Recensie Le jardin anglais

(INGEZONDEN)

Nathalie de Harlez de Deulin, Le jardin anglais. Evolution du goût et passion botanique sous l’influence des Lumières. Anciens Pays-Bas méridionaux et principauté de Liège (1761-1827), Brussel: Académie éditions, 2022-1, 326 p. Ook als e-uitgave beschikbaar.

Begin juni 2022 verscheen als eerste deel in de reeks Grand Format van de Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique dit monumentale werk van Nathalie de Harlez de Deulin. Deze nieuwe reeks zal monografieën uitbrengen, fraai voorkomen, multidisciplinair wat de inhoud betreft en uitzonderlijk in de verhouding tekst-illustraties.

Dit boek beantwoordt aan deze opties. De wetenschappelijk onderbouwde tekst kreeg een luxueuse vorm, is rijk geïllustreerd, heeft bronnen- en notenapparaat, index met plaats- en persoonsnamen en zelfs een overzicht van de in het Land van Luik  gebruikte oude lengte- en oppervlaktematen.

Na haar promotie tot doctor in de Kunstgeschiedenis aan de Luikse universiteit in 2015 zette Nathalie de Harlez de Deulin haar onderzoek verder op advies van Monique Mosser, de Franse experte Historische Tuinen en auteur van het Voorwoord. Het boek is dus het resultaat van jarenlang tuinen-research. Het zal een grote hulp zijn geweest dat zij de coördinator was van de Inventaris Historische Tuinen en Parken in Wallonië. Daar bestrijkt die het volledige gebied, in Vlaanderen slechts delen van Limburg en Vlaams-Babant zo’n inventaris rijk zijn.

De titel dekt mooi de inhoud: focus op de Engelse tuin, uiting van de door de Verlichting beïnvloede smaakverandering in de tuinkunst van de late 18de eeuw in de Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik (nagenoeg het huidige België).

Deze stijlverandering is inderdaad opmerkelijk. In de plaats van de regelmatige, op geometrische lichamen, rechte lijnen, assen en perspectieven gebaseerde Franse tuinkunst gaf de Engelse tuin in de 18de eeuw de voorkeur aan onregelmatige vormen en soepele lijnen met de natuur als voorbeeld. Om deze ommekeer te begrijpen en juist te plaatsen gaat de auteur op zoek naar de invloeden die daarbij gespeeld hebben. Zo komt ze terecht bij de Verlichting, het Exotisme, de Encyclopedisten, de fascinatie voor Botanica en de Vrijmetselarij. Dat is veel op de hooivork. Deze brede waaier aan invloeden maakten het niet evident de onderzoeksresultaten in een vlotte structuur te gieten. Gelukkig voor de lezer is er een gedetailleerde inhoudstafel.

De afbeeldingen zijn vooral eigentijdse prenten en tuinontwerpen die voor groot kijkplezier zorgen en gelijk ook de variatie in voorkomen van Engelse tuinen tonen.

De Inleiding bakent het thema af, het onderzoeksgebied en het tijdskader. Het corpus telt 4 delen die samen 8 doorlopend genummerde hoofdstukken tellen. Het historisch en politiek kader gaat vooraf, de conclusie sluit af.

Het 1ste deel over de 18de-eeuwse tuinkunst, beslaat 2 hoofdstukken: over de evolutie van de smaak en de esthetica in tuinen, het andere over de culturele context. Onder de term ‘onregelmatig’ vallen de Engelse, Anglo-Chinese, gemengde, hybride, pittoreske, landelijke, landschappelijke stijlen. In het ‘petit essay de terminologie’ krijgen ze enige duiding.

Het 2de deel focust op de verschillende landgoederen (een 100-tal komen verspreid over het boek ter sprake) en telt 3 hoofdstukken: het overwicht van architecten als ontwerpers, de ontwikkeling van de residentie en de iconografie van historische tuinen. Heel wat interessante en uiteenlopende gegevens zijn hier samengebracht.

Het 3de deel bekijkt de rol van de tuinkunst in alle variaties van het gedrukte woord: theoretische tuingeschriften en tuinhandboeken, reisliteratuur en tuinbezoek, tuinwandelingen, bezoekersgidsen, tuinpoëzie en physiocratische teksten. Het buitencategorie ‘Coup d’oeil sur Beloeil’ van Charles-Joseph de Ligne sluit dit hoofdstuk af.

Het 4de deel gaat over de plantenwereld in de tuinkunst. De interesse voor exoten, oranjerie- en serreplanten, de nieuwe plantwijze en de samenstelling van boskets vormen het 7de hoofdstuk. Het laatste gaat over acclimatisatie, verzamelingen en de eerste plantentuinen. Het exposeren van hun collectie exoten, speelde voor de verzamelaars inderdaad een grote rol in de vormgeving van Engelse tuinen.

Dit boek, een wetenschappelijk verantwoorde studie over de tuinkunst, is een zeldzaamheid voor onze streken en dat maakt het erg belangrijk. Toch mis is enkele aspecten. Als kunst en cultuur evolueren en  nieuwe stromingen ontstaan, is dat in de eerste plaats niet omdat de maatschappij zelf verandert door factoren buiten de kunstwereld, in casu voor de tuinkunst sommige economische, agrarische verschijnselen? Zo mis ik, bij het ontstaan van de Engelse tuin in het Engeland van de 18de eeuw de invloed van de ommekeer in de landbouw: nieuwe teelttechnieken, ander gebruik van gemene gronden (enclosure), opkomst van de schapenteelt (nood aan grasland), wat in de Engelse literatuur toch wel wordt onderlijnd. Eveneens ontbreekt de relatie tussen de invoer van exoten en de slavenhandel, terwijl juist de driehoekshandel (waar de slavenhandel deel van is) een belangrijke bron van rijkdom was die toeliet dat de elite haar landgoederen een nieuwe aanleg in Engelse stijl gaven en nieuwe rijken een domein konden verwerven of creëren.

Dat een Engelse tuin vele, uiteenlopende gezichten kon hebben (zie de ontwerpen voor Engelse tuinen in Hex in dit nummer) en de niet te onderschatten inspirerende tuinkunst in China die het ‘natuurlijk’ gegeven van het terrein respecteerde, krijgen m.i. ook onvoldoende aandacht.

De gespecialiseerde tuinhistorici met een grote nieuwsgierigheid naar meer diepgaande kennis over de Engelse tuinen zelf krijgt die te weinig, het gevolg van de gekozen, brede invalshoek. Die toch interessante brede blik komt wel de normaal geïnteresseerde tuinliefhebber ten goede want het boek reikt veel enorm boeiende, uiteenlopende informatie aan.

Deze opmerkingen doen niets af aan het kolossale werk dat aan dit boek voorafging en leidde tot deze prachtige, vlot leesbare en leerrijke uitgave. Alleen de schitterende illustraties zijn al de moeite.
Chris de Maegd

De oranjerietuin van Alden Biesen


Garden of Vieux Joncs near Maestricht (1784-1794), Charles Gore (Bron: Yale Center for British Art) inzoomen

Nog even door op Yale Center for British Art. Met de woorden Netherlands en garden vond ik een watercolor met in de beschrijving Garden of Vieux Jones near Maestricht. Een scan was al beschikbaar. In gedachten ging ik rond Maastricht en kwam er niet uit. Tegelijkertijd was er herkenning zonder op de naam te komen. Dan maar googelen. Google komt vaak ook met resultaten met een net andere spelling. Nu ook. Het is Vieux Joncs, niet Jones. Kijk dan kom je op Alden Biesen bij Bilzen, net over de grens bij Maastricht. Daar was ik eens geweest, vandaar die vage herkenning. Het is een afbeelding van de oranjerietuin. Tegenwoordig is er weer een oranjerietuin, naar een gedeeltelijke tuinweergave op een vogelvlucht van De Hooghe. Vervolgens wat gaan zoeken. De watercolor komt niet voor in de literatuur en er is eigenlijk maar één oude afbeelding bekend van de oranjerietuin van Alden Biesen, inderdaad die van De Hooghe. Nu dus twee afbeeldingen. Toch maar een artikeltje geschreven en naar Alden Biesen gestuurd. Die zijn blij want ook zij kenden de afbeelding niet. Naar het artikel is een bericht op hun site geplaatst. Zie hier of PDF.
Jan Holwerda


De oranjerietuin van Alden Biesen (2022) (Bron: Alden Biesen)

Vanaf de belvedère van Groenendaal (Heemstede)


Gezicht richting het noordwesten, op Ipenrode en de duinen, Gerrit Jan Schouten (Bron: Yale Center for British Art)

(Eerder verteld op de RTC van 2019)
Via internet kom je nog eens ergens. Zo belandde ik begin 2018 in de online collectie en catalogus van Yale Center for British Art, New Haven, Connecticut (USA). Ik zei al zo kom je nog eens ergens. Zoekend naar afbeeldingen met iets Nederlands als onderwerp of herkomst, liefst in de categorie tuin, park e.d. De catalogus kende een aantal watercolors waarvan de omschrijving woorden als Boschbeek & Gorenendaal en Boschbeek & Groenendaal omvatte. Meer fouten stonden in de transcripties van de titels. Als je niet weet wat je leest valt transcriberen niet altijd mee. Wat de watercolors weergeven werd niet duidelijk, maar met deze twee buitenplaatsnamen was mijn interesse gewekt. Het waren watercolors van ene Gerrit Jan Schouten. Zoekend met zijn naam in betreffende catalogus bracht alle werken naar voren. De collectie kende al online materiaal, maar die van Schouten waren nog niet gescand. Yale Center aangeschreven met verzoek tot… En als zo vaak, interesse, zeker van overzee, doet het altijd goed. Vervolgens duurde het wel even, maar uiteindelijk kwamen ze online. Nog veel mooier en interessanter dan gedacht. En de kleuren! Geweldig. Uitzichten vanaf de belvedère van Groenendaal waren het. Dat vroeg om publicatie. Bij de Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek, in hun mooie blad HeerlijkHeden. En toeval, laat nou in die periode ook het hele proces van de herbouw van de belvedère zijn gestart (zie hier).

Aanzien niet alle afbeeldingen in het artikel konden worden opgenomen staat een dezelfde tekst met alle afbeeldingen als PDF online, zie hier.
Jan Holwerda


Gezicht richting het noorden, tussen Posthuis en Zandvaard, Gerrit Jan Schouten (Bron: Yale Center for British Art)