Libanonceder in Heemstede


Libanonceder in Heemstede  Foto: Leo Goudzwaard

Bij het zoeken naar verhalen "achter" bomen voor het boek Monumentale Bomen in Nederland, dat we aan het schrijven zijn, hoorde ik een opmerkelijk verhaal.

In een tuin in Heemstede staat een scheve ceder, zie foto. Volgens de eigenaar heeft Linnaeus deze boom nog uit Libanon meegebracht en daar geplant. Dan zou de boom dus stammen uit 1735-1737, en het zou volgens hem ook de oudste libanonceder van Europa zijn.

Wie weet er meer van, en nog beter wie kent er een beschrijving van de Heemsteedse ceder?

Leo Goudzwaard

Facebooktwitterlinkedinmail

18 reacties op “Libanonceder in Heemstede

  1. Een scheve Libanon-ceder, uit het Midden-Oosten meegebracht door Linnaeus en door hem zelf geplant in Heemstede, wat wil je nog meer. Het lijkt mij een goed begin voor een roman, waar later ook Zocher nog een rol in kan spelen.
    Voor zover ik weet is Linnaeus nooit in Libanon en omstreken geweest. B. K. Boom zegt in zijn Dendrologie dat de Libanon ceder in Frankrijk is geïntroduceerd in 1839 (dat is dus in de tijd van Zocher jr.) en de Zocher-catalogi uit omstreeks 1835 geven alleen een cedrus op (zie digitale versie van de vroegste twee Zocher-catalogi, uit omstreeks 1830-1835, http://library.wur.nl/speccol/). Het is niet duidelijk of Zocher een Libanonceder of een andere soort op de kwekerij had staan, maar het zou heel goed mogelijk zijn, omdat het jaar van uitgave van zijn kwekerij-catalogus en de introductiedatum in Frankrijk aardig overeen komen. De ceder heet in het latijn Cedrus libani A.Rich.(= A. Richard). Richard heeft hem dus voor het eerst beschreven en niet Linnaeus, dat zou je anders misschien ook verwachten toch. Al met al, het lijkt me dus een fabeltje. In de bibliotheek Wageningen UR zijn ook nog enkele kwekerij-catalogi uit het einde van de 18de eeuw. Die zou men eerst ook eens moeten raadplegen, voor we iets met meer overtuiging kunnen zeggen. En wat zeggen de monumentale-bomen-deskundigen van de scheve inplant? Zo geplant of omgevallen? CO

  2. Volgens mijn informatie werd de libanon ceder in Engeland ingevoerd door dr.Edward Pocock in 1638, en hij plantte in 1646 een libanon ceder in Childrey, Oxfordshire,die er nu nog staat, daarmee de oudste in GB zijnde.
    Joost G

  3. Oude Ceders willen, zeker op een bodem met hoge grondwaterstand, nog wel eens op zijn kant gaan. Wat zit er voor een stut onder de stam, overgroeid met klimop? Is die techniek van stutten te dateren? Vast en zeker wel. Vergelijkbaar aan de andere zijde van Nederland, de Libanon Ceder van de Wildenborch, waar Pius Florus de handen vol heeft om het gevaarte in leven te houden. Aardig detail is dat dit ook de oudste Libanon Ceder van Nederland is volgens de eigenaar. Oude bomen en dit soort verhalen gaan goed samen. De foto, het gebied en de groeiwijze zijn voldoende aanleiding om aan te nemen dat deze boom onderuitgezakt is. Maar….dat is vanachter de pc niet met voldoende zekerheid vast te stellen. Zijn er geen afbeeldingen van de boom gevonden van eind 19e eeuw? Die kunnen aardig uitsluitsel geven hoe de kroonontwikkeling toen was.
    Om het even door te koppelen aan het “bananenbos is wording” in Den Helder. Zie de kroon van de Ceder, deze heeft de normale vorm en blijft nooit vanuit zichzelf scheef groeien. Ik ben benieuwd naar het beheerplan van het architectenbureau West 8? Of zal de opdracht hier stoppen en is het een verwijzing naar de “bananenrepubliek in wording”.

  4. Er bestaat helaas weinig literatuur over introductie van plantmaterialen. Voor Nederland gebruiken we meestal B. K. Boom, Dendrologie. Hij geeft de vroegste vermeldingen op die hij in de historische botanische literatuur is tegen gekomen, maar het is dus heel goed mogelijk dat er ook oudere literatuur, dus oudere bronnen zijn, die hij niet heeft gekend of pas later heeft leren kennen. Omdat het hier over een introductie van Linnaeus in Heemstede/Nederland gaat, is het in dit geval het meest voor de hand liggend dat je gaat zoeken in de ‘Hortus Cliffortianus’ (planten in de tuin van Clifford in Heemstede) of de ‘Species Plantarum’ van Linnaeus en gaat kijken welke bronnen hij noemt. Hij noemt de ceder niet in de Hort. Cliff. en noemt in de ‘Species Plantarum’ Barr.ic. als bron, dwz Jacques Barrelier: ‘Icones Plantarum per Galliam, Hispaniam et Italiam observatae'(1714). Een nog vroegere beschrijving komt voor in ‘Historia plantarum nova et absolutissima’ (1651) van J. Bauhin. en deze beschrijving zal gebaseerd geweest zijn op de vermelding door de arabist dr.Edward Pococke, die dan volgens overlevering de eerste Libanon ceder in Childrey plantte. Omdat Linnaeus in zijn ‘Hortus cliffortianus’ de ceder helemaal niet noemt, lijkt het me stug dat hij deze in Heemstede heeft geplant.CO

  5. Als de Libanonceder niet voorkomt in de Hortus Cliffortianus, neem ik aan dat hij toen nog niet in Heemstede aanwezig was. Let wel: Linnaeus noemde hem Pinus cedrus. De ceder is dan van na 1738. Hij is na de sneeuwval van jan. 1984 scheefgezakt en ondersteund door een stalen stut.
    Het is dus zeker geen scheefgeplante boom, daar zijn er ook super weing van in Ned. Een oude scheefgeplante beuk staat er in Clingendaal.
    Ik zal de oudste kwekerijcatalogi in de WUR bibliotheek proberen te vinden.
    De ceder van de Wildenborch is van rond 1800.
    Maar welke ceder is nu de oudste van Nederland?
    De aanwasboor kan uitkomst brengen, maar eigenaren willen meestal geen gaatje in hun boom hebben. iedereen bedankt voor de info.
    Leo

  6. Waar staat volgens je die scheefgeplante beuk in Clingendael Leo? Ik weet van een beuk die scheef staat maar dat komt door afkalving van de oever! Die scheefstand van bomen is vrijwel altijd het geval dicht bij waterkanten, in een enkel geval ook doordat de boom is omgevallen door hevige regenval waardoor de grond zo drassig werd dat hij bij een stevige wind ‘ging’, maar men de boom niettemin handhaafdde.
    Joost Gieskes

  7. scheve boom, lindenkom en parasollaan
    de scheve boom van Clingendael staat in een oever.
    ik kan er echter geen foto meer van terugvinden, en kan het nu niet hardmaken.
    inderdaad zakken bomen in een oever vaak scheef, dat noemen we wel oevergedrag.
    kenmerken voor scheefgeplante bomen is de scheve onderkant tot op de vroegere planthoogte, daarna is de boom weer recht. Bomen groeien nl normaal rechtop.
    Wie weet overigens meer over het verschijnsel parasollaan en lindenkom?
    Voor het boek over monumentale bomen ga ik de parasollanen van Elswout en de lindenkom van Groenendaal beschrijven. Wie kent er literatuur over? Zijn dit de enige in Nederland? Waarom maakte men een lindenkom?
    Leo

  8. En dat doet mij meteen weer denken aan Zocher. Zou het daar een overblijfsel van kunnen zijn? Is dit adres misschien een deel van de oude buitenplaats Bronstee, waar Zocher jr. ca. 1830 werkte? Je weet maar nooit. CO

  9. bedankt voor de aanwijzing, Carla. Googelen brengt me bij Jacobus Craandijk, in zijn wandelingen door Ned. deel 3 p.368, over Bronstee. Het was toen al afgebroken, maar hij beschrijft de locatie tamelijk exact, ten zuiden van de Haarlemmerhout en bij de Kraaijenestervaart. De huidige ceder lijkt op de plaats van buitenplaats Bronstee te staan. Leo

  10. En kunnen de kenners van deze boom dan mij zeggen of het kan kloppen dat deze boom ongeveer 180 jaar oud is, of wel door Zocher jr. omstreeks 1830 op Bronstee geplant kan zijn?CO

  11. Voor zover bekend is de Libanese ceder geplant tussen 1735 en 1737 op de hofstede BRONSTEE ten tijde dat mr.Jacob Hop (vrijheer van de Lek, Lekkerkerk en Zuidbroek, voorts schepen en raad van Amsterdam) die na mr. Joan Fontaine eigenaar was van deze (voormalige) Heemsteedse buitenplaats.
    Deze boom heeft aldus niets met Linneaus noch met Zocher te maken.
    Hans Krol, Heemstede

    • Correctie de genoemde jaartallen 1737 en 1737 zijn onjuist, dat betreft de jaren dat Linnaeus op de Hartekamp verbleef. De Libanese ceder moet zijn geplant tussen 1757 en 1776, de periode dat Jacob Hop eigenaar was van de hofstede Bronstee.

  12. Ik kan de informatie van Hans Krol volledig onderschrijven. Het plantjaar tussen 1735-1737 wordt namelijk ook genoemd in het boek ‘Monumentale bomen in Nederland’ uit 1991. Daarin staat bovendien dat deze Libanonceder in 1984 is omgevallen als gevolg van overbelasting met sneeuw waarna deze in de huidige positie is gezet. Volgens deze publicatie is het Heemsteedse exemplaar de oudst geregistreerde van deze soort in Nederland. De boom had destijds (1991) een stamomtrek van 385cm. Maar dat is inmiddels wellicht al allemaal bekend.

  13. Naar aanleiding van bovenstaande datumcorrectie door Hans Krol (een plantdatum tussen 1757 en 1776, toen Jacob Hop eigenaar was van Bronstee), alsmede algemene oproepen eens in oude plantencatalogi te speuren, het volgende:
    Jacobus Gans noemt de ‘Pinus Cedrus Libani’ in zijn eerste, ongedateerde catalogus, die vanaf half december 1770 verkrijgbaar was. Jacob Hop kan de Libanonceder van Bronstee in genoemde periode dus lekker dicht bij huis van Gans gekocht hebben (van zijn kwekerij in Haarlem, of van de kwekerij in Hillegom, die Gans in de winter van 1771/72 zou opzetten).

    Hoewel Gans stelde dat hij zijn planten zelf uit Engeland had meegebracht, sluit dit niet uit dat er mogelijk al eerder exemplaren in Nederland te krijgen waren…

  14. Gisteren kreeg ik een nieuw artikel over deze Libanonceder van de hand van Anja Kroon. Ik heb het artikel integraal op onze website geplaatst (helaas zonder illustraties), maar zonder deze uitstekend te volgen. Een deel van het raadsel is door het onderzoek van Anja Kroon nu opgelost. Zie het bericht van 4 augustus 2017:
    https://www.oldenburgers.nl/berichten/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Anti-Spam vraag: