Rosa Spier-huis (Laren), monumentwaardig ensemble van architectuur en tuin


Met biels verhoogd vasteplantenbed met vijver in de tuin van het Rosa Spier-huis, na 1967
Collectie Buro Mien Ruys.

Het Rosa Spier-huis, een fraai en in zijn soort zeldzaam ensemble van structuralistische architectuur van Verbruggen en Goldschmidt (1967) en het naadloos erop aansluitende tuinontwerp van Mien Ruys (1967-72), staat op de nominatie om plaats te maken voor een nieuw gebouw van Mecanoo [NRC 27-03-09]. Het huidige gebouw zou niet meer voldoen aan de eisen die tegenwoordig aan ouderenhuisvesting worden gesteld; er wordt ook gewag gemaakt van de noodzaak van vergroting van de capaciteit om financieel gezond te kunnen blijven. Deze twee argumenten worden door bestuur en directie uiteraard gepresenteerd als elkaar versterkend om tot de beslissing van afbraak van het bestaande gebouw met tuin en uitvoering van de nieuwbouw te komen. Sommigen van de huidige bewoners hebben zich tegen dit voornemen gekeerd en steun gezocht voor hun verzet. De Bond Heemschut en de Nederlandse Tuinenstichting ondersteunen hun pleidooi en hebben B&W van Laren gevraagd het complex de status van gemeentelijk monument te verlenen.

De beoordeling van een dergelijke aanvraag is niet eenvoudig. Om de discussie erover zuiver te houden moet men zich ten eerste realiseren dat het gaat om de eventuele monumentwaardigheid van het ensemble, waarin architectuur en de tuinarchitectuur een onlosmakelijk geheel vormen. De wisselwerking tussen beide is zo belangrijk, dat het zinloos zou zijn het een zonder het ander te bewaren xe2x80x93 de tuin zonder het gebouw of omgekeerd xe2x80x93 omdat er dan één element volledig uit zijn context zou worden gehaald.
Ten tweede dient men zich te realiseren dat de waarde van het ensemble van gebouw en tuin los van de huidige functie gezien moet worden. Een besluit van B&W om het te bewaren zou immers betekenen dat op grond van de argumenten van de directie het Rosa Spier-huis met zijn bewoners zou moeten verkassen, tenzij er een mogelijkheid zou zijn het gebouw inwendig aan te passen. Bij mijn weten is een vergelijkbare discussie, waarin zowel de waarde van de architectuur als die van de tuinaanleg en de wisselwerking ertussen in een naar verhouding jong ensemble wordt beoordeeld, tot op heden nog niet eerder gevoerd. Dat het geheel pas 40 jaar oud is en daarmee formeel nog niet voldoet aan het ouderdomscriterium van 50 jaar zal de besluitvorming er ongetwijfeld niet gemakkelijker op maken. Het maakt de discussie erover echter des te belangrijker en interessanter.

Leo den Dulk

Leo den Dulk doet met ondersteuning van Tuinhistorisch Genootschap Cascade onderzoek naar leven en werk van Mien Ruys. Meer informatie over dit onderzoek is te vinden op Cantua / Cascade.


Eerste versie van het tuinontwerp van Mien Ruys voor het Rosa Spier-huis, 1967
Collectie Mien Ruys, Bibliotheek WUR 47.1720.046

Facebooktwitterlinkedinmail

Restauratie park Fraeylemaborg (2)


Prieel / tuinhuis bij Fraeylemaborg  Bron: borgenonline.nl

Uit contact met Stichting Landgoed Fraeylemaborg blijkt het onderzoeksrapport (historisch onderzoek) nog in bewerking en momenteel niet openbaar. Er wordt overwogen hier t.z.t. een publicatie van te maken.

Toch valt er meer te lezen, en wel via het rapport ‘Fraeylemaborg, levende historie

Het rapport geeft niet zoveel historische achtergrond (zo ook niet bedoeld). Wel beoogde maatregelen voor de verschillende onderdelen en elementen in tuin en park binnen het grotere geheel van het project ‘Levende Historie’. Verder blijkt de kaart van F.N. Van Hulten (1821) de inspiratiebron voor het restauratieplan. Een deel van de kaart staat afgebeeld in het artikel ‘Het bosch van den baron Fraeijlemaborg‘).  JH


De driesprong (driepuntbrug) in Slochterbosch.  Bron: Beeldbank Groningen

Facebooktwitterlinkedinmail

Restauratie park Fraeylemaborg (Slochteren)


‘Geele Brug’, 1843  Bron: www.fraeylemaborg.nl

De website van Fraeylemaborg meldt het officiële startsein, van de al begonnen restauratie van park Fraeylemaborg, op 30 maart.

Diverse elementen uit de vroegere aanleg zullen in het kader van het project ‘Levende Historie’ worden teruggebracht. De historische ‘Geele Brug’ wordt gereconstrueerd, de oranjerie gerestaureerd, een werkschuur gebouwd, 6,3 kilometer aan paden hersteld, de boomgaard bij het ooievaarsnest komt terug, net als een tuin met kleinfruit en kersenbomen, een bloementuin en een dierenverblijf. Het bestrijden van de erosie van de Hoge Berg en het vervangen van bruggen maken ook onderdeel uit van het project.

Een kaart (met legenda) van de tuinen en het park is te vinden op een andere pagina van dezelfde website en het interessante artikel "Het bosch van den baron Fraeijlemaborg", geschiedenis van het park Fraeylemaborg is te vinden onder publicaties.  JH

Facebooktwitterlinkedinmail

De linden op het voorplein van Huis te Manpad


Voorplein van Huis te Manpad, 2009  Foto: Jan Holwerda

De Cascade voorjaarsexcursie 2007 voerde naar o.a. Huis te Manpad (Heemstede) en we spraken over o.a. de linden op het voorplein. Velen voor en na ons hebben dat ook gedaan. Nu lijkt de kogel door de kerk.

Heemstede Nieuws meldt: ‘Ook de linden op het Voorplein, direct te zien vanaf de Herenweg, worden onder handen genomen. Veel van deze bomen zijn in slechte staat en worden vervangen. Dit gebeurt in twee fasen. In november worden de eerste linden langs de Slotgracht en langs de Herenweg vervangen. Over zoxe2x80x99n tien jaar worden de linden in het hart van het Voorplein vervangen.
Deze werkzaamheden zijn onderdeel van het door het college van B&W goedgekeurde beheersplan. Omdat er een goedgekeurd beheersplan is voor de periode van 2005 tot 2015, is een kapvergunning niet nodig. De goedkeuring betreft de periode 2005-2015.’

natuurwegwijzer.nl meldt nog ‘vervangen door stekken van dezelfde bomen die thans bij een boomkweker op kweek staan’.

In het meest recente nummer van Tuinjournaal, het tijdschrift van Nederlandse Tuinenstichting, staat een artikel over Huis te Manpad met meer details over de vervanging van de linden op het voorplein.  JH (met dank aan Laura)

Facebooktwitterlinkedinmail

Tuinbazenopleiding

Naast of als onderdeel (?) van Herstelplan Martenastate wordt de Túnmanswente, Fries voor tuinderswoning, van de Martenastate (Cornjum) omgebouwd. Een veelheid aan funkties moet er een plek vinden. O.a. de theorie-lessen van de in augustus te starten tuinbazenopleiding; voor de praktijk gaan de studenten de tuin of het park in.

Friesch Dagblad meldt deze nieuwe opleiding waarmee AOC Friesland start. ‘Het is de eerste tuinbazenopleiding in Nederland’. ‘Het is in feite een reguliere hoveniersopleiding, maar dan helemaal gericht op oude tuinen. De kennis daarover verdwijnt met het ouder worden van bestaande tuinbazen.’ Alleen groene vingers is onvoldoende, ‘Je moet bijvoorbeeld ook leren hoe je moet bloemschikken, hoe je gasten ontvangt en hoe je een evenement in de tuin organiseert’. ‘Leden van het landelijke Gilde van Tuinbazen gaan als gastdocent fungeren’.

En een grappig detail, De Stichting De Túnmanswente staat ingeschreven op de Gardeniersweg (te Leeuwarden). JH

Voor het complete artikel, zie Friesch Dagblad
En, een aantal jaren geleden startte de opleiding Tuinkunst en Parken, nu Groen Ruimtelijk Erfgoed, door de Hogeschool Utrecht.

Facebooktwitterlinkedinmail

Mozaïekvakken (2)


Mattemburgh (Woensdrecht)

Richards vraag riep bij mij vakantiebeelden op. Mozaïekvakken die je nog ziet in bv Frankrijk, Duitsland of Oost-Europa. Wat Nederland betreft moest ik direct aan Mattemburgh (Woensdrecht) denken. Richard, ik weet alleen niet of je ook de hoogte in wilt gaan…

Iets anders wat me te binnen schoot is een artikel uit het weekblad Buiten (jrg 1909, nr 13). Een frans artikel vertaalt door E. Th. W[itte]. De foto’s in het artikel spreken voor zich, maar ARBO-technisch kan het zo vandaag de dag vast niet meer.
Voor de geïnteresseerde, en voor de man die straks door de knieën moet, heb ik het gescand. Zie pagina 1, 2, 3 en 4.  JH


Het uitzetten van de teekening op het vak met behulp van stokjes.  Bron: Buiten 1909


Na de beplanting wordt het vak flink aangegoten.  Bron: Buiten 1909

Facebooktwitterlinkedinmail

Mozaïekvakken voor buitenplaats De Viersprong (Woudenberg)


Mozaïekvakken  Bron: Utrechts Archief, familie de Beaufort

Waar de buitenplaats De Viersprong twee jaar geleden nog onbekend was, is hier al een beetje verandering in gekomen. De eigenaren hebben een behoorlijke restauratie van het pand laten uitvoeren en ondergetekende houdt zich bezig met het historisch verantwoord beheer van het park.

Volgens de redengevende omschrijving van RACM is het hoofdhuis opgetrokken in de stijl van het eclecticisme. De tuin rond het hoofdhuis is helemaal in stijl van eind 19e eeuw. Het park zelf is zeer eigenzinnig van opzet. Rond de buitenplaats, gebouwd in 1896, lagen enkele mozaïekvakken en we hebben besloten dat er vijf van deze vakken terug gaan komen. Drie voor het hoofdhuis en twee achter het hoofdhuis in de zichtas, gericht op de kruising van de wegen N224 en N226 ( De Viersprong).

De gebouwen zijn in gebruik genomen door het Reclame en Communicatie bureau Hemels van der Hart; een enthousiaste  groep van ongeveer 40 mensen werkt dagelijks in deze fantastische omgeving.

Nu zijn er bij Cascade heel veel mensen die weten hoe deze vakken historisch juist op te bouwen. En er zijn ook mensen die het eigenlijk wel eens zouden willen proberen maar een beetje voorzichtig zijn om daadwerkelijk iets te ontwerpen. In ieder geval is het zelden mogelijk dat het ontwerp uitgevoerd gaat worden. Het wordt tijd om die kans eens te nemen.

Onze vraag: Maak een ontwerp van de vijf mozaïekvakken. De vakken worden zuiver rond met een doorsnede van 400cm. De vakken worden omgeven met de beeldschone takkransen als op foto 1. Verder worden de vakken bol geprofileerd en van goede grond, met oude stalmest, voorzien. De natuurlijke grondsoort is een zandgrond met een ph waarde van rond de 4, de bezonning is prima. Foto 2 toont een afbeelding van de buitenplaats welke representatief is voor het streefbeeld; de palmen en Agave zijn in ons bezit en de collectie gaat komende jaren uitgebreid worden. Het ontwerp moet voorzien zijn van een plantlijst, liefst met wetenschappelijke benaming maar met de Nederlandse plantennamen komen we ook heel ver. De eigenaren van De Viersprong zullen de ontwerpen uitkiezen en deze worden dan uitgevoerd. Er staat ontwerpen want we willen ieder jaar iets anders brengen. We bewaren alle ontwerpen en kiezen ieder jaar een nieuwe. Als het ontwerp wordt uitgevoerd ontvangt de ontwerper bericht en een uitnodiging te komen (helpen).

De historisch juiste invulling is natuurlijk van belang maar,xe2x80xa6xe2x80xa6.. de eigenaren gaan kiezen en niet de tuinbaas. De eigenaren hebben goede smaak maar geen enkel besef van historisch juiste beplanting. Zelf ben ik er van overtuigd dat een goede beplanting er direct wordt uitgepikt. Om u in te leven in de smaak van de eigenaren of wat er nu eigenlijk gebeurd op De Viersprong kijkt u even op www.hvdh.nl.

De ontwerpen graag naar amazinggardens@hetnet.nl en ik zal u namens De Vierspong via de Cascade weblog op de hoogte houden van de invulling van de vakken.  Niet bang het verkeerd te doen of er te weinig vanaf te weten, gewoon een keer doen want het is ontzettend leuk! Om de laatste twijfel weg te nemen leg ik deze vraag ook neer bij de mensen van het reclamebureau. Deze vormgevers weten in de regel het verschil tussen een beuk en een eik nog niet maar hebben een bijzondere kwaliteit als het gaat om kleur en vorm.

Richard Zweekhorst, tuinbaas De Viersprong Woudenberg


De Viersprong (Woudenberg)  Bron: Huiscollectie De Viersprong

Facebooktwitterlinkedinmail

Over tuinkunst toen


Oud-Nederlandsche Tuinkunst,
C.H.C.A Sypesteyn (1910)

Tijdens het zoeken naar gedigitaliseerde literatuur stootte ik enige tijd geleden op Oud-Nederlandsche Tuinkunst van C.H.C.A. van Sypesteyn (1910) en Geschiedenis der tuinkunst van C. L. J. Schaum (1916). Twee werken waar van alles en nog op op aan te merken valt; ze zeggen meer over de schrijver en zijn overtuigingen dan over de tuinkunst.

Leonard A. Springer geeft in Onze Tuinen, mei 1922 (nr 45), op zijn geheel eigen zwart-witte wijze aan hoe hij over de boeken denkt.

Over het boek van Van Sypesteyn schrijft hij:
Zijn gehele uitweiding over de Oude Tuinkunst geeft blijk van een groote partijdigheid en vooringenomenheid, wat hem hinderde eene nuchtere, onpartijdige beoordeling te geven. Zoo vooringenomen is hij met de oude regelmatige tuinen, dat hij geen oog heeft voor hun gebreken, noch voor het schoone, dat wij nu nog aan den landschapstijl in parken en tuinen van omstreeks 1780-1850 te danken hebben.

In hetzelfde artikel is Springer ook heel expliciet over Schaum:
De schrijver Schaum Geschiedenis der tuinkunst, is nog al op een slechte voet met de geschiedenis en keek te veel door zijn duitschen bril.

En toch vind ik het leuk de boeken ‘te hebben’.  JH

Voor veel meer gedigitaliseerd werk, zie de al dan niet bekende webpage.

Facebooktwitterlinkedinmail