Buitenplaatsen hoe treffen we ze soms aan, en wat kunnen we ermee!

Na alle prachtige foto’s op de weblog en de historische weetjes is er ook een andere kant van de buitenplaatsen in 2008. In mijn werk, het historisch verantwoord beheren en renoveren van buitenplaatsen, komen we iets andere follies tegen in het veld. Wat we er mee doen?

Het is met veel kleine buitenplaatsen bijzonder slecht gesteld, dat weten vele van ons. We zien vaak de kleine pareltjes en de grote jongens die de subsidie potjes plunderen en tot rigoureuze ingrepen komen. Soms met een fantastisch resultaat, maar helaas ook soms met de conclusie was er maar vanaf gebleven.
In mijn werk kom ik op de kleine buitenplaatsen in Gelderland en op de Utrechtse heuvelrug, deze eigenaren krijgen niets aan subsidies en hulp van de overheid. Goed een NSW status, maar dat was het dan wel voor de overgrote meerderheid. Ik vind dat deze buitenplaatsen een wezenlijk onderdeel vormen van onze geschiedenis en het is vaak ongelofelijk wat er nog aan oude elementen in de tuinen zitten.

Na afgelopen jaar op de Hogeschool in Utrecht de opleiding Tuinkunst en Parken te hebben afgerond valt het mij op wat een enorme toegevoegde waarde deze opleiding met zich meebrengt. De meeste eigenaren zijn binnen 15 minuten behoorlijk onder de indruk en krijgen zin iets met het park te doen. Er heeft dan nog geen enkel onderzoek plaatsgevonden en ook voor mij is dan maar 5% van de totale aanleg zichtbaar. Maar dat is al meer dan de eigenaren zelf zien, waarvan sommige er al 20 jaar wonen.

Moet er dan direct iets gebeuren? Absoluut niet! Eerst een historisch onderzoek, eventueel natuurwaarde onderzoek, en een eerste aanzet voor het beheerplan. Maar de winst in dit gesprek van een half uurtje is dat deze eigenaar vanaf dit moment direct terughoudend is in het aanpakken van nieuwe zaken. er wordt even pas op de plaats gemaakt. Zo blijven er veel zaken behouden en is er een denkproces op gang gebracht.

Momenteel renoveer ik buitenplaats de Viersprong in Woudenberg, een totaal onbekende buitenplaats. In het prachtige boek van Catharina van Groningen over de buitenplaatsen op de Utrechtse Heuvelrug komt het zelfs niet voor, hoewel het toch een behoorlijk compleet naslagwerk is.
Een prachtig park komt onder de rommel vandaan, gehavend door de oorlog en de eigenaren rond 1970 die het allemaal niet zo nauw namen. De tuin staat na 110 jaar nog als een huis, en de natuurwaarde is enorm. Het lukt om deze tuin stukje bij beetje te herstellen, met de keuze voor de cultuurwaarde en de natuurwaarde. Geen grote grijpers in het bos, de ree komt af en toe even kijken wat er gebeurt, het gaat gewoon samen.
Zo kan het dus ook, subsidie krijgen we niet, de eigenaar moet alles zelf betalen. En toch gaat het lukken, niet in één jaar maar in 10 of 15 jaar, stukje bij beetje. We weten wat we willen en hoe we er moeten komen. Historisch onderzoek, voortschrijdend inzicht, natuurwaarde onderzoek en een beheerplan. En alles uitvoeren met deze documenten in het achterhoofd en op de werkvloer.

En straks een prachtig park van 110 jaar ouderdom, bloeiend grasland  (soorten van de rode lijst), een speltakker, en een vrijmetselaarspark. En de speltakker? Daar hebben we Mik voor. Mik moet werken en doet dat graag en vaak. Het moet zwaar zijn en liefst een beetje koud. Als iemand Mik wil inhuren voor een opening of een feest bij een landgoed. Stuur een mail en ik breng je in contact met Mik (kruising tussen een paard en een mammoet).

En tuinbaas zijn is een prachtig vak!

Richard Zweekhorst
amazinggardens@hetnet.nl