Wat zijn praktijkervaringen en visies mbt beheer & behoud van tuinbeelden uit de 17e en 18e eeuw?


Paleis Het Loo, Herculesfontein (2017)

Vanuit Paleis Het Loo zijn we opnieuw aan het definiëren wat het gewenste beeld is van de beelden in de barokke tuinen. We proberen steeds de tuin aan te passen aan nieuwe inzichten. Voor de tuinfiguraties en toegepaste plantensoorten is dit al verder doorgevoerd, de volgende stap zijn de beelden in de tuin. Er komt o.a. een nieuw protocol voor het schoonmaken en er worden plannen gemaakt om een aantal replica’s te vervangen.

Maar wat wordt het streefbeeld?
Witter-dan wit en glimmend goud (als zijnde zo nieuw als destijds in de 17e eeuw?)? Is er iemand die meer weet over beheer en behoud van 17e eeuw tuinbeelden? Zijn er voorbeelden van beheerplannen van andere buitenplaatsen ?
Renske Ek / R.Ek@paleishetloo.nl


Paleis Het Loo, Arion cascade (2014)

Facebooktwitterlinkedinmail

Gezicht op Enschede

Gezicht op Enschede (1876) (groot)

Het is zo’n afbeelding die pakt, die je meeneemt. Het is blijkbaar een foto van een schilderij, met een zicht op Enschede. Dat schilderij is vast in kleur, maar waar hangt dat dan vraag ik me dan af? Het is het Volkspark bij Enschede naar ontwerp van Dirk Wattez. Aangelegd in opdracht van Hendrik Jan van Heek en op 2 mei 1874 overgedragen aan de gemeenten Enschede en Lonneker.

Gezicht op Enschede, H. ter Meulen (1894)

Er is in ieder geval nog een Gezicht op, in kleur, van later datum (1894), van ene H. ter Meulen.

‘Volkswelvaart’ zegt het bloembed, Volkspark Enschede (ca. 1900)

En op foto is het al net zo pakkend. Bij alle drie voorgaande afbeeldingen is dat zeker ook door die brug. Die vind je weer op eigen ansichten en foto’s. In verschillende gedaanten of zijn het verschillende locaties? Ik ben er niet ingedoken.


Volkspark Enschede brug (1899-1901)


Volkspark Enschede brug (1915-1917)

Meer over het Volkspark Enschede in Cascade bulletin 2013 nr 1: Christie Weduwer, Volkspark Enschede (1872).
Jan Holwerda


Ontwerp Volkspark Enschede (1873), Dirk Wattez. Bron: Spec. Coll. Wageningen UR

Facebooktwitterlinkedinmail

Werktuigelijke schoffel


‘Werktuigelijke schoffel’, C. Soetens, De Bron, 1835.
Klaas dB probeert een hedendaagse wielschoffel uit in de verdiepte tuin van Verwolde.

Terug van nooit weg geweest heet dat denk ik. Eerder al eens de schoffelwagen naar voren gebracht. Nu bestrijdingsmiddelen meer en meer teruggedrongen tot verboden worden/zijn moet je iets anders. Wielschoffels en duwschoffels worden weer volop te koop aangeboden en zijn al in gebruik. Bij het zoeken naar oude plaatjes bij de eerdere schoffelwagen kwam ik ook het driedelige De bron tegen, met de ‘werktuigelijke schoffel’.

Als je de titelpagina beschouwt als een pagina krijg je een titel als: De bron. Onmisbaar handboek voor alle standen; bevattende eene verzameling van verschillende proefondervindelijke kundigheden, over landbouw, tuinen, bosschen, boomgaarden, fabrijken, nijverheid, koophandel, handwerken, huishouding en andere wetenschappen. Opgehelderd door meer dan 1200 afbeeldingen en figuren, in verband staande met de bovengenoemde onderwerpen. Ingevolge aanbeveling van hooger hand tot algemeen gebruik der plaatselijke besturen,en voorts tot nut, gemak en voordeel van alle maatschappelijke standen. Door C. Soetens

Ik vond drie delen; leuk om te bladeren en her en der wat te lezen en de platen te bekijken. Niet de beste scans, maar wel platen die veel herkenbaars hebben; erg leuk.
Jan Holwerda

Deel 1, 1835
Deel 2, 1836
Deel 3, 1837


Plaat 9 uit De Bron deel 3 (1837).

Facebooktwitterlinkedinmail

Pieter Pickaert (II)


[Tuinplattegrond en tuinsieraden] (1714-1721), Pieter Pieckaert  Bron: RKD / Hermitage Museum (groter)

Toevallig tegenaan gegoogeld; aansprekend. Bij RKB eens gekeken wie die Pieter Pickaert (II) dan wel is. Hij was prentkunstenaar, tekenaar, cartograaf geboren in 1668/1669 te Amsterdam en overleden in 1737 te Sint-Petersburg (Rusland): worked for tsar Peter the Great in Moscow … and later in Saint Petersburg; produced engravings of various themes, sizes and techniques, based on both his own drawings and other artists’ work … made illustrations for books on shipbuilding and garden architecture.

Dat laatste dat intrigeert, nog geen boek gevonden; vast een taalkwestie (ik neem voorzichtig aan dat het om Russische boeken gaat).
Jan Holwerda

Facebooktwitterlinkedinmail

Huis ten Bosch, Landhuis bij Amsterdam


Landhuis bij Amsterdam / Huis ten Bosch, naar Van der Heyden (inzoomen) Bron: Amsterdam Museum

Even een geintje, beetje pesten. We kennen al Amsterdam Castle Muiderslot en Amsterdam Beach Zandvoort. En ook geintjes als Flowers of Amsterdam (Keukenhof), Amsterdam Islands (Waddeneilanden) of Gardens of Amsterdam (Veluwe). De kwalificatie ‘Landhuis bij Amsterdam’, volgens Amsterdam Museum, en herkenning van de weergave van het prieel in de tuin van Huis ten Bosch brengt je dan al snel op het zoeken naar een naam passend in het voorgaande rijtje voor dit ‘Amsterdamse’ Huis ten Bosch. Amsterdam Royal Palace Huis ten Bosch kan natuurlijk niet, het gebouw met het eerste naamdeel is er al.

De gravure/prent is onderdeel van een album gravures/prenten van werken uit cabinet de Monseigneur le Duc de Choiseul, van de Franse politicus, diplomaat en kunstverzamelaar Etienne-François duc de Choiseul (1719-1785). Het naar V.D. Heyden linksonder en het afgebeelde prieel maken dat je direct aan andere werken met Huis ten Bosch van Jan van der Heyden (1637–1712) denkt; zie onder aan. Deze herinnerde ik me niet direct, en het is als je niet beter zou weten bijna een landschappelijke invulling met stukje ruïne, een tempel?front, een wat ruiger landschap. Is het een ‘vrije naar Van der Heyden’ dan? Uit 1771? Origineel maar even gezocht. En nee, niets ‘vrij’ aan. Er is inderdaad dezelfde weergave als schilderij van Jan van der Heyden, in Stedelijk Museum Wuyts-Van Campen en Baron Caroly te Lier (BE). Maarre dan kijken we tegen de buitenkant van de tuin, want dat huis in niet Huis ten Bosch. Dat zal dan het ten noordoosten van Huis ten Bosch liggende en niet meer bestaande Reigersberg (WO II) moeten zijn, maar of daar rond 1670 een landhuis stond? Fantasie dan?
Jan Holwerda


Park bij Huis ten Bosch, of beter gezegd buiten en kijkend tegen het park (1661-1712), Jan van der Heyden Bron: RKD.



Huis ten Bosch (ca. 1668–70), Jan van der Heyden Bron: Metropolitan Museum of Art

Facebooktwitterlinkedinmail

Tuin van een ongeïdentificeerd buitenhuis


Tuin van een ongeïdentificeerd buitenhuis (1775)

Niet alleen omdat het een mooi plaatje is, maar dat ongeïdentificeerd dat kietelt…

Kleine aanvulling n.a.v. de reactie van Carla. Ik vond ‘m in Collectie Nederland, maar hij is ‘afkomstig’ van RKD. Daar nu pas gekeken. Te lezen valt: J. Grandjean ad. viv. fec 1775. en antiquarian bookshop Forum, ’t Goy (Houten), gesignaleerd in 2008.
Enne volgens RKD is dat schilder, tekenaar, pentekenaar, aquarellist Jean Grandjean, Amsterdam 1752-02-05 – Rome 1781-11-12.

Facebooktwitterlinkedinmail

Onze Tuinen en Het Landhuis online


1906 –  Onze tuinen; geïllustreerd weekblad voor amateur tuiniers

De jaargangen van Onze Tuinen staan in mijn boekenkast. Je kunt er heerlijk en eindeloos door bladeren, dodelijk vermoeiend. Iets zoeken is echter een crime.

Tot nu. Want Onze Tuinen staat nu online. In het onvolprezen Delpher. Sinds gisteren beschikbaar: Onze tuinen; geïllustreerd weekblad voor amateur tuiniers 1906-1930, klik hier.
Vanaf 1931 gaat het op in het Weekblad voor het landhuis; onze tuinen met huis en hof; in 1932 gaat het Het Landhuis heten; en in 1940 Het landhuis, op de hoogte. Ook deze verschillende Landhuizen staan online, klik hier.

Nu wachten op de scan van het weekblad Buiten, 1907-1936. Dit ging in 1937 op in het hierboven genoemde Het Landhuis.
Jan Holwerda


1931 – Weekblad voor het landhuis; onze tuinen met huis en hof


1937 – het weekblad Buiten is opgegaan in het toen tweewekelijkse Het Landhuis.

Facebooktwitterlinkedinmail

Ik ga op reis en ik neem mee… Den Nederlandtsen hovenier


T Gesigt van den Ed. Heer Gouverneurs huijs van agteren uijt de Thuijn
(1710), Cornelis Sluiter
Bron: Rijksmuseum Amsterdam

Het is natuurlijk maar een geintje, maar toch. Overzeese tuinen zijn in de weblog wel vaker naar voren gekomen. Meestal met of naar aanleiding van de mooiste plaatjes en grote gelijkenis met tuinen in Holland. Daarom, in de vakantieperiode, even tussendoor een variatie op het spelletje ‘Ik ga op reis en ik neem mee…’ Eeuwen terug misschien wel Den Nederlandtsen hovenier van Jan van der Groen…


Het huijs des Gouverneurs op Colombo / Platte Grond van de Thuijn, achter het Gouverneurs huijs, op Colombo (1726)  Bron: Atlas of Mutual Heritage (groter)


Plattegrond van de compagniestuin in Kaapstad (1726)  Bron: Atlas of Mutual Heritage (groter)

Facebooktwitterlinkedinmail

Beschrijving van een kunstige Wintertuin

Ik zat te bladeren in de inhoudsopgave van Reis door het koningrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg, voor jonge lieden, eerste deel van Anna Barbara van Meerten, geb. Schilperoort uit 1822, en m’n oog viel op de paragraaftitel ‘Beschrijving van een kunstige Wintertuin’. Dat maakt nieuwsgierig, dus die paragraaf gezocht en gelezen.

De briefschrijver, het boek is een bundel zogenaamde reisbrieven, is op Ameland, beschrijft een aantal zaken en komt ineens met die ‘Beschrijving van een kunstige Wintertuin’:

Iets aardigs herinner ik mij evenwel hier gevonden te hebben: namelijk een vernuftig uitgedachten Wintertuin‚ welken ik u eens wil beschrijven‚ schoon ik mij het dorp niet meer herinner, waar ik dien zag. Men had hiertoe een plekje uitgekozen in een bosch, aan den voet van een door kunst opgeworpen heuvel. Hier had men een tuinhuis van eene driehoekige gedaante geplaatst. Hooge sparre- en dennenboomen, op den heuvel geplant, dienden hemzelve ter beschutting voor alle Noordenwinden. De basis was naar het Zuiden gekeerd, zoodat de zonnestralen onbelemmerd door de groote ruiten der zeer digte ramen in het tuinhuis vielen, op de schuine, wit geverwde achterwanden zich concertreerden en de warmte zoo terug kaatsten dat, bij den minsten zonneschijn, de thermometer, welke hier hing, eene zomerwarmte aanwees. In de rondte stonden potten met allerhande groenblijvende boomen en planten, als Salie, Rosmarijn en Lavendel; voorts Oranjeboomen, Geraniums en eene menigte Bolbloemen. Uit eene kagchel, welke op een afstand gestookt werd, bragt men door buizen onder den grond, tegen de avond- en nachtkoude, de warmte aan; terwijl dit bevallige verblijf alzoo tevens tot eene oranjerie diende. Het huisje, van buiten, zoo wel als de grond vóór hetzelve, is bedekt met mos, en vóór het huisje zijn in eenen halven cirkel eene menigte Sparre-, Taxis-, Larix-, Dennen-, Genever- en andere groen blijvende boomen geplant, waardoor men ook in het diepst des winters hier niets dan groen ziet.

Geweldig toch, zo’n wintertuin, zo aansprekend! En op Ameland! Dacht ik. Want na overnemen van het citaat en het zoeken van wat context voor dit bericht op de website kwam ik in het introdeel van het boek. Anna Barbara schrijft dat ze niet alles (of moet je zeggen weinig?) heeft bezocht; het is ‘in een zeer beperkt landverbijf geschreven’; ze heeft ‘alleen uit de beste bronnen’ geput; en had in iedere provincie een ‘correspondent’ ter raadpleging en nalezing.

En ze vervolgt met : ‘Voorts heb ik, om deze reisbeschrijving voor jonge lieden te uitlokkender te maken, aan dezelve eenigzins eenen romantischen vorm gegeven; ook wel hier en daar eenig sieraad bijgebragt, zonder dat dit daar ter plaatse juist gevonden werd. Van dien aard is b.v. de wintertuin in Vriesland, enz.’

Waarom nou juist die wintertuin? De beschrijving is zonder meer treffend, maar hoe leuk was het geweest als het ook nog eens echt op Ameland had gelegen!
Jan Holwerda

Facebooktwitterlinkedinmail

Nog een Doomer met het Cascadedal bij Doorwerth


Het cascadedal bij de ‘Helle Colck’ in het bos te Doorwerth (1671-1673), Lambert Doomer
Bron: Art Institute Chicago (groot)

In 2016 werd een tekening van Lambert Doomer (1624-1700) geveild, met een voorstelling die we kennen en nu beschreven staat als Het Cascadedal bij de ‘Helle Colck’ in het bos te Doorwerth. Deze tweede versie is een navolging door Doomer van zijn eigen eerdere werk van tien jaar eerder; met wat vrijheden als een weide met koeien en een graanveld in de achtergrond in plaats van de steile helling van de eerdere tekening (en werkelijkheid). In een artikel van Ben Broos worden beide tekeningen beschreven en vergeleken en wordt de context geschetst.
Hiermee is er weer een volgende tekening in de reeks van afbeeldingen van het Cascadedal. Om te printen (groot) en toe te voegen in ons 1e Cascadeboek waar de tot toen bekende afbeeldingen naar voren werden gebracht. Dan kan ook de twijfel tussen toeschrijving aan Anthonie Waterloo of Lambert Doomer ten faveure van de tweede doorgehaald worden en wordt de zeventiende eeuw met zekerheid circa 1663.
Jan Holwerda

Ben Broos, Het Cascadedal, gezien vanaf de ’Helle Colck’ in het bos te Doorwerth, door Lambert Doomer, Delineavit et Sculpsit 45 (2019), p. 2-10.

We bezochten de locatie nog met de Cascade excursie voorjaar 2010, zie foto’s.


Het cascadedal bij de ‘Helle Colck’ in het bos te Doorwerth (circa 1663), Lambert Doomer
Bron: National Galleries of Scotland (Edinburgh) (groot)

Facebooktwitterlinkedinmail