Volksparken


Volkspark Zaandam

Voor mijn stage bij de Nederlandse Tuinen Stichting ben ik op zoek naar Volksparken in Nederland. Ik pak het misschien wel te ruim aan, maar die parken blijken onderling toch vaak nogal te verschillen. Ik wil eigenlijk, als ik er meer heb, e.e.a. rubriceren en pas dan een keuze maken welke het meest onder de noemer Volkspark vallen.

Voor zover ik inmiddels heb begrepen is een Volkspark een park dat eenvoudig is van opzet en beplanting, met brede lanen en speel- en ligweiden, niet a priori gericht op natuurbeleving of rust en stilte. Ze zijn allemaal aangelegd aan het eind van de 19e of het begin van de 20ste eeuw, in elk geval voor de Tweede Wereldoorlog.

Wel met als bijzonderheid dat er recreatieve voorzieningen bij horen: voor consumpties, dieren, muziek, toneel, sport etc. Het komt er toch op neer dat het ene park bijvoorbeeld een hertenkamp en een muziektent heeft, en het andere een sintelbaan en een kinderboerderij. Soms is er een openluchttheater, of een speeltuin, of een ijsbaan, of een visvijver, of een tennisbaan, of schooltuinen, of een blindentuin of een openluchtzwembad of een stadion, maar op het moment dat je gaat eisen dat ze dat allemaal moeten hebben, vind je er geen twee die hetzelfde zijn. Misschien zou je moeten zeggen dat ze behalve als wandelpark ook nog minstens 2 van die extra’s moeten hebben, of drie…

Gemeen hebben ze wel de gedachte dat de arbeider daar verheven moest worden en dat hij en zijn gezin zich daar konden vermaken in hun schaarse vrije tijd en zo gezondheid op konden doen (waardoor ze weer beter zouden  functioneren in de fabrieken, en niet meer naar de fles zouden grijpen). Vaak werden ze door een grootindustrieel of een grootgrondbezitter aan de burgerij geschonken.

Er zijn parken die zo heten, in Enschede, Zaandam en Bergen op Zoom bijvoorbeeld. De laatste is inmiddels anders gaan heten. Dat maakt het ook zo moeilijk ernaar te zoeken.

De vraag is dus: weet U wellicht in uw omgeving nog een park dat aan bovenstaande omschrijving voldoet? Ik ben heel blij met aanvullingen op hetgeen ik tot nog toe heb gevonden.

Christie Weduwer

Facebooktwitterlinkedinmail

26 reacties op “Volksparken

  1. Vanuit het tuinhistorisch onderzoek van De Viersprong uit Woudenberg kwamen we via de sociëteit Sic Semper in Utrecht terecht bij park Tivoli in Utrecht. De sociëteit organiseerde daar ook bijeenkomsten tegen drankzucht e.d. Meer hierover in het Utrechts archief afbeeldingen van Tivoli en in de archieven van Sic Semper, tevens in het Utrechts archief. De archieven zelf geven veel meer hits dan het raadplegen via internet. In ieder geval voldoet Tivoli aan de omschrijving.
    Succes ermee

  2. Wat je opdracht en vraagstelling precies is, zou je eigenlijk eerst moeten melden voordat anderen op je vraag kunnen antwoorden. Een volkspark is in ieder geval een park met wandeldreven en gazons en bomen en struiken, naast sport- en spelvoorzieningen zoals een sportterrein, zwembad, hoenderhok, visvijver, trimbaan, zandbak etc. etc. Een goede uiteenzetting geeft Gerrie Andela in haar artikel ‘oorsprong en geschiedenis van het volkspark’ in de tentoonstellingscatalogus Stadspark en Buitenplaats (1977) van het Frans Halsmuseum. Een goed en duidelijk Volkspark vind je o.a. in Sittard. Maar er zijn er zoveel meer en die dragen allang niet meer de naam Volkspark, hoewel ze dat wel waren. De meeste zijn ontstaan na 1900, heel vaak als werkverschaffingsproject. Pak de Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur (4 delen, 1995-2000) en blader die door en streep alle openbare gemeenteparken aan die tussen 1900 en 1940 nieuw zijn ontworpen en aangelegd; en kijk daarna in de beschrijvingen welke parken aan jouw idee van volkspark beantwoorden. Ik denk dat je dan een heel eind komt.
    Wat ik me vooral afvraag is waarom je richten op volksparken en niet op alle openbare parken tussen 1900 en 1940, want het komt echt voor 90 % op hetzelfde neer. Als we weten wat je er mee wilt is de keuze misschien duidelijker en makkelijker te maken. Ik raad je ook aan de gisteren net gepubliceerde handleiding voor openbaar groen te lezen, getiteld ‘Groen Goed: handleiding kwaliteit openbaar groen’, onder redactie van Rob van der Ham, Den Haag (SDU), 2010. Dan krijg je een up-to-date indruk hoe groene beleidsmakers met openbaar groen om dienen te gaan vandaag aan de dag. Hieruit valt voor ons allen veel nog te leren, denk ik. CO

  3. Groningen:
    – Sterrebos (1765 geometrisch aangelegd, in de negentiende eeuw heringericht in Engelse landschapsstijl)
    – Noorderplantsoen (overgebleven deel van de ontmantelde stadswallen, ca 1880)
    – Stadspark (idee 1909, afronding 1927)

  4. Boeiend onderwerp!

    Ik denk inderdaad dat de diversiteit groot is qua typen volksparken.
    Want wat bijvoorbeeld te denken van het Amsterdamse Bos.
    Een recreatief bosplan t.b.v. de Amsterdamse bevolking / tevens werkverschaffingsplan, ontworpen door: ir. Jacoba Mulder/ ir. Cornelis van Eesteren, aanvang circa 1929).
    Een volkspark of een recreatiegebied, met haar openluchttheater, speelvijvers, zwembadjes, ruiter, wandel en fietspaden, en roeibaan?
    Gaston Bekkers heeft jarenlang onderzoek gedaan naar dit project, wie weet vormt hij, naast andere bronnen, een welkome aanvulling voor verder onderzoek en/of het meer helder maken/afbakenen van je onderzoeksgebied, je missie.

    Succes!

  5. Het Julianapark in Utrecht is wellicht erg interessant voor je, want dat is van origine geen volkspark, maar dat is het in het kader van een werkloosheidsproject in 1935 wel geworden. Eerste informatie is te vinden op wikipedia. Veel succes!

  6. Dank!!! Ik ben weer een stukje verder….

    Vooral de tip over het Park Tivoli in Utrecht is heel leuk. Een voorloper van het Volkspark zoals we dat nu kennen. Een bevlogen geest die Van Leeuwen! De eerste filmvoorstelling in Utrecht heeft daar plaatsgehad en op de plattegrond zag ik dat er ook een kegelbaan was. De eerste schouwburg van Utrecht is door deze man van de grond getild daar. Jammer genoeg is er van dat park niet veel meer over.

    Bij het zoeken naar Volksparken heb ik met twee schermen (een: de kaart van Nederland, twee de databank van de WUR) gezocht in industriegebieden die eind 19e eeuw zijn ontstaan. Ik heb er een heel stel gevonden. Ik ben vooral geinteresseerd in de manier waarop die parken werden gerealiseerd, waar het geld vandaan kwam. Vaak werden die parken door grootindustrielen cadeau gedaan: waarom? Ik heb veel sociale geschiedenis gelezen over die periode: met name ‘De Aartsvaders’ van Wim Wennekes en het boek ‘Fatsoenlijk vertier, deugdzame ontspanning voor arbeiders na 1870′ van Christianne Smit beschrijven precies datgene wat mij intrigeert in die parken. Die ontwikkeling, die synchroon loopt met het ontstaan van volksuniversiteiten, volksbibliotheken, volkstuinen, volksharmonieen, volksmusea, dierentuinen en sportbeoefening voor iedereen vind ik heel boeiend. Het paternalistische karakter ervan: het verheffen van het volk, maar wel naar het niveau van de gulle gevers….
    Ook het ontstaan van tuinsteden en fabriekskolonies hangt ermee samen. Allereerst was het zoeken naar een definitie wat een Volkspark nu eigenlijk is: ik las Gerrie Andela daarover en ook het proefschrift van Norfried Pohl gaf er een, maar het blijft toch inderdaad zo dat, zoals Carla ook zegt, vrijwel alles wat er in die periode is aangelegd er wel onder valt.

    Het Sterrebos en het Noorderplantsoen zijn mijns inziens geen Volkspark te noemen. Ze zijn nooit met de gedachte ontworpen dat het volk er plezier van moest hebben. (in die tijd was er uberhaupt nog geen arbeidersstand). Het Stadspark in Groningen is inderdaad een van de oudste.

    Ina Eskes: fijn dat je me op het spoor van Gaston Dekkers hebt gezet, dankjewel. Het Amsterdamse Bos is misschien te groot en te modernistisch van ontwerp, maar het voldoet wel aan alle criteria die er aan zo’n park gesteld kunnen worden; het stond ook al op mijn lijstje.

    Het Julianapark had ik ook al gevonden. Inderdaad zijn er in de crisisjaren veel parken als werkeloosheidsproject aangelegd, en zoals Carla al zei: alle parken uit die tijd werden voorzien van recreatieve mogelijkheden, zodat het allemaal Volksparken te noemen zijn.

    Iedereen die gerageerd heeft: veel dank!

  7. Misschien wat laat deze reactie, maar ik kijk niet wekelijks op deze weblog.
    Het Zuiderpark in Den Haag zul je al wel gevonden hebben.
    Wat betreft Enschede: naast het Volkspark denk ik dat ook het Walhofspark deze titel verdiend. Als ik het me goed herinner inderdaad aangelegd door een (textiel)industrieel en aan de gemeente geschonken, met o.m. een theehuis, kinderspeeltuin en voetbalveld.

  8. Mijn excuses Christie, ik ben al zo lang geleden uit Enschede verhuisd dat mijn geheugen me parten gaat spelen. Inderdaad wordt de woonwijk Walhofspark genoemd. Daarlangs loopt de Walhofstraat en daaraan ligt ook het G.J. van Heekpark. En dat bedoelde ik.

  9. Nou hup dan, het echte Zuiden des Lands: in Heerlen heb je het zg. Aambos, in ik meen 1934 aangelegd door werklozen zoals een grote kei aan de ingang van het park (heuvelbos, dierenweide, wandelpaden, fraaie gegraven ravijn, rustieke brug die, uiteraard, verkeerd herbouwd is) memoreert. Met de mijnindustrie op volle toeren draaiend moest je in die jaren wel echt je best doen om werkloos te zijn en blijven, hoewel… ik meen dat er veel concurrentie uit Silezië was. Vroeger zou er ook nog een danspaviljoen hebben gestaan. Het park was bedoeld voor de volksmassa’s en ofschoon men er heden ten dage geen massa’s meer tegenkomt (tot voor enige jaren her struikelde men er wel over troepjes drugsverslaafden die daar hun gangen nagingen), is er toch nog een gestaag stroompje aan bezoekers – vooral die met kinderen, vanwege de geitjes en zo. Overigens afficheren Heerlen en omliggende gemeenten zich als ‘Parkstad Limburg’ – iets meer bespottelijks is moeilijk te vinden. Breng een bezoek aan Heerlen en je rent er gillend weg – het lijkt het meest op Halle, DDR, ca. 1972, maar dan zonder de fraaie gebouwen die Halle nog heeft.
    Ik kan het weten, ik ben er geboren (in Heerlen dan, niet Halle).
    Wim Meulenkamp

  10. Nee, het Amsterdamse Bos is niet te groot en/of te modernistisch qua ontwerp. Het Amsterdamse Bos is gewoon wat het is, in concept en haar toenmalige uitvoering, en past om diverse redenen naar ik denk prima in de categorie Volksparken, evenals dat zij om diverse andere redenen past in de categorie recreatief randstedelijk bos/groengebied, regionale planologie, etc.
    t’Is maar net welke aspecten je meest belangrijk acht lijkt mij en wat je als onderzoeker onder Volksparken wil verstaan -gekoppeld aan de methode van onderzoek.

  11. Dank Wim en Ina. Om nog op Carla’s opmerking in te gaan over de onderzoeksvraag: die begint zich toch te begeven in de richting van welke invloed die paternalistische werkgevers hebben gehad op de vorm en uitvoering van die volksparken. Ik studeer kunst, cultuur en geschiedenis van 1750-heden (onder de paraplu van Taal-en Cultuurstudies is dat een hoofdrichting).

  12. Beste Christie,

    In Heemschut (Jaargang 85, Augustus 2008) kwam ik op blz. 8-9 een bijdrage tegen over Volkspark Leidse Hout. De strekking van dit artikel is dat het oorspronkelijke karakter van dit volkspark verloren dreigt te gaan.

    Met vriendelijke groet,

    Dennis de Kool

  13. Gaston Bekkers schreef al in 1998 dat altijd nog veel misverstand bestaat over het uit Duitsland overgewaaide begrip ‘volkspark’. Het is dus een uitdaging om hierin met kennisoverdracht verandering in te brengen!
    Het fenomeen volkspark heeft mij bezig gehouden sinds 2004 toen ik de monumentaanvraag voor de Leidse Hout indiende. Doelstelling was het beschermen en behouden van dit Leidse volkspark voor de toekomst, want waar ruimte is dreigt bebouwing. De hoogst haalbare bescherming biedt dan de Monumentenwet. Toendertijd heb ik geen Nederlandse definitie voor Volkspark kunnen vinden. Meto Vroom deed in zijn Lexicon van de Tuin- en Landschapsarchitectuur wel enig licht in de duisternis schijnen bij het trefwoord ‘Park’. Hierin noemt hij als terloops de Duitse Volksparken als zijnde vooral ontworpen met het oog op de beoefening van sport en spel.
    Het Tuinhistorisch Genootschap Cascade heeft op hun weblog in juli 2007 de primeur van het op internet zetten van de geschiedenis van volksparken, met verwijzing naar Gerrie Andela. De bijzondere ontstaansgeschiedenis van de Leidse Hout wordt in twee boekjes behandeld door respectievelijk Gaston Bekkers en Annerije van der Vliet. Verder zijn er publicaties over volksparken en de Leidse Hout in de periodieken van de Nederlandse Tuinenstichting (maart 2008) en de Bond Heemschut (augustus 2008). Tenslotte: het gehele Volkspark De Leidse Hout met sportvelden en met het in 1957 toegevoegde Bospark werd op 24 februari 2009 gemeentelijk monument.

  14. Dank Dennis en Marina,

    Het artikel in Heemschut is mij bekend (ik ben lid)en over de lotgevallen met de Leidsche Hout vertelde Rita Grothuis mij al uitgebreid een en ander.
    De artikelen die je aanhaalt ken ik.
    Mij gaat het er nog steeds om dat ik een overzicht wil maken en bang ben dat ik er een paar oversla…..
    Een definitie die ik o.a. vond was “park ten gerieve van de arbeidersklasse aangelegd met sport-en recreatievoorzieningen” deze komt uit het boek ‘de natuur bezworen’ van Annemieke Backer, Eric Blok en Carla Oldenburger.
    Ik zou daar zelf nog ook het educatieve karakter aan willen toevoegen. De aanwezigheid van volieres, hertenkampen, heemtuinen, schooltuinen, kinderboerderijen en bijenkorven is m.i. niet alleen recreatief bedoeld. Het volk moest tenslotte worden verheven!
    Wat opvalt is dat deze parken vaak als werkgelegenheidsproject zijn uitgevoerd: door de arbeiders voor de arbeiders.

  15. Hoi Christie, ik ben het zeer eens met wat je hier in het algemeen onder de definitie “volkspark” laat vallen. En dat aspect “werkverschaffing” (jaren twintig en dertig van de 20ste eeuw) is zoals ik al eerder aangaf ook erg belangrijk. Maar wat heb ik nu net gevonden op Internet? Een brief van de Nederlandse Tuinenstichting (voor wie jij toch dit onderzoekje doet) aan de Gemeenteraad van Dordrecht, met de bewering dat er inclusief het Wantijpark slechts vijf volksparken in Nederland zijn uit de jaren dertig. Klopt dit volgens jou? zie http://www.hetwantij.com/archief/237.pdf
    Juist in de jaren dertig werden vele parken nieuw of gedeeltelijk nieuw aangelegd en/of uitgebreid, als werkverschaffingsproject. Dat dit er meer zijn geweest dan vijf (in Nederland) lijkt mij toch heel aannemelijk. Ik heb ze nooit opgeteld, maar dit feit alleen mag niet de reden zijn dat bomen in het Wantijpark niet gekapt zullen worden. De NTs geeft dan ook terecht aan dat het park ontworpen is door Tersteeg en dat zijn ideeën en beplantingslijsten ook eerst bestudeerd dienen te worden. Misschien gaat het om uitheemsche bomen die aan hun einde zijn, of verdringen bomen elkaar. Na deskundig onderzoek is hier zeker een goede oplossing te bedenken. Een goede vergelijking van een Tersteeg-park uit die tijd is het Stadspark in Sittard. Maar het ging mij even in dit verband om het kleine aantal volksparken dat wordt genoemd. Dat lijkt mij niet juist. CO

  16. hee daar wist ik niets van!
    Ik ben nog lang niet klaar maar er zijn er zeker meer dan vijf (ik denk dat dat aantal is gevonden door op het woord volkspark te zoeken in de databank van de WUR; daar staan er zes). Ik heb er al 25, en nog een hele stapel die ik langs de lat moet leggen en waar zeker ook nog een stel inzit.
    En werkgelegenheidsprojecten zijn er ook zeker meer dan vijf.
    Tersteeg heeft meer Volksparken aangelegd: behalve het Wantijpark (1933) ook het Burgemeester Damenpark en Glanerbrook in Geleen (1931), het Philips-de Jonghpark in Eindhoven(1920),en hij is betrokken geweest bij het Zuiderpark in Den Haag.(1920)

  17. Volksparken zijn er dus genoeg, zoals ik al eerder aangaf. Werkverschaffingsprojecten nog meer zelfs, schat ik in. Jammer dat de Mon. Cie. NTs jou niet even op de hoogte bracht van die brief. Het gaat er om dat gemeentes (en ook de NTs) volksparken gaan leren onderscheiden. Evenals een buitenplaats behandeld dient te worden als complex van een huis met omliggend(e) tuin / park, dient een volkspark beoordeeld te worden als complex van een openbaar park met een daarbij behorende recreatievoorziening. Herstelplannen voor dergelijke parken dienen van die eenheid uit te gaan. Onderzoek in de vorm van een waardestelling vooraf aan dat herstel, is wel noodzakelijk. Zie R. v.d. Ham (red.) “Groen Goed: handreiking kwaliteit openbaar groen”. Den Haag, 2010. CO

  18. Hoi Christie!

    In Alphen aan den Rijn ligt het Bospark/ Burgemeester Visserpark. Dit is aangelegd als werkverschaffingsproject en heeft, ook nu nog, een hertenkampje/ kinderboerderij.
    Vroeger wandelden mijn ouders hier vaak met ons, daarvan zijn best weleens dia’s en foto’s gemaakt, dus ik ga deze binnenkort eens bekijken!Misschien zit er iets voor jou bij?
    AvdD

  19. Ik denk eigenlijk dat in die brief gedoeld wordt op vijf volksparken van de hand van Tersteeg.
    En het park in Alphen aan de Rijn had ik al ontdekt: toch veel dank voor de reactie, Arinda!

  20. Ik ben reuze benieuwd naar de uitkomst van je onderzoek/artikel waarin je naar ik verwacht tevens weergeeft waarom het door jou in kaart gebrachte aantal Volksparken (25, 30?…een trend die een tijdgeest weerspiegelt?) van cruciaal belang is. Dit mede i.v.m. de rekbaarheid van het begrip Volkspark aldus diverse onderzoekers naast het begrip dat je zelf wil hanteren. En wat als dergelijke Volksparken in de tegenwoordige tijd niet langer meer als zodanig functioneren en er intussen een verschuiving in vorm en functie is opgetreden? Ook ben ik benieuwd naar de verdere intenties van de NTs in relatie tot de uitkomsten van je onderzoek (los van je artikel)! Enfin, we horen, of lezen, ’t wellicht bij ’t a.s. RTC of elders….

  21. ik kom zeker naar het groenplatform, daarvoor had ik me al geruime tijd geleden opgegeven.
    Op de RTC hoop ik het forum nog wat vragen voor te leggen.
    Het is een geweldig interessant onderwerp moet ik zeggen.

  22. Iedereen heel veel dank! Zaterdag kreeg ik veel nuttige reacties op mijn presentatie bij de RTC. Ik heb naar aanleiding daarvan zowel mijn definitie als mijn onderzoeksvraag bijgesteld. De definitie is geworden:

    Een volkspark is ontworpen om arbeiders zowel lichamelijk als geestelijk te verheffen, en dus voorzien van sportfaciliteiten en van zowel recreatieve- als educatieve elementen.

    De onderzoeksvraag heb ik voorlopig als volgt geformuleerd:

    Hoe hebben zowel het socialisme als het liberalisme na 1870 invloed gehad op de ontwikkeling en de typologie van volksparken?

    Ik ga me nu op mijn scriptie storten en proberen bovenstaande vraag te beantwoorden.

Laat een reactie achter bij Carla Oldenburger Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Anti-Spam vraag: