Kaart van de Hoffstede Adrichem (1777)


Kaart van de Hoffstede Adrichem geleegen in de Banne van Wijk aan Duyn met alle toe behoorende Bosse, Bouw, Hooi en Wijlanden (1777), C.C. Kanne (Bron: Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk) (GROTER)

Tekst ingestuurd door Carla Oldenburger, na bezichtiging van de kaart in Museum Kennemerland (Beverwijk). De kaart is te zien op een tentoonstelling “Aanwinsten”, 22 februari t/m 29 maart in Museum Kennemerland, Westerhoutplein 1 (zie hier voor openingstijden)

Het Museum Kennemerland heeft onlangs een kaart aan haar collectie kunnen toevoegen, getiteld: Kaart van de Hoffstede Adrichem geleegen in de Banne van Wijk aan Duyn met alle toe behoorende Bosse, Bouw, Hooi en Wijlanden, Gemeeten en Geteekent door C.C. Kanne, … Heren van Holland, 1777. Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk

NB. ten oosten van de oprijlaan een regelmatige aanleg met een slingerlaantje langs de laan; ten westen van deze laan een landschappelijke aanleg.

Museum Kennemerland heeft mij gevraagd deze kaart aan Cascade-vrienden te tonen en hun commentaar te vragen (te plaatsen op de Cascade-website).

Belangrijke gegevens zijn volgens mij:

C.C. Kanne is een onbekende kaartmaker (niet in Repertorium van Marijke Donkersloot) en o.a. om die reden nemen we niet aan dat hij ook de ontwerper van de aanleg rond Huis Adrichem omstreeks 1777 is geweest. Maar wie dan wel?

Op zoek naar meer gegevens over Huis Adrichem en de bijbehorende tuin- en parkaanleg komen we terecht bij Hesther Hooft, eigenaar van Huis Adrichem sinds 1776. Na de dood van haar man George Clifford nam Hesther de modernisering van de plaats ter hand. Zij was naar we mogen aannemen de opdrachtgeefster van de situatie getekend op deze kaart uit 1777. In 1789 huwde Gijsbert Karel van Hogendorp haar dochter Hesther Clifford en in 1795 nam hij de boedel van zijn overleden schoonmoeder over.

In het standaardwerk van Jhr. H.W.M. van der Wijck, De Nederlandse Buitenplaats (1974 p. 196-198 of latere druk) zijn aantekeningen van Van Hogendorp te lezen betreffende het beheer van de tuin van Adrichem (uit Familie Archief Van Hogendorp in Nationaal Archief Den Haag). Ook een uitgebreid artikel van Ton van Oosterom, Johann Georg Michael (1738-1800) en zijn zoon Johan George Michael (1765-1858) (Ledenbulletin HGMK 33 /2010, p. 7-28) gaat nader in op Van Hogendorp’s eigen woorden.

De vraag is nu wie gunde Hesther Hooft in 1777 de modernisering van de buitenplaats Adrichem? Zie ook suggestie tuinaanleg huis Adrichem 1777 op de site Oldenburgers Binnenstad en Buitenleven.

Facebooktwitterlinkedinmail

8 reacties op “Kaart van de Hoffstede Adrichem (1777)

  1. Ik lees ‘Na de dood van haar man George Clifford nam Hesther de modernisering van de plaats ter hand.’ Is er meer dan alleen die kaart om dat te staven? Anders kan het ook zijn dat de vroeg-landschappelijke deelaanleg ten tijde van haar man George Henrysz Clifford (1743-1776) tot stand is gekomen en de weduwe Hesther Hooft Adrichem na zijn dood in kaart heeft laten vastleggen.
    Mogelijk levert de naam George Henrysz Clifford een netwerk en een draadje om aan te trekken…

    • Ik ben in de oude kranten gedoken en hoera Adrichem heeft een en ander via de krant ‘gespeeld’, dus er valt wat toe te voegen:

      In 1770 kocht het echtpaar George Henrysz Clifford (1743-1776) – Hester Hooft (1748-1795) Adrichem. De Kaarte van de Hoffsteede Adrichem dateert uit 1777, één jaar na de dood van George, en zal in opdracht van de weduwe Hester zijn vervaardigd. (Of de opdracht was eerder verstrekt en de kaart kwam in 1777 gereed.)

      Naast een geometrische parkaanleg van ouder datum rond het hoofdhuis en aan de ene zijde van de oprijlaan toont de kaart uit 1777 een landschappelijke deelaanleg aan de andere zijde van dezelfde oprijlaan. Op grond van gevonden krantenadvertenties kan het zo zijn dat de landschappelijke deelaanleg in 1773 tot stand is gekomen. Een serie krantenadvertenties brengt namelijk het volgende naar voren.

      In december 1772 was sprake van de verkoop van een grote partij iepen-, linden- en notenbomen, naast eiken-, willigen- en elsenhakhout. Dit valt uit te leggen als de aanloop tot de herinrichting voor een deel van het terrein want in april 1773 volgde de aanbesteding van een ‘groote party diepspit werk’ en in juni 1773 die van het ‘graven van een vyver, ruim 300 roeden in ’t vierkant, en een sloot van 220 roeden lang’. In november van hetzelfde jaar was er opnieuw sprake van een verkoop van bomen en hakhout en van de aanbesteding van ‘enig spit- en kruiwerk’.

      In december 1774 werd andermaal veel hakhout aangeboden, maar slechts een beperkt aantal bomen. Dit lijkt een haast meer reguliere hout-verkoopadvertentie te zijn als bekend van vele buitenplaatsen. Op buitenplaatsen kwam door het toenmalige bosbeheer steeds opnieuw hakhout beschikbaar. En een enkele boom werd wel meer gelijktijdig met hakhout aangeboden. Na betreffende december-1774-advertentie komt de hofstede Adrichem jarenlang in geen enkele advertentie meer voor (met uitzondering van de verkoop van vee op de boerderij van Adrichem).

      Het voorgaande past bij het tot stand komen van een landschappelijke deelaanleg als op de Kaarte van de Hoffsteede Adrichem, maar sluit andere scenario’s niet uit. Last but not least, in de krantenadvertenties is sprake van ‘conditien’ en bestekken. Mochten die opduiken dan weten we meer en zou de naam achter de landschappelijke deelaanleg ook op kunnen duiken…

      In een document heb ik alle bronnen op een rijtje, kan ik sturen.

  2. Carel Christiaan Kanne was een landmeter. Hij kreeg op 14 juli 1772 zijn ‘admissie’ tot landmeter en woonde toen in Amsterdam.
    Bron: E. Muller en K. Zandvliet (red.), Admissies als landmeter in Nederland voor 1811. Bronnen voor de geschiedenis van de landmeetkunde en haar toepassing in administratie, architectuur, kartografie en vesting- en waterbouwkunde, Alphen aan den Rijn, 1987, p. 181. In deze chronologische lijst van admissies in Holland is Kanne nummer 737.

    Dat landmeters soms ook tuinen ontworpen, weten we (maar dat zegt verder niets over zijn eventuele betrokkenheid bij deze aanleg).

  3. Mooie uitkomsten van jullie onderzoekjes Jan en Henk.
    We weten nu dus ook weer dat er in die tijd een landmeter leefde die Kanne heette en dus ook best eens vaker nog zal kunnen opduiken. Staat er in dat admissie-boek Henk ook wanneer die landmeters leefden en waar ze woonden en staat Michael daar ook in?
    En Jan, zou het niet heel nuttig, dat je dat lijstje gewoon hier als reactie laat volgen, of denk je dat niemand daarin is geïnteresseerd? Juist wel lijkt mij. We zijn toch een onderzoeksstichting!

    • Nee, helaas staan verdere persoonsgegevens er niet (of maar zelden) in. Michael komt er ook niet in voor. Het resultaat van het werk van landmeters had juridische waarde. De grootte en waarde van landerijen werd daarmee vastgelegd, ook de precieze grenzen tussen percelen of eigendommen. Om landmeter te worden moest je kennis van meetkunde hebben, examen doen en op basis daarvan worden benoemd. Het lijkt er niet op dat Michael dat proces heeft doorlopen (in ieder geval niet in Nederland).

      Er zijn voldoende mensen met die achternaam, maar een C.C. Kanne vind ik niet zo snel. Zijn bekende werk lijkt zich tot landmeterswerk in de jaren 1770 te beperken. De Hingman collectie in het Nationaal Archief levert twee kaarten op:
      Kaart van de duinen onder Hillegom, genaamd Hasselaars en Kees Meynen duin, 1775 (NL-HaNA_4.VTH, inv.nr. 63) en
      Generale doormeting in de Krimpenerwaard, begonnen aan de Koeneschans of de Vlist tot aan de Maas, 1778, een kopie van een kaart uit 1771 door D.W.C. Hattinga (Hingman supplement NL-HaNA_4.VTHR, inv.nr. 4599).
      Een andere door C.C. Kanne vervaardigde kaart bevindt zicht in het Noord-Hollands Archief (niet in de beeldbank): “Kaarte van Noorthollandt”, door Carel Christaan Kanne in opdracht van Gecommitteerde Raden op grotere schaal gekopieerd naar de kaart van Beeldsnijder van 1575, 1775 (8 bladen, op linnen gemonteerd, ingelijst), Kaartencollectie van de Gecommitteerde Raden van West-Friesland en het Noorderkwartier te Hoorn (toegang 3), inv.nr. 1423.
      Alle kaarten blijkbaar ondertekend met C.C. Kanne.

  4. Carl Christiaan Kanne heeft ook ruim twintig kaarten van Guyana gemaakt. Zie de Atlas of Mutual Heritage, Guyana, bijvoorbeeld http://www.atlasofmutualheritage.nl/nl/Projectplan-redoute-land-Brandwacht-aan-oostwal-rivier-Demerara.9385.
    Ik kom ook een Carel Christiaan Kanne tegen als ‘administrateur van der compagnies plantages op Batavia in het boek Naamboekje van de wel. ed. heeren der Hooge Indische Regeeringe, op Batavia (Amsterdam 1785). Wellicht werkte Kanne voor de VOC en/of WIC en komt zijn naam daarom in Nederland verder weinig voor.

    • Oh, mooi Lenneke!
      Dat geeft enige verklaring voor een (helaas in de scan wat gemangeld) bericht uit de Leydse Courant van 17 juli 1775, onder het kopje ‘Oost Indien’:
      https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010912809:mpeg21:a0001.

      Waarin wordt gemeld dat dien dag (? onduidelijk) ‘kreeg men met het Schip (onleesbaar), ’t welk van de Kamer Amsterdam in de Straat (onleesbaar) gekomen, de volgende Berigten:’
      Wat volgt is een kleine serie benoemingen van ‘Zyne Doorl. Hoogh. den Prins van Orange en Nassau’, waaronder als laatste: ‘tot Landmeeter Christian Kanne’.

      Ik liet dit in eerste instantie weg vanwege de onduidelijkheden (die er nog steeds zijn: ging hij eerst naar de Oost en daarna naar Guyana? En weer terug?). En het plaatst de kaart uit 1778 in een vreemd daglicht (als die datering klopt)…

      • (waarop ik me bedenk dat het bericht van de benoeming niet betekent dat hij ook direct op reis ging: de aard van de benoeming wordt uit de krant niet duidelijk…)

Laat een reactie achter bij Carla Oldenburger Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Anti-Spam vraag: