SAE Symposium & Dijksterhuislezing 2018


Vogelvlucht botanische tuin De Dreijen in Wageningen (1900-1913), H.F. Hartogh Heys van Zouteveen

(OVERGENOMEN)

Dit jaar organiseert de Stichting Academisch Erfgoed haar symposium en Dijksterhuislezing in samenwerking met Wageningen University. De vijftiende Dijksterhuislezing zal op vrijdag 12 oktober worden uitgesproken door prof. Adriaan Geuze, landschapsarchitect en buitengewoon hoogleraar Wageningen University.
Aansluitend volgt het SAE symposium. Er is binnen de academisch erfgoed wereld een toenemende belangstelling voor de plekken waar wetenschap werd bedreven, zoals de gebouwen en campussen van de Nederlandse universiteiten. Ook de Stichting Academisch Erfgoed verkent op dit moment de mogelijkheid voor een project over dit onderwerp. Tijdens het SAE-symposium voegen we aan deze thematiek een nieuwe dimensie toe en verkennen we de invloed van het wetenschappelijk bedrijf op het Nederlandse landschap. Welke sporen van wetenschappelijke innovaties en experimenten zijn er terug te vinden in de openbare ruimte. Wat is er van bewaard, hoe dienen we er mee omgaan, en is het nodig de sporen vast te leggen voor de toekomst?

Vrijdag 12 oktober 2018, 12.00 – 17.00 uur
Schip van Blaauw, voormalig Laboratorium voor Plantenfysiologie
Generaal Foulkesweg 70, Wageningen

12.00 – 13.00 Rondleiding Schip van Blaauw (facultatief)
13.00 – 13.30 Inloop & registratie
13.30 – 14.30 Dijksterhuislezing, prof. Adriaan Geuze, landschapsarchitect en buitengewoon hoogleraar Wageningen University, met De sublieme ingenieurstraditie: 1850-1970.
14.30 – 15.00 Pauze
15.00 – 17.00 SAE Symposium
Met onder andere:
– Gerda van Uffelen, hoofd collectiebeheer Hortus botanicus Leiden, met Botanische tuinen als groen academisch erfgoed.
– Johanna van Doorn, associate partner SteenhuisMeurs, met Het Waterloopbos, cultuurhistorische analyse en kernwaarden voor toekomstige ontwikkeling.
– Bob Kernkamp, gemeentearchivaris Gemeentearchief Wageningen, met Van Bassecour tot Forum. De sporen van de Wageningse universiteit in het stedelijk landschap.
– Maartje van den Heuvel, conservator fotografie Bijzondere Collecties Universiteit Leiden, met Beeldend Landschap. Hoe het landschapsbeeld in kunst en de fysieke omgeving verbonden zijn.
17.00 – 18.30 Borrel


Schip van Blaauw (Wageningen)

Facebooktwitterlinkedinmail

De Vliet, tentoonstelling en boek

Riviertje De Vliet, van Leiden via Voorschoten, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk naar Delft, en buitenplaatsen is een bij ons gekende combi. Daarom het onderstaande aangehaald, over een tentoonstelling en een boek.

(OVERGENOMEN)

Tentoonstelling De Gouden Eeuw van de Vliet (direct veel belangstelling)
Van 8 september t/m 2 december organiseren Huygens’ Hofwijck en Museum Swaensteyn een tentoonstelling over de geschiedenis van de Vliet. De Vliet is een van de oudste en meest drukbevaren trekvaarten in Zuid-Holland. Door haar ligging in de nabijheid van grote steden als Den Haag en Leiden heeft de Vliet bijzondere bewoning aan het water opgeleverd, maar ook een scala aan agrarische en industriële bedrijvigheid. De waterweg maakte het mogelijk grote hoeveelheden grondstoffen of goederen tegelijk aan of af te voeren. Het transport van mensen is eveneens een belangrijke functie van de Vliet geweest. In het verleden ging dat om vervoer van reizigers, tegenwoordig is die functie vooral een toeristische.

Het historisch belang van de Vliet als waterweg en trekvaart is vandaag de dag nog goed zichtbaar in de lokale en regionale archieven. Van geen waterweg zijn zo vaak nieuwe kaarten geproduceerd als van de Vliet. De oudste daarvan dateren uit het begin van de zestiende eeuw. De aanleg of verbetering van bruggen en sluizen waren aanleiding om dergelijke kaarten te herzien, wat ook het geval was bij de uitbreiding met nieuwe jaagpaden of havens. Tijdens de tentoonstelling zullen enkele van deze 16e eeuwse kaarten van de Vliet te zien zijn, waaronder de niet eerder getoonde, 7,5 meter lange, kaart van Coenraet Oelensz uit 1556.

Huygens’ Hofwijck (zie hier)
Langs de Vliet waren tal van buitenplaatsen te vinden, waar welgestelden gedurende de warme zomermaanden de benauwde stad konden ontvluchten. Op Huygens’ Hofwijck, de 17e-eeuwse buitenplaats van Constantijn Huygens, wordt tijdens de tentoonstelling het wonen op zo’n buitenplaats belicht. Getoond wordt hoe het eten werd bereid in de keuken en hoe de familie de maaltijd gebruikte. Hoe men zich vermaakte in de tuin en genoeglijke uren doorbracht in Constantijns welvoorziene handbibliotheek. En hoe ’s avonds, wanneer de zon onder was, door de geopende ramen van het huis een sopraan, begeleid door luit of gitaar, tot in de tuin te horen was.

Museum Swaensteyn (zie hier)
In Museum Swaensteyn komen belangrijke momenten uit de geschiedenis van de Vliet aan bod, uitgaand van de jaren 1550, 1750, 1850 en 1950. Onder andere het gebruik van de trekschuit, de bouw van het sluizencomplex bij Leidschendam, het ontstaan van fabrieken langs het water en het leven langs de Vliet rond 1950. Met hedendaagse kunstwerken, waarvan een deel te zien is bij Kunstuitleen Voorburg, wordt getoond hoe de Vliet ook nu nog een inspiratiebron is voor velen.

Boek De Vliet langs Leidschendam en Voorburg (zie ook hier)
Bij de tentoonstelling verscheen het boek De Vliet langs Leidschendam en Voorburg, een gezamenlijke uitgave van de Historische Vereniging Voorburg, Museum Swaensteyn en Huygens’ Hofwijck, naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van de HVV. Dit omvangrijke boek belicht de geschiedenis van de Vliet én van de mensen die erlangs woonden. Daarnaast is er ook een promotiekrantje verspreid onder de inwoners van Leidschendam-Voorburg.

De Vliet langs Leidschendam en Voorburg. Van de Vlietlanden tot de Hoornbrug, 2018, 352 p. Te koop in Museum Swaensteyn en Huygens’ Hofwijck of via info@hofwijck.nl, en kost € 29,50.

Facebooktwitterlinkedinmail

Aanmelden congres Arcadian Landscapes gestart

Europees erfgoed congres Arcadian Landscapes
Connecting cultural heritage and historic designed landscape

Donderdag 1 en vrijdag 2 november 2018 vindt in Oentsjerk en Oranjewoud het eerste Europese erfgoed congres Arcadian Landscapes plaats. Tijdens dit congres wordt de verbinding gelegd tussen het erfgoed van landgoederen en buitenplaatsen en het Europese cultuurlandschap. Inspirerende sprekers uit Engeland, Duitsland, België en Nederland delen tijdens Arcadian Landscapes hun kennis en ideeën over samenwerken met betrekking tot de gebiedsgerichte aanpak van buitenplaatsen en landgoederen. Arcadian Landscapes is een must voor iedereen, organisaties, eigenaren, beheerders en studenten, die betrokken is bij de erfgoedsector en de ontwikkeling van cultuurtoerisme. Het congres is het schijnwerperproject voor de landgoederen en buitenplaatsen in 2018 voor het Europees jaar van Cultureel Erfgoed.

Internationale uitwisseling erfgoedkennis
Centraal tijdens het tweedaagse congres staat de uitdaging om de betekenis en toekomstwaarde van dit Europese erfgoed te versterken, het publieksbereik te vergroten, de kennisontwikkeling te delen en de relatie te leggen met nieuw erfgoedbeleid. Een goede samenwerking tussen onderwijs, overheid, ondernemers en organisaties is essentieel om dit te organiseren. Maar hoe doen we dat? Op welke manieren kunnen we ons erfgoed ontsluiten, levend houden in de verhaallijnen voor jong en oud en zorgen voor een betekenisvol toekomstperspectief?

Programma
Keynotespeakers Tom Williamson, hoogleraar aan de Universiteit van East Anglia, Heike Düselder, directeur museum Lünenburg en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Osnabrück, Hans Renes, hoogleraar Vrije Universiteit Amsterdam en Hanneke Ronnes, bijzonder hoogleraar Buitenplaatsen aan de Rijksuniversiteit Groningen, geven hun kijk op het gebiedsgericht aanpakken van landgoederen en buitenplaatsen. Internationale professionals, studenten en andere geïnteresseerden wisselen tijdens diverse interactieve sessies, kennis en ervaring uit over onder andere de maatschappelijke betekenis van cultureel erfgoed in relatie tot het omliggende landschap. Ook excursies naar het historische Landgoed Oranjewoud, landschapspark van Oranjestein en Museum Belvédère zijn onderdeel van het programma.

Kaarten bestellen
Kaarten zijn vanaf vandaag te bestellen via www.arcadianlandscapes.com. De ticketprijs bedraagt € 250,- inclusief lunch op beide dagen, een gezamenlijk diner op donderdagavond en de excursies op vrijdagmiddag. Voor studenten geldt een speciaal tarief van € 150,-.

Locatie
Het plenaire programma vindt plaats in het karakteristieke landgoed Stania State te Oentsjerk, ten noorden van Leeuwarden, Culturele Hoofdstad van Europa 2018.

Voor complete programma en alle details, zie www.arcadianlandscapes.com

Facebooktwitterlinkedinmail

Geheel herzien en uitgebreid, Tuinieren met Stinzenplanten

(OVERGENOMEN)

De tweede druk is geheel herzien en uitgebreid. Bijna alle foto’s zijn nieuw. In het boek vind je vele nieuwe verhalen en krijg je belangrijke, nieuwe aanwijzingen. Je leest meer over Tuinieren met stinzenplanten op kleine én op grote schaal. Bodemverbetering krijgt meer aandacht. Hoe creëer je een ‘stinzenmilieu’ met een levende bodem? Wat moet je doen om stinzenbollen snel te laten verwilderen? Kan dat? Hoe lang moet je wachten voor een weelderig effect? Hoe hou je de bostuin mooi ná de bloei van de stinzenplanten?
Meer dan in de eerste druk, is deze tweede druk gericht op stinzenplanten als ‘tuincultureel erfgoed’. Het ontwerp, behoud en beheer van stinzenplanten op buitenplaatsen en in parken op grote schaal krijgt meer aandacht. Aan de orde komen mijn ervaringen met stinzenbeplantingen in het parkbos van Hackfort in Vorden. In dit opzicht is de herdruk ook zeer bruikbaar voor tuinbazen, beheerders en eigenaars van landgoederen, die te maken hebben met stinzenbeplantingen op grote schaal.
De schitterende droomfoto’s van Geert Overmars zullen je weer verleiden deze tapijten van voorjaarsbloemen ook in jouw tuin of park te planten. Beleef en ontdek met stinzenplanten in de tuin de vreugde van een vroege lente, ieder jaar opnieuw! Laten we dit kostbare en charmante erfgoed koesteren, uitbreiden, behouden en goed beheren.

Het boek is ook te koop tijdens de Sterke Bollen Dagen op De Warande (Laag Keppel) op 29/30 september 2018. (Pinnen kan). Op die dagen wordt het boek gepresenteerd tijdens de lezing van de auteur (14 uur). Zij signeert.

Trudi Woerdeman, Tuinieren met Stinzenplanten. Vreugde van een vroege lente, €35,00, 160 p.
Voor meer foto’s en bestellen, zie sterkebollen.nl.

Facebooktwitterlinkedinmail

Bomen – in beheer van Gemeente Amsterdam


Bomen – in beheer van Gemeente Amsterdam

Al vaker bekeken, wel zo aardig om te delen (dacht ik); sinds begin (?) dit jaar online: Bomen – in beheer van Gemeente Amsterdam.

(OVERGENOMEN)
Deze interactieve kaart geeft een beeld van ruim 270.000 bomen in Amsterdam die geregistreerd staan in het gemeentelijk beheersysteem.
De legenda toont in kleuren de top 15 meest voorkomende soorten bomen. Ook de minder voorkomende en onbekende boomsoorten zijn weergegeven.
In de legenda van de kaart kunt u boomsoorten aan- of uitzetten en klikt u op een boom, dan krijgt u meer informatie over die boom. Als u inzoomt, is de boomhoogte (in cirkelgrootte) en ook de eventuele monumentstatus zichtbaar. Als u uitzoomt, krijgt u juist een overzicht van de spreiding per soort over de stad.


Na inzoomen, de boomsoorten in Vondelpark

De kaart toont bomen die in beheer zijn bij de gemeente. Dat betekent dat niet elke boom in Amsterdam op de kaart staat. De bomen op begraafplaatsen, de volkstuincomplexen, grote groengebieden en rond sportvelden zijn niet allemaal in beheer van de gemeente en staan dus niet altijd op de kaart. Ook de circa 150.000 bomen in het Amsterdamse Bos zijn weliswaar van de gemeente Amsterdam, maar staan op grond van de gemeente Amstelveen en staan daarom nog maar deels op de kaart. Tot slot staan er nog tienduizenden bomen op terreinen van woningbouwcorporaties, ProRail, Rijkswaterstaat en in de duizenden particuliere tuinen. Geschat wordt dat er in totaal zeker één boom per inwoner is. Vergeleken met bijvoorbeeld Parijs met één boom op 22 inwoners is dat heel veel.


Na nog verder inzoomen, indicatieve boomhoogte/grootte; muis op ‘bolletje’ geeft boomsoort

Facebooktwitterlinkedinmail

Herziene uitgave Lopen met Van Lennep

(OVERGENOMEN)

Marita Mathijsen schreef het op haar eigen weblog: ‘In 2000 gaven Geert Mak en ik Lopen met Van Lennep uit, het dagboek dat Jacob bijhield in de zomer van 1823. Tegelijkertijd kwam er een serie op de buis, waarin te zien was hoe Geert deze voetreis naliep door het landschap van nu – en hoeveel er nog onveranderd was gebleven. 2000 was het jaar dat de negentiende eeuw definitief zijn benaming ‘de vorige eeuw’ verloor, en in dat jaar waren er in het hele land tentoonstellingen en bijeenkomsten over de negentiende eeuw, waarbij de uitgave van Van Lenneps dagboek naadloos aansloot.

We zijn nu achttien jaar verder. Het boek zou meerderjarig zijn geworden, als het nog leverbaar was. Maar het is al een hele tijd alleen maar antiquarisch te krijgen, voor vrij hoge bedragen. Tijd voor een nieuw jasje. Het oude was een beetje sleets. Inmiddels zijn afbeeldingen van negentiende-eeuwse landschappen, buitenhuizen, markten en dergelijke veel makkelijker te vinden via internet. Dus hebben we de visuele informatie in het boek flink kunnen uitbreiden. Tientallen plaatjes hebben we toegevoegd, die allemaal naadloos aansluiten bij de landschapsbeschrijvingen in de tekst. Ook vonden we afbeeldingen van schilderijen die ze zagen en gebouwen die ze bezochten. De toelichtingen zijn herzien en uitgebreid. De vorige editie had geen plaatsenregister, dat is nu toegevoegd, dus iedereen kan nu volgen dat de jongens dorpjes als Haaften, Koekange, Ferwerd en Zweelo bezochten. En ook dat ze Brabant grotendeels, Limburg, Zeeuws-Vlaanderen en de Zuidelijke Nederlanden helemaal oversloegen. Het Verenigd Koninkrijk zat nog niet in hun gedachten, Nederland was nog min of meer een synoniem voor de Zeven Provinciën.’

Ook is er de website De zomer van 1823 met de ‘routekaart’, meerdere van de opgenomen afbeeldingen vloeien voorbij, een link naar alle afbeeldingen staat er op, net als één naar de niet-hertaalde versie van het dagboek, en links naar de radioserie e.d.

Geert Mak en Marita Mathijsen, De zomer van 1823 Jacob van Lennep. Het dagboek van zijn voetreis door Nederland, 2018, ISBN 9789045037059, € 25,00, 312 p.

Facebooktwitterlinkedinmail

Open Monumentendagen op Zuylestein

Als Cascade waren we er recent nog. Voor een ieder die er niet bij was of juist wel en nog eens aspecten toegelicht wil zien, heeft op de komende Open Monumentendagen de kans. Naast het park en het bos zijn de tuinen deze dagen gratis te bezoeken van 10.30-17.30, maar op beide dagen is ook sprake van een mini-symposium.

Zaterdag 8 september geeft Barry Heinrichs (kunsthistoricus) om 14.00 een lezing onder de titel Een gedeelde interesse in groene kunst, over de historie van Europese Tuinstijlen en de positie van Zuylestein hierbinnen, aansluitend volgt een rondleiding in dit kader door Thea Dengerink (onderzoeker historische tuinen) door de tuin binnen de muren.

Zondag 9 september is er vanaf 12.30 een minisymposium: Zuylestein: Natuurinclusief landgoed innovatief telen en kweken, het “gemengd bedrijf “herontdekt: het vervolg op het minisymposium van 2017 in het kader van het actuele debat over de noodzakelijke transitie van de landbouw. Een interessant programma, met Dirk van Apeldoorn en Fogelina Cuperus, beiden van de Universiteit Wageningen en Thea Dengerink, ad interim tuinbaas van de moestuin Zuylestein. Na de discussie volgt een rondleiding langs de locaties op het landgoed waar de plannen vorm zullen krijgen.

Voor de lezing en rondleiding zaterdag, entree 7,50 Euro; het minisymposium zondag, entree 10,00 Euro inclusief rondleiding en consumpties is aanmelden noodzakelijk, wat kan via info@landgoed-zuylestein.nl.
Als u het bedrag overgemaakt heeft o.v.v. van lezing of mini-symposium op NL88 ABNA 0592 4917 57 ten name van de Stichting exploitatie landgoederen Waayestein en Zuylestein bent u verzekerd van een definitieve aanmelding.
Voor de lezing en het mini-symposium is het aantal plaatsen beperkt (maximaal 40 personen).

Voor alle details zie www.landgoed-zuylestein.nl.

Facebooktwitterlinkedinmail

Is een landgoed ‘iets buitenlands’?

Naar aanleiding van het lezen van het woord ‘landtgoed’ gooide ik dat woord en de schrijfwijze ‘landgoed’ eens in Delpher. Gewoon om eens te zien vanaf wanneer het voorkomt en of er verder wat boven komt drijven.

Een eerste keer, in Delpher, in een bericht uit 1691, maar dan het opvallende. Decennia lang en in honderden berichten komt het woord landgoed alleen voor in berichtgeving vanuit het buitenland. Zeg in de korte nieuwsflitsen vanuit of betreffende een gebeurtenis in het buitenland. Het zijn met name flitsen met nieuws uit ‘Groot Brittannien’, ‘Vranckryck’, ‘Duytslant en d’aengrensende Rijcken’, maar ook alle andere landen komen meer of minder frequent voor. En soms is het uit ‘Nederlanden’, en betreft het haast altijd een landgoed in het tegenwoordige België. Zeg driekwart eeuw lang heeft het woordgebruik betrekking op objecten in het buitenland. Deze en gene is gestorven op dat en dat landgoed; of die en die bezoekt, is vertrokken naar, aangekomen op of verblijft op dat en dat landgoed; of zus en zo heeft dat en dat landgoed gekocht, gehuurd of gebouwd enz.

Enkele vroeg Nederlandse vondsten (gezien het jaartal 1691 lijkt het ‘In Nederland gebeurt alles 50 jaar later’ ook hier van toepassing):
1741 Verkoop van ‘zwaere eyke boomen’ op ‘Landgoed de Horte…, tussen Swol en Dalfsen’
1742 Verkoop van ‘landgoed, Bieverden’, in de Achterhoek; de advertentie lezende een boerderij en niet een buitenplaats
1752 Vermelding van het bezoek van een aantal Oranjes aan ‘landgoed Clarenbeek’ bij Arnhem
1754 Verkoop van ‘landgoed of de hofsteede genaamde Laresteyn’ bij Velp

Vervolgens is het aantal advertenties iets groter, maar het aantal blijft beperkt en betreft net zo vaak een groot stuk land, vaak in uiterwaarden, een ‘stuk landgoed’.
Pas in het laatste kwart van de 18e eeuw neemt het woordgebruik bij Nederlandse objecten toe, en gezien de herhaalde advertenties van een en hetzelfde object, misschien zelfs beperkt toe.
Daar waar wij buitenplaatsen, hofsteden en al die andere betitelingen in welke schrijfwijze dan ook kennen, heet alles over de landsgrens landgoed.
Voor het gemak? Als verzamelnaam?
En grappig, tegenwoordig zegt het woord landgoed bij het grotere publiek misschien nog iets, maar buitenplaats nauwelijks en andere oude benamingen al helemaal niets meer; die namen doen haast buitenlands aan. In de 18e eeuw lag het misschien wel andersom; al die benamingen waren haast gemeengoed en landgoed was iets buitenlands, als gelegen in het buitenland.
Jan Holwerda

(En ja om het helemaal hard te maken moet je eigenlijk met buitenlandse objectnamen zoeken en kijken of ze ook met een andere duiding dan landgoed voorkomen, maar daar moet iemand dan maar eens een echte studie van maken.)

Facebooktwitterlinkedinmail

Waterwagen of waterkar


De waterwagen van Tuin De Lage Oorsprong (Oosterbeek). Links: voor restauratie (2007); rechts: tijdens bezoek door Cascade (2010, foto Niek Ravensbergen)

Over het weer van de afgelopen weken, wat heet, maanden, hoeft niets meer geschreven te worden. Heet en droog. De impact is in menig tuin en park zichtbaar. Gaf en geef je water of deed en doe je het niet? En hoe dan?
Ik zag een oude foto met een waterkar of waterwagen. Dat deed me denken aan een Cascade excursie in 2010 naar onder andere Tuin De Lage Oorsprong (Oosterbeek). Daar hebben we zo’n waterkar of -wagen gezien. Wie mee was herinnert mogelijk nog de veel lagere ligging van de beek in het dal; je zal met die kar hebben moeten slepen. Nu ook nog maar even de catalogus van Blass en Groenewegen (1902 meen ik) er op nageslagen. Het zal een Engelsche waterwagen zijn, in drie maten leverbaar: 90, 135, 170 liter. Enne, ‘mindere kwaliteiten worden door ons ontraden, doch kunnen wij wel leveren’.
Klik hier voor catalogus-pagina1 en catalogus-pagina2.
Jan Holwerda


Engelsche waterwagens. Bron: catalogus Blass & Groenwegen (1902)

Facebooktwitterlinkedinmail