Arent Vlaskamp en de Engelse tuin van Schatzenburg (Dronrijp)


Hortulanus voor de aanleg der Eng. tuin &c.
, uit almanak met aantekeningen van Beucker Andreae. Foto: Aly van der Mark

Arent Vlaskamp (1751-1825) ontwierp in 1804 de Engelse tuin van Schatzenburg (Dronrijp)

Op 21 juni 1804 ontving Arent Vlaskamp voor de aanleg der Eng. tuin &c. op het buiten Schatzenburg onder Dronrijp 6 gulden. Hij was sinds 1782 hortulanus van de Franeker academie. Opdrachtgever was mr. D.H. Beucker Andreae, die begin 1804 op Schatzenburg was komen wonen. Op zondag 29 januari had de hortulanus samen met een niet geïdentificeerde v. A. bij Andreae gedineerd. Dat was het eerste contact. Het ligt op grond van deze gemeenschappelijke komst te veronderstellen dat v. A. de hortulanus kende en deze ook voor hem had gewerkt. Het zou een Van Aylva kunnen zijn (de keuzemogelijkheden zijn niet groot) en dan valt te denken aan Sicco Douwe van Aylva (1734-1807) van Haniastate te Holwerd. Op 25 augustus 1806 ontving Vlaskamp nog een fooij van 16 g. 8 st.

Voordat Vlaskamp hortulanus werd, was hij niet ver van Franeker hovenier bij J.M. van Beijma op Kingmastate te Zweins geweest en daarvoor op Tjessens in Holwerd. In 1777 was hij vanuit Holland naar Friesland gekomen, zoals vijf jaar eerder zijn broer Lambertus, de voorvader van Gerrit Vlaskamp (1834-1906), die in de tweede helft van de negentiende eeuw meer dan 350 tuinen heeft aangelegd.

Tot nu toe werd aangenomen dat de tuin van Schatzenburg is aangelegd tussen 1832 en 1887.


Kingma State (1826/27, Zweins)  Bron: watwaswaar.nl

Met deze vondst in de almanakken met aantekeningen van Beucker Andreae (Museum Willem van Haren, Heerenveen) kan het onderzoek naar werk van Arent Vlaskamp beginnen en daarmee dat naar de introductie van de landschapsstijl in Friesland. De kans is groot dat hij daarin een belangrijke rol heeft gespeeld. Zo zou de tuin op Kingmastate best van hem kunnen zijn. Met zijn vijver en slingerende omgrachtingen was die tuin, die zich nog aftekent op de kadastrale minuut van 1832, duidelijk een Engelse tuin.


Groot Lankum (1827, Franeker)  Bron: watwaswaar.nl

En er waren meer Engelse tuinen rond Franeker. Het buiten Groot Lankum westelijk van de stad had in 1827 en heeft ondanks bestemmingswisseling nog steeds restanten van slingerende waterpartijen. Het zal aangelegd zijn in opdracht van mr. Ludolph Reinier Wentholt (1751-1816). Jacob van Lennep legde er op zijn bekende reis in 1823 met Van Hogendorp een visite af. Hij was aangenaam verrast: De plaats, welke ruim zes morgen groot is (iets dat in die omstreken veel beteekent), bestaat uit eenige rechte lindelanen, door kleine Engelsche tuintjens verwisseld, met percès (doorzichten) welke fraaie landgezichten opleveren, eene schoone bloemkweekerij, broeierij en moestuin.

Philippus Breuker en Aly van der Mark

Facebooktwitterlinkedinmail

6 reacties op “Arent Vlaskamp en de Engelse tuin van Schatzenburg (Dronrijp)

  1. Dat is een mooie vondst van Philippus Breuker en Aly van der Mark!
    De botanisch zeer geïnteresseerde Hermannus Beucker Andreae en zijn vrouw Catharina Elizabeth Huber bewoonden Schatzenburg van 1804 tot 1809, waarna zijn schoonvader Johannes Lambertus Huber weer eigenaar/bewoner werd.
    Het is helaas niet bekend hoe de door Arent Vlaskamp aangelegde Engelse tuin er uit heeft gezien. Er zijn geen tekeningen of beschrijvingen bekend. Ook in de uitvoerige beschrijving van de buitenplaats in de transportakte uit 1809 is over de veranderingen in de tuin niets te vinden. Vermoedelijk was de aanleg van Arent Vlaskamp zeer kleinschalig want op de kadastrale kaart van 1832 zijn het 17e eeuwse rechthoekige grachtenpatroon en de rechthoekige kavels nog weergegeven.
    De huidige landschappelijke aanleg dateert uit de periode 1832-1840 toen Frederica Maria Aurelia Vegilin van Claerbergen (1779-1836) en, later, haar tantezegger Assuerus Quæstius (1815-1887) eigenaren/bewoners waren. Els van der Laan noemt Lucas P. Roodbaard als vermoedelijke architect (Roodbaards Rijkdom, 2012).

  2. We hadden al contact, het blijft een prachtige vondst, lekker direct uit een bron.
    Maar ook een vraagtekentje. Is het woord ‘ontwierp’ van toepassing? Hoe hard is dit? Schrijf je het woord ontwerp vet of gestippeld? En als ontwerp van toepassing is, is dat dan voor het geheel of een hoek(je)?

    . 6 gulden is niet veel; in dezelfde periode kreeg de (tuin)architect Posth 3 tot 4 gulden per dag; wie heeft meer bedragen/dag ter illustratie?
    . Eng. tuin in die periode hoeft maar een hoek(je) te zijn om toch die benaming te hebben
    . er staat voor de aanleg en niet voor maken van een plan of tekening, of iets in die richting
    . ’t minuutplan uit ca 1823 biedt weinig houvast, maar laat i.i.g. geen vergraving in de noordoost hoek zien, dus een ingreep op dat niveau is toen niet gepleegd


    Schatzenburg (1823, Dronrijp) Bron: watwaswaar.nl (noorden rechts)

    Geheel ter zijde, niets met het bovenstaande van doen hebbend, maar misschien aardig, Hortulanus kwam/komt sporadisch als achternaam voor. In 1811 nam Rindert Rinderts de familienaam Hortulanus aan. Hij werd in 1778 in Dokkum geboren en was schipper. Zijn vermoedelijke opa was Tjeerd Rinderts, gardenier, tuiner in Dokkum. Twee dochters van Tjeerd (tantes van Rindert) voerden (ook of al?) de familienaam Hortulanus. Bron: http://www.genealogicus.nl/tag/hortulanus

  3. De formulering hoeft inderdaad niet te betekenen dat de hortulanus het ontwerp heeft gemaakt. Ze zou ook kunnen inhouden dat hij iets voor de al bestaande tuin leverde, bijvoorbeeld een bijzondere boom. In 1808 leverde Vlaskamp voor de pastorietuin in Dronrijp voor meer dan 28 gulden bomen en dat waren waarschijnlijk geen vruchtbomen, zoals enter Andele Lolkes van Berlikum voor zijn zes gulden gedaan zal hebben (kerkvoogdijrekening Dronrijp). Volgens overlevering zou hij op de herenboerderij Groot Molswert onder Schalsum een varenbeuk geleverd hebben. Dat moet in 1807 geweest zijn.
    Dat die Engelse tuin op Schatzenburg misschien nog niet lang bestond, zou afgeleid kunnen worden uit de weken durende werkzaamheden waarvoor Andreae twee met name genoemde arbeiders juist in hetzelfde jaar betaalt. Een van hen, Reijmer, wordt in het gepubliceerde fragment genoemd.
    De hortulanus wordt nog een paar keer genoemd, buiten de beide vermeldingen die in het bericht genoemd zijn.

    7-9-1804 t[ante?] Noll[ides] en hortulanus hier gedineerd; [ds. H.W.C.A.] Visser s’avonds weg
    4-10 accoort gemaakt met de tolman bij Kingmatille, om te passeren met paarden, wagens etc. huisgenoten en hovenier tot aan 12 novr. 1805 vrij voor 3 – -(naderhand gesteld van 4 oct. tot 4 oct. 05)

    Ds. H.W.C.A. Visser was een studievriend van Andreae. Hij was predikant in IJsbrechtum.

  4. Enkele opmerkingen op de reacties:
    Ten eerste, het lage bedrag van 6 gulden: Ik meen dat Roodbaard eens een tekening heeft gemaakt voor 10 gulden en toen Gerrit Vlaskamp in 1863 opdracht kreeg voor een grote tuin bij de Doopsgezinde kerk en de pastorie van Itens kreeg hij voor de tekening 12 gulden, voor het aanleggen totaal ƒ132. En dan kreeg hij nog een percentage van de bestelde bomen en struiken, dus de verdienste zat niet in de tekening.
    Ten tweede lijkt het me vreemd dat je iemand bij wie je een boom wilt bestellen te dineren vraagt.
    Ten derde fungeerde Arent Vlaskamp als bemiddelaar wanneer op een van de buitens een knecht nodig was, zie de advertenties van 1798 en 1807, dus hij was zeker bekend bij de fine fleur.
    Toen de universiteit werd opgeheven en Arent Vlaskamp zich als hovenier vestigde in Huizum bij Leeuwarden, bleef hij zich hortulanus noemen, zie de advertentie van 1815.


    Leeuwarder courant 1 december 1798


    Leeuwarder courant 7 februari 1807


    Leeuwarder courant 10 maart 1815

  5. Nog een opmerking.
    Het woord aanleg hoeft niet te betekenen dat de tuin ook is aangelegd, wat wij er tegenwoordig onder verstaan, door Arent Vlaskamp. Baron Van Heemstra van Fogelsanghstate in Veenklooster schrijft in 1872 in zijn kasboek dat Gerrit Vlaskamp ƒ45 krijgt voor de ‘de aanleg voor moeders huis’. Daarmee bedoelt hij de tuin van het ‘Kleine Slot’. Uit de boeken van Bosgra weten we, dat de baron een grote bestelling heeft gedaan, maar de naam Vlaskamp staat daar niet bij, zoals bij de tuinen die Vlaskamp ook echt heeft ‘aangelegd’, zoals wij het nu benoemen. Volgens mij hebben de arbeiders van de baron de tuin aangelegd naar de tekening van Vlaskamp. Het park in Wolvega heet bv ook ‘De nieuwe aanleg” waarbij aanleg de betekenis heeft van park.

  6. Inderdaad een zeer interessante vondst. In een overzichtslijst van bomen voor de tuin van Fogelsanghstate omstreeks 1800 staat de vermelding van Engelsche bosjes. Ook daar zien we al een landschappelijke aanleg op het KMP 1832, verkend 1823. Het is niet bekend, wie betrokken is bij de leverantie….
    Voor latere werkzaamheden en leveranties bij Fogelsanghstate heeft Lambertus Vlaskamp grote bedragen ontvangen als aanlegger (4,- per dag, rekeningen van 1000,- (250 dagen) en 360,- (9o dagen) en voor leveranties van bomen.
    Hij krijgt in 1848 fl 30,- voor het opmeten van de tuin en het maken van tekeningen. In 1849 wordt hij ook betaald voor het leveren van bomen en als architect, fl 600,-.
    Er komt steeds meer informatie over de 3 generaties Vlaskamp en hun betrokkenheid in de tuinaanleg, interessant voor verder onderzoek. Els

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Anti-Spam vraag: