De tuinbaas en zijn buitenplaats

Net voor de pauze in het middagprogramma van het Platform Groen Erfgoed (over historische moestuinen) werd gisteren het eerste exemplaar van De tuinbaas en zijn buitenplaats: Werken in historisch groen overhandigd. Aan Kees Beelaerts van Blokland, voorzitter van het Gilde van Tuinbazen. Een boek geschreven door Gertrudis Offenberg en rijk geillustreerd met foto's gemaakt door Johan van Galen Last (natuurfotograaf, maar vooral ook tuinbaas).

24 buitenplaatsen, landgoederen en andere historische tuinen werden bezocht. Uitgebreid werd gesproken met de tuinbazen (tegenwoordig vaak beheerder, opzichter of zelfs groenmanager), een en ander werd in een cultuurhistorische context geplaatst en belangrijke horticulturele kennis werd vastgelegd.
Overigens was een 10-tal van de tuinbazen gistermiddag aanwezig, een ieder kreeg een exemplaar van het boek. Platform-deelnemers die het boek al kochten zullen al bladerend de heren en de dame in het boek opnieuw tegenkomen.

Tot nu toe enkel gebladerd, een prachtig boek. De beschrijving zegt: Alle aspecten van behoud en onderhoud van monumentale tuinen en parken komen aan de orde, niet alleen de keuze van beplanting, het onderhoud van bomen en struiken, maar bijvoorbeeld ook lastige wetgeving, arbeidsverhoudingen, publieksvoorlichting.

De tuinbaas en zijn buitenplaats: Werken in historisch groen
Gertrudis A.M. Offenberg xe2x82xac 29,95 ISBN 9789040077029
(zie ook uitgeverij Waanders)  JH

Facebooktwitterlinkedinmail

Één reactie op “De tuinbaas en zijn buitenplaats

  1. Het boek maakt het duidelijk. Tuinbaas, da’s een oud beroep en tuinbazen, die worden vaak (heel) oud. Veel van de hoofdstukken verhalen over continuïteit in beheer door langdurige werkverbanden, maar dat kan ook als bazen lang blijven en oud worden.
    En t.a.v. dat oud worden, veel oude tuinhistorische werken zijn heel expliciet over de positieve invloed van werken in de tuin op lichaam en geest. Eentje die ik recent tegenkwam is Dirk Turkenburg (ja die van de zaadhandel), hij schreef in 1877:

    De meeste Tuinlieden worden oud; gezondheid en opgruimdheid zijn veelal het deel van hen, die den Tuinarbeid beminnern ; een geneesmiddel voor enkele werkelijke of ingebeelde gebreken; en vaak, zal zijn geest zich verheffen en opklimmen naar de oorzaak van al dat schoone en heerlijke, tot den Schepper, die dat alles heeft geformeerd of de kiem daartoe beeft aangebracht, die schier heel de aarde zoo heerlijk heeft getooid door een plantenrijk even wonderbaar in rijkdom van verscheidenheid als pracht, die dat alles den mensch, als ’t ware aanbiedt tot voeding en verkwikking zyns lichaams, tot ontwikkeling en veredeling van zijn geest.

    De handelaar op zijn kantoor, de geleerde op zijn studeerkamer, worden door inspanning en eentonigheid dikwerf afgemat en dof naar lichaam en geest, maar, dat zij zich één uur verpoozen in het verrichten van tuinarbeid, en zij zullen zich verrassend versterkt gevoelen, meer nog dan van eene wandeling, tot hervatting hunner vorige werkzaamheden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Anti-Spam vraag: