Cascade MZN 2026 op Bingerden te Angerlo

Het bestuur van Stichting Tuinhistorisch Genootschap CASCADE heeft haar donateurs middels een via mail verstuurde uitnodiging geïnviteerd voor de Cascade MidZomerNacht bijeenkomst. Deze zal plaatsvinden op zondag 21 juni 2026 in de tuinen van huis Bingerden te Angerlo (nabij Zevenaar). De start van het programma vindt plaats in het koetshuis van Bingerden en omvat een uitleg en toelichting over huis en park en een rondleiding door het park.

Klik hier voor de details en het aanmeldformulier.

Wij hopen op een prachtige MZN met veel Cascade-vrienden!
namens het Cascade-bestuur,
Willem Zieleman, programmacommissaris
en 
Marc van Ravels, voorzitter

Lezing Kasteeltuinen in de middeleeuwen

(INGEZONDEN)

17 mei, 14:00
Lezing Kasteeltuinen in de middeleeuwen
Westlands Museum
Middel Broekweg 154
2675KL Honselersdijk

Anneke Duyvesteijn, voorzitter van Groei & Bloei Westland e.o., verzorgt op zondag 17 mei een presentatie over de historie van kasteeltuinen in de middeleeuwen en het ontstaan ervan. Niet alleen wordt ingegaan op de lay-out van kasteeltuinen, maar er is ook aandacht voor wat er toen zoal in deze tuinen groeide.

In de lezing wordt ook aandacht besteed aan diverse kasteeltuinen die er in het Westland en in de nabije omgeving zijn geweest, zoals de kasteeltuinen bij Polanen, Honselersdijk, Het Binnenhof in Den Haag en Keenenburg in Schipluiden. Ter afsluiting gaat Anneke in op kasteeltuinen die heden ten dage nog in ons land te bezoeken zijn.

De lezing start op 17 mei om 14.00 uur en duurt ruim anderhalf uur. Zowel vooraf als in de pauze is er koffie/thee. Aanmelding en betaling vooraf is benodigd. Dat kan via www.westlandsmuseum.nl.

Jacob van Campen. Schilder en architect

(OVERGENOMEN)
Park Randenbroek is een bekende plek in Amersfoort. Het buitenhuis werd onlangs gerestaureerd en geeft het prachtige groen eromheen weer de allure die er vroeger was. Hier woonde in de 17e eeuw Jacob van Campen. Deze veelzijdige kunstenaar genoot landelijke bekendheid. Hij was de architect van o.a. het Paleis op de Dam en het Mauritshuis, gebouwd in een nieuwe stijl, die Hollands classicisme wordt genoemd. Maar ook in de Keistad heeft hij zijn sporen nagelaten. Zo ontwierp hij de Weg der Wegen. Hij veranderde Randenbroek in een waar lusthof, waar hij beroemde kunstenaars ontving. Constantijn Huygens en Vondel kwamen langs en natuurlijk Van Campens buurman Everard Meyster. Matthias Withoos leerde er schilderen en Albert Eckhout werkte er aan Braziliaanse schilderijen. Zelf schilderde hij er onder meer het Laatste Oordeel, bedoeld voor het paleis op de Dam, maar dat schilderij kwam in de Sint Joriskerk te hangen.

Jan Niessen deed onderzoek naar zijn achtergrond, zijn jonge jaren in Haarlem en zijn latere leven in Amersfoort. Dit fraai geïllustreerde boek laat zien dat deze Amersfoorter als geen ander Nederlands zeventiende-eeuwse macht en zelfbewustzijn op doek en in steen wist uit te beelden.

Jan Niessen, Jacob van Campen. Schilder en architect, Amersfoort 2026, Stichting Flehite Publicaties, ISBN 978 9083 549965, 119 p.
Verkrijgbaar via de Webshop Flehite Publicaties en in de boekhandel.
Ledenprijs Oudheidkundige Vereniging Flehite € 17,50; niet-leden betalen € 19,90

Koepels als buitenverblijven aan de rand van de stad

(OVERGENOMEN heemschut.nl)

Online lunchlezing | Dinsdag 12 mei | 12:00 – 13:00 uur | Online via teams

In de volgende online lunchlezing vertelt Martin van den Broeke over koepels als buitenverblijven aan de rand van de stad. Onderzoek naar het buitenleven in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw richt zich doorgaans op buitenplaatsen op het platteland, terwijl de grote aantallen pleziertuinen in de onmiddellijke nabijheid van de stad nauwelijks aandacht krijgen. Toch zijn het deze plezierplaatsen en hun koepels waarin voor velen het buitenleven zich afspeelde.

Aan de singels en uitvalswegen van menige Nederlandse stad lagen ooit grote aantallen van deze pleziertuinen, voorzien van koepels en andere gebouwen. Soms ontstonden er tuinencomplexen met hun eigen lanen, waterhuishouding en reglementen. Dit fenomeen deed zich vooral in het westen en noorden voor. Ze verdwenen in de loop van de negentiende eeuw door afbraak, onder stadsuitbreidingen, wegen en parkeerplaatsen, en zijn daardoor vrijwel onzichtbaar geworden.

Zulke pleziertuinen lagen in grote aantallen buiten de steden langs soms speciaal daarvoor aangelegde lanen. Martin van den Broeke werpt een blik op dit onderbelichte onderdeel van het buitenleven aan de rand van de stad.

Heraanleg Rubenstuin en onderzoekspublicatie


De Wandeling in de tuin’ (ca. 1630-1631), P.P. Rubens (Bron:wikipedia)

Hartje Antwerpen ligt het Rubenshuis met daarachter een bijzondere tuin: de Rubenstuin. Hier woonde en werkte de beroemde schilder Pieter Paul Rubens (1577-1640) een groot deel van zijn leven. In 2024 is de tuin bij het Rubenshuis opnieuw aangelegd op basis van een ontwerp van Ars Horti en adviezen van de Antwerpse modeontwerper Dries van Noten. Uitgebreid archiefonderzoek door conservator Klare Alen lag hieraan ten grondslag.

De tuin is een ‘knipoog naar het verleden, blik op de toekomst’. De historische maatvoering op basis van de Antwerpse voet, de paden, parterres en zichtassen en de loofgang in combinatie met de gekozen planten geven een beeld van ‘Rubens unieke sterk Italiaans geïnspireerde bijdrage aan de tuinkunst van de Lage Landen’. De tuin is geen poging om een zuivere reconstructie van de tuin in Rubens’ tijd te maken. Gekozen is voor planten die Rubens naar alle waarschijnlijk of met zekerheid in zijn tuin had staan. De wijze van beplanten is hedendaags. Het is een kleurrijk geheel, zeker in de lente wanneer 22 historische tulpensoorten bloeien in combinatie met andere vroegbloeiers.

Klara Alen, onderzoeksconservator kunstenaarswoning en historische tuin, deed uitvoerig onderzoek naar de tuin. Zij dook de archieven in en vond in boedelinventarissen, verkoopakten, hovenierscontracten en andere bronnen informatie over Antwerpse stadtuinen in de tijd van Rubens. Over de tuin van Rubens zelf bleek de informatie helaas beperkt tot een schilderij en enkele document. In een brief van 17 augustus 1638 schreef Rubens over zijn tuin: ‘Vraag ook eens aan Willem, de hovenier, dat hij ons de rosilepeertjes en vijgen opstuurt als die er al zijn, of iets anders treffelijk uit den hof.’ Vanzelfsprekend staat er een ‘rosilepeer’ (Pyrus ‘Rousselet de Reims’) en een vijgenboom in de tuin, evenals citrusboompjes. De vijgenboom en de citrusbomen staan in rechte eikenhouten kuipen gemaakt in een ambachtelijk kuipersatelier in Nevele en in groen- en bruingeglazuurde bloempotten uit het Franse Anduze waar al sinds de zeventiende eeuw oranjeriepotten worden vervaardigd.

De onderzoeksresultaten zijn gepubliceerd in Rubenstuin Een meesterwerk in bloei. Het is een rijk geïllustreerd, informatief boek waarin ook uitgebreid aandacht wordt besteed aan de verschillende planten die in de Rubenstuin staan. Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel en bij het Rubenshuis (ISBN 978 94 6494 158 6, 156 pagina’s, € 24,50).
Lenneke Berkhout

Bijhouwertjes

Ik heb ze in de kast staan, maar digitaal is ook wel handig. Zie net dat ze per maart 2026 in Delpher zijn toegevoegd:

J.T.P. Bijhouwer, Nederlandsche tuinen en buitenplaatsen, 1943 PDF
J.T.P. Bijhouwer, Waarnemen en ontwerpen in tuin en landschap, 1954 PDF
J.T.P. Bijhouwer, Perspectief-constructie zonder vertekening voor tuinontwerpers en architecten, 1954 PDF

Toch even checken…

De Sleutelkom op Sparrendaal bij Driebergen PK-T-1710 (Bron: UB Leiden)

Jos van Berkum schreef eerder voor onze weblog:
Doolhofsporen op landgoed Sparrendaal
Een sierkluizenaar in beeld
Een weggepoetste formele tuin
Vormsnoei in hoge bomentunnels

Sindsdien zat hij niet echt stil. Zijn website geeft toegang meer, veelal recente publicaties, m.n. betreffende Sparrendaal. Ga kijken en vooral downloaden! Zie hier.

Landadel in Gelderland

(OVERGENOMEN)
Bewoners van Gelderse landgoederen vertellen over hun leven op de buitenplaats
Gelderland is een bijzondere provincie, omdat er nog zoveel historische havezaten, buitenplaatsen en vooral ook kastelen bewaard zijn gebleven. In dit boek komen unieke persoonlijke verhalen aan bod van de bewoners. Het actuele thema van de verduurzaming van de buitenplaats krijgt daarbij speciale aandacht.

Hoewel de meeste verhalen in dit boek over buitenplaatsen in privébezit gaan, komt ook Geldersch Landschap & Kasteelen aan bod. Deze organisatie zet zich in voor het behoud van kastelen. Voor toeristen en recreanten zijn de opengestelde particuliere gebieden geliefde plekken om te bezoeken. Het boek bevat daarom per landgoed een route om te wandelen of te fietsen.

Rien de Vries, Landadel in Gelderland . Verhalen van bewoners over hun leven en over verduurzaming van hun landgoed, 2026, ISBN 9789462587618, € 29,95, pp. 160.  hier inzien.

Naam achter ontwerp Von Gimborn Arboretum geïdentificeerd


Tänzer’s beplantingsontwerp voor Von Gimbornpark (Foto: Esther Groot)

(Getipt)
In 2011 was er de vondst van het ontwerp (zie hier), nu identificatie van de  ontwerper.

In het meest recente nummer van de Von Gimborn Gazet (zie hier) valt te lezen dat Wilbert Hetterscheid, voormalig directeur van het Bomenmuseum (zie hier), tijdens archiefonderzoek voor het jubileumboek over de historie van het Bomenmuseum (1924–2024) een oud raadsel oploste: namelijk wie de maker was van een gedetailleerd beplantingsontwerp van het toenmalige landgoed van Max von Gimborn.

Enkele jaren geleden vond hij dit ontwerp bij Antonie Sültrop-Dietz, de aangenomen dochter van Von Gimborn. Het ontwerp was niet ondertekend, waardoor het auteurschap lange tijd onduidelijk bleef. Op basis van vier brieven uit 1924 van ’tuiningenieur’ Robert Tänzer aan Von Gimborn, kon het raadsel worden opgelost. De beschreven details in deze correspondentie zijn exact terug te vinden in het ontwerp, waardoor vastgesteld kon worden dat Tänzer de auteur is.

In het jubileumboek, dat hij samen met Fleur de Beaufort schrijft, wordt deze ontdekking uitgebreid toegelicht. Het boek beschrijft de geschiedenis van het Bomenmuseum: van landgoed en Von Gimborn Arboretum tot het huidige Nationaal Bomenmuseum Gimborn. Ook de collectie, het beleid van de stichting en de geologische geschiedenis van het terrein komen aan bod. Het rijk geïllustreerde boek (ca. 100 pagina’s) bevat veel historisch beeldmateriaal, waaronder foto’s uit het familiearchief Sültrop-Dietz. Binnenkort verschijnt een eerste voorbeeldhoofdstuk in de Von Gimborn Gazet.