
Blommarkt Amsterdam, uitsnede Gezicht op het stadhuis te Amsterdam (ca 1720), Andries en Hendrik de Leth (Bron: Rijksmuseum Amsterdam, groot)
‘Tusschen den 25 en 30 April is by het dorp Nichtevegt over de Plaets van den Hr. Christoffel Brants genaemt Petersburg, uyt de grond gestoolen 10 Piramide Taxis Boomen, van 8, tot 10 a 11 voeten hoog, die den daeder weet aen te wyzen, of de boomen te regt brengt aen Cornelis van Oosten op de Bloemmarkt tot Amsterdam sal 25 gulden tot een vereering genieten’, aldus een bericht in de Amsterdamse Courant van 6 mei 1717.
Het chagrijn van de rijke Amsterdamse koopman Brants zal groot geweest zijn. Niet alleen omdat dergelijke piramides duur waren, maar vooral ook omdat tsaar Peter de Grote en zijn gevolg de buitenplaats Petersburg in 1717 bezochten. In augustus van dat jaar gaf Brants een groot tuinfeest voor de tsaar. Of de gestolen piramides toen weer gevonden waren of dat er nieuwe taxusbomen zijn geplaatst, is helaas niet bekend.
Cornelis van Oosten (1673-1723) was een vooraanstaand entenier, die in Leiden en Amsterdam enterijen had met een breed assortiment (fruit)bomen. Ook kon je bij hem terecht voor grote taxusbomen. Hij adverteerde bijvoorbeeld in de Oprechte Haerlemsche courant van 25, 28 en 30 maart 1713 de verkoop van ‘3000 taxis-piramides-bomen van 4, 5, 6, 7 en 8 voet hoog en 1000 taxisbomen van 2, 3 en 4 voet hoog tot hagen’.
Cornelis was een neef van Hendrick van Oosten, de Leidse entenier die het traktaat De Nieuwe Nederlandse Bloem-hof ofte de sorgvuldige Hovenier (1700, zie hier) schreef. Na de dood van Hendrick in 1719 kocht Cornelis zijn huis en enterij met alles erop en eraan voor in totaal 8.800 gulden (4.000 voor het huis en 4.800 voor al het plantsoen op de enterij). Met handel in bomen viel goed geld te verdienen.
De bloemmarkt die in de advertentie wordt genoemd, vond plaats in de zomer op maandagmorgen op de Deventer Houtmarkt in Amsterdam. In het voor- en najaar was er op maandagmorgen een boommarkt op de St. Lucien Burgwal achter het Weeshuis (het huidige Amsterdam Museum). Cornelis was daar regelmatig te vinden.
Lenneke Berkhout, met dank aan Leo van der Meer voor de advertentie

Petersburg (1718/1719), Daniel Stoopendaal (Bron: Het Utrechts Archief)


Gezigt van het Agtkantig Weener renbaan-paviljoen bevatte een amusant wedrennen of ridderspel, staande en gelegen in den Tweeden of Achter-Tuin van Moskou, buiten de Muiderpoort te Amsterdam (1825), N. de Vries (Bron: Stadsarchief Amsterdam)



Rijksmuseum Muiderslot is meer dan het oudste kasteel van Nederland. Het is een magische plek, omringd door water én groen. De kasteeltuinen staan vol (vergeten) groenten, kruiden, planten, vruchten en (eetbare) bloemen. Met de opbrengst uit de tuinen zijn eeuwenlang in het kasteel de heerlijkste maaltijden bereid. En nog steeds leveren de tuinen elk jaar een rijke oogst op. De vesting Muiderslot is bovendien onderdeel van de Stelling van Amsterdam, UNESCO werelderfgoed. De tuinen van het Muiderslot zijn dagelijks geopend en bieden bezoekers volop gelegenheid om te komen genieten van dit groene erfgoed.
De geschiedenis van de verdwenen buitenplaats Elsenburg in Maarssen is tevens de geschiedenis van het ontstaan van het buitenleven aan de Vecht. De rijke koopman Joan Huydecoper (1599-1661), burgemeester van Amsterdam, speelde daarbij een belangrijke rol. Hij bouwde zijn boerenhofstede de Gouden Hoeff in 1628 uit tot het buitenhuis Goudestein. In de jaren erna realiseerde hij, als projectontwikkelaar avant la lettre, nog zo’n veertig buitenplaatsen. Daarmee veranderde de heerlijkheid Maarsseveen van een boerendorp in een lustoord van buitenplaatsen. Elsenburg, ontworpen door de bekende classicistische architect Philips Vingboons, was de eerste in de reeks. Op de buitenplaatsen vonden in de loop van de tijd grote veranderingen plaats wat betreft het type huis, de leefstijl van de bewoners en de omvang en inrichting van tuinen en omliggende gronden. Deze ontwikkelingen zien we terug in het verhaal over de buitenplaats Elsenburg.
In 1638 kocht Jacob Westerbaen een stuk grond in de duinen nabij Den Haag. Daarop bouwde hij tien jaar later een buitenhuis. Hij koesterde zijn afgelegen huis in het groen en noemde Ockenburgh zijn ‘kleyn paleis’. De flamboyante Westerbaen was een prominent man die de verwikkelingen in zijn tijd – de Gouden Eeuw – op de voet volgde en van commentaar voorzag. En hoe klein aanvankelijk ook, hij bezong zijn buiten en de activiteiten die hij er ondernam fraai in een lofdicht. Zijn initiatief strekte tot navolging.
Uitsnede Topographische kaart van de linie van de IJssel vanaf Arnhem tot de Zuiderzee (Hottingerkaart), gekarteerd in de periode 1773-1778, nettekening 1783. 
