Ietse-Jan Stokroos winnaar van de COE penning


Winnaar Ietse-Jan Stokroos neemt de COE penning in ontvangst, uitgereikt door Carla Oldenburger-Ebbers  Foto: Sandra den Dulk

Afgelopen woensdag waren we voor de Cascade MidZomerNacht bijeenkomst te gast op Landgoed De Leemcule bij Dalfsen, met als gastheer Philip de Haseth Möller. Prachtige plek, schitterend weer, mooie opkomst, fijn gezelschap, prima inleiding in de geschiedenis van de plek, lekkere rondgang, puike verzorging wat drank en eten betreft en een winnaar…

De winnaar van de Carla Oldenburger-Ebbers penning 2017 is: Ietse-Jan Stokroos met Graven in het landschap. Vormgeving en inrichting van begraafplaatsen in Nederland in het interbellum.
Daarnaast waren er twee eervolle vermeldingen: Fenny Ramp met ‘Ten gerieve des volks’ Een onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van een uniek volkspark: het Sloterpark en Gerrit van Oosterom met Gronden van vermaak.


Ronald van Immerseel verhaalt over de ontwikkelingsgeschiedenis van De Leemcule  Foto: Johan Carel Bierens de Haan


En gegeten en gedronken werd er ook  Foto: Johan Carel Bierens de Haan

Facebooktwitterlinkedinmail

Het groene laboratorium

OVERGENOMEN
Trudy van der Wees, Het groene laboratorium. Honderd jaar Botanische Tuin TU Delft, Delft 2017, 148 p., €19,50 (na 20 aug € 22,50)

In 1917 werd de Cultuurtuin voor Technische Gewassen te Delft in gebruik genomen. In 100 jaar ontwikkelde deze zich tot de huidige Botanische Tuin TU Delft: een groen laboratorium waarin innovatieve en duurzame oplossingen worden bedacht voor maatschappelijke problemen. Dit jubileumboek beschrijft het bijzondere verhaal achter de tuin, met veel unieke foto’s.

Hier bestellen en hier deel inzien.

Facebooktwitterlinkedinmail

Aan de Stichtse Lustwarande

OVERGENOMEN

Op 5 juni werd het nieuwe boek van Annet Werkhoven Aan de Stichtse Lustwarande gepresenteerd op landgoed Doornveld (Doorn).

Dit boek is het eerste deel van de serie waarin zoveel mogelijk bekende en onbekende landgoederen, buitens en villa’s in de omgeving van de Stichtse Lustwarande beschreven worden. Historica Annet Werkhoven schetst de ontstaansgeschiedenis van de gebouwen en de geschiedenis van de bewoners en gebruikers. Ook beschrijft zij hoe de veranderende tijden ingrijpen in het behoud, beheer en gebruik van de mooie panden en landgoederen. In dit boek beschrijft ze 25 bekende en minder bekende landgoederen van de Stichtse Lustwarande: Doornveld, Beukenrode, Hydepark, Boschwijck, Oudeweg, La Forêt, Bloemenheuvel, Nieuweweg, Johannesberg, Mariënburg, Bloemenoord, Clijn Martijn, Veldzigt, Vrije Nesse, De Horst, Wildbaan, Bouwlust, De Bunt, Lindenhorst, Sterrenbosch, Providentia, Overhorst, De Engh (en Villa Johanna), Broekbergen en Dennenburg.
Artikelen van de hand van Annet Werkhoven over deze landgoederen zijn de afgelopen anderhalf jaar verschenen in de Stichtse Courant/De Kaap, maar verschijnen nu, herzien en aangevuld, in boekvorm.

Annet Werkhoven, Aan de Stichtse Lustwarande. Bekende en minder bekende landgoederen, buitens en villa’s, ISBN 9789492055392, 160 pp., € 19,95
(voorbeeld van een artikel, hier over Doornveld)

Facebooktwitterlinkedinmail

Zoeken naar de heldere lijn, biografie Mien Ruys

INGEZONDEN

Vrijdag 16 juni om 15.15 uur zal Johan Carel Bierens de Haan, voorzitter van Tuinhistorisch Genootschap Cascade de biografie van Mien Ruys feestelijk in ontvangst nemen uit handen van Anne Mieke Backer van Uitgeverij de HEF publishers.
Vanaf 15 juni is het boek bij uitgeverij de Hef te bestellen, klik hier.

Leo den Dulk, Zoeken naar de heldere lijn. Mien Ruys 1904-1999. De complete biografie, Rotterdam 2017, ISBN 978 90 6906 051 4, p. 340, € 39,90

Mien Ruys is de belangrijkste Nederlandse tuinarchitect van de 20ste eeuw en wordt ook in het buitenland gezien als een van de voornaamste vertegenwoordigers van de moderne stroming in de tuin- en landschapsarchitectuur. Wat Gerrit Rietveld voor de architectuur betekende en Piet Mondriaan voor de Stijl-beweging, was zij voor de groene buitenruimte. Ruys brak rigoureus met de zware romantische parken en stijve rozenperkjes en voedde generaties tuinbezitters op met haar heldere plattegronden en haar uitbundige plantenborders. Op het niveau van stedelijk groen werkte zij samen met stedenbouwkundigen en architecten van het architectencollectief De 8 en Opbouw zoals Cornelis van Eesteren en Ben Merkelbach.
Deze biografie, onder meer gebaseerd op haar dagboeken, is toegespitst op de ontwikkeling van haar oeuvre, geïllustreerd met plattegronden, tekeningen en kleurenfoto’s. Daarin staat Mien Ruys’ voortdurende zoeken naar heldere lijnen en opvattingen centraal: door zelfontplooiing, experimenten en debatten met zielsverwanten. Het boek begint met haar ontwikkelingsjaren als kwekersdochter, haar Berlijnse tijd, haar architectuuropleiding in Delft en haar worsteling om zich vrij te maken van burgerlijke conventies. Op het terrein van de familiekwekerij Moerheim in Dedemsvaart begint zij experimentele tuinen, die nog altijd bestaan en een trekpleister vormen voor liefhebbers uit de hele wereld. In 1937 start zij een bureau in Amsterdam, dat behalve voor particulieren en gemeenten, groenontwerpen maakt bij ziekenhuizen en fabrieken. Zij vormen steeds een neerslag van haar sociale idealen voor meer levenskwaliteit van brede bevolkingslagen.

Nog altijd laten vakgenoten zich door de ideeën van Mien Ruys inspireren. Onder anderen ontwerpers van de beroemde ‘Dutch Wave’, zoals Piet Oudolf, Jacqueline van der Kloet en Ton ter Linden zijn aan haar schatplichtig. Er is nog een aantal tuinen en groenvoorzieningen en een duizendtal ontwerpen van Ruys’ hand bewaard. Vooral het groen in de wederopbouwwijken vormt een actueel onderwerp in debatten over stedelijke herontwikkeling. Het boek luidt een serie deeltentoonstellingen en debatten over Mien Ruys in, o.a. in ABC archtectuurcentrum Haarlem, De Ploeg Bergeyk, LU Wageningen, Mien Ruys Tuinen Dedemsvaart,Van Eesteren Museum Amsterdam.

Facebooktwitterlinkedinmail

Opening tuinseizoen Paleis Het Loo

Voor een ieder die op 1 juni de opening van het tuinseizoen van Paleis Het Loo niet heeft kunnen meemaken, is het de moeite waard om alsnog de tentoonstelling ‘Groen & Blauw’ te gaan zien. Kristen Duysters vertelde o.a. over de manier waarop de Delfts aardewerk tuinvazen van Paleis Het Loo uit de periode van ‘Willem en Mary’ zijn gereproduceerd bij de firma Koninklijke Tichelaar te Makkum. Hierover wordt op de tentoonstelling het een en ander belicht en op film getoond. Ook wordt duidelijk gemaakt dat zowel de Koning-stadhouder als zijn vrouw Koningin Mary belangstelling hadden voor bijzondere en exotische planten en grote invloed hebben gehad op de ontwikkeling van de tuin op Paleis Het Loo.
Op deze zonnige middag was het uitrijden van de citrusboom met een historische kuipwagen, getrokken door een prachtig Fries paard, een lust voor het oog.
Christine Sinninghe Damsté


Foto’s: Christine Sinninghe Damsté

Facebooktwitterlinkedinmail

Kwadratuur of ruitjes (3)


Uit La Théorie et la pratique du jardinage (1709 en latere versies), Antoine-Joseph Dezallier d’Argenville

Nog weer een andere vorm van de toepassing van kwadratuur, naast de eerdere twee (hier en hier), is van een raster op het ontwerp van de parterre en het uitzetten van zo’n parterre het behulp van eenzelfde raster in het terrein. Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk de tekening uit La Théorie et la pratique du jardinage (1709 en latere versies) van Antoine-Joseph Dezallier d’Argenville: Le parterre C dessiné et maillé sur le papier en Le même parterre C amillé et tracé sur le terrain.

Om er een wat meer Nederlandse tint aan te geven, de tekening en een beschrijving van de stappen komt ook voor in eerste deel van Huishoudelyk woordboek (1743) van Noel Chomel, een Nederlandse vertaling van een van oorsprong Frans werk; onder ‘Lusthof’ en paragraaf ‘Hoe men op een grond allerlei tekeningen maakt’. Daarna volgen nog: ‘’t Aanleggen en halen van een Parterre op den grond’, ‘’t Maken van een Starre-bosje op een stuk gronds’ en ‘’t Tekenen van een droge Kom, op den grond’.
Jan Holwerda


Lusthof, uit Huishoudelyk woordboek (1743) van Noel Chomel

Facebooktwitterlinkedinmail

Kwadratuur of ruitjes (2)


Plaat XIX uit Verzameling van tuinsieraden (1867), Gijsbert van Laar  Bron: Jan Holwerda

In het voorgaande bericht noemde ik al even de kwadratuur gebruikt om een kopie te kunnen maken. Tekenen leerde je onder anderen door natekenen, kopiëren dus. In zo’n geval is het gemakkelijk(er) om een raster op het orgineel te leggen/trekken en vervolgens een en andere na te tekenen met behulp van eenzelfde raster op een blanco tekenvel. Er bestaan, volgens mij, meerdere tuintekeningen/ontwerpen met zo’n raster, maar een naam/collectie/archief schiet me niet direct te binnen.

Zelf bezit ik een exemplaar van Verzameling van tuinsieraden van Gijsbert van Laar uit 1867, de gecoupeerde versie van Magazijn van tuin-sieraaden uit 1802-1809. Van de 40 plattegronden die hierin staan zijn er twee waar een raster overheen is getrokken. Iemand zal ze met ondersteuning hiervan hebben nagetekend.
Jan Holwerda

 

Facebooktwitterlinkedinmail

Draadraam, perspectiefraam of ruitjes (1)

Nevenstaande tekening kwam ik tegen in een Duits boek. In dit boek zelf staat het niet beschreven, maar het is een draadraam, draadscherm of perspectiefraam ter ondersteuning van het tekenen van een landschap. Even simpelweg: van het ‘beeldje’ in een ruitje in het draadraam naar een ‘beeldje’ in het ruitje op papier.

Ik moest direct aan de tekening van de achterzijde van Het Loo door Melling denken. Heb Antoine-Ignace Melling (1763-1831) reizend kunstenaar (1991) van C. Boschma & J. Perot er op nageslagen (toen ik in een bibliotheek kwam die het bezat). Daar staat een mooi hoofdstuk in over het tekenen van panorama’s zoals die van Melling: ‘Perspectiefproblemen bij panoramatekeningen’ door Theo Laurentius. Een heel interessant hoofdstuk met ook een draadraam, hier die van Albrecht Dürer, en na analyse en uitleg de conclusie dat Melling zo’n draadraam voor de opzet van zijn tekeningen niét heeft gebruikt. De kwadratuur die we op tekeningen van hem zien is uitsluitend gebruikt om een kopie te kunnen maken.

Al past het voorbeeld er niet bij, het nevenstaande draadraam heeft wel iets fascinerends.
Jan Holwerda

Draadraam, uit Liber Artificiosvs Alphabeti Maioris, oder: neu inventirtes Kunst- Schreib- und Zeichenbuch (1782-1785), Johann Merken

Le château de Loo ancien et moderne dans le Dpt. de Yssel (1808), van Antoine-Ignace Melling

Facebooktwitterlinkedinmail