P.J. Lutgers – 1861, Houten ‘Folly’ huisje op het landgoed Elswout te Overveen


Aquarel P.J. Lutgers – 1861,  Houten 'Folly' huisje op het landgoed Elswout te Overveen
Bron: Kunsthandel Mario van der Ent

Bij Kunsthandel Mario van der Ent zag ik de bovenstaande Lutgers te koop.

Aquarel P.J. Lutgers – 1861,  Houten 'Folly' huisje op het landgoed Elswout te Overveen staat op de achterkant van de afsluitende karton. Zowel de lijst als dat karton zijn zeker niet 19e eeuws.

Vrouw op schot zou ik zeggen, dan heb je een overeenkomst met de Ka-buur van Elswout, maar daar houdt het dan ook mee op! Andere tuinsieraden op Elswout herken ik er ook niet in. Het boek Gezigten in de omstreken van Haarlem naar de natuur geteekend en op steen gebragt door P.J.Lutgers kent wel twee platen met Elswout (waarvan een met de neogotische tuinkoepel), maar niet deze.

Navraag leerde dat het werk uit een nalatenschap uit de kop van Noord-Holland komt, maar daar waren geen verdere aanknopingspunten te vinden.

Delen via de weblog doen we 1. omdat ie zo mooi is en 2. in de hoop dat iemand het huisje herkent of vermoedens wil delen…  JH


Signering

Facebooktwitterlinkedinmail

Wachten op nieuwe loot uit stronk van Anne Frankboom?


Tot voor kort het uitzicht vanuit het Achterhuis (Prinsengracht 263) op de kastanje in de tuin
van Keizersgracht 188. Bron:
annefrank.org

Natuurlijk hebben we allen gelezen dat maandag 23 augustus de bekende Anne Frank-boom is omgewaaid, ondanks een stalen steunconstructie en een verankerde kroon. Het hoeft niet te verbazen, aangezien de boom al lang ziek was. De gemeente Amsterdam had dan ook in 2005 voorgesteld de boom te kappen.
Anne Frank schreef in 1944 drie maal over deze boom … de kale kastanjeboom aan wiens takken kleine druppeltjes schitterden; xe2x80xa6 Onze kastanje is al tamelijk groen, hier en daar zie je zelfs al kleine kaarsjes; xe2x80xa6 Onze kastanjeboom staat van onder tot boven in volle bloei, hij is vol met bladeren en veel mooier dan verleden jaar.


Witte Paardenkastanje uit Flora Batava, 1865.
De Anne Frankboom stamt uit de tijd van de Flora Batava.

Voor Anne betekende deze witte paardenkastanje heel duidelijk xe2x80x98levenxe2x80x99 en xe2x80x98vrijheidxe2x80x99. Zou de boom ook zo belangrijk voor haar zijn geweest als het om een linde of een gewone acacia was gegaan? Ik denk het wel, al hoewel ik moet toegeven dat de kaarsen van een paardenkastanje altijd wel erg veel indruk maken in het voorjaar.
De boom staat in de tuin van Keizersgracht 188, niet dus in de tuin van het Anne Frankhuis (i.e. Prinsengracht 263), maar achter de tuin van de Prinsengracht. Beide tuinen zijn evenals de andere tuinen in dit blok geen keurtuinen, dus niet beschermd (keuren zijn gemeente-verordeningen, die sinds 1612 voorschrijven dat de tuinen niet bebouwd mogen worden, behalve een strook achterin de tuinen waar wel tuinhuizen waren toegestaan).


Op bovenstaande schematische tekening zijn 27 keurblokken groen ingekleurd. In het witte vierkantje, links van het groene keurblok III, stond de kastanje. De tuin is dus niet vanouds beschermd.
Op de luchtfoto is links de Prinsengracht en rechts de Keizersgracht, met twee grote bomen midden in het blok. De linker boom hiervan is omgegaan.

De boom is door de hele wereld heilig verklaard en dat heiligen niet kunnen sterven bewijzen vele jonge nazaten van de boom, die de afgelopen jaren werden geplant bij Anne Frank scholen wereldwijd. Ook zijn er in 2009 150 nazaten geplant in het Amsterdamse Bos. Zij zijn nu ongeveer anderhalve meter hoog.
Maar voor mij is de vraag: waarom is het noodzakelijk dat een zelfde (let wel niet – inheemse) kastanjeboom (liefst een ent, kloon van de oude) geplant wordt of dat de hele wereld wacht op het mogelijk ontspruiten van een loot uit de stronk, die volgens de laatste plannen zal blijven staan?
En is er dan geen kans dat deze ent of loot ook ziek is? Voordat een nazaat zo hoog en sterk is dat hij te zien is uit het raam van het Achterhuis zijn we minstens een kwart eeuw verder.
Als ik denk aan Otto Frank, die zich (in 1958 tijdens een voordracht) verwonderde over de betekenis van de kastanjeboom voor Anne, … als ik er aan denk dat zij zich nooit voor de natuur interesseerde xe2x80xa6, dan mogen we hieruit toch opmaken dat de boom voor Anne weliswaar een grote troost was, maar dat bijvoorbeeld een linde dat ook had kunnen zijn?
Kortom mijn voorstel is plant een mooie nieuwe sterke inheemse volwassen boom, die te zien is uit het Achterhuis. Liever een inheemse sterke boom (bijv. een linde) dan een paardenkastanje, ook omdat in 2008 dertig procent van de paardenkastanjes in Amsterdam door de kastanjeziekte was aangetast.  
Van een volwassen linde is bekend dat deze jaarlijks voldoende zuurstof levert voor de ademhaling van 6 volwassen mensen. Dat is toch ook een mooie symboliek voor een Anne Frankboom? Ik weet het, het is heiligschennis, maar misschien toch eens over nadenken? CO

Facebooktwitterlinkedinmail

‘Vervolg’ van de reeks Nederlandse Tuinarchitectuur 1850-1940

Bijna 25 jaar geleden verscheen het eerste deel uit de reeks van 4 delen Nederlandse Tuinarchitectuur 1850-1940. De eerste 2 delen zijn van de hand van Bonica Zijlstra, de laatste 2 zijn door Eric Blok geschreven.
Anno 2010 wil de Nederlandse Tuinenstichting, samen met BONAS, de draad oppakken en vanaf 2012 ieder jaar een deel in de BONAS reeks aan een tuin- of landschapsarchitect wijden. Het doel is studies van allerlei aard en omvang over de tuin- en landschapsarchitectuur van de 20ste eeuw uit te voeren en te publiceren.

De eerste publicatie zal worden gewijd aan de tuinarchitect K.C. van Nes (1876-1952). Van Nes is vooral bekend door zijn ontwerpen van tuinwijken in diverse steden waaronder Apeldoorn (Berg en Bosch 1918) en Leiden (Leidsche Hout 1927-1937) en de tuinen van ziekenhuizen, sanatoria en psychiatrische instellingen. Hij was een van de eersten die de term landschapsarchitect gebruikte en zich bezighield met de inpassing van wegen en viaducten in het landschap.

Zie NTs publicaties, NTs nieuws en BONAS.
Overigens zijn de eerste 3 delen van de reeks digitaal beschikbaar, via Speciale Collecties Wageningen UR (onderaan page).  JH

Facebooktwitterlinkedinmail

Tuinvisioenen: Jonkheer van Sypesteyn op zoek naar de verloren tuinkunst.


Jhr. Van Sypesteyn wandelt met gasten door de bloeiende rozentuin (ca. 1930)
Bron:
Sypesteyn weblog

Dit is de titel van het boekje dat is geschreven door D. H. van Wegen, ter ondersteuning van de gelijknamige tentoonstelling die op dit moment in Kasteel Sypesteyn plaats vindt.
Wie kasteel en tuinen van kasteel Sypesteyn kent weet dat de vanaf 1902 aangelegde tuinen en het vanaf 1907 gebouwde kasteel de indruk geven van een nagebootst Nederlands kasteel-ensemble rond 1600.

Dit boekje gaat heel goed in op de oorspronkelijke bedoelingen van jonkheer van Sypesteyn.Hij leefde in dezelfde tijd als de tuinarchitecten Leonard Springer, Hugo Poortman en Henri Copijn, en eigenlijk had Van Sypesteyn wel verwacht dat één van deze grote bazen een boek over de geschiedenis van de Nederlandse tuinkunst zou produceren, maar dat gebeurde niet snel genoeg naar zijn zin, zodat hij er maar zelf aan begon. De titel van dit boek is Oud-Nederlandsche Tuinkunst. xe2x80x99s Gravenhage, 1910.
Voor mij was de kernzin van het boekje Tuinvisioenen, ik citeer de schrijver: Het was juist niet Van Sypesteyns ambitie om een pastiche, een nieuwe tuin in oude stijl, te maken. De tuinen in Loosdrecht zijn niet bedoeld als nieuwe aanleg in oude stijl, maar als oude tuin met nieuwe trekken. Hoe maak je in godsnaam een oude tuin met nieuwe trekken, als er geen oude tuin is en die alleen als visioen bestaat?
Wat waren de uitgangspunten voor van Sypesteyn? Dat verhaal wordt eigenlijk in het boekje verteld. Het is allemaal duidelijk, de hele geschiedenis van de tuinkunst, volgens van Sypesteyn wordt belicht, maar jammer is wel dat het twintigste eeuwse begrip Hollands classicistische tuinkunst en het 19de eeuwse begrip Oud-Hollandse tuinkunst en Van Sypesteynxe2x80x99s begrip Oud-Nederlandsche tuinkunst en het Engelse begrip Dutch garden zonder duidelijke definities worden opgevoerd. Dat geeft beslist verwarring voor niet wel-ingevoerde tuinhistorici en geïnteresseerden.
Maar ik heb het boekje met zeer veel plezier gelezen. CO

D. H. van Wegen. Tuinvisioenen: Jonkheer van Sypesteyn op zoek naar de verloren tuinkunst. Loosdrecht, 2010. 61 p.

11 sept, Symposium Tuinvisioenen Sypesteyn; zie weblog 29 juli of website Sypesteyn.
Oud-Nederlandsche Tuinkunst digitaal lezen, zie weblog 1 maart 2009.


Rosarium Kasteel Sypesteyn

Facebooktwitterlinkedinmail

Rondje Friese tuinen


Tuinprieel, Oranjestein (Oranjewoud)  Foto: Arinda van der Does

Ook dit jaar is er weer de mogelijkheid de tuinen in Oranjewoud te bezoeken. De tuin van Oranjestein is de komende zondagmiddagen tot en met 26 september van 13.00 tot 17.00 uur geopend.

Afgelopen weekend hebben Jan H. en ondergetekende de kans gegrepen om deze tuin te bezoeken en dit gecombineerd met een bezoek aan een aantal andere Friese tuinen; Vijversburg in Tytsjerk, Staniastate in Oenkerk, Fogelsanghstate in Veenklooster en de Overtuin van Oranjewoud. Stuk voor stuk enorm mooi, leerzaam en interessant, vooral om te zien hoe de aanleg van eenzelfde tuinarchitect (L.P. Roodbaard) toch steeds zoxe2x80x99n compleet andere sfeer kan oproepen.

Oranjestein is prachtig; Jan heeft hier al eens een weblog over geschreven, zie weblog 7 aug 2007.

Voor u nog even een paar fotoxe2x80x99s.
Mààr gaat u vooral zelf kijken, dat is Genieten!

Arinda van der Does


Menagerie, Oranjestein (Oranjewoud)  Foto: Arinda van der Does


Stenen Brug, Oranjestein (Oranjewoud)  Foto: Arinda van der Does

Facebooktwitterlinkedinmail

Vondelpark 2010

Deze zomer wandel ik nogal eens door het Vondelpark. Interessant om te zien waar alle studies en  restauratieplannen de afgelopen 10 jaar toe hebben geleid.
Op de website van de St. Architectuurgeschiedenis VU, staat te lezen dat aan de landschapsarchitect ir M. van Gessel en aan dr Erik de Jong werd gevraagd te assisteren bij de interpretatie van de geschiedenis van het ontwerp van het Vondelpark, zowel 'in situ' als vanuit de historische documentatie. Over die interpretatie van de geschiedenis van het ontwerp had ik wel eens wat meer willen horen en lezen, want nu zijn er juist wat opvallende zaken die ik helemaal niet meer begrijp. Enige opvallende zichtbare vernieuwingen zal ik hier heel kort bespreken.
We worden door de Stedemaagd bij de ingang -aan de kant van de Stadhouderskade- uitgenodigd het park binnen te gaan. Van dit beeld is een kopie gemaakt door beeldhouwer Ton Mooij, in Bentheimer zandsteen. Het oude beeld van zachter Luxemburger zandsteen stond op dezelfde plaats sinds 1883, ter ere van de Wereldtentoonstelling op het Museumplein. Als we de hekken zijn gepasseerd, valt onmiddellijk op dat grote zwerfkeien tegenover de portierswoning  het xe2x80x98rivierlandschapxe2x80x99 van het Vondelpark inleiden.


Vondelpark met rechts de zwerfkeien  Foto: Carla Oldenburger-Ebbers

Ik begrijp hier niets van. De zwerfkeien gaan over in losse en gestapelde oude stoepranden (die waren kennelijk over op de gemeentewerf?), die langs een namaakbeek met kiezels (het voetpad langs de oostgrens) de weg wijzen en ook als zitplaatsen fungeren.


De losse en gestapelde oude stoepranden  Foto: Carla Oldenburger-Ebbers

Ter hoogte van de Constantijn Huygensstraat aan beide zijden van de rijweg, stort water over een grote xe2x80x98natuurlijkexe2x80x99 cascade naar beneden, en ook hier weer plateaus en trappen van oude stoepranden voor de avontuurlijke zitters. Hoort dit alles nu in het Vondelpark? En heeft dit beeld nu werkelijk iets met de historie te maken? Ik heb altijd begrepen dat het eerste deel van het park de sfeer moest hebben van een deftig wandelplantsoen en het tweede deel met de grote vijver meer de natuur wilde nabootsen. Maar voor mijn gevoel hebben de zwerfkeien en de xe2x80x98beekxe2x80x99 met de stoepranden mijn beeld van een wandelplantsoen nu geheel op zijn kop gezet. Wie het begrijpt mag het zeggen.
Wat de beplanting betreft heeft Hanneke Schreiber (c.s.) ons in Cascade Bulletin 16 (2007), nr. 1, p. 39-45, ingelicht. De resultaten zijn duidelijk. Het schaamgroen onder de bomen en in de perken is overal vervangen door kleurige bloemrijke heesters, bloemplanten en decoratieve (blad)planten. Vondel is door een kleurrijke onderrand in de bloemetjes gezet. De bezoekers genieten hier ook zichtbaar van. Er is zelfs op enkele plaatsen geprobeerd een oplopend Pückler-perk te creëren (bloemen, heesters en een boom in het midden), maar erg geslaagd zijn deze perken niet te noemen. De bloemheesters zijn werkelijk een grote verbetering, alleen zijn ze naar mijn oordeel veel te dicht op elkaar geplant.


Toegevoegde heesterbeplanting.  Foto: Carla Oldenburger-Ebbers

Wat ook nog opvalt is dat langs waterpartijen veel (semi)natuurlijke oeverbeplanting is toegepast en dat op sommige plaatsen de scheidingsperken (waarin van oudsher bomen waren geplant) tussen rijweg en voetpad verdwenen zijn,


Vondelpark in 1914, met rechts beplanting tussen rijweg en voetpad
Foto: Stadsarchief Amsterdam

zodat de scheiding tussen rijweg en voetpad is vervaagd en je zo af en toe een ommetje om een boom moet lopen. De reden voor deze verandering is, dat zo het voetpad breder is geworden t.b.v. de rolstoelgebruiker. Ik hoop dat de fotoxe2x80x99s het een en ander verduidelijken. CO


Een scheiding tussen rijweg en voetpad is niet meer.  Foto: Carla Oldenburger-Ebbers

Facebooktwitterlinkedinmail