Lustrumbijeenkomst NTs 40 jaar

(OVERGENOMEN)

‘Eeuwige jeugd. Groen erfgoed in nieuwe handen’. Rond dit thema organiseert de Nederlandse Tuinenstichting op vrijdagmiddag 3 april 2020 een feestelijke, én educatieve, lustrumbijeenkomst in de kapel van Hogeschool Van Hall Larenstein te Velp. Hiermee vieren we ons 40-jarig bestaan! Graag nodigen wij u uit om deze bijeenkomst bij te wonen.

Hoe gaat een nieuwe generatie om met het, historische en meer recente, groen erfgoed? Welke initiatieven kenmerken een duurzame verjongingskuur van het historisch erfgoed? Is biodiversiteit ‘de kringloop van de tuin’, de sleutel tot duurzaam vergroenen? Dit zijn enkele onderwerpen rond het thema ‘Eeuwige jeugd’ die deze middag aan de orde komen. Zo spreekt Johan Vlug (ex-hoofddocent Tuin- en Landschapsinrichting Van Hall Larenstein) over ‘De publieke stadstuin, een verkenning naar de stadstuin als duurzaam sociaal onderdeel van het stedelijk gebied’. En dr. Linde Egberts (docent VU, onderzoeker en auteur) gaat in op ‘Jong dynamisch erfgoed en biodiversiteit in de context van klimaatverandering’. Andere sprekers zijn onder andere Jan van ’t Hof (hoofd afdeling Monumenten en Collecties van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), Frederique Reigersman (landgoed Rhijnestein) en Daan van der Linde (Van Hall Larenstein). Na afloop van de lezingen kunt u rondkijken in de tuin van Larenstein en napraten met een drankje.

NTs-bestuurslid Robertien Aberson: “Ontwikkelingen in samenleving en natuur stellen ons voor een uitdaging maar bieden ook nieuwe impulsen om ons groene erfgoed in stand te houden. Een nieuwe generatie tuiniers zorgt daarbij voor zowel continuïteit als vernieuwing. Zo verandert het samenspel tussen mens en natuur voortdurend, op zoek naar een ecologisch en esthetisch evenwicht in de tuin. Een samenspel dat ons inspireerde tot ons lustrumthema. Het belooft een interessante middag te worden.”

Programma
Ontvangst 13.30 – 14.00 uur
Lezingen en publieksvragen 14.00 – 16.00 uur
Rondwandeling door de tuin 16.00 – 17.00 uur
Borrel 17.00 – 18.00 uur

Locatie
De kapel van Hogeschool van Hall Larenstein, Larensteinselaan 26a, 6882 CT Velp
Parkeren gratis. OV: zie NS-reisplanner.

Aanmelden
Aanmelden kan onderaan deze pagina. Voor onze donateurs bedragen de kosten € 10, voor niet-donateurs € 15 en studenten kunnen de bijeenkomst gratis bijwonen. De aanmelding wordt definitief nadat we uw bijdrage hebben ontvangen.

Facebooktwitterlinkedinmail

The Japanese Footprint of Siebold in the Netherlands

The next Clusius Symposium is to be held on March 18th 2020: The Japanese Footprint of Siebold in the Netherlands

18 March 2020: Klein Auditorium, Leiden University Academy Building, Rapenburg 73, Leiden

Keynote lecture: ‘The Relevance of Siebold’s Herbarium’ by Prof. Dr. Hideaki Ohba
Chair: Prof. Dr. W.R. van Gulik
Summing-up by Prof. Dr. T.R. van Andel

Willem van Gulik, Opening
1. Hideaki Ohba, Keynote lecture: ‘The Relevance of Siebold’s Herbarium’
2. Pieter Baas, The impact of Siebold and Tokunai’s wood collections
3. Harm Beukers, Medicinal plants in Japan
4. S. Abe Chatterjee, Forgotten vegetables from Siebold’s time
5. Daan Kok, Keiga – Siebold’s painter
6. Gerard Thijsse, Rise and demise of Siebold’s nursery in Leiderdorp
7. Gerda van Uffelen, Siebold’s living plants in the 21st century
Tinde van Andel, Summing-up

The sessions will take place in the Academiegebouw , Rapenburg 73, in Leiden, on March 18th 2020, between 10:00 and ca. 17.00, the venue will open at 9.30. The lectures will be presented in English. Registration is free. Please send an email to g.a.van.uffelen@hortus.leidenuniv.nl if you wish to attend.

Facebooktwitterlinkedinmail

Kaart van de Hoffstede Adrichem (1777)


Kaart van de Hoffstede Adrichem geleegen in de Banne van Wijk aan Duyn met alle toe behoorende Bosse, Bouw, Hooi en Wijlanden (1777), C.C. Kanne (Bron: Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk) (GROTER)

Tekst ingestuurd door Carla Oldenburger, na bezichtiging van de kaart in Museum Kennemerland (Beverwijk). De kaart is te zien op een tentoonstelling “Aanwinsten”, 22 februari t/m 29 maart in Museum Kennemerland, Westerhoutplein 1 (zie hier voor openingstijden)

Het Museum Kennemerland heeft onlangs een kaart aan haar collectie kunnen toevoegen, getiteld: Kaart van de Hoffstede Adrichem geleegen in de Banne van Wijk aan Duyn met alle toe behoorende Bosse, Bouw, Hooi en Wijlanden, Gemeeten en Geteekent door C.C. Kanne, … Heren van Holland, 1777. Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk

NB. ten oosten van de oprijlaan een regelmatige aanleg met een slingerlaantje langs de laan; ten westen van deze laan een landschappelijke aanleg.

Museum Kennemerland heeft mij gevraagd deze kaart aan Cascade-vrienden te tonen en hun commentaar te vragen (te plaatsen op de Cascade-website).

Belangrijke gegevens zijn volgens mij:

C.C. Kanne is een onbekende kaartmaker (niet in Repertorium van Marijke Donkersloot) en o.a. om die reden nemen we niet aan dat hij ook de ontwerper van de aanleg rond Huis Adrichem omstreeks 1777 is geweest. Maar wie dan wel?

Op zoek naar meer gegevens over Huis Adrichem en de bijbehorende tuin- en parkaanleg komen we terecht bij Hesther Hooft, eigenaar van Huis Adrichem sinds 1776. Na de dood van haar man George Clifford nam Hesther de modernisering van de plaats ter hand. Zij was naar we mogen aannemen de opdrachtgeefster van de situatie getekend op deze kaart uit 1777. In 1789 huwde Gijsbert Karel van Hogendorp haar dochter Hesther Clifford en in 1795 nam hij de boedel van zijn overleden schoonmoeder over.

In het standaardwerk van Jhr. H.W.M. van der Wijck, De Nederlandse Buitenplaats (1974 p. 196-198 of latere druk) zijn aantekeningen van Van Hogendorp te lezen betreffende het beheer van de tuin van Adrichem (uit Familie Archief Van Hogendorp in Nationaal Archief Den Haag). Ook een uitgebreid artikel van Ton van Oosterom, Johann Georg Michael (1738-1800) en zijn zoon Johan George Michael (1765-1858) (Ledenbulletin HGMK 33 /2010, p. 7-28) gaat nader in op Van Hogendorp’s eigen woorden.

De vraag is nu wie gunde Hesther Hooft in 1777 de modernisering van de buitenplaats Adrichem? Zie ook suggestie tuinaanleg huis Adrichem 1777 op de site Oldenburgers Binnenstad en Buitenleven.

Facebooktwitterlinkedinmail

Hier wonen wij! Is het niet prachtig!

(OVERGENOMEN)
Hier wonen wij! Is het niet prachtig!

De tweede bundel van de Stichting Kastelenstudies Nederland is een feit. Een elftal artikelen vormen een weerslag van recent onderzoek.

Sommige artikelen sluiten naadloos aan op de actualiteit. Zo wordt verslag gedaan van recent onderzoek naar het Valkhof te Nijmegen, dat nieuwe inzichten opleverde over de twee ringmuren rondom het complex. Ook is er aandacht voor de effecten van de Tweede Wereldoorlog op kastelen en buitenplaatsen. Het betreft hier een aanzet tot meer onderzoek als opmaat voor het jaar 2020, waarin het 75 jaar geleden is dat deze oorlog werd beëindigd. Dan zal er tevens veel aandacht worden besteed aan dit deel van het erfgoed dat niet ongeschonden uit de strijd gekomen is.

Naast onderzoek naar specifieke kastelen, bijvoorbeeld een ‘vergeten’ onderzoek naar de bouwgeschiedenis van het Muiderslot, is er ook deze keer plaats voor interdisciplinair onderzoek, en wel in de directe omgeving van kasteel Duivenvoorde, waarbij tuinhistorie en archeologie elkaar versterken. Historie, bouwhistorie en archeologie komen samen in een bijdrage over houten kasteelstructuren in de periode 1250-1450.
Daarnaast is er aandacht voor buitenplaatsen in Kralingen, hondengraven op kastelen en voor kastelen langs gebiedsgrenzen.

Tot slot wordt er aandacht gevraagd voor ‘lege’ kasteelterreinen, waarbij er op het terrein zelf geen aanwijzingen (meer) zijn voor bebouwing, maar waar vondsten in de gracht daar wel degelijk op wijzen.

Zie ook de inhoudsopgave (en er onder die van de eerdere uitgave ‘Zij waren van groote en zware steenen’)

Taco Hermans en Rob Gruben (eindred.), Hier wonen wij! Is het niet prachtig!, ISBN 978-90-8684-181-3, 240 pp., € 34,95.
Te koop via info@spa-uitgevers.nl. Gebruik de code NKS2 voor gratis verzending.

,

Facebooktwitterlinkedinmail

Van de gebaande paden

Het eerste platform Groen erfgoed in 2020 vindt plaats op woensdagmiddag 4 maart bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in Amersfoort. U bent hiervoor van harte uitgenodigd.

Tijdens dit platform duiken we de diepte in van het meest gebruikte, maar minst bestudeerde onderdeel van groen erfgoed: de paden. Er is sprake van een toenemende verharding: zandpaden krijgen een halfverharding, halfverharde paden raken verhard. Dit komt vaak door intensief gebruik, arbo-eisen, onderhoudslast en toegankelijkheid voor mindervaliden. Een mogelijk gevolg is een eenvormig beeld door heel Nederland, dat niet is gebonden aan de lokale ontwikkeling of ontwerpstijl.

De sprekers behandelen de cultuurhistorische aspecten, de gebruikseisen en de technische mogelijkheden en materialen van de opbouw en afwerking van paden. Aan de hand van casussen bespreken we met elkaar hoe de verschillende materialen recht doen aan de historie, de ‘sense of place’, en gebruiksmogelijkheden.

13.00 Inloop met koffie en thee
13.30 Welkom en uitleg programma Mariska de Boer, dagvoorzitter
13.40 Pragmatische of conceptuele keus: historische bronnen over de aanleg van een pad, Natascha Lensvelt, RCE
13.55 Halfverharding wat is dat, over de techniek van halfverharding, Marc de Jager, Koninklijke Ginkel Groep
14.10 Toegankelijkheid voor mindervaliden, Kees Kuijken, kenniscentrum Handicap & Groen
14.25 5 casussen (van 5 min.) met problemen of oplossingen voor onderhoud, gebruik en inrichting in verschillende parken
15.00 pauze
15.30 Speakerscorner
15.35 Discussie met panel en publiek, geleid door Joost van der Linden
15.40 Samenvatting door de dagvoorzitter
16.30 Afsluiting en netwerkborrel

De bijeenkomst is gratis bij te wonen, maar aanmelden is wel noodzakelijk: aanmelden.

Facebooktwitterlinkedinmail

Inzoomen op Batestein (Vianen)


Figuratieve kaart van de tuin van huis Batestein te Vianen (1632) (Bron: Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht)

Natuurlijk is de vogelvluchtkaart van huis Batestein te Vianen bekend. Onder andere Vanessa Bezemer Sellers brengt hem naar voren in haar publicaties. En  het dubbele cirkelmotief komt ook naar voren in Tuingeschiedenis in Nederland deel III, in de bijdrage van Thea Dengerink. Daar waar de vogelvluchtkaart als afbeelding is opgenomen is deze vaak klein en zwart-wit. Hoe mooi als je dan een goede scan van een mooi exemplaar online tegen te komen. Zodat je lekker kan inzoomen en al die details in de tuin rustig kunt bekijken. Kijk zelf maar: Figuratieve kaart van de tuin van huis Batestein te Vianen.

Hier onder tweemaal een uitsnede met levende have: in vormsnoeikunst en rond scharrelend.

Facebooktwitterlinkedinmail

Gemeentelijk Grondbedrijf Arnhem werft


Villawijk De Braamberg en Ruimzicht (Arnhem 1924), Johannes van Biesen (Bron: Gelders Archief)

Ze blijven aansprekend die vogelvluchttekeningen van nog te ontwikkelen villaparken uit eind 19de en begin 20ste eeuw. Ook het Gemeentelijk Grondbedrijf Arnhem probeerde via een wervingsaffiche met een vogelvlucht gronden in de villaparken Braamberg en Ruimzicht te slijten (groot); gronden aan weerszijde van de Apeldoornseweg net voorbij Sonsbeek. Er werd zelfs een Duitstalige versie van het affiche gemaakt.


Villenviertel De Braamberg en Ruimzicht (Arnhem 1924), Johannes van Biesen (Bron: Gelders Archief)

Beide affiches dateren uit 1924 en in net dat jaar maakte de K.L.M. een luchtfoto in vogelvlucht. Er is wat gaande linksonder, maar dat is geen villabouw. Het Ronde Bosje staat nog op de luchtfoto waar het affiche een landhuis had gedacht. Het laatste is er nooit gekomen. En heel Braamberg kwam slechts beperkt tot ontwikkeling. En Ruimzicht, middenboven op het affiche, al helemaal niet.


Luchtfoto in vogelvlucht met De Braamberg (1924) (Bron: Gelders Archief)

De tekenaar was de latere Arnhemse gemeentearchitect Johannes van Biesen. Hij maakte in 1927 nog een soortgelijk affiche, voor Tuindorp De Paaschberg (groot); naast en achter Bronbeek.
Jan Holwerda


Tuindorp De Paaschberg (Arnhem 1927), Johannes van Biesen (Bron: Gelders Archief)

Facebooktwitterlinkedinmail

Meer om cieraet als gebruijck, 30 jaar geleden

Even een persoonlijke herinnering. Begin 1990, dertig jaar geleden, was er de tentoonstelling en de gelijknamige publicatie Meer om cieraet als gebruijck. In het Arnhems Gemeentemuseum, waar de tentoonstelling was, was ook een lezing. Door ‘onze’ Carla, die ik toen en nog lang daarna alleen kende van publicaties als in het vakblad Groen. Het materiaal op de tentoonstelling was geweldig, maar ik had toen ook nog niet zoveel gezien. De lezing zal dat ook zijn geweest, maar wat ik me vooral ben blijven herinneren is dat er een krant werd aangehaald met een citaat dat ging over het gevoel dat het materiaal opriep. De reacties daarop varieerden van ‘lacherig’ tot ‘trots’, maar het verwoordde zo mooi wat ik gezien had.

Lang bleef het bij die vage herinnering. Tot nu, tot delpher.nl met al die gescande kranten. Nu kan ik het terugzoeken. Het zal de NRC van 26 januari 1990 zijn geweest, aangehaald op de lezing op 10 februari. Het is een paginagroot artikel (lees hier) en dit moet het citaat zijn geweest:

Wie raakt niet ontroerd bij de tuinontwerpen in het Arnhems Gemeentemuseum? De waterverf waarmee de bosschages en paden zijn ingekleurd, is uitgelopen en verschoten. De randen van het papier zijn opgegeten door schimmel en vocht. Landschapsarchitecten van drie eeuwen hebben ze beschreven met krullen en kinderletters…

 

Facebooktwitterlinkedinmail

Uitgesproken teksten bij presentatie Tuingeschiedenis in Nederland III

U had nog wat te goed. De webmaster was plaatsing ontschoten. Excuses.

Bij deze twee van de teksten uitgesproken tijdens de presentatie Tuingeschiedenis in Nederland III. Verdwenen tuinen, d.d. 12 december 2019 op Huize Gunterstein (Breukelen):

Lenneke Berkhout met Een pleidooi voor meer onderzoek naar cultuurhistorische aspecten van onze tuingeschiedenis; PDF

Korneel Aschman met Tuingeschiedenis in Nederland bundel III, PDF

Facebooktwitterlinkedinmail

Serie gastenboeken Beekhuizen (Velp)


Uit het ‘Arnhemse’ deel was al bekend dat Gijsbert Van Laar van Utrecht den 17 Aug: 1792 Beekhuizen bezocht. Uit het ‘Zeeuwse’ deel blijkt dat Gbt van Laar van Alkmaar Aanlegger van Hoven en Buiteplaatsen & bloemist er 16 aug 1799 opnieuw was. Met Anthonie van Wetering bloemist etc te Oegstgeest bij Leiden [broer van Arie van Wetering, compagnon van Gijsbert van Laar]. Tussen de twee staat nog ene Jansen.

In de tuingeschiedenis is het gastenboek van Beekhuizen (Velp) mogelijk het meest bekende. In het Gelders Archief ligt een kopie dat loopt van 29 augustus 1790 tot en met 30 augustus 1795. Enige jaren geleden werd nog een deel bij het Zeeuws Archief gevonden. Dit loopt van 20 mei 1797 tot en met 23 juli 1800. De periodes laten vermoeden dat er ook een tussenliggend deel bestond en misschien nog bestaat. Verder is er het vermoeden dat er ook navolgende delen hebben en mogelijk nog bestaan want verschillende reisverslagen van na 1800 maken melding van het tekenen van het gastenboek op Beekhuizen. Zo kwam ik er laatst een tegen in een reisverslag uit 1807.
Het gezelschap ging van kasteel Rosendael naar Beekhuizen en:
‘Hier [op Beekhuizen] wierden wij eerst door den tuinman in een klein koepeltje geleid, daar wij onze naamen in een hiertoe expresselijk ingerigt boekje moesten schrijven. Verscheidene vroegere bezichters deezer heerlijkheid, hadden dit met toepasselijke spreuken of dichtstukjes gedaan, dan, daar onze geest juist op dit ogenblik zoo vlug niet was, en wij dit niet van te vooren geweeten hadden, schreeven wij slechts eenvoudig onze naamen, behalven mijn broeder, die achter de zijne nog een half onlees, althans onvertolkbaare Hoogduitsche spreuk, met een Latijnsche uitgang, voegde. Onder de groote meenigte naamen van vregere bezichtigers zagen wij verscheidene van onze kennissen! Dan, terwijl wij dit boekje studeerden, hoorden wij eenklaps ’t gedruis van een verbaazende waterval, welke aan ’t einde van een beekje, op eenigen afstand van ons, viel over eene ruwe kolonnade, ’t welk een betooverend schoon gezicht was!…’
Jan Holwerda


Cascade van Beekhuizen (1798-1803), Warnaar Horstink (Bron: Noord-Hollands Archief)

Facebooktwitterlinkedinmail