Fachtagung: Klimaatverandering en historische tuinen

INGEZONDEN: In 2008 kwam het heel even aan de orde, klimatologische veranderingen die ook hun invloed zullen hebben, wat zeg ik, hebben op historische tuinen (zie 18 nov 2008). Denk aan het zeer vroege voorjaar, denk aan de laatste weken. Hitte, zeer plaatselijke stortbuien, grote droogte naast wateroverlast enz. Alles samenhangend met klimatologische veranderingen. Een afsluitende opmerking in de eerdere weblog was: In hoeverre kan straks nog aan een historisch verantwoorde beplantingsinvulling voldaan worden? En dan niet omdat soorten en/of variëteiten niet meer te krijgen zijn, maar omdat klimatologische veranderingen toepassing niet langer mogelijk maken.

Theo W. wil onze even attenderen op de Fachtagung “Historische Gärten im Klimawandel”, 4 tot 6 september, Park Sanssouci, Potsdam. Onze oosterburen zijn namelijk al enige jaren Deutch gründlich met dit thema bezig.

Auf der Tagung werden im interdisziplinären Austausch die Auswirkungen des klimatischen Wandels auf historische Gärten – im nationalen und internationalen Vergleich – beleuchtet und Lösungsstrategien für die zu erwartenden Probleme erarbeitet. Denn die Gefahren für die Kulturlandschaften, Wassersysteme und die Vielfalt der Pflanzen- und Tierarten gilt es frühzeitig zu erkennen und allgemeingültig zu vermitteln. Ergebnis der Tagung werden konkrete Handlungsanweisungen sein.
Voor bericht en aanmelden, zie hier.

Half september verschijnt ook nog een publicatie: Historische Gärten im Klimawandel: Empfehlungen zur Bewahrung. Zie hier.

Een bericht van de Werkgroep Tuinsculptuur

Precies vijf jaar geleden hebben wij de Studiegroep Inventarisatie Tuinsculptuur opgericht. Het inventariseren van tuinsculpturen in Nederland was een erg hoog ambitieniveau, terwijl onze beschikbare vrije tijd beperkt was. Om die reden is geleidelijk het accent verschoven van het inventariseren naar het bestuderen van tuinsculpturen op locatie. Deze pragmatische en informele werkwijze werd ‘bekrachtigd’ in een nieuwe naam: de Werkgroep Tuinsculptuur.

Het waren inspirerende en leerzame jaren, waarin we verschillende activiteiten hebben ontplooid. We hebben elkaar zeer regelmatig ontmoet op aansprekende locaties, zodat tuinsculpturen ter plaatse geobserveerd en besproken konden worden vanuit vaak verrassende perspectieven.

Mede dankzij onze inspanningen is op 5 maart jl. een bijeenkomst van het Platform Groen Erfgoed geheel gewijd aan tuinsculptuur. Onze werkgroep heeft daarbij een aanzienlijk deel van het inhoudelijke programma verzorgd. Het thema tuinsculptuur is daarmee geagendeerd. Wij vonden dit een passend moment om de activiteiten van de werkgroep te beëindigen. Gevestigde instituties zijn nu aan zet om het thema verder op te pakken. Op persoonlijke titel blijven we uiteraard actief op dit boeiende terrein!

Dineke Akkermans, Laura Fokkema, Dennis de Kool en Niek Ravensbergen

Spelevaren op de buitenplaats


Kasteel Renswoude, personeelsuitje op de eigen vijver? Bron: Eemland archief.

Met de hitte van de afgelopen dagen moet je eigenlijk aan of op het water zijn. Dat doen we nu, dat deden sommigen vroeger. Ook op de buitenplaats.
Jan Holwerda


Boottochtje langs de theekoepel van buitenplaats De Griffioen (Middelburg)  Bron: Zeeuws archief


Voor de watertunnel van Heidestein (Driebergen)


Varen op de gracht van Middachten (De Steeg) kan nog steeds  Foto: Jan Holwerda

Komkommertijd


Concommeren, Cruyde boeck (1554), Dodonaeus

Gisteren werd het woord komkommertijd gebruikt. Dacht toch even zoeken. Komkommer, comcommer, concommer, concommeren. Leonhard Fuchs noemt ‘m al in 1543 in z’n Den nieuwen Herbarins, dat is, d’breck van den cruyden…

En met deze zomerse dagen is een frisse salade met comcommer uit De verstandige kock of sorghvuldige huyshoudster misschien wel iets. Het geschrift werd in 1667 voor het eerst uitgegeven als bijlage bij De Verstandige Hovenier. Vervolgens werd het een aanhangsel van Het vermakelijk landleven en daarmee gekoppeld aan Den Nederlandtsen Hovenier van Jan van der Groen.

Van rauwe Saladen te bereyden
Neemt Kroppen, Latuwe, Krul-salaet, Vette of Koorn-salaet, oock de uytspruytsels van de Paerde-bloemen, oft wilde Cichoreye, oock uytspruytsels van Cichorey-wortels, Endivie, of roode en witte kool, of Comcommers, ‘t geen men best heeft, ofte in de tijdt is, en een van alle wel schoon gemaeckt zijnde, wordt met goede Olie van Olijven, Azijn en Sout gheheten : over de sommighe worden ghebruyckt toe-kruyden, yeder tot believen, doch de gemeene zijn Kars, Nepte, Porceleyn, Pimpernel, Raket, Dragon, Boteris; oock doet men daer wel over de Bloemen van Buglos, Bernagie, Roosen en Goudts-bloemen : Men eet dese Sala oock wel met ghesmolten Boter en Azijn te samen gewelt, in plaats van Olie en Azijn, tot yeders believen.

Tot slot, het vroeg op tafel brengen van de komkommer was lijkt het haast net zo groots als het presenteren van een ananas, zoals blijkt uit het onderstaande krantenbericht uit de Leydse courant van 23-01-1736.


Leydse courant 23-01-1736.

Teekeninge tot het aenleggen van Engelsche Lustbosschen


L.B. de Brabander, Nieuwe Vermeerde catalogus van de allerschoonste en voortreffelyke bloemen…, Gend 1782  Bron: books.google.nl

Zo maar, het is tenslotte komkommertijd. Aanbiedingen als navolgende kom je in oude kranten en catalogi tegen. En dan hoop je toch altijd weer ooit een teekeninge van zo’n vaak onbekende kweker of hovenier tegen te komen. Zo ook van ene L.B. de Brabander uit Gend (BE) die in zijn catalogus uit 1782 aangeeft:

Alle die genegen zoude zyn tot het aanleggen van Engelsche Lustbosschen konnen, voor den prys van 14 stuyvers bekomen een Naam-Iyst; latyn en vlaemsch, der Boomen en Heester gewassen, daer toe dienstig ; opgesteld volgens het Systema van den beroemden LINNAEUS, en als het de Heeren Liefhebbers zoude begeeren, zal men hun ontbieden de noodige Teekeninge tot het aenleggen van diergelyke Engelsche of andere zoort van Bosschen, Bloem-perken, &c. als ook de daar toe noodige Boomen en Heesters.

Voor de catalogus, zie hier.
Jan Holwerda

 

Virtueel Koningshuis Rhenen, met tuin

In Rhenen is de afgelopen jaren een uitgebreid onderzoek verricht naar de geschiedenis en inrichting van het paleis van Frederik van de Palts (bijgenaamd de Winterkoning) en zijn echtgenote Elisabeth Stuart (bijgenaamd de Winterkoningin), die in 1621 uit Bohemen naar Nederland vluchtten en in Voorschoten werden opgevangen, aanvankelijk in Villa Wassenaar, het huis van de schoonzoon van Van Oldenbarneveld en later in het huis van de onthoofde Van Oldenbarneveld in Den Haag.  Het paar woonde met hun kinderen grotendeels in Den Haag, maar zij verbleven ook ‘s zomers op Honselaarsdijk en lieten voor zichzelf een paleis bouwen in Rhenen.

Over het huis, gebouwd vanaf 1630 en over de inrichting ervan is vrij veel bekend, zodat de werkgroep Virtueel Rhenen het paleis heeft kunnen nabouwen anno ca. 1630. Over de tuinen was tot kort geleden heel weinig bekend.

Echter  twee advertenties uit de Amsterdamse Courant van 14 februari 1704 en 8 januari 1726 vertellen ons iets meer en geven ons de zekerheid dat er een tuin bij het paleis heeft gelegen met taxus-, buxus- en jeneverbesbomen, vele soorten vruchtbomen, naantjes etc.

In opdracht van de Werkgroep Virtueel Rhenen zijn nu ook tuinen anno 1630 ontworpen en ingericht. Hieronder de twee advertenties uit 1704 en 1726 en een gecombineerd zicht in het virtuele paleis en de virtuele siertuin. In januari 2015 zal een artikel over deze tuinen verschijnen waarin uitvoerig zal worden ingegaan op de keuzes die gemaakt zijn voor het ‘aanleggen’ van deze tuinen.
Klik hier voor virtueel Rhenen, Koningshuis en tuin.
CO

Uit: Amsterdamse Courant, 14 februari 1704:
Men is van meeninge op den 18 February 1704., des voormiddags ten 10 uuren publyk binnen Rhenen in de Provincie van Utregt, te verkopen, een goede quantiteyt schoone welgeconditioneerde fijne zieddragende Taxus Pyramides, van 9 tot 17 en een half voeten hoog [ca. 3 tot 5 meter], midsgaders Genever en Palm Piramides, Taxus Heggen, Latwerk tegen de muuren, houte Piramides, Schuttingen, het Houtgewas van dese Heggen, en een Sterrebosch, een Schuurberg, alle staende in en ontrent het Schone Paleys tot Rhenen, midsgaders de Hoeven en Blomparken daer aenbehoorende.

Uit: Amsterdamse Courant, 8 januari 1728:
Te huur een schoon Huys met een bassecour, voorzien met veel royale vertrekken so beneden als boven, met schoone kelders en kluysen, Koetshuys, Stallingen, en Tuyn met een zeer plaizant Somer-Huys, schoone uytzigt, voorzien met zeer goed Vrugt-Boomen, gelegen binnen de stad Rhenen in de provincie Utregt; nog een Tuyn omtrent 4 morgen groot met een Tuynmanshuys, bepoot met veele zeer goede Vrugt-Boomen van alderhande soorten so opgaende als arborneins, met een vijver waer van ‘t water t-yt de rivier de Rijn inkomt gelegen even buyten de poort der voorsz. Stad, zeer na ae’n het Groothuys.
Iemand nader onderrigting begeerende adresseere zig aen de heer David Ponchoud Commissaris van zijn Majt. van Groot Brittannien, woonende tot Utregt.

Mysterieuze figuren in de letters ‘Elswout’


Uitsnede kaart Elswout (1812), Hendrik van Zutphen.  Bron: Noord-Hollands Archief.
Bewerking van deze en volgende uitsneden door webmaster.

Opnieuw de kaart van Elswout, uit 1812, van Hendrik van Zutphen. Zie ook 30 september 2012, 16 maart 2013, 26 maart 2013 en 28 maart 2013.

De heer Van Velzen is in deze kaart gedoken en wilde het navolgende al prijsgeven. Hij ziet het navolgende als slechts een puzzelstukje in de grote puzzel die Elswout heet. En aan die puzzel is hij nog hard aan het werken.

Wanneer men inzoomt bij de kaart van Elswout, uit 1812, van Hendrik van Zutphen dan valt o.a. op dat er mysterieuze figuren in de letters ‘Elswout’ boven aan de kaart staan (zelf inzoomen kan hier). In het kort symboliseren de figuren in de letters volgens mij het volgende:

E bevat een mensfiguur met hamer – het bewerken van de geest tot volmaakte mens [duidt op wat de mens diep van binnen zou willen zijn]

L bevat een mensfiguur op z’n kop – een ‘omgekeerd mens’ is iemand die zijn innerlijke begeerten najaagt en naar buiten toe een schijnvertoning opvoert (eeuwige contraverse tussen gewillige geest en zwakke vlees die leidt tot hemel of hel), dus geestelijk dood [duidt op wat de profane mens feitelijk is]

S bevat een Poseidonachtige figuur en een vis – zuivering/reiniging (zee/water) en redding (vis als christelijk symbool)

W bevat twee mensfiguren, een met hamer links (vermoedelijk) en een met staf rechts – kracht/bewerken van geest tot volmaakte mens (hamer) en de wil die daarvoor nodig is om dat te volbrengen (staf) (ook een waarschuwing: als je die wil niet volgt, dan leidt dat tot de ondergang zoals in het verhaal van Osiris en diens broer Seth). Alleen samen (kracht en wil, Isis en Osiris) vormen ze stabiliteit [of Boaz en Jachin natuurlijk binnen de vrijmetselaarstraditie].

O bevat twee jonge mensfiguren (jongen en meisje) die via takken met elkaar verbonden zijn – nieuw leven / verbinding / verbond tussen het mannelijke en het vrouwelijke (mogelijk ook nog levenscirkel, maar dat stemt niet overeen met twee jongelingen)

U bevat vrouwfiguur in de vorm van een nereïde/nejade (waternimf) die een hoorn des overvloeds vasthoudt – overvloed/overvloed aan (geestelijk) voedsel/rijkdom

T bevat een mensfiguur die een tak vasthoudt – geluk / groei / nieuw leven

Kortom: deze met figuren versierde letters vertellen volgens mij een inwijdingsverhaal / transitie tot ware mens! Soortgelijke inwijdingssymboliek komt/kwam elders terug op het landgoed, maar ook wederopstandingsleven en bijna alle andere denkbare symboliek die vanuit de vrijmetselarij bekend is, van vlammende ster tot en met het graf (met de acacia) aan toe! Er zijn alles bij elkaar zoveel aanwijzingen dat ik overtuigd ben dat er hier sprake is van een vrijmetselaarstuin. Het vergt echter nog een lange weg om dat ook daadwerkelijk aan te tonen c.q. aannemelijk te maken.
Jan-Willem van Velzen

Tuinkunstboeken en René Pechère Prijs 2013


Winnaars en zij die een bijzondere vermelding kregen. Foto: Ruud van Hövell tot Westerflier

Het boek Metropolitane landschapsarchitectuur van Clemens Steenbergen en Wouter Reh heeft goed twee weken geleden de René Pechère Prijs 2013 gewonnen. Er waren vijf genomineerden, zie bericht 3 juni.
De genomineerde boeken vielen uiteen in twee categorieën: twee boeken over tuinkunst en drie over landschapsarchitectuur. Het commentaar betreffende de twee boeken over tuinkunst luidt:

De Nederlandse landschapsstijl in de 18de eeuw, een ode aan de landschappelijke stijl van de 18de eeuw in Nederland, een boeiend boek om van weg te smelten, een tot boek herwerkt doctoraat, een leerzaam en leesbaar naslagwerk met aandacht voor de politieke, culturele en maatschappelijke achtergronden die heel wat meer verfijnde en nieuwe inzichten aanbrengt. Ook hier wordt het lang onderschatte belang van de opdrachtgever benadrukt. De landschappelijke stijl is ook een mooie illustratie van de uitdijende tijdsgeest op sociaal en geografisch vlak. Het boek laat je niet los en noopt tot verder lezen. Een jury merkte gevat in het Frans op: “Monsieur Tromp, vous ne m’avez pas trompé”.

Roodbaards Rijkdom, ronduit schitterend, een interessante monografie over een belangrijke Nederlandse ontwerper, fris en poëtisch, gul geïllustreerd met schitterende historische documenten, een voorbeeld en model in zijn soort. Een uitnodiging ook tot een reële kennismaking en verkenningstocht in het Noorden van Nederland. Hier wordt een methode voorgesteld om bij gebrek aan geschreven bronnen, parken toch toe te schrijven aan een ontwerper op grond van ontwerpmethodieken,vormcriteria en stijlkenmerken. Met terechte aandacht voor de opdrachtgevers en de familiebanden tussen opdrachtgevers en … met een bijzonder gesmaaktevermelding van Metto Vroom’s voorvader, Jan Vroom senior. U moet weten dat Metto Vroom voor zijn Lexicon van de Tuin- en landschapsarchitectuur (2010) een bijzondere vermelding gekregen heeft in de eerste editie van de Nederlandstalige Literaire René Pechère Prijs, de editie 2011.

Complete juryrapport is hier te downloaden.


Heimerick en Els in een onderonsje  Foto: Ruud van Hövell tot Westerflier

Conferentie Groves Lost, Found & Made

INGEZONDEN door Jan Woudstra: Hierbij de informatie over onze conferentie over groves of wildbossen, bosquets, hoe je ze dan ook maar wil noemen.

The grove -a grouping of trees, intentionally cultivated or found growing wild- has a long diverse history entwined with human settlement, changing rural practices and the emergent culture and politics of cities. A grove can act variously as memorial; place of learning; site of poetic retreat and philosophy, or political encampment; a public park or public theatre; place of hidden pleasures, symbol of a vanished forest ecology; or place of gods and/or other spirits. Yet groves are largely absent from our contemporary vocabulary, and they are only rarely included in today’s landscape design practice, whether urban or rural. However since groves have the potential to support new urban forms and ecologies, they would be able to contribute to the importance of place. As a result critical examination is long overdue and groves need to be assessed both as literal and metaphorical manifestations and as ways of defining spaces and ecologies for cultural life in city and country.

Groves Lost, Found and Made is a long term study investigating the distinctive role and cultivation of groves in the past, and the making of new urban places through experimental art, design and management, reworking traditional practices. It examines groves as defining spaces and ecologies for an alternative cultural life in both city and country. The first in a series of conferences explores histories of groves from multidimensional and multicultural perspectives. The conference aims to select a number of contrasting examples and answer questions such as:
• Why were groves created?
• How were they designed and planted?
• How were they used?

Conference Programme
Booking Information

24 aug Vlaskamp Tuindag in Mantgum


Vlaskamptuinen langs de ‘Villa-laan’ te Mantgum  Bron: www.nicokloppenborg.nl

Vlaskamp Tuindag in Mantgum
zondag 24 augustus 2014 van 10.30 tot 17.00 uur

De negentiende-eeuwse tuinontwerper Gerrit Vlaskamp is op dit moment ”hot”. Dit jaar zijn er maar liefst twee exposities rondom het werk van de tuinontwerper. In het Fries Museum in Leeuwarden een overzichtstentoonstelling “de vergeten tuinen van Gerrit Vlaskamp” en in It Tsiispakhús in Wommels “Gerrit Vlaskamp in Littenseradiel”. Naast deze twee tentoonstellingen is er een boek verschenen over zijn werk, uitgegeven door Afûk. Om de sfeer van de tuinen van Vlaskamp te proeven en werkelijk te ervaren moet u echter in Mantgum zijn. In dit prachtige dorp is een groot aantal tuinen van deze herontdekte ontwerper bewaard gebleven. Langs de Seerp van Galemawei rijgen de groene juweeltjes zich als parels aan een snoer.
De Vlaskamp tuindag staat geheel in het teken van het negentiende-eeuwse tuinieren. Er zijn rondwandelingen langs de tuinen, kwekers met bijzondere plantencollecties en lezingen door experts.

Seerp van Galemawei 15 te Mantgum, toen (boven) en nu (onder). Bron: www.gerrit-vlaskamp.nl