Tuinarchitect Cornelis Smitskamp, ook in Drenthe?

Ontwerp nieuwe Gemeentelijke Begraafplaats Zeist (groot), Cornelis Smitskamp  Bron: facebook Terebinth

Op dit ogenblik is er een tentoonstelling over Cornelis Smitskamp in het gemeentehuis van Zeist, zie hier en hier. Aanleiding voor de tentoonstelling is het 100-jarig bestaan van de ook door hem aangelegde Algemene Begraafplaats van Zeist aan de Woudenbergseweg. Een nazaat heeft gemeld dat Cornelis Smitskamp ook een begraafplaats (of meerdere?) heeft aangelegd in Drenthe. Er is een artikel dat Sandra den Dulk in 2013 heeft geschreven (PDF) hier in staat geen aanwijzing dat de tuinarchitect in Drenthe heeft gewerkt. Wie weet meer over deze tuinarchitect en zijn connectie met Drenthe?
Stieneke van der Wal

Cornelis Smitskamp (groot), Cornelis Smitskamp  Bron: facebook Terebinth

Informatiebord (groot), Kees Lever  Bron: twitter

Facebooktwitterlinkedinmail

Boek De Leemcule

Op woensdag 21 juni 2017 vond de Cascade MZN bijeenkomst en de uitreiking van de COE penning plaats op Landgoed De Leemcule bij Dalfsen, zie ook hier, hier en de foto’s.

Onze gastheer was Philip de Haseth Möller, Cascade-donateur en eigenaar van De Leemcule. Een prachtige plek was een van de kwalificaties. Ronald van Immerseel lichtte de geschiedenis toe en gaf aan dat deze ook in boekvorm zou verschijnen. Dat boek is er nu, in eigen beheer uitgebracht. Op de harde cover van fraaie zeer rijk geïllustreerde uitgave valt te lezen:

Direct ten westen van het Overijsselse Vechtdorp Dalfsen ligt aan de Ruitenborghweg de buitenplaats de Leemcule. De Leemcule kent een fascinerende en roerige geschiedenis. Het goed wordt voor het eerstgenoemd in 1434 als boerderij. In de loop van de 16e eeuw krijgt het goed onder de Van Haersoltes de status van havezate. De Leemcule is hier mee een van de elf havezaten die het schoutambt Dalfsen in de 17e eeuw omvat. In de 18e eeuw vormt het huis de kern van een uitgestrekt landgoed. Begin 19e eeuw wordt de havezate afgebroken en het koetshuis vergroot tot het huidige karakteristieke landhuis omgeven door een fraaie aanleg in landschapsstijl. Zowel het huis als de tuin- en parkaanleg zijn beschermd als rijksmonument. De eigenaar heeft het initiatief genomen tot deze uitgave, die de bijzondere buitenplaats in al haar facetten portretteert.

Ronald H.M. van Immerseel, De Leemcule, 2017, ISBN 9789081655828, 120 pp., € 24,75. Te koop bij Primera in Dalfsen, Waarders in de Broeren in Zwolle (info@waandersindebroeren.nl) of via dhr De Haseth Möller (phm@cortona.nl, € 24,75 ex verzendkosten).

Facebooktwitterlinkedinmail

Amsterdamse stadstuin, Jacob Olie


Amsterdamse stadstuin (1860-1870), Jacob Olie Bron: Stadsarchief Amsterdam

Af en toe beland ik op de foto’s van Jacob Olie (1834-1905), zoals hier. Steeds weer zijn de foto’s zo aansprekend. Zoals die van een stadstuin, mogelijke van de familie Lalleman.
Jan Holwerda


Amsterdamse stadstuin (1860-1870), Jacob Olie Bron: Stadsarchief Amsterdam


Amsterdamse stadstuin (1860-1870), Jacob Olie Bron: Stadsarchief Amsterdam

Facebooktwitterlinkedinmail

Buitenplaats met ommuurde tuin door Cornelis Pronk

Buitenplaats met ommuurde tuin (ca. 1728 – ca. 1732), Cornelis Pronk  Bron: Rijksmuseum Amsterdam

Buitenplaats met ommuurde tuin zegt de omschrijving van Rijksmuseum bij deze tekening uit een schetsboek toegeschreven aan Cornelis Pronk uit de periode ca. 1728 – ca. 1732. Het is een schetsboek bestaande uit 96 bladzijden met kastelen, stadsgezichten en buitenverblijven, onder andere te Middelburg, Dordrecht, Hoorn, de Beemster, Edam en Haarlem. Het schetsboek is in de negentiende eeuw gebruikt als kasboek van een (huis)schilder. Doorbladeren kan hier. Veel meer van Cornelis Pronk ziet u hier.

Waarom deze tekening? Hij is mooi. Hij is niet geïdentificeerd. Leonard Kasteleyn spreekt in het artikel Een Pronkende Haen over een West-Friese buitenplaats. Roept u maar…
Jan Holwerda

Facebooktwitterlinkedinmail

Aan de Stichtse Lustwarande 2

OVERGENOMEN (Uitgeverij Nabijproducties)

In dit tweede deel van de serie ‘Aan de Stichtse Lustwarande’ schetst historica Annet Werkhoven opnieuw de ontstaansgeschiedenis van 25 bekende en onbekende landgoederen, buitens en villa’s in de omgeving van de Stichtse Lustwarande.
Voor het samenstellen van deze boeken zijn archieven en literatuur geraadpleegd, niet alleen om te achterhalen hoe de in het boek beschreven huizen tot stand kwamen maar ook wie de oorspronkelijke bewoners waren. De foto’s van de bewoners en hun families geven een goed beeld van de tijd dat het bezit van een groot zomerhuis buiten de stad voor de elite er bij hoorde. Maar niet alleen dat, ook is veel informatie naar voren gekomen uit gesprekken met de huidige bewoners of gebruikers.
Deze reeks geeft een warm en waardevol beeld van de culturele rijkdom van de Stichtse Lustwarande.

Annet Werkhoven, Aan de Stichtse Lustwarande. Bekende en minder bekende landgoederen, buitens en villa’s, ISBN 9789492055477, 168 pp., € 19,95

Voor 1e deel zie bericht 16 juni 2017

Facebooktwitterlinkedinmail

Symposium 1 dec: Hofwijck, de buitenplaats die bleef

OVERGENOMEN (www.hofwijck.nl)

Dit jaar viert Huygens’ Hofwijck haar 375 jarig bestaan. In 1642 werd de buitenplaats door Constantijn Huygens en zijn familie in gebruik genomen als verblijfplaats om af en toe het drukke bestaan aan het Haagse Hof te kunnen ontvluchten.
Dat Hofwijck nog altijd bestaat mag een klein wonder heten. De buitenplaats heeft te maken gehad met enkele grote bedreigingen. Meerdere malen stond Hofwijck op het punt om gesloopt te worden, maar werd ze net op tijd gered. Zo ook in 1868 toen de spoorlijn Den Haag-Gouda werd aangelegd. De helft van de grond ging hierdoor verloren.
In de 19e eeuw, de eeuw van de vooruitgang, kwamen veel buitenplaatsen in aanraking met vergelijkbare situaties. Dit kleinschalige symposium staat in het teken van bedreigingen voor buitenplaatsen en de herbestemmingen die vaak noodzakelijk waren. De sprekers gaan niet alleen in op het verleden, maar ook op de toekomst.

Symposium: Hofwijck, de buitenplaats die bleef
1 dec 2017
Huygens’ Hofwijck
Westeinde 2A
2275 AD Voorburg

Programma
13.30–14.00 Ontvangst met koffie/thee
14.00–14.10 Welkomstwoord door Femke Overdijk, conservator Huygens’ Hofwijck
14.10-14.40 René Dessing (directeur sKBL) – Buitenplaatsen in Zuid-Holland
14.40–15.10 Kees van der Leer (historicus) – Guillaume Groen van Prinsterer: de staatsman die Hofwijck redde van de sloop, maar niet van het spoor
15.10–15.30 Pauze
15.30-16.00 uur Eric Blok (specialist groen erfgoed SB4) – (Ont)spanning op Arentsburgh en Hoekenburg
16.00–16.30 Peter van der Ploeg (directeur Huygens’ Hofwijck) – Kasteel Binckhorst 2.0
16.30–16.50 Discussie en vragen
16.50–18.00 Afsluitende borrel

Aanmelden
Voor het themasymposium kunt u zich t/m woensdag 29 november aanmelden via secretariaat@hofwijck.nl. Het aantal plaatsen is beperkt. Deelname aan dit symposium bedraagt € 15,- en geschiedt op basis van binnenkomst na aanmelding.

Facebooktwitterlinkedinmail

Versailles aan de Schelde

OVERGENOMEN (van Cossee + extra’s)

‘Een Versailles in miniatuur in een vergeten uithoek aan de Schelde’, schrijft een krantenverslaggever in 1894 over het huis Zorgvliet in het Zeeuwse dorpje Ellewoutsdijk. Bij zijn bezoek aan dit neoclassicistische buiten van de vermogende baggeraarsfamilie Van Hattum kan hij zijn ogen niet geloven. Binnen telt hij vijftien slaapkamers en ziet hij een wintertuin, een theater met een draaibaar toneel en drie kunstzalen met toonaangevende schilderijen. Buiten stuit hij op een weelderige landschapstuin met een prieel, een kassengalerij en een eiland met een volière. Vanuit de uitkijktoren zijn in de wijde omtrek alleen weilanden, de zeedijk en de Westerschelde te zien.

De ondernemende J.C. van Hattum staat aan de basis van het succes: hij brengt het baggerbedrijfje van zijn vader binnen één generatie tot grote bloei. Het bedrijf is onder meer betrokken bij de aanleg van het Panamakanaal, de Afsluitdijk en de Zeelandbrug. Het zomerhuis groeit langzaam maar zeker uit tot een paleis in Moorse stijl, dat in het dorp het Suikerpaleis wordt genoemd. In Versailles aan de Schelde vertelt Anna van Suchtelen over de levens van drie vrouwen, de echtgenotes van drie generaties baggeraars. Mater familias Frederika en haar ondernemende schoondochter Jaan doen goede werken voor het dorp. Op haar beurt maakt Jaan zich zorgen als haar zoon trouwt met Guusje, een meisje dat maar weinig opheeft met haar rol als weldoener en ambachtsvrouw van Ellewoutsdijk.

Anna van Suchtelen beschrijft de geschiedenis van dit paleis in de Zeeuwse klei vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw tot na de Tweede Wereldoorlog. Wat houdt het in om lid van deze familie te zijn? Wat vormt je basis en wat geef je door? En wat betekent het geworteld te zijn op een bepaalde plek?

Anna van Suchtelen, Versailles aan de Schelde, Amsterdam 2017, ISBN 9789059367555, € 24,99, 256 p.

Zie ook
eerder bericht op deze website, 25 februari 2012
bericht van archief Goes, klik hier
over het boek in PZC, 8 november 2017

Facebooktwitterlinkedinmail

Nogmaals kasteelpark Rosendael op de kaart


Verzamelplan met dienstjaar 1817, maar vijvers als na verlandschappelijking van 1838-1839  Bron: beeldbank RCE

In de voorgaande weblog werd kasteelpark Rosendael op kadastraal minuutplan (1817) en TMK veldminuut (1845) naar voren gebracht. Ze geven respectievelijk de lijnen van de geometrische en die van de landschappelijke aanleg weer. De op de veldminuut ‘ingewerkte’ nieuwe parkaanleg van Rosendael was al opvallend, maar verder kijkend is er meer. Nu gaat met om het verzamelplan Rozendaal. Niets schokkends, maar wel intrigerend.

Bij de kadastrale minuutplans van iedere gemeente hoort een verzamelplan. Deze verzamelkaart fungeert als het overzicht van de indeling van de gemeente in secties en kaartbladen. Vermeld staan begrenzing, letteraanduiding en naam van elke sectie, plus in voorkomende gevallen de bladindeling van de sectie. Daarnaast geeft de kaart de omtrek van de gemeente met de voornaamste natuurlijke grensscheidingen en genummerde grenspalen weer. Binnen de gemeente zijn de belangrijkste wegen, waterwegen en bebouwingen weergegeven. Hierdoor krijgt het verzamelplan soms een licht topografisch karakter. Tot slot staat de titel van het verzamelplan in een ovaal met daarbij de namen van de verantwoordelijke bestuurders, de controlerende ambtena(a)r(en) en de uitvoerende landmeter plus het dienstjaar.

Kijkend naar het verzamelplan van Rozendaal (beeldbank RCE) staat in het ovaal inderdaad een serie bestuurders, de ingenieur verificateur W. Kuijk, de landmeter der 1e klasse L.D. van Heyst en het dienstjaar 1817. Maar inzoomend op het kasteelpark blijkt deze de landschappelijke vormgeving te kennen (afb boven), terwijl het minuutplan nog de geometrische aanleg toont (beeldbank RCE) en de verlandschappelijking pas in 1838-1839 plaatsvond. Is het verzamelplan meer dan 20 jaar later aangepast (lijkt er niet op) of is deze na 1840 opnieuw gemaakt en geantidateerd met 1817?
Verder is er in het Gelders Archief nog een kaart die een archiefomschrijving heeft als in het ovaal van het verzamelplan (beeldbank Gelders Archief), maar waar in werkelijkheid geen ovaal op staat, maar de titel ‘Kaart van de Heerlykheid Rosendaal…’. Het is over grote delen een 1-op-1 kopie van het eerdergenoemde verzamelplan, maar op deze kaart kent het kasteelpark wel zijn geometrische aanleg (afb onder).
Jan Holwerda


Kaart Rozendaal, vermoedelijk kopie van het ‘originele’ verzamelplan uit 1817, met vijvers van de geometrische aanleg  Bron: beeldbank Gelders Archief

Facebooktwitterlinkedinmail

Veldminuut (1845) met kasteelpark Rosendael

Veldminuut Arnhem (1846)  Bron: kaartenkamer van De Wildernis

De verkenningen om te komen tot de Topografische en Militaire Kaart begonnen informeel vanaf 1834 en bij Koninklijk Besluit vanaf 1839. De primaire driehoeksmeting van Kraijenhoff vormde de meetkundige grondslag voor deze kartering. Uitgangspunt voor de terreinopname vormde de kadastrale opmeting die in 1832 gereed kwam. Voordat de terreinwerkzaamheden begonnen maakte de officier-verkenner verkleiningen 1:25.000 van de kadastrale plans. Deze werden zorgvuldig langs de gemeentegrenzen uitgesneden en op kartons vastgelijmd. De kartons werden als veldminuten door de verkenner in het terrein aangevuld met ontbrekende topografie. De verkenner had de veldminuut op een plankje gespannen bij zich. De ontbrekende topografische details konden aan de hand van het kadasterbeeld meestal gemakkelijk op de juiste plaats in potlood worden ingetekend. De namiddag werd besteed om het opgenomen terreingedeelte te inkten en te kleuren. Het was een uitdrukkelijke eis dat het veldwerk nog op dezelfde dag werd afgewerkt. Uit de veldminuten werden in de winterperiode de nettekeningen 1:50.000 samengesteld door het kaartbeeld handmatig te reduceren (uit 200 jaar Topografie in Geo-Info).

De veldwerken waren tezien in het niet meer bestaande watwaswaar.nl, maar zijn helaas niet in het vervangende topotijdreis.nl terecht gekomen. Een heel stel is wel te vinden op gahetna.nl. En veel, deels andere, in de kaartenkamer van Willem Overmars (in het linkermenu verdere onderverdelingen aanklikken).
De nettekeningen zijn te vinden op arcgis.com en de gepubliceerde bladen verschenen in zwart-wit en zijn eveneens op arcgis.com te zien.

Nu naar de bovenstaande veldminuut van Arnhem uit 1845 (gedownload uit de genoemde kaartenkamer). Vergeleken met de nettekeningen is de veldminuut ‘levendiger’ en vaak met meer details. Die van Arnhem heeft nog een leuk detail. Kijk naar kasteelpark Rosendael: middenrechts op bovenstaande afbeelding en op uitsnede hieronder. Het lijkt haast een eigen tekeningetje ingewerkt in de grotere veldminuut. En dat past als je ziet hoe het uitgangsmateriaal, de kadastraal minuut, er uit zag (zie helemaal onderaan en in de beeldbank van RCE). Daarop kende Rosendael nog een geometrische aanleg. Maar in met name 1838-1839 was het park verlandschappelijkt door J.D. Zocher jr. Dus toen de verkenner aldaar met zijn verkleinde en zeer gedetailleerde kadastraal minuut op karton aankwam, klopte er zoveel niet dat corrigeren door intekenen geen optie moet zijn geweest…
Jan Holwerda

Rosendael op veldminuut Arnhem (1846)  Bron: kaartenkamer van De Wildernis

Rosendael op kadastraal minuutplan (1817)  Bron: beeldbank RCE

Facebooktwitterlinkedinmail

Pleisierig vinke en lecker drinke

OVERGENOMEN (delen van Ons Bloemendaal en Sovon)

Pleisierig vinke en lecker drinke,
De vinkenbanen van Bloemendaal

Ons Bloemendaal heeft in samenwerking met Gert Baeyens een boek uitgegeven over de vinkenbanen in de gemeente Bloemendaal. Vooral in de 18e en 19e eeuw werden vinken naar beneden gelokt en gevangen op een vinkenbaan, waar de vinkersbaas vanuit zijn vinkershuisje de netten over de vogels heen kon dichtslaan. Tot dusver waren in Bloemendaal 26 banen beschreven, maar er werden nu 43 gevonden, op oude kaarten, in aktes en in het veld! Dat het er zoveel waren en dat daar in situ nog zo veel van is terug te vinden, hadden de auteur en haar medewerkers Wim Post, Hans Vader, Joop Mourik en Martin Bunnik aanvankelijk totaal niet vermoed. De bloei van de vinkerij is in Bloemendaal te verklaren door de som van twee elementen: landschap en geld. Grote relatief open vlaktes en grootgrondbezitters die baadden in weelde. Zij konden de huisjes en lokvogels onderhouden en vinkersbazen en knechten die hun métier bijzonder goed verstonden betalen. Duizenden, tienduizenden risten met vinken zijn tenslotte op de pluimveemarkten verkocht. De kroketten van weleer! De banen ten noorden van de Zandvoortselaan liggen op korte afstand van elkaar, zowel in de noord-zuid richting als oost-west bekeken. De zuidelijke banen bestrijken een groter oppervlak, mede doordat de buitenplaatsen over meerdere strandwallen en -vlaktes verspreid lagen, tot zelfs in de jonge duinen. Vanaf 1912 werd de ouderwetse vinkenvangst verboden.

Gert Baeyens, Pleisierig vinke en lecker drinke. De vinkenbanen van Bloemendaal, 2017, € 19,95 (donateurs betalen €17,50, inclusief verzendkosten € 24,50), p. 120 (met uitvouwbare kaart)

Te bestellen via onsbloemendaal@live.nl of door overmaking op NL77 ABNA 0562 3202 02 t.n.v. Stichting Ons Bloemendaal o.v.v. ‘Vinkenbanen’ en uw adres.

Vinkenbaan op grond van Mw. van Vliet-Borski, op de voorgrond de kooien met lokvinken. NB. In het najaar van 1908 zijn in de omstreken van Haarlem ongeveer 16000 vogels gevangen. Bron: beeldbank Noord-Hollands Archief

Vinkenbaan op grond van Mevr. van Vliet-Borski, de mannen zijn bezig het net, na de vangst weer in orde te maken. Bron: beeldbank Noord-Hollands Archief

Vinkenbaan op grond van Mw. van Vliet-Borski, aan de zijkant van de Vinkenbaan de ineengeslagen netten, een ruk aan het touw en de netten sluiten. Bron: beeldbank Noord-Hollands Archief

Facebooktwitterlinkedinmail