Bacchus en Ariadne op Huis te Manpad (Heemstede)

Ariadne-Huis te Manpad (Heemstede)Ariadne-Huis te Manpad (Heemstede)
Ariadne op Huis te Manpad (Heemstede)    Foto’s: Niek Ravensbergen

Wie de voorjaarsexcursie naar Keukenhof, Manpad en Ipenrode niet bijwoonde, en ook wie toen ogen te kort kwam: Jan van Logteren bracht steen tot leven in zijn Ariadne en Bacchus op Huis te Manpad (1734). De magnetische sensualiteit in het gelaat en de gestalte van Bacchus doen vergeten dat deze schoonheid is ontrukt aan een blok zandsteen. De superieure schoonheid van dit hoogtepunt uit de Nederlandse tuinsculptuur zou nog meer stralen als het godenpaar een strakker decor en meer ruimte kreeg dan het geval is in de huidige setting.

Niek Ravensbergen

Bacchus-Huis te Manpad (Heemstede)Bacchus-Huis te Manpad (Heemstede)
Bacchus op Huis te Manpad (Heemstede)    Foto’s: Niek Ravensbergen

Facebooktwitterlinkedinmail

4 reacties op “Bacchus en Ariadne op Huis te Manpad (Heemstede)

  1. Jan van Logteren heeft hier inderdaad twee hoogstandjes geleverd, prachtig gefotografeerd door Niek. Het lijkt me goed op deze plaats ook even te verwijzen naar het schitterende boek van P.M.Fischer: “Ignatius en Jan van Logteren: beeldhouwers en stuckunstenaars in het Amsterdam van de 18de eeuw”. Alphen aan den Rijn: Canaletto, 2005. 551 p.; ill..
    Het beeldenpaar Bacchus en Ariadne wordt in dit boek behandeld op p.352-356. De beelden komen oorspronkelijk van de buitenplaats Meerenberg te Heemstede, niet ver van Huis te Manpad verwijderd. Fischer is het erg met de laatste opmerking van Niek eens. Hij zegt over de plaatsing achter Huis te Manpad (laatste zin p. 355): “Op Huis te Manpad staan Bacchus en Ariadne nu ontheemd, in een koude niet betrokken ambiance. Hun standplaats is goed, zeker ook gezien vanuit het huis, maar hun uitzonderlijke schoonheid vereist een betere enscenering, mogelijk door heraanleg van het omringende parkgedeelte in 18de eeuwse stijl, zoals die zeker bestaan heeft vóór de verlandschappelijking van omstreeks 1775”. Of PHB ook aandacht aan dit probleem schenkt in hun beheerrapport weet ik niet. Het is de moeite waard hen hierop opmerkzaam te maken. Namens Cascade zal ik een verwijzing naar deze weblog doorgeven. Het is de moeite waard ook aan dit probleem aandacht te schenken. CO.

  2. Dineke A. heeft een en ander bijeengezocht in P.M.Fischer, Ignatius en Jan van Logteren: beeldhouwers en stuckunstenaars in het Amsterdam van de 18de eeuw:

    Op p. 352 schrijft Pieter Fischer dat de beelden van Meer-en-Berg komen. Het is daar een gegeven dat al eerder aan de orde is geweest, nl. op blz. 333.

    Voor alle duidelijkheid: het tweede gedeelte van Fischer’s boek (Hfst. 5, pp. 331-494) is gewijd aan “De werken van Jan van Logteren van 1733 tot zijn dood in 1745”. Daar wordt zijn werk min of meer chronologisch behandeld.
    Op blz. 332, onder het kopje “Een keten van werken voor en rond De Neufvilles”, worden alle werken voor deze familie genoemd en achtereenvolgens beschreven (pp. 332-358).
    Tenslotte, Meer-en-Berg wordt als geheel behandeld in Hfdst. 4 “Werken van de van Logterens”, “DE WERKEN VOOR DE FAMILIE DE NEUFVILLE-VAN LENNEP”. Onder het kopje “Tuinsculpturen, Meer-en-Berg (1730-’32)” worden Bacchus en Ariadne genoemd op p. 282.

    Steeds wordt het gegeven dat beide beelden door Jan van Logteren vervaardigd zijn voor Meer-en-Berg en later overgebracht werden naar het Huis te Manpad, als feit genoemd.
    Tot nu toe ben ik bij Fischer geen verwijzing naar een bron tegengekomen.

    • Ook ik ben graag benieuwd wat de eigenlijke harde bron is van Fischer’s bewering dat Bacchus en Ariadne van Meerenberg afkomstig zijn. Hij beweerde helaas wel meer in zijn Van Logteren-duografie (o.a een heel ongefundeerd verhaal over een schouw in de collectie van het Frans Halsmuseum, volgens hem afkomstig van een huis aan de Nieuwe Gracht te Haarlem, maar gewoon aantoonbaar afkomstig van de voormalige stadsschool D in de Jansstraat)
      Van de Van Logteren-beeldengroep op Oostermeer (eveneens gesigneerd en gedateerd Jan van Logteren 1734) staat wel vast dat deze door Goudstikker is aangekocht op de veiling van buitenplaats Meerenberg.
      Een dergelijke harde bron/aanwijzing is ten aanzien van Bacchus en Ariadne door wijlen Fisher niet genoemd, wat te denken geeft…
      Ik kan me zo voorstellen dat bij de gelijke datering van 1734 en de link tussen de Van Lenneps op Manpad en de Neufville-Van Lenneps op Meerenberg Fisher (te) gauw tot zijn conclusies kwam.
      Weet iemand hier meer over? Hartelijk dank

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Anti-Spam vraag: