Vogels op de Hooge Vuursche (Baarn)


Kom en grand canal De Hooge Vuursche, Foto E.W. Leeuwin

De volière van de achttiende eeuwse buitenplaats De Hooge Vuursche

Het landgoed de Hooge Vuursche dat wij tegenwoordig kennen heeft twee voorgangers gehad. In ons artikel, dat in maart a.s. verschijnt in het tijdschrift voor regionale geschiedenis "Tussen Vecht en Eem" wordtaannemelijk gemaakt waar precies het landhuis moet hebben gelegen.

Drie aquarellen van J. Van der Wall uit 1787 geven een indruk van het vroegste landgoed, de achttiende eeuwse buitenplaats De Hooge Vuursche I. De vijver en het grand canal  vormden het centrale thema in het park, met op de achtergrond de volière en het uitzicht op een classicistisch tempeltje.

Weinig is bekend over de bouwgeschiedenis van het huis en we weten ook niet wie de tuinaanleg rondom het huis heeft ontworpen. Van de tuinaanleg zijn nog sporen gevonden in de buurt van de boswachterwoning  in de bossen van de Hooge Vuursche (zie afbeelding). Het is niet bekend wie verantwoordelijk was voor de daar gevonden aanleg van het grand canal en de serpentine vijvers. Zeker is wel dat zowel de architect van het huis als de tuin- en landschapsarchitecten gekeken moeten hebben naar voorbeelden uit het verleden.

De inrichting van het ensemble van huis en omgeving van deze buitenplaats stond in een traditie die gelukkig bij overlevering bewaard is gebleven. Ook het houden van bijzondere vogels bij  buitenverblijven kent een lange geschiedenis, die teruggaat tot in de klassieke oudheid. In Nederland raakte het vanaf het midden van de zeventiende eeuw in zwang. Volières  vond men vanaf die tijd zowel op de landgoederen buiten de stad als bij de herenhuizen in de grote steden.
In dit artikel wordt ook ingegaan op de geschiedenis van het houden van dieren in menagerieën en van vogels in volières in het bijzonder.

Annejuul Moll-Breebaarten Edward W. Leeuwin