(OVERGENOMEN)
Het Gnadenthal. Een geschiedenis van het huis en zijn bewoners
Toen Pia van Wijnbergen een gravure vond van het Gnadenthal bij Kleef naar een tekening van Jan de Beyer, inspireerde dat haar om onderzoek te doen naar de geschiedenis van het familiehuis dat ze in haar jeugd had leren kennen. Het Gnadenthal. Een geschiedenis van het huis en zijn bewoners leest als een portret van de opeenvolgende bewoners: de families Blaspiel, Cloots en Van Hövell.
De familie Blaspiel bekleedde belangrijke posities aan het Pruisische hof. De Nederlandse rentenier Cloots kocht het Gnadenthal en zijn revolutionaire zoon Anacharsis leeft nog altijd voort in de kunst. De laatste familie die het Gnadenthal in de negentiende en twintigste eeuw bewoonde, was de familie Van Hövell. Arnold van Hövell trouwde in 1806 met Clara Cloots; hij werd grootgrondbezitter door de aankoop van talloze landerijen en mecenas voor de katholieke gemeenschap.
Behalve de familiegeschiedenis komen ook de bouwgeschiedenis van het huis, het interieur, het tuinontwerp, de familiekerk en schilderijencollectie aan bod.
Pia van Wijnbergen deed archiefonderzoek en bestudeerde de bibliotheek van haar familie. Ze vond kasboeken, huishoudboekjes en oorlogsdagboeken en bracht met al die bronnen de geschiedenis van het Gnadenthal tot leven. Het landhuis op de grens van Nederland en Duitsland staat er nog altijd als een stille getuige van de families die er vanaf 1700 woonden in veranderende tijden, in oorlog en vrede.
Pia van Wijnbergen-van Hövell tot Westerflier, Het Gnadenthal. Een geschiedenis van het huis en zijn bewoners, 2025, ISBN 9789464551815, p. 272, € 35,00.
Inzien.

Gezicht op Het huis Ganswyck, of Genadendal, by den Diergaarde te Kleef.
Ets en gravure door Hendrik Spilman (1746) naar ontwerptekening van Jan de Beijer (1745) (Bron: Noord-Hollands Archief)
Het Cascade bulletin 2025 is in de bus gevallen. Met



In 2012 werden de Richtlijnen tuinhistorisch onderzoek: voor waardestellingen van groen erfgoed gepubliceerd. Deze richtlijnen van het College van Rijksadviseurs, RCE, KNOB, het Nationaal Restauratiefonds en het Nationaal Groenfonds waren bedoeld om het zorgvuldig omgaan met groen erfgoed verder te professionaliseren.
De Nederlandse Kastelenstudiegroep heeft de symposiumbundel ‘Een wal rondom een kasteel’ openbaar beschikbaar gesteld. Deze bundel is de neerslag van het fenomeen dat door verschillende wetenschappelijke disciplines op evenzoveel manieren bekeken wordt: de (aarden) wal rondom een kasteel. De vraag die zo’n wal oproept betreft de functie daarvan. Was het een restant van de oorspronkelijke middeleeuwse defensieve aanleg? Mogelijk het logische gevolg van het graven van een gracht? Of betreft het wellicht een latere (zestiende-eeuwse) aanleg als een vestingwal? Indien de aarden wal geen primaire militaire functie diende, waartoe was de wal dan aangelegd? Ter bescherming van overstroming door een nabije rivier? Als onderdeel van een tuin/parkaanleg om een deel van de tuin te separeren als privéterrein voor de bewoners? Of diende de wal, analoog aan het huis een symbolisch doel?

Toen in de negentiende eeuw park Sonsbeek het gevaar liep ten prooi te vallen aan projectontwikkelaars, was het een rentmeester die het tij wist te keren. En wie weet dat Nationaal Park De Hoge Veluwe niet alleen door de Kröllers is gevormd, maar mede dankzij diezelfde rentmeester als samenhangend landgoed kon ontstaan?