Tuinarchitecte in het land van Mauve, Jeanette van Zijdveld (1875-1958)


Schets in pastel van Philippe Smit van de tuin bij tuinarchitectuurbedrijf en kwekerij Standelkruid in Laren 1915

Het boerendorp Laren, op de zandgrond in ’t Gooi, veranderde aan het eind van de negentiende eeuw in een kunstenaarsenclave en in dit milieu vestigde zich rond 1900 Jeanette Gerardine van Zijdveld, aanvankelijk als kweekster. In 1907 begon zij een tuinarchitectuurpraktijk, waar zij samenwerkte met haar tien jaar jongere vriendin Nelly Spoor, die illustratrice was. ‘Net en Nel’ vormden weliswaar een excentriek koppel, maar beslist geen uitzondering in deze artistieke gemeenschap.

Jeanette van Zijdveld was een van de eerst vrouwelijke tuinarchitecten van Nederland. Sommigen beschouwen Cornelia Pompe en Jeanne Caspers als de eerste tuinarchitectes, omdat zij in 1898 het tentoonstellingsterrein van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid te Den Haag ontwierpen. Maar van hen zijn geen andere ontwerpen bekend en het is de vraag of zij een serieuze tuinarchitectuurpraktijk runden. In 1913 waren er volgens een interview met Mia Boissevain, een van de initiatiefnemers van de tentoonstelling De Vrouw 1813-1913, negen goede tuinarchitectes in Nederland werkzaam, maar alleen J.G. van Zijdveld, die de opdracht kreeg het expositieterrein te ontwerpen, wordt met naam genoemd. Later, in de jaren twintig was in de omgeving van Den Haag ook de onbekendere Lien Spoor (1888?-1939) werkzaam. Zij had knechten in dienst en een eigen tuinaanlegbedrijf in landhuis De Kwikstaart op de grens van het landgoed Clingendael en schrijfster Tine Cool (1887-1944) legde in de periode tussen 1920 en 1940 een twaalftal tuinen aan in de omgeving van Bussum. Maar Van Zijdveld begon ruim tien jaar eerder en behoort daarmee tot de ‘eerste vrouwelijke tuinarchitecten in den lande’, aldus ook haar necrologie in de Laarder Courant De Bel op 14 januari 1958. Afgezien daarvan was zij waarschijnlijk een van de meest succesvolle.

Op 17 november dit jaar is een aantal tekeningen van tuinen van Jeanette van Zijveld en een groot portret van haar geveild, waarmee haar werk opnieuw in de belangstelling is komen te staan. De gehele collectie is gekocht door een particuliere historicus/verzamelaar die onder meer als doel heeft het werk te conserveren en via publicaties of tentoonstellingen vrouwen als Jeanette van Zijdveld onder het ‘stof’ vandaan te halen.

Het portret is een groot pastel van 1.20 m hoog, gemaakt door de bevriende kunstenaar Philip Smit (1887-1948), die vooral in Amerika en Frankrijk bekend is geworden. Het toont een krachtige, enigszins hoekige vrouw met mooie handen en een kat op schoot. Van hem is waarschijnlijk ook de pasteltekening die werd geveild onder de titel: ‘Tuin van kwekerij Standelkruid’ die de voorbeeldtuin bij de villa is waar het tuinarchitectuurbedrijf was gevestigd. Op een foto bij een artikel in Onze Tuinen van Anna Bienfait is deze tuin goed te zien, waardoor hij te dateren is op 1915.


Foto van dezelfde tuin 1915

De perspectieftekeningen zijn heel kleine in Oost-Indische inkt vervaardigde tuinaanzichten. De enige titel bij (een print van) een van de tekeningen: Drie maanden na de voltooiing, doet vermoeden dat ze eerder ná dan vóór de aanleg zijn gemaakt. Het zijn dus wellicht presentatietekeningen van haar werk naar de werkelijkheid getekend zoals men tegenwoordig achteraf een foto maakt. De grote vraag blijft: wie heeft ze gemaakt? Aangezien Nelly Spoor illustratrice was en beide vrouwen samenwerkten is het aannemelijk dat zij ze heeft gemaakt. Ook de verfijnde penvoering lijkt erg op die van haar illustraties van kinderboeken waarin tuinen vaak de achtergrond vormen. Anderzijds staat op een van de passe-partouts (niet in de tekening): in blokletters geschreven: Perspect. Schets van de tuinaanleg. En daarbij een signatuur van J. van Zijdveld. Een ander passe-partout vermeldt alleen: J. vZijdveld Laren NH, gevolgd door: Febr. 1915, terwijl de tuin volop in bloei staat! Dat duidt weer op een situatie die niet naar de werkelijkheid is getekend. Dus wie het weet mag het zeggen …


Twee perspectieftekeningen in Oost-Indische inkt van tuinontwerpen van Jeanette van Zijdveld door vermoedelijk Nelly Spoor, maar misschien ook van Jeanette van Zijdveld zelf.

Meer wetenswaardigheden over Jeanette van Zijdveld, haar samenwerking met architecten Hamdorff, Rueter en Rigter, haar oeuvre vergeleken met tijdgenoten en de mysterieuze periode in Frankrijk van het koppel Van Zijdveld en Spoor is te lezen in het volgend jaar te verschijnen boek Er stond een vrouw in de tuin van ondergetekende auteur.
Anne Mieke Backer


Advertentie uit Onze Tuinen jaren 1915-1920.

Facebooktwitterlinkedinmail

6 reacties op “Tuinarchitecte in het land van Mauve, Jeanette van Zijdveld (1875-1958)

  1. Uitstekend speurwerk van Anne Miek kunnen we wel zeggen. Als jullie meer beelden willen zien, op de dag van de veiling, 17 november jl., plaatste ik ter verdere bestudering, alle reproducties uit de veilingcatalogus op de (openbare) pagina facebook.com/groenehistorie. Zie daar dus. CO.

  2. Leuk artikel over Jeanette van Zijdveld. In het artikel wordt Tine Cool genoemd. Is zij familie van de paddenstoelendeskundige Catharine Cool (1874-1928)? Het blad van de Nederlandse Mycologische Vereniging Coolia werd naar haar genoemd. MB

    • De zuster van Tine (Catharina Alida) Cool 1877-1944 was Dien (Gerardine) Cool (1884-1911), schilderes. Zij had een tante (Emma) die getrouwd was met Martinus Nijhoff. Maar een familierelatie tussen Tine en Catharine kan ik niet vinden. AMB

  3. ’t was effe puzzelen, maar ze zijn familie (als m’n puzzel klopt).
    Terug in de tijd komen ze bij dezelfde voorouders uit, dus achternicht in de zoveelste graad:

    * Catharina Cool (1874-1928)
    . vader Gerrit Cool (1840-1902) x Helena Machtilda Henriette van der Mandele (1848-1928)
    . grootvader Pieter Cool (1807-1891) x Catharina Tjallingii (1818-1890)
    -> overgrootvader Gerrit Cool (1775-1856) x Imke Menalda (1773-1848)

    * Catharina Alida (Tine) Cool (1887-1944)
    . vader Thomas Cool (1851-1904) x Berber Gerardina Kijlstra (1856-1934)
    . grootvader Gerrit Cool (1825-1896) x1 Trijntje Eekma (1825-1853)
    x2 Johanna Frederica Camming (1836-1864)
    x3 Alida Johanna Wilhelmina de Jongh (1826-1909)
    . overgrootvader Thomas Cool (1800-1870) x Jeltje de Vries Buwalda (1804-1843)
    -> overovergrootvader Gerrit Cool (1775-1856) x Imke Menalda (1773-1848)

    • Op mycologen.nl staat een zeer korte biografie van Catharian Cool, de mycologen.
      Catharina Cool (1874-1928)
      Coolia 11(1-3) 1964
      Catharina Cool neemt een heel bijzonder plaats in in de NMV en het is niet voor niets dat haar naam sinds 1954 voortleeft in die van het tijdschrift “Coolia”, dat daarom bovendien van 1964 tot 1977 ook nog gesierd werd met een tekening van het door haar ontdekte Odeurzwammetje, dat zij in 1918 beschreef onder de naam Lepiota odorata (Huijsman richtte in 1943 bij een revisie ter ere van haar het geslacht Coolia op en hernoemde de soort in Coolia odorata).
      Coolia 20(4) 1977
      J.S. Meulenhoff schrijft over haar: “Niet alleen was zij een ijverig lid en een ijverige conservatrice, van onze vereeniging, niet alleen gaf zij, naar haar krachten, wetenschappelijken arbeid en gaf zij alle tijd en werkkracht aan onze vereeniging, aan onze collectie in Leiden en aan het onderzoek van de Nederlandsche zwammen-flora, doch als het levend geworden enthousiasme en de met heilig vuur bezielde propagandiste zal Catharina Cool steeds in onze herinnering een eerste plaats innemen.” Catharina Cool was jarenlang aan het Rijkherbarium te Leiden verbonden als conservatrice van de NMV. Zij had een grote paddenstoelenkennis die zij uitdroeg in talloze excursies, maar ook in kookcursussen voor huisvrouwen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Anti-Spam vraag: