Stirum en Boetzelaer waarmee ze trouwden. Die woonden (soms nu nog) in mooie landhuizen in onder andere Wassenaar, Noordwijk en Bilthoven die ze voor dit boek fotografeerde.
Daniëls belicht veel aspecten van het kasteel en haar bewoners. Ze interviewde betrokkenen en kreeg foto’s van hen. De site Delpher.nl leverde ook veel informatie op. Met citaten uit brieven van de familie, die ze zo gelukkig was in de archieven te vinden, typeert ze de visie van de bewoners op het leven, het landgoed, reizen, huurders, de jacht en bijvoorbeeld belasting betalen. Ook onderzocht ze hun projecten zoals een schapenfarm in Chili. Tijdens haar onderzoek kwam ze enkele intrigerende zaken tegen…
Met dit interessante en rijk geïllustreerde boek wordt de geschiedenis (vanaf 1800) van een uniek kasteel en een boeiende familie voor de toekomst bewaard.

Aggie Daniëls, Kasteel Wisch Terborg. Schuilenburg & Ulenpas, 2018, 330 p., ruim 1000 afbeeldingen, harde kaft, € 29,95 (in allerlei winkels in Terborg en de regio of de auteur aggie.daniels@gmail.com)

Zie ook deGelderlander, Omroep Gelderland 1 & 2 en Oude IJsselstreek Vizier.

Facebooktwitterlinkedinmail

Op een Hoveniers bortje


Bij gebrek aan een bortje een foto van een gevelsteen

Googelend kwam ik terecht in Koddige en ernstige opschriften, op luyffens, wagens, glazen, uithangborden, en andere taferelen, van Hieronymus Sweerts uit 1698. Ik weet niet of m’n oog bleef hangen bij de voornaam in het vers, het woord hovenier of het rond deze dagen gebruikelijke sinterklaas-dichtniveau… Toch even dit uithangbord met reclame voor de man naar voren brengen:

Te Haarlem, op een Hoveniers bortje.
Hier woont Jan Otte, de Prince Hovenier,
Hij woonde wel eer in den Haag, en nou woont hy hier,
Hy presenteert sijn dienst aan alle burgers en heeren:
Hij roept schrik van parken maken, en palm-scheeren,
Al wie hem van doen heeft, die komt maar an,
Hy is de rechte Jan Otte, Jannetje-moers man.

Facebooktwitterlinkedinmail

Topsy turvy, met de kruin in de grond


Kaarte van de hofsteede Woestduin (Vogelenzang) Bron: beeldbank RCE

Die Van Lenneps schreven nogal wat. Niet dat ik nou zo into ze ben, maar toch even een volgend citaat. Nu uit het dagboek van Maurits Jacob van Lennep (1830-1913). Hij maakt een opmerking die denk ik te plaatsen is in zijn jeugdjaren, zeg rond 1845.

Toen de Holl.Spoorweg tussen Haarlem en Leiden aangelegd werd, liep die dwars door de harde laan, die achter het huis schuins op de Leidse vaart in de richting van het Manpad liep en met bomen aan weerszijden was beplant, die topsy turvy, namelijk met de kruin in de grond geplant waren.

Dat topsy turvy dat maakt het bijzonder. Met de kruin in de grond geplant klinkt als een kunstproject. En via google kom je met tree upside down op de Baobab boom. Toch staat mij ook bij dat er Engelse voorbeelden zijn. Van dode bomen planten weet ik het zeker. Voorbeelden van op de kop planten staan vast ook in oude publicaties genoemd. Weet kent iets?

Welke laan het betreft lijkt duidelijk:  schuins op de Leidse vaart in de richting van het Manpad. En anders die achter het huis. Hoewel… Wat met achter wordt bedoeld wil bij verschillende bezoekers van een en hetzelfde huis nog wel eens verschillen. Een volgend citaat helpt: Achter het huis van Woestduin zijn twee vijvers of breede sloten, waarin wij dikwijls zand wierpen om vestingen te maken. Kijk je op een van de oude kaarten dan loopt vanaf het huis een laan naar de Leidse Vaart en ligt nabij het huis aan weerszijden een langwerpige vijver of brede sloot. Inzoomen op de kaart levert helaas geen topsy turvy laanbomen. Dat zou pas echt mooi zijn. Maar ja, bewuste kaart is dan ook van ouder datum en alleen gebruikt ter illustratie van de locatie. Een tekening met die laan, laat staan topsy turvy bomen vond ik niet.

Tot slot vind ik zijn darmenlaan een leuke: Achter in de plaats was een laan vol sweetbriars ter weerszijden maar zo oneffen en vol wortels dat men er met de ezelwagen doorrijdende ontzettend gebousculeerd werd, weshalve wij die laan de darmenlaan noemden omdat de darmen schudden. Die laan bestaat helaas niet meer, en ook de seringen en jasmijnen zijn helaas in 1900 verdwenen en de voorvijver is gedempt.
Jan Holwerda


Detail Kaarte van de hofsteede Woestduin (Vogelenzang) Bron: beeldbank RCE

Facebooktwitterlinkedinmail

John Bergmans (1892-1980). Plantenkenner en tuinarchitect

(OVERGENOMEN Uitgeverij Verloren)
Verschijnt 11 januari 2019. Tot 1 januari geldt een intekenprijs van €30,–; daarna is de winkelprijs €39,–.

John Bergmans ontwikkelde zichzelf als plantenkenner en werkte als kweker, als auteur over de plantenwereld en als tuin- en parkontwerper. In Noord-Brabant en Limburg voorzag hij de industriële en burgerlijke elite, bedrijven en gemeenten van tuinen, parken en plantsoenen. Hij richtte villatuinen in, voorzag wijken van groen en ontwierp botanische tuinen, recreatieparken en begraafplaatsen. Tegelijk besefte hij dat de groeiende belangstelling voor tuinen en tuinkunst om kennis en hulp vroeg. In talloze publicaties voorzag hij tuinliefhebbers en vakgenoten daarom van informatie over ‘het verkwikkelijke tuinvak’. Als kweker had hij zich beziggehouden met nieuwe plantenvariëteiten, als auteur zorgde hij onder andere met zijn standaardwerk Vaste planten en rotsheesters voor eenheid in de naamgeving van planten. Als tuinontwerper hield Bergmans vast aan de architectonische en landschappelijke tuinstijlen. Zijn ontwerpen, in dit boek voor het eerst samengebracht, overspannen het interbellum en de wederopbouw.

Marianne van Lidth de Jeude en Johanna Karssen-Schüürmann, John Bergmans (1892-1980). Plantenkenner en tuinarchitect, Hilversum 2018, ISBN 978-90-8704-750-4, €30,– tot 1-1-2019, daarna €39,–, 372 p.

Facebooktwitterlinkedinmail

De stadstuin van Jacob van Lennep


Keizersgracht 562-558. Nummer 560 werd in 1866 bewoond door mr. Jacob van Lennep. Bron: Stadsarchief Amsterdam

Ik was aan het bladeren in Het leven van Mr. Jacob van Lennep (1909) van M.F. van Lennep.en mijn oog viel op ‘Nu wreekt mijn vrouw zich op den tuin…’. Zie onderstaande citaat, het ‘gif’ spat uit de zin. Heb gezocht naar een afbeelding van de stadstuin, maar kom niet verder dan de gevel van Keizersgracht 560. Daar woonde het gezin Jacob van Lennep. En ’s zomers woonden ze op de buitenplaats Woestduin bij Heemstede, tot 1845.

‘Hoe aangenaam de zomers to Woestduin doorgebracht waren geweest, des to grooter was de droefheid bij oud en jong, toen, om verschillende oorzaken, in 1845 het buiten niet meer kon worden ingehuurd ; den 6den Mei van dat jaar schreef J . v. L . uit Amsterdam aan zijn vriend Ds . Willem Veder:
Mijn inboedel is van Woestduin teruggekomen : twee scheepsladingen vol. Gy behoeft niet te vragen of die verhuizing ook tranen gekost heeft. Nu wreekt mijn vrouw zich op den tuin, die omgespit, met zooden belegd, met lekzand versierd, van melt voorzien, met gebloemte en geboomte beplant wordt, dat het een lust is om te zien. Helaas, met dat al is het toch maar een stadstuin en zal men er het voornaamste steeds ontbeeren : de buitenlucht.

Facebooktwitterlinkedinmail

Oale groond. Geschiedenis van het Twentse landschap

OVERGENOMEN (Uitgeverij Matrijs)

De streek Twente in het oosten van Nederland is vooral bekend vanwege de voormalige textielindustrie en om de technische universiteit, gevestigd in Enschede. Maar ook om het unieke Twentse landschap dat al van oudsher vele toeristen trekt. Het is een gebied met een uitzonderlijke combinatie van glooiende landschappen, havezaten en landgoederen, fabrieksschoorstenen en boerenerven.

Het Twentse landschap is in de loop van de eeuwen gevormd door natuurlijke processen en menselijke invloeden. In een natuurlandschap van hoogtes en laagtes probeerde de mens een agrarisch bestaan op te bouwen. De omvangrijke landgoederen, zoals Singraven, Weldam en Twickel, zijn veelal voortgekomen uit middeleeuwse kastelen en havezaten (versterkte huizen) en zijn kenmerkend voor Oost-Nederland.

Er waren uitgestrekte markengronden, beheerd door collectieven van boeren die gezamenlijk het gebruik van de gemeenschappelijke gronden regelden. De verkaveling en ontginning van deze grond in de negentiende eeuw had grote invloed op de ontwikkeling van het landschap. De oude heidevelden verdwenen en een modern, jong agrarisch landschap ontstond, naast landgoederen van fabrikanten.

Ook de opkomst van de textielindustrie heeft zijn sporen nagelaten. De textielnijverheid groeide in de negentiende en twintigste eeuw uit tot een omvangrijke bedrijfstak met fabrieken in onder meer Almelo, Enschede, Hengelo en Nijverdal. Nog altijd is dit verleden zichtbaar in de stad en op het land, in de vorm van oude fabrieksgebouwen, arbeiderswijken en de genoemde fabrikantenbuitens.

In Oale groond is de dynamische ontwikkeling van het Twentse landschap op de voet te volgen. De toegankelijke tekst en talrijke foto’s en illustraties in het boek laten zien hoe deze streek is geworden zoals ze nu is: een uniek landschap in Nederland.

John van Zuidam, Oale groond. Geschiedenis van het Twentse landschap, Utrecht 2018, ISBN: 978-90-5345-538-8, € 24.95 (incl. verzendkosten), p. 169

Facebooktwitterlinkedinmail

Aan de Stichtse Lustwarande 3

OVERGENOMEN (Uitgeverij Nabij producties)

Dit derde deel van de serie Aan de Stichtse Lustwarande biedt de lezer opnieuw een prachtig beeld van de ontstaansgeschiedenis en de bewoners van 25 bekende en onbekende landgoederen, buitens en villa’s in de Stichtse Lustwarande.
Auteur Annet Werkhoven diepte informatie op uit archieven en literatuur, maar voerde ook veel gesprekken met de huidige bewoners of gebruikers. De geschiedenis van de huizen komt daardoor tot leven.
Uniek aan dit derde deel is dat bij diverse hoofdstukken een QR-code is opgenomen, waarachter een filmpje zit over dat landgoed. In die filmpjes wordt een bijzonder verhaal verteld dat niet in de tekst vermeld staat. Hiermee worden de deuren op bijzondere wijze geopend voor iedereen!

Annet Werkhoven, Aan de Stichtse Lustwarande. Bekende en minder bekende landgoederen, buitens en villa’s (deel 3), ISBN 9789492055590, 168 pp., € 19,95

Voor 1e deel zie bericht 16 juni 2017.
Voor 2e deel zie bericht 15 november 2017.

Facebooktwitterlinkedinmail