Tentoonstelling ‘Fraaije plaatsen’, buitenplaatsen in Zeist, toen en nu.

In het Jaar van de Historische Buitenplaats is in de tentoonstellingszalen van Slot Zeist van 8 t/m 23 september ‘Fraaije plaatsen’ te zien, een tentoonstelling over Zeister buitenplaatsen, toen en nu. Het onderwerp sluit aan bij het thema van de Open Monumentendag: Groen van Toen.

In Zeist en omgeving zijn vanaf de 17de eeuw buitenplaatsen aangelegd; niet enkele, maar vele tientallen. Met de bouw van Slot Zeist werd een trend gezet die voortduurde tot in de vroege 20ste eeuw. In de 19de eeuw was er een ware bouwwoede langs de Utrechtseweg en Driebergseweg. Er werden grote huizen gebouwd met bijgebouwen en een parkaanleg. Langs de Amersfoortseweg en in de laagte van Pijnenburg zien we dezelfde ontwikkeling. Een recente telling komt op 71 buitenplaatsen in de gemeente Zeist. De benaming Parel van de Stichtse Lustwarande heeft Zeist te danken aan dit unieke buitenplaatsenlandschap.

In de loop van de 20ste eeuw verandert het beeld. Veel buitenplaatsen worden gesloopt. Slechts enkele huizen blijven particulier eigendom en bewoond. De meeste buitenplaatsen krijgen een nieuwe functie, bijvoorbeeld als kantoor of zorgwoonvorm. En het park wordt aangepast aan het nieuwe gebruik of verkaveld voor woningbouw.

In de tentoonstelling ‘Fraaije plaatsen’ is aan de verschillende aspecten van de buitenplaats aandacht besteed, zoals de bouw, de tuin- en parkaanleg, het gebruik, de bewoners en het personeel. Ook sloop en herbestemming komen in beeld.
Uit de collectie van het Zeister Historisch Genootschap zijn unieke schilderijen, kaarten, prenten, tekeningen en heel veel historische foto’s gekozen om een aantal Zeister buitenplaatsen in beeld te brengen. Bruiklenen uit de collecties van Erfgoedpartners Zeist vullen het beeld van ‘Fraaije plaatsen’ aan. En foto’s van de Zeister fotograaf Wim van der Ende tonen de buitenplaatsen anno nu.

‘Fraaije plaatsen’, buitenplaatsen in Zeist, toen en nu
8 september t/m 23 september 2012 (slechts twee weken!)
dinsdag t/m vrijdag van 11.00- 17.00 uur
zaterdag en zondag van 13.00-17.00 uur

Slot Zeist, culturele vleugel
Zinzendorflaan 1
3703 CE Zeist

I.v.m. bouwwerkzaamheden aan het Slot is de tentoonstelling te bereiken vanaf de achterzijde via de brug.
Zie ook www.erfgoedzeist.nl.

Facebooktwitterlinkedinmail

Elyze Storms-Smeets, universitair docent Historische Buitenplaatsen en Landgoederen.

Met ingang van 1 september 2012 zal dr. Elyze Storms-Smeets worden aangesteld als universitair docent Historische buitenplaatsen en landgoederen (0,2 fte) aan de Faculteit Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.  Zij ondersteunt het werk van de eveneens per 1 september 2012 aangestelde bijzonder hoogleraar Historische buitenplaatsen en landgoederen prof. dr.  Yme B. Kuiper (zie bericht 2juni 2012).  De nieuwe leerstoel is ingesteld door de Stichting Van der Wyck-de Kempenaer die tevens zorg draagt voor de financiering van de nieuwe universitaire docent. De leerstoel kent een sterk interdisciplinair karakter: zowel de geschiedenis van de bewoners van de buitenplaatsen, als ook de architectuur en interieurs van de huizen en het landschap van de bijbehorende tuinen, parken en landgoederen krijgen aandacht.

Met de instelling van deze nieuwe leerstoel in het Jaar van de Buitenplaats 2012 beschikt de RUG als enige universiteit in Nederland over een academische onderzoeks- en onderwijsgroep op het terrein van buitenplaatsen en landgoederen. Organisatorisch worden de nieuwe hoogleraar en universitair docent ondergebracht in het Kenniscentrum Landschap van de Afdeling Kunst- en Architectuurgeschiedenis van de RUG, waarbij ook nadrukkelijk de samenwerking met de architectuurgeschiedenis en kunstgeschiedenis wordt nagestreefd.

Dr. Elyze Storms-Smeets (1975) studeerde sociale geografie in Utrecht en Durham (U.K.). Ze promoveerde aan de University of Leeds op het onderwerp “ Landscape and society in Twente and Utrecht; a historical geography of Dutch country estates, c. 1750-1950’. Sinds 2007 is Elyze werkzaam bij het Gelders Genootschap als adviseur cultuurhistorie, met als specialisme buitenplaatsen en landgoederen. In deze functie heeft ze zich als projectleider vooral bezig gehouden met het project Nieuw Gelders Arcadië en met het Kastelenboek Gelderland. Daarnaast is ze betrokken bij beleidsadvisering en cartografie. Elyze combineert haar huidige functie als adviseur cultuurhistorie bij adviesorganisatie Gelders Genootschap met haar nieuwe functie aan de RUG.

Facebooktwitterlinkedinmail

Cascade SOL Lambalgen, nog 5 plaatsen.

Zaterdag 25 augustus vanaf 11.00 uur vindt er een SOL (Studie op Locatie) op Lambalgen te Woudenberg plaats. Op uitnodiging van Cascadevriendin Joan Patijn-Bijl de Vroe. Onderwerp van bezichtiging en bespreking is het Achterbos van Lambalgen waar een klein verwaarloosd arboretum ligt. De eigenaren van Lambalgen willen het bos aanvullen met nieuwe exoten, waarvoor een beplantingsplan is opgesteld.

Vraagstelling: Er zullen in Nederland stellig meer particuliere arboreta zijn. Is er kennis over dit specifieke groene erfgoed?

De heer Harry Harsema is bereid gevonden om een inleiding te geven over arboreta in Nederland. Hij is (co-)auteur van een publicatie in voorbereiding over dit onderwerp. Onze gastvrouw Joan Patijn-Bijl de Vroe en de heer G. Bos, beheerder Landgoed Scherpenzeel, zullen een toelichting geven over arboretum Lambalgen. Gespreksleider is onze voorzitter Leo den Dulk.

Het aantal deelnemers is beperkt tot 20. De kosten bedragen 7,00 euro.
U kunt zich opgeven door een e-mail te sturen aan karenveenland@planet.nl met uw naam, voornaam en tel.nr(s).

Facebooktwitterlinkedinmail

Website van Stichting J.P. van Rossum.


De Lucknow koepel op de heuvel van Berghuis, ca. 1850.
Bron: jpvanrossumstichting.nl/huizen/berghuis

Eerder dit jaar was er het bericht over het gedigitaliseerde archief van het Huis te Breckelenkamp. Nu even een tweede voorbeeld over het digitaal beschikbaar stellen van archiefmateriaal.

De Stichting J.P. van Rossum. De stichting verzamelt en archiveert historische gegevens en objecten betreffende de persoon van Joannes Petrus van Rossum (1778-1856), betreffende de geschiedenis van de landgoederen en buitenplaatsen gelegen tussen Naarden, Bussum en Huizen en behorende tot het voormalige grondbezit van J.P. van Rossum en betreffende de eigenaren en/of bewoners van deze landgoederen en buitenplaatsen (naast andere doelstellingen).

De collectie is toegankelijk omdat deze is ondergebracht in het Stads- en Streekarchief van Naarden. Maar door de digitalisering van diverse collectie-items kan een ieder ook via hun website jpvanrossumstichting.nl van deze stukken kennis nemen. Het zijn niet alleen veel mooie beelden en kaarten, maar achter ieder onderdeel zit ook informatie. Enne, het getoonde is veel meer dan het woord diverse dekt.  JH


Kaart van het landgoed Oud Bussem (1818), Jacob Bolten.
Bron: jpvanrossumstichting.nl/collectie/kaarten

Facebooktwitterlinkedinmail

Studiedag ‘Nieuwe Beelden van de Buitenplaats van de Gouden Eeuw’.


Hofstede Goudestein (Maarssen), nog met boerderij en hooibergen.

Over interactie en imitatie bij ontwikkeling van buitenplaatscultuur onder burgers en edelen in de Gouden Eeuw (1609-1672). De Nederlandse Kastelenstichting en de Stichting Werkgroep Adelsgeschiedenis organiseren dit symposium in samenwerking met de nieuwe Leerstoel Historische Buitenplaatsen en Landgoederen van de Faculteit Letteren aan de Universiteit van Groningen.

Buitenplaatsen worden in het algemeen verbonden aan de stedeling en in het bijzonder aan de rijke Amsterdamse kooplieden. Iedere provincie heeft buitenplaatsen. Hoe zagen die er uit? Waren er regionale verschillen? En niet alleen kooplieden beschikten over een landhuis, ook edellieden lieten buitenplaatsen bouwen, vaak door dezelfde architecten, al lieten ze er vaak een gracht omheen aanleggen. Sommige verbouwden hun voorvaderlijk kasteel tot aangenaam zomerverblijf, waarmee het onderscheid kasteel en buitenplaats vervaagt. Is kasteel Amerongen een kasteel of een buitenplaats? En Slot Zeist en kasteel Heemstede?

Een tiental deskundigen zal een inleiding geven over het ontstaan en de ontwikkeling van de buitenplaatsen in de betreffende provincies. Belangrijk thema van het symposium is daarbij de al genoemde interactie. Vanuit verschillende vak- of onderzoeksgebieden (geschiedenis, architectuurgeschiedenis, tuingeschiedenis, interieurgeschiedenis, culturele antropologie, landschapsarchitectuurgeschiedenis, sociale geschiedenis) wordt het verschijnsel buitenplaats in een bepaalde provincie benaderd. Aandachtspunten hierbij zijn de karakteristieke ruimtelijke ontwikkeling in de 17de eeuw in de provincie en de interactie tussen adel en stedelijke elite. Aan de hand van stellingen zullen de verschillen en overeenkomsten in de gewesten worden bediscussieerd in de centrale paneldiscussie aan het eind van de middag.

zat. 15 sep, 9:30-17:30
kasteel Groeneveld te Baarn
€ 40,00 (incl. lunch)
Klik voor uitnodiging en programmadetails, aanmelden of de site van NKS.

Facebooktwitterlinkedinmail

Aardse paradijzen, collegereeks Erik. A. de Jong.

Collegereeks door prof. dr. Erik A. de Jong over tuin en park tussen natuur en cultuur.


De Hortus Botanicus van Leiden (1610), Jan C. Woudanus.

Nietsche schreef in zijn Die fröhliche Wissenschaft uit 1882 over wat volgens hem  in grote steden zijns inziens ontbrak: `stille en ruime, uitgestrekte plaatsen om na te denken (..) bouwwerken en plantsoenen, die als geheel de verhevenheid van de bezinning en de afzijdigheid uitdrukken. (..) Wij willen ons in steen en plant vertaald zien, wij willen in ons gaan wandelen, wanneer wij in deze hallen en tuinen wandelen‘. Treffend verwoordt de schrijver hier hoe architectuur en park in evenwicht bij elkaar horen. Zij vertegenwoordigen samen onze levensruimte, fysiek en contemplatief.

Een samenhang die niet meer, niet minder is dan een continue dialoog tussen stad en landschap, tussen straat en park, tussen huis en tuin, tussen steen en plant. In onze stedelijke samenleving hebben we eerder de geschiedenis van de architectuur beschreven, veel minder die van tuin of park.

Deze collegeserie wil proberen chronologisch van de 16de eeuw tot heden hoofdstukken van zo’n groene cultuurgeschiedenis over het voetlicht te brengen aan de hand van voorbeelden uit Nederland en daarbuiten. Tuin en park zijn immers universeel. We gaan uit van de premisse dat tuin en park zowel natuur zijn als een kunstvorm, een laboratorium van de samenleving maar ook een omgeving voor het individu. Tuin en park vertegenwoordigen een dubbele werkelijkheid: die van de actuele plek en die van verbeelding en verlangen.

14 donderdagen in september tot en met december, van 14.00 tot 16.00 uur, Artis Amsterdam. Voor meer details en aanmelden, klik hier.

Facebooktwitterlinkedinmail

Groot Terhorne (Beetgum) ook onder invloed van Zocher senior?


Groot Terhorne, Beetgum (FR.). H. van Zutphen. Opmeting, 1820.   Groter? Klik hier.
Coll. Tresoar Leeuwarden. FA thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. Kaart 685

Bijgevoegde ‘kaart’ is van de hand van de landmeter H. van Zutphen (1757-1830), die we o.a. kennen van een opmeting van Elswout (1812) en Huis Offem te Noordwijk (1817) en van een plattegrond van de St. Bavo te Haarlem (1823). Els van der Laan (bureau Noordpeil) vraagt zich af of deze tekening mogelijk duidt op een ontwerp van Zocher senior (overleden in 1817) of junior. Mijn mening is dat de stijl van het ontwerp naar Zocher senior wijst en zeker niet naar Zocher junior, maar het kan natuurlijk ook een geval zijn van samenwerking, daar Zocher junior na zijn verblijf in het buitenland in 1816 veel in Leeuwarden bij zijn zuster verbleef en daar zelfs als belijdend lidmaat van de Evangelisch Lutherse gemeente werd aangenomen. Dat Hendrik van Zutphen uit Haarlem deze buitenplaats in Beetgum heeft opgemeten zou dan niet zo verwonderlijk zijn omdat beide Zochers hem vast en zeker goed kenden uit Haarlem. De opmeting zou dan een aantal jaren later gemaakt zijn dan het ontwerp dat mogelijk in 1816 of eerder al is ontstaan. Als we kijken naar de kadasterkaart van ongeveer 1826 (www.watwaswaar.nl) dan is de eerste indruk dat deze tekening van 1820 niet is uitgevoerd. Wel zijn er weer schetsen van W. Krijns en betaalde rekening voor planten tussen 1819 en 1823 die duiden op grote parkactiviteiten; en het bekende schetsontwerp van Roodbaard uit 1827, waarop voor het eerst te zien is dat de grote ronde kom met de gracht is verbonden, wat niet op de kaart van Van Zutphen is aangegeven (www.roodbaardsrijkdom.nl).

Mijn voorlopige conclusie is dat het heel goed kan dat Zocher sr. in 1816 of nog eerder is uitgenodigd om zijn visie te geven, dat Van Zutphen Zocher’s visie later op papier heeft gezet en dat daarna Roodbaard enkele ideeën van Zocher sr. heeft gecombineerd met zijn eigen ideeën, o.a. met de doorbraak tussen de kom en de gracht aan de zuidoost-zijde van het huis.

Wat denken anderen? Graag jullie reactie. CO.

Facebooktwitterlinkedinmail