Fake kan zo mooi zijn.


De balustrade van de toegang tot voorplein van kasteel Sterkenburg. Foto’s: Jan Holwerda

Een week of vier geleden was ik op/bij kasteel Sterkenburg. Prachtig om tegen huis en toren op te kijken en door park en omgeving te wandelen. Maar wat nog het meest is bijgebleven is de balustrade van de toegang tot het voorplein. De linkerzijde bestaat uit een gaaf deel en een deel vervangen door hout (zie foto boven). Maar klop je op het gave deel, dan klopt er iets niet. Kijk je vervolgens naar rechts, dan weet je genoeg. Van metaal… en hol…, geen hardstenen balustrade. Ik zeg aub niet vervangen.  JH

Facebooktwitterlinkedinmail

15 reacties op “Fake kan zo mooi zijn.

  1. Het monumentenregister (monumentnummer is 511812) geeft de volgende beschrijving: “Brug tussen oprijlaan en voorplein ten zuiden van het kasteel uit 1859 met gegoten zinken leuningen door Ludwig Schutz uit Zeist, in neo-gotische stijl. De leuningen bestaan uit segmenten van onderling verbonden balusters die tussen vier hardstenen postamenten zijn geplaatst.”
    Leuk, dat de maker bekend is. Van Schutz zou ik wel meer werken willen zien.

  2. Is er een ander levensteken van deze Ludwig Schütz? Ik kom de naam wel tegen op internet, maar zie zo snel niet iemand die toch op zijn laatst omstreeks 1840 geboren moet zijn, als die brug van 1859 is. Er liggen enige Schützen op de begraafplaats van de hernhutters in Zeist. CO

  3. Door wat googelen bijeen geharkt:

    Zinkgieterij Schütz te Zeist
    De firma Schütz is te vinden met L. Schütz, maar ook met L.W. Schütz.
    Ludwig Wilhelm Schütz (Kleinwelka 1805-Carlsbad 1874). In Kleinwelka (Pruissen) zat net als in Zeist de Broedergemeente.

    De firma is in 1834 opgericht, aan het Zusterplein te Zeist. Later geheten de Koninklijke fabriek van gegoten Zink- en Bronswerken L. Schütz & Zoon Zeist. In 1894 werd het bedrijf overgenomen door de firma F. W. Braat te Delft.

    Aantal voorbeelden van werken:
    De twee gietijzeren fonteinen uit 1885 in plantsoen tussen de Janssingels te Arnhem;
    De twee vergulde zinken adelaars van het toegangshek van Artis, uit 1854;
    De zinken Wilhelminafontein uit 1898 op de Grote Markt te Gorinchem;
    Een ronde drinkwaterbak met ijzeren lantaarn (ca. 1878) bij de Koninklijke Stallen te Den Haag.

  4. Als ik me niet vergis, vervaardigde Schütz ook plafonds en dergelijke. Je komt zijn naam regelmatig tegen, vooral rondom Utrecht, dan wel Heuvelrug. Wanneer de architect Kamperdijk aan iets heeft gewerkt, kom je gewoonlijk ook wel ergens iets van Schütz tegen. In het Bisschoppelijk Paleis (voorheen de woning van de directeur der spoorwegen) aan de Utrechtse Maliebaan is bijvoorbeeld de prachtige gietijzeren trap die drie, vier etages omhoog klimt, van een plaatje met de naam Schütz voorzien. Alles van Schütz is kwaliteit, en is van extra waarde.
    Voor wat betreft ‘fake’: vergeet niet dat de latere negentiende eeuw alles apprecieerde dat niet ‘echt’ maar ‘vals’ bleek – men leefde tenslotte in een tijdperk van industrialisatie, alles was maakbaar. Dus, geen echte rots maar cement, geen stucwerk maar voorgevormde caoutchouc, en geen eikehout maar eikehoutfineer (vaak over écht eiken heen gesmeerd) – illusie was alles. Natuurlijk geheel tegengesteld aan onze zo eenvormige, ‘eerlijke’ tijd.

  5. Mooi speurwerk door Jan. Ik was helemaal vergeten dat de firma Schütz leverde voor de Koninklijke Stallen, terwijl ik daar lang geleden (1982) zelf onderzoek heb gedaan. Schütz leverde niet alleen de grote kandelaber (“een grooten kandelaber in gegoten galvanisch gebronsd zink met 4 roodkoperen lantaarns”) voor de binnenplaats, maar ook andere lantarens/gaskronen voor binnen en buiten. De totale levering kostte 5603,40 gulden in 1879. Aardig is te vermelden, dat Schütz een tekening van de grote lantaarn op ware grootte had gemaakt, die men op een geraamte van latten op de binnenplaats opstelde, zodat het effect beoordeeld kon worden. Van architect Eberson (architect van de koning) is een ontwerp voor de grote lantaarn bewaard gebleven. Maar, nu dwaal ik af. Op zoek naar nog meer bewaarde tuinornamenten van Schütz uit Zeist! KVH

  6. Ik heb net opdracht gekregen om 3 zinken consoles opnieuw te maken.
    En op een oude console stond de naam L.Schutz zeyst.
    Ben even gaan zoeken op internet en kwam deze site tegen.
    Ben zeer geïnteresseerd in zinken voorbeelden van deze vakman ( daar kan ik heel veel van leren). Zijn er bijvoorbeeld catalogussen uitgegeven net als bij de Firma Braad uit Delft?

  7. Besten, in verband met mijn werk als kleuronderzoeker aan verschillende projecten in Artis ben ik ook geïnteresseerd geraakt in L. Schütz. Ik heb geweldige informatie gevonden in het boekje ‘Zink in Nederland’ van Meindert Stokroos. Als ik jullie reacties zo lees weet ik zeker dat je er blij mee zult zijn!
    Er staat een heel hoofdstuk Schütz in met voorbeelden van zijn werk.
    Met groet, Leonieke Polman

    • Dank u voor deze informatie.
      Waar kan het boek ‘Zink in Nederland’ van Meindert Stokroos kopen.
      Op internet vindt hem niet.

      Vriendelijke groet.
      Henk Plugboer.

      • In Zeist zijn beelden van L. Schütz bekend. O.a. Adam en Eva in de trouwzaal van het raadhuis uit 1908. Ook ten minste een beeld in de collectie van Stichting het Hernhutter Huis (Broedergemeente). Contactpersonen bij mij bekend. Misschien kan “Zink in Nederland” door de RCE gescand en beschikbaar gesteld worden, evenals de andere boeken uit de zeer informatieve materialenserie van Stokroos? Uiteraard met zijn toestemming.

  8. Ik heb het boek (Zink in Nederland ) gekocht op internet.
    Ben er zeer gelukkig mee.
    Er staat veel informatie en voorbeelden in over de vele zinkgieterijen die Nederland rijk was.

  9. Op 16 mei 2007 heb ik een bezoek gebracht aan het kasteel Sterkenburg. Ik werd rondgeleid door de heer Bos en Olivier Merten

    Rond 1850 zijn bij de verbouwing van kasteel Sterkenburg gegoten zinken elementen toegepast. Het gaat hier om een van de balustraden van de toegangsbrug tot de voormalige voorburcht (de andere balustrade is inmiddels vervangen door een weinig gelijkend houten replica), de beide balustraden op het landhoofd naar de brug van de hoofdburcht en de balustraden van de balcons op de hoofdburcht.

    Zink werd in het verleden gebruikt als surrogaat voor duurdere materialen, zoals in dit geval voor natuursteen. Om de gelijkenis met natuursteen te optimaliseren werd het grijze zink in een witte kleur geschilderd. Een nadeel daarbij was wel de geringere levensduur van het metaal, met als gevolg dat veel negentiende-eeuws zink inmiddels is verdwenen. Tegen deze achtergrond moet aan de zinkwerken op kasteel Sterkenburg hoge zeldzaamheidswaarde worden toegekend. De onderdelen zijn naar alle waarschijnlijkheid geleverd door de toenmalige zinkfabriek van Schűtz uit Zeist. Zekerheid daaromtrent kan echter pas worden verkregen na archiefonderzoek.

    Om het bedrijfsrisico tijdens het vormen en gieten van het zink te beperken, werden de balustraden samengesteld uit afzonderlijk gegoten segmenten. Bij nauwkeurige inspectie van de nog aanwezige objecten is deze werkwijze goed te zien. De onderlinge verbinding tussen de afzonderlijk gegoten onderdelen is door solderen tot stand gekomen. Om de balustrade voldoende stevigheid te geven is inwendig een ijzeren montuur aangebracht, een werkwijze die ook wel bij ander gietwerk werd toegepast, zoals bij beelden en fonteinen.
    Gemeten naar de ouderdom van de zinken onderdelen zijn deze in betrekkelijk gave staat bewaard gebleven. Opmerkelijk is dat de ijzeren steunconstructie, het montuur, op het oog geen noemenswaardige schade heeft veroorzaakt; dit in tegenstelling tot andere zinken objecten, zoals bijvoorbeeld de bladzinken bouwornamenten, die door ijzeren monturen grote schade hebben opgedaan. Deze vorm van schade heeft te maken met het feit dat zink zich opoffert om ijzer tegen corrosie te beschermen.

    Met het oog op een duurzaam herstel is het te overwegen de bestaande ijzeren monturen uit zowel de segmenten van de balustrade en eventueel de tussenliggende zinken pijlers te vervangen door roestvrijstalen exemplaren. Ontbrekende delen zouden weer in gietzink moeten worden uitgevoerd, hetgeen betekent dat er nieuwe mallen moeten worden gemaakt.

    In verband met de toen lopende herstelwerkzaamheden heb ik het volgende geadviseerd.
    Het verdient aanbeveling de nog spaarzaam aanwezige verfresten nader te analyseren, om zo tot een verantwoorde reconstructie te kunnen komen van de oorspronkelijke kleur. In negentiende-eeuwse literatuur is herhaaldelijk sprake van het feit dat zink zich moeilijk laat schilderen. Het gegeven dat verhoudingsgewijs weinig gegoten zinken objecten nog op kleur zijn, heeft daarmee zeker te maken. Een rondgang in de literatuur en de verschillende sites op internet illustreert de verschillende visies op de problematiek. Het is zeker te overwegen een gefundeerd advies te vragen aan bijvoorbeeld Sikkens. Daarnaast lijkt het mij in elk geval zinvol het oppervlak van de nieuw gegoten onderdelen enigszins aan te stralen om een met het originele materiaal vergelijkbare ruwheid te bereiken.

    Kennelijk is er nadien helemaal niet gebeurd. Gelukkig hebben we daardoor een ‘instructieve brug’ behouden.

    P.S. De kolossale consoles onder het balcons zijn overigens van Martin uit Zeist.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Anti-Spam vraag: