Boek Haagse en Leidse buitenplaatsen

INGEZONDEN
Afgelopen maandag verscheen Haagse en Leidse buitenplaatsen: over landelijke genoegens van adel en burgerij van de hand van René Dessing.

De buitenplaatsen in de wijde omgeving van Den Haag en Leiden zijn tussen de 17de en 20ste eeuw gesticht door adel, kooplieden, ambtenaren en wetenschappers om er in de zomer te genieten van het buitenleven.

In Haagse en Leidse buitenplaatsen brengt René Dessing deze rijke lustoorden van weleer opnieuw tot leven en nodigt de lezer uit ze vooral te bezoeken. Het boek geeft een overzicht van circa veertig buitenplaatsen in Zuid-Holland, vooral in de driehoek Den Haag-Wassenaar-Leiden, maar ook langs de Vliet, in Warmond en de Bollenstreek. Samen bieden ze meeslepende verhalen over rijkdom, macht, architectuur- en tuingeschiedenis, maar ook over ziekte en dood, faillissementen en oorlogsgeweld.

Daarnaast bevat dit boek informatie over wat je op de buitenplaatsen kunt zien en doen. Sommige zijn als museum toegankelijk, bij andere kun je prachtig wandelen en weer andere organiseren activiteiten, van natuur- en tuinexcursies tot concerten en cursussen voor kinderen. En op een flink aantal kun je trouwen en feesten.

Hier vind je een preview van het boek.

René W.Chr. Dessing, Haagse en Leidse buitenplaatsen: over landelijke genoegens van adel en burgerij, Heemstede 2016, ISBN 978 90 8258 930 6, € 19,95, 224 p.

Facebooktwitterlinkedinmail

4 reacties op “Boek Haagse en Leidse buitenplaatsen

  1. Ik had het voorrecht reeds meerdere hoofdstukken te hebben gelezen in dit mooi uitgegeven boek. Iedereen kent natuurlijk de doorwrochte historische onderzoekartikelen en boeken over tuinhistorie, juweeltjes van kennisoverdracht.
    René Dessing geeft in dit boek ook veel informatie, maar hij heeft ervoor gekozen dat op luchtige en toegankelijke wijze te doen. Beknopt, maar daardoor in staat om een groot aantal landgoederen en buitenplaatsen in luttele 220 pagina’s inclusief een inleiding en informatie kaders samen te vatten. En dat verlucht met zeer fraaie foto’s, vaak genomen vanuit een verrassend perspectief. Zelfs het kersverse Voorlinden met het nieuwe museum is geheel actueel. Om te zeggen ‘het leest als een roman’ gaat wat ver, maar het leest op een prettige manier zoals Anne Miek Backer met ‘Er stond een vrouw in de tuin’daarin ook zo is geslaagd. Mede hierdoor is het boek ook voor ‘leken’ die wat meer willen weten een begeerlijk boek. Kortom, aanbevolen. JG

    • Dank je wel voor de lovende woorden, Joost. Het doet me een groot plezier dat deze vorm van toegankelijk maken voor een groot publiek je aanspreekt. Het is mijn stellige overtuiging dat de stedeling op de kastelen en buitenplaatsen veel meer kunnen halen dan ze nu veelal weten. Daartoe heb ik dit vlot geschreven boek gemaakt en de reacties van lezers zijn tot nu toe unaniem positief, ook die van sommige bewoners van de besproken huizen. Dat laatste telt natuurlijk ook. Dank voor je hulp en moeite bij het maken van dit boek. Groet RD

  2. Het boek ligt op mIjn leestafel. Ik ga het bestuderen en hoop een recensie te schrijven voor Cascade Bulletin nr 2 van dit jaar of het eerste nummer van volgend jaar. Het aparte van de nu twee boeken van Rene Dessing is dat zijn invalshoek is van uit de stad. Vorig jaar beschreef hij de buitenplaatsen van Amsterdammers, nu dus de buitenplaatsen van de Haagse en Leidse adel en burgerij. CO

  3. Toen hier enige jaren geleden twee geboren en getogen Amsterdammers een keer een glas wijn dronken, riep een halverwege de avond uit dat hij het gevoel kreeg in een grachtenpand te zitten. Je zag dat zijn eigen constatering hem ineens anders naar het huis deed kijken. Ik vond dat een fascinerende constatering en realiseerde me toen dat vele huizen (zeker die van de kooplieden) vanuit de stad zijn gebouwd en gemanaged. Zo vulde de 17de- en 18de-eeuwse eigenaar zijn ideale buiten in en zo meenden zij het meest optimaal van hun eigen groen te kunnen genieten. Ze dachten monumentaal, tot aan het begin van de landschappelijke aanleg meestal in harmonische vormen waarbij men niet op een tuinman meer of minder keek. Als kunsthistoricus zie ik een historische buitenplaatsen als monumentale kunstwerken die vanuit de stad en voor de stedeling zijn ontworpen. Dank voor je aandacht voor het boek, Carla. Hartelijke groet, RD

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Anti-Spam vraag: