Huize Weltevreden (Vught), wie weet meer over schilder en objecten?


Huize Weltevreden (Vught).

Onze Cascadevriend Willem P. bezit een olieverfschilderij (32 x 38 cm) voorstellende huize Weltevreden, met tuin, gelegen aan de Boxtelseweg 26 te Vught. Het huis bestaat nog, inmiddels zwaar verbouwd tot kantoor.
Intrigerend zijn vooral de beelden en de ovale bol op sokkels in de tuin. Het schilderij is niet gedateerd maar doet biedermeierachtig aan. Linksonder in de voet van sokkel staan de initialen van de schilder. Voor welke naam deze letters staan is nog niet achterhaald.

Wie helpt? Wat is de naam van de schilder en wat valt over de beelden en ovale bol te vertellen?


De initialen van de schilder.

     
Aantal uitsneden.

Facebooktwitterlinkedinmail

Doolhofsporen op landgoed Sparrendaal


Fig 1: Maaiveldhoogtekaart van een deel van het landgoed Sparrendaal, met daarin een doolhofreliëf (A), sporen van bebouwing (B), en, als referentie de Lourdesgrot van het groot-seminarie Rijsenburg (C). Hoe warmer de kleur, hoe hoger.

Onlangs heb ik enkele weken noodgedwongen thuisquarantaine benut om me als geïnteresseerde leek te verdiepen in de geschiedenis van mijn woonplaats Driebergen, onderdeel van de Stichtse Lustwarande, en voorzien van een aantal fraaie landgoederen. Naast allerlei boeken en 19e eeuwse prentbriefkaarten bleek daar ook een voor mij geheel nieuwe toegang tot het verleden beschikbaar, het met laserlicht opgestelde Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). De daarin aanwezige hoogtekaart van het maaiveld kon ik goed gebruiken om de loop van de vele sprengen richting de landgoedvijvers te reconstrueren, óók waar delen van die waterlopen inmiddels weer waren gedempt.

Op het landgoed van Sparrendaal, een belangrijke historische buitenplaats in Driebergen en in de 19e-20e eeuw tevens locatie van het Grootseminarie Rijsenburg, bleek op de AHN-maaiveldkaart echter ook een ander tuinhistorisch spoor goed zichtbaar: een doolhof (zie figuur 1, bij A).


Fig 2: Tekening van een deel van het landgoed Sper en Daal in 1758, met daarin de locaties van A, B, en C ingetekend. De diagonale laan die tussen B en A doorloopt is in de AHN-kaart nog vaag zichtbaar. In het verlengde van de brede zichtlaan ligt nog een groot sterrenbos (hier niet getoond).

Ik heb uit de tuinhistorische literatuur, bijvoorbeeld Doolhoven en labyrinten in Nederland van Schaefers en Backer, begrepen dat landgoedeigenaren in de 17e t/m 19e eeuw regelmatig een doolhof lieten aanleggen, ter vermaak van bewoners en bezoekers, en vaak ook als extra vertoon van rijkdom. Ook op Sparrendaal lijkt dat te zijn gebeurd, zo laten de AHN-sporen zien. Het gaat hier om een relatief symmetrisch doolhofpatroon van ongeveer 90 bij 45 meter, met daar waar de paden in het AHN nog goed zichtbaar zijn ongeveer 15-20 cm hoogteverschil tussen pad en grondrug, een padbreedte van ongeveer 1,5-2,0 meter, en een minimale grondrugbreedte van ongeveer 2,5-3,0 meter. Er zijn diverse doodlopende wegen, en een duidelijk eindpunt omringd door een wat meer verhoogde semicirkelvormige grondwal. Het doolhof ligt op ongeveer 800 meter wandelen van het landhuis. Bij bezoek aan de locatie treft men een geheel door bomen overwoekerd stuk bos aan waar mede vanwege een dik dek van jarenlang gevallen bladeren eigenlijk niets opvalt. Totdat je vanuit de AHN-maaiveldkaart gericht gaat kijken – dan blijkt het doolhof in grote delen nog duidelijk waarneembaar. Verder zijn op diverse prominente plekken van de grondruggen, o.a. in het hart van meerdere 180-graden bochten van het pad, in struikvorm de resten van oude eikenbomen zichtbaar.

Het grondpatroon roept meerdere vragen op. In welke periode is dit doolhof aangelegd, en door wie? Wat was de oorspronkelijke staat? Waren de grondruggen begroeid met hakhout, hagen, graszoden, sierplanten? Was het een doolhof waar bezoekers in konden verdwalen, of was het een speels aangelegde siertuin waarin verdwalen geen prioriteit had? Waren de eikenbomen deel van het ontwerp? Wanneer is het onderhoud gestopt, en waarom? Een qua lanenstelsel en andere details heel precieze tekening van het landgoed uit 1758 laat op de bewuste locatie geen doolhof zien (zie figuur 2), en datzelfde geldt voor de rond 1805 door Franse troepen getekende, eveneens zeer precieze kaart van Marmont. Dat zou kunnen betekenen dat het doolhof er toen nog niet was, maar natuurlijk ook dat het als detail gewoon niet is ingetekend. Verder lijkt het doolhofpatroon voor mij als leek op geen van de gangbare ontwerpen (i.t.t. bijvoorbeeld het klassiek vierkante patroon van het op deze blog in oktober 2015 gemelde doolhofreliëf in Arcen, zie hier). Ik hoop dat er lezers van deze blog zijn die vanuit hun tuinhistorische expertise over dit alles wat meer kunnen zeggen.

In de onmiddellijke nabijheid van dit doolhof, in hetzelfde rechthoekige bosperceel, zijn overigens ook zeer duidelijke reliëfsporen van oude bebouwing te vinden (locatie B). Sparrendaal herbergde in de 19e eeuw ergens een kluizenaar, wellicht gaat het hier om de resten van een hermitage? De locatie past in ieder geval bij de vroegere naam van een nabijgelegen laan die hier vanuit de heerweg naartoe leidt, de Hermietenlaan.
Jos van Berkum

Facebooktwitterlinkedinmail

Thema, kunstenaar, betekenis, locatie?

Een oude(re) heer, een jong meisje en een bedje van tulpen. (Bron: Museum de Zwarte Tulp) (groter)

Museum de Zwarte Tulp te Lisse heeft een klein paneel met olieverf uit de zeventiende eeuw met daarop een prachtig bedje met tulpen in langdurig bruikleen. Het is een bezit van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Directeur Werner van den Belt stuurde een vragende mail…

In z’n algemeen wordt informatie gezocht, over het thema, de kunstenaar, de betekenis, de locatie, etc.
Is het een bestaande tuin? Een fictieve Hortus Conclusus? De deskundige kunsthistorici en RCE staan voor een raadsel. Voor het meisje zijn allerlei verklaringen maar voor de oude man met het perkament in zijn hand niet. Na het kijken van duizenden schilderijen uit de zeventiende eeuw heeft Werner geen enkele overeenkomst in schilderwijze en/of compositie gevonden. Wel ziet hij overeenkomsten in de prenten van Adriaan van de Venne die hij samen met Jacob Cats maakte. Een aantal van deze moralistische voorstellingen zijn gesitueerd in tuinen, mogelijk in Middelburg. Werner vindt de oudere heer ook wel iets weg hebben van Cats zelf.

Is het een portret van Cats? Het verklaart het document in zijn hand (een gedicht) en een moralistisch gedichtje rechts op de muur. Wat de tekst betreft is een medewerker van de RCE door ontcijferen tot het volgende gekomen:
Wat doet ghy vrouwke fijn
Ik wiedt het oncruit int hofien mijn
Dat ijder ‘t sijn en ….. anders uit widen
Daer sal de meer ….
inde werelt geschiden

De houding van de man over de balustrade heeft overigens veel overeenkomsten met vele andere prenten uit die tijd zoals van Crispijn van der Passe en de bekende prent van de Leidse Hortus Botanicus.

Ideeën?

Mogelijk is het klassiek aandoende gebouw rechtsboven een ingang.

Als alternatieve betekenis gebruikt Werner wel eens het verhaal van het meisje dat een oudere heer bollen wil verkopen, vlak voor de tulpomanie. De man ziet er namelijk erg goedgelovig uit. Meestgebruikte verklaring is dat het meisje haar maagdelijkheid wil aanbieden, maar waarom dan die oudere heer en wat is het papier in zijn hand? Heeft hij haar vrijgekocht bij de Begijnen?

Bovenstaande verklaringen zouden kunnen wijzen op een jaartal rond 1630-1635. Hofjes zoals deze zijn er waarschijnlijk honderden geweest, dus dat is onbegonnen werk. Velen bestaan ook niet meer. Kleding zou op Amsterdam kunnen wijzen. Aldus Werner van den Belt.

Facebooktwitterlinkedinmail

Onbekend tuinontwerp van Roodbaard ontdekt


Ontwerp voor Huize Voormeer (Heerenveen), L.P. Roodbaard (Bron: Tresoar)

(OVERGENOMEN, deels)
Kort voor de intelligente lockdown ontving Tresoar (Leeuwarden) een onverwachte schat! De vondst werd gedaan in een tuinhuis in Ridderkerk en betreft een aanvulling op het familiearchief Van Heloma (toegang 329-03).

… een tot nu toe onbekend tuinontwerp van de hand van de beroemde tuinarchitect Lucas Roodbaard (1782-1851). De ingekleurde plattegrond is ongedateerd en bevat geen titel of locatie-aanduiding. Onderzoek door Roodbaard-deskundige Rita Radetzky heeft aangetoond dat het hier gaat om een ontwerp voor de tuin van Huize Voormeer in Heerenveen, in de 19de eeuw het woonhuis van de familie Van Heloma. Het plan dateert van voor 1849.

Het archief kon aan het bestaande familiearchief toegevoegd worden dankzij de oplettendheid van een aantal mensen uit Ridderkerk. Bij het opruimen van een nalatenschap, die lag opgeslagen in een tuinhuis, vond een inwoner van die plaats twee plastic tassen met daarin de bijzondere documenten. Hij bracht ze naar de plaatselijke historici van de Stichting Oud Ridderkerk, die na onderzoek direct contact opnamen met Tresoar. De stukken worden momenteel geïnventariseerd en zijn nog niet beschikbaar voor het publiek. Het tuinontwerp van Roodbaard is binnenkort beschikbaar via het Fries Kaartenkabinet van Tresoar. (hier nu al groot te zien).

Rita kon het ontwerp nog meenemen in de tweede herziene druk van Stinzen, staten en buitenplaatsen in Friesland, dat nu in de boekwinkel ligt. (zie ook hier) Hierin staan meer verrassingen, bijvoorbeeld een tot dusver onbekende bouwschets voor Martenastate in Koarnjum. Architect Hendrik Kramer sloeg in 1888 aan het tekenen voor de eigenaar van dit verwaarloosde kasteeltje, maar tot uitvoering kwam het toen niet. Martenastate ging in 1900 tegen de vlakte, waarna architect Willem Cornelis de Groot het huidige pronkgebouw ontwierp voor deze plek.

Rita Radetzky, Stinzen, staten en buitenplaatsen in Friesland, Stichting Staten en stinzen, € 24,95 (exclusief verzendkosten); bestellen via statenstinzen@outlook.com.

Facebooktwitterlinkedinmail

De rozenborder van Hindersteyn, te zien op de open tuindagen


De rozenborder van Hindersteyn (Langbroek)

Jarenlang hebben wij op Hindersteyn een rozentuin gehad. Helaas was de ligging niet zo gunstig en ook historisch niet helemaal verantwoord. Maar het was met name ook te nat in dat deel van de tuin. Een vrijwilligster maakte veel werk van het verzorgen van de rozen, onze rozenkoningin om het maar zo te zeggen. De plek bleek uiteindelijk nodig voor de bouw van tenten in verband met de huwelijken die wij enige malen per jaar faciliteren. Besloten werd een nieuwe rozenborder aan te leggen, één die ook vanuit het kasteel te zien zou zijn. Deze border moest vijftig meter lang worden. In najaar 2017 zijn de rozen verplant en is de border gerealiseerd, afgezet met oude betonschutting delen afkomstig van kasteel Oldenaller bij Putten. Deze betonplanken zijn niet zo dik als de moderne varianten, je krijgt dan een mooi dun randje waar het gras tegen aan kan groeien. De border is wat opgehoogd zodat de rozen geen natte voeten krijgen. Bij een brocante in Driebergen kwam ik een smeedijzeren obelisk tegen. Een beetje roestig. Er was er maar één, maar in België kon de handelaar er meer verkrijgen. Met acht exemplaren kon ik uit de voeten. We hebben ze iets verlengd om ze een ‘’kasteel formaat’’ te geven. Hier staan nu klimrozen tegen. Die steken boven de heg uit zodat ze zichtbaar zijn vanuit de rest van de tuin en men er toe bewogen wordt om daar eens een kijkje te nemen. Ria, onze rozenkoningin werkt bij Abbing in Driebergen en zij heeft van collega’s advies gekregen welke rozen te kiezen. De kleur loopt op van roze via paars en geel naar oranje. En van rood weer terug naar paars/lila. Dit hebben we gezien op de Wildenborch in Vorden. Maar daar betrof het Dahlia’s. Alhoewel de rozenborder op Hindersteyn niet origineel is oogt het wel alsof het er al jaren ligt. Vanuit de bibliotheek op de eerste verdieping van het kasteel is het een prachtig gezicht. Ik ben er erg blij mee en ook erg blij dat ik toegewijde vrijwilligers heb die al dit werk uitvoeren. Op zondag 5 juli en 6 september 2020 is de tuin opengesteld en kunt u zelf een blik werpen. Zie hier voor meer gegevens.
Erik Geytenbeek


De rozenborder van Hindersteyn (Langbroek)


Aanleg van de rozenborder van Hindersteyn, in november 2017 (Langbroek)

Facebooktwitterlinkedinmail

Tentoonstelling en boek Vreugd en Rust (Voorburg)


Vreugd en Rust (ca 1850), P.J. Lutgers (Bron: Haags Gemeentearchief)

(OVERGENOMEN)
Vreugd en Rust. De buitenplaats, de bewoners en het Zocherpark

Op vrijdag 19 juni opent in Museum Swaensteyn te Voorburg de tentoonstelling Vreugd en Rust. De buitenplaats, de bewoners en het Zocherpark. De tentoonstelling wordt georganiseerd in samenwerking met de Stichting ‘Mooi Voorburg’  en de Historische Vereniging Voorburg. De tentoonstelling geeft een kijkje in het leven van de bewoners van Vreugd en Rust, maar gaat ook in op de toekomstplannen van de gemeente Leidschendam-Voorburg om het park zoveel mogelijk in oude staat terug te brengen als Zocherpark.

Buitenplaats
De buitenplaats Vreugd en Rust in Voorburg kent een lange geschiedenis. Het is nu een openbaar park met historische bebouwing, maar in de afgelopen eeuwen was het particulier eigendom. De naam Vreugd en Rust werd voor het eerst genoemd in 1735. Net daarvoor, aan het begin van de 18e eeuw, werden door opeenvolgende eigenaren stukken grond opgekocht aan de Vliet. Deze verschillende percelen, buitenhuizen en landerijen werden samengevoegd tot één buitenplaats. Hier konden de welvarende eigenaren  in de zomer de stank en de drukte van de stad ontvluchten.

Zocherpark
De tentoonstelling vertelt het verhaal van de bewoners, de familie Groen van Prinsterer en hun verwanten, de families Hoffman en De Jonge-Philipse. Zij vroegen de befaamde landschapsarchitect Johan David Zocher jr. het park van Vreugd en Rust om te vormen tot een park in landschappelijke stijl. Er werden grillige paden en slingervormige vijvers aangelegd met verrassende uitzichten, een hertenkamp en theekoepels. Vanaf Vreugd en Rust was het zelfs mogelijk om via een kilometers lange, ononderbroken zichtlijn, Huis ten Bosch te zien liggen. In 1917 werd het buiten na veel tumult verkocht aan de gemeente Den Haag en in gebruik genomen als openbaar park met een hotel/restaurant in het huis.

Tentoonstelling
Hoogtepunten van de tentoonstelling zijn de vier portretten van de familie Groen van Prinsterer door C.H. Hodges, in bruikleen van het RCE/Kabinet van de Koning, de oudste kaart van Vreugd en Rust uit 1773 in bruikleen van het Haags Gemeentearchief en schilderijen en tekeningen van Johan Antoni de Jonge, voornamelijk uit particuliere collecties. De tentoonstelling wordt omlijst door verschillende activiteiten en een speciale boekuitgave gewijd aan het park.

Boek
De auteurs – Kees van der Leer, Constance Scholten, Marie-Thérèse Ford-Claasen, Korneel Aschman en Joost Heuvelink – gaan in 5 hoofdstukken uitgebreid in op de geschiedenis van het park en de eigenaren, op de gastvrijheid van de buitenplaats, op het hertenkamp, op de wijze waarop Zocher het park zo fraai heeft weten vorm te geven en op de huidige situatie en de nabije toekomst. Dankzij de vele mooie illustraties is het boek een waar sieraad aangaande het park Vreugd en Rust.

Vreugd en Rust. Gastvrije buitenplaats met een park van Zocher. Het boek kan ook besteld worden via info@historischeverenigingvoorburg.nl. De prijs bedraagt 20 euro (excl. verzendkosten).

Vreugd en Rust (1773) (Bron: RCE)

Facebooktwitterlinkedinmail

Geveild: Petzold tekening voor Weldam

Anonymous (2nd half 19th cent.). (Plan of Kasteel Weldam and surrounding gardens). Handdrawn plan, pen and ink and watercolour, 58×53 cm., dated 1878.
– Torn along horizontal fold into two halves; sl. brittle and w. some sm. marginal tears.
= With annots. in pen and ink in Dutch (“Koets-huis”, “Stal”) and indications of trees and plants in Latin.  (groter afgebeeld)

Taco H. tipte de webmaster enige tijd geleden over een toen aanstaande veiling waarin ook een tuinontwerp zat dat hij herkende als een Petzold ontwerp voor Weldam. Op dat moment was de veilingmeester zich daar blijkbaar niet van bewust want de omschrijving noemde niets van dit alles. Op een later moment volgde de toevoeging ‘(Plan of Kasteel Weldam and surrounding gardens)‘ en viel en valt te lezen: ‘Anonymous (2nd half 19th cent.). (Plan of Kasteel Weldam and surrounding gardens). Handdrawn plan, pen and ink and watercolour, 58×53 cm., dated 1878.

Kasteel Weldam werd getipt; het ontwerp is verkocht; de koper is onbekend.

In 1878 maakte de tuinarchitect E.C.A. Petzold voor het echtpaar Van Aldenburg Bentinck-van Heeckeren van Wassenaar ontwerpen voor de aanleg van Middachten en Weldam. Die van Weldam zijn opgenomen in de Atlas Overijsselse Buitenplaatsen en die van Middachten in Atlas Gelderse buitenplaatsen: De Veluwe, beiden van Van der Wyck. In de Overijsselse ‘doos’ zit eenzelfde tekening als op de veiling , alleen dan zonder de Latijnse benaming van de heesters en bomen.
Vermoedelijk werd van het ontwerp niets tot weinig gerealiseerd. Circa 1885 volgde een ontwerp van Ed. André en aanleg aan de hand van Hugo Poortman.

 

Facebooktwitterlinkedinmail

Biljet Openbare Vrijwillige Verkoopinge

U kent ze mogelijk wel. Of wel als archiefstuk of wel als er naar verwezen in historische advertenties: veilingbiljetten of welke benaming er maar aan gegeven wordt. In oude advertenties betreffende de verkoop of veiling van een buitenplaats, ridderhofstad, landgoed e.d. heet het geregeld: ‘breeder bij (geaffigeerde) biljetten gespecificeerd’. Liesbeth M. wees me op een biljet betreffende Wulperhorst (Zeist). De verkopende partij spreekt over een ‘Action Poster’: ‘Vrij willige verkoopinge van een capitaale buitenplaats genaamd Wulperhorst, met annexe hofsteden en landen, by Zeyst. Utrecht, J. Vis, 1801. (Ca. 100 x 44 cm).’
Het heet vervolgens ‘Only survived (?) copy of an auction poster‘. Het vraagteken is terecht want na wat zoeken blijkt er zeker nog een exemplaar te bestaan. Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie heeft er ook één: ‘Bekendmaking betreffende de vrijwillige verkoop van Buitenplaats Wulperhorst met Hofsteden en landen bij Zeist 1801’. Vermoedelijk in hun bezit omdat Wulperhorst in 1950 door onze Defensie werd gekocht en betrokken werd door de staf van het Commando Tactische Luchtstrijdkrachten. Denkbaar kwamen verschillende historische stukken mee met de gebouwen. (of defensie reageerde wel heel laat op het biljet uit 1801).
Leuk is dat tegenwoordig via delpher.nl de bijbehorende krantenadvertentie gezocht kan worden. Onder andere de Utrechtsche courant van 22 juni 1801 kent deze advertentie, zie hier.

Twee andere voorbeelden met aansprekende namen zijn Drakesteyn en Groeneveld. In 1805 werd niet alleen de ambachts-heerlijkheid De Vuursche aangeboden, maar ook de ‘capitale en moderne huizinge en ridder-hofstad Drakestein, met onder andere Engelsche partyen, goud visch kommen, kapel en grot‘. De advertentie in de Amsterdamse courant van 18 juni 1805 vindt u hier. En het biljet zelf valt online bij Het Utrechts Archief te zien en in te zoomen.

Tot slot nog de meest bekende, die van Groeneveld. Zéér lang, zéér uitgebreid. Zowel de advertentie als het biljet. De eerste vindt u onder andere in de Oprechte Haarlemse courant van 16 september 1797. Het biljet in opnieuw Het Utrechts Archief. Je hebt een hoge kerkdeur nodig om ‘m op te hangen! Bijzonder is ook de zeer uitgebreide omschrijving van tuin en park.
Jan Holwerda

Facebooktwitterlinkedinmail

‘makers van plans en teekeningen’

J.D. Zocher jr (ca 1820)) zal vast ook ‘regt van patent’ hebben gehad

Mijn oog viel op woorden in een staatspublicatie uit 1830: ‘makers van plans en teekeningen, voor het aanleggen van tuinen en buitenplaatsen‘. Daarna las ik ‘aan het regt van patent zijn onderworpen‘.

Natuurlijk denk je bij patent gelijk aan octrooi, copyright, bescherming van het werk van een beroepsgroep. Niets is echter minder waar. Het toenmalige patent was niets anders dan een door de staat uitgegeven vergunning voor het uitoefenen van een beroep. Tegen betaling natuurlijk. Of te wel een ordinaire belastingmaatregel. Anderzijds kun je het ook zien als de erkenning van het beroep ‘maker van plans en teekeningen, voor het aanleggen van tuinen en buitenplaatsen‘.
Jan Holwerda

Facebooktwitterlinkedinmail

Wandelen in het Doorwerth van 1847

(OVERGENOMEN)
Wat is er nog te zien van het Doorwerth, Heelsum, Duno en Wolfheze uit 1847? Veel meer dan je denkt.
In 1847 schreef de rentmeester van kasteel Doorwerth een wandelboek met zes wandelingen door het landgoed. De auteurs lopen hem in 2019 na. Ze beschrijven de routes en vertellen wat ze onderweg tegenkomen. Ze kijken naar het grote geheel van het landschap en naar de kleinste details. Ze onderzoeken de geschiedenis van de plekken waar ze langs lopen en vertellen wat er nog te beleven is van het landgoed uit 1847. Ze zoeken antwoorden op vragen als: Welke huizen en welke bomen van toen staan er nog? Waarom zijn de uitzichten weg? Steken we de beken op dezelfde plekken over als toen? Welke wegen waren verhard? Stonden de Wodanseiken toen ook in het bos?
Ze laten schilderijen zien uit diezelfde tijd van schilders van de Oosterbeekse School die graag buiten in Doorwerth, Duno en Wolfheze het prachtige landschap schilderden en vergelijken die met foto’s van nu.
Gedetailleerde kaarten en afbeeldingen van het Algemeen Hoogtebestand Nederland verduidelijken het verhaal

Mathilde Maijer en Geert Nijland, Wandelen in het Doorwerth van 1847. In het voetspoor van Van der Dussen, Wageningen – Renkum, 2019, ISBN 9789402123036, 23,90, 138 pp.

De oorspronkelijke publicatie is Johan Gerard Hendrik van der Dussen, Gids door de Heerlijkheid Doorwerth, Arnhem 1847 ; zie hier.

Facebooktwitterlinkedinmail