Onlangs is de gids Historische Buitenplaatsen uitgekomen. Het wil een lijst zijn van de 551 complex beschermde buitenplaatsen. In het kader van Het Jaar van de Historische Buitenplaats had Jan Holwerda al op de website van het Jaar van de Historische Buitenplaats een lijst van alle complex en niet-complex (beschermde) historische buitenplaatsen geplaatst en deze voorzien van een kaart van Nederland waarop alle zijn aangegeven. In het boek zijn al deze complex historische buitenplaatsen in Nederland, zoals die vastgelegd zijn in het monumentenregister nu opgenomen. Zie www.buitenplaatsen2012 of veel uitgebreider de redengevende omschrijvingen van buitenplaatsen in het monumentenregister, maar hier staan de buitenplaatsen weer niet bij elkaar en moet je ze één voor één via een zoekschempje selecteren.
Dit overzicht in boekvorm is dus handig, hoewel je kunt je afvragen waarvoor. Alle zijn beschermd maar vele niet toegankelijk, dus het is niet te hopen dat een geïnteresseerde wandelaar te laat tot die conclusie komt.
Gelukkig geven de korte bijgevoegde teksten soms een kleine aanvulling op het monumentenregister: waar mogelijk wordt de betekenis van de naam van de buitenplaats uitgelegd. Maar veel wordt hierbij vermoed en verondersteld. En het nadeel daarvan is natuurlijk dat iedereen die gegeven uitleg gaat overschrijven. Dus pas op en gebruik ook je eigen verstand en de voorhanden zijnde (etymologische) woordenboeken.
De beschrijvingen zijn gerangschikt per provincie (volgorde met de klok mee, te beginnen in Noord-Holland) en secondair op plaats, dus pas op niet per gemeente. De structuur van de teksten had wat strakker gekund. De ene keer wordt een architect of tuinarchitect genoemd; de andere keer niet. Evenzo met eigenaren en opdrachtgevers door de eeuwen heen. Alle plaatsen zijn voorzien van een foto: meerdere personen, onder wie voor Cascade bekenden, hebben welwillend foto’s geleverd.
Zonder het Jaar van de Historische Buitenplaats was dit boek er niet geweest. Door de min of meer geografische aanpak is het boek misschien een goed startpunt zijn voor de grote lijn van de Nederlandse tuinkunstgeschiedenis. De tijd is gekomen om hier naar op zoek te gaan. CO.
René W. Chr. Dessing en Jan Holwerda, Nationale gids Historische Buitenplaatsen, Wormerveer (Stichting Uitgeverij Noord-Holland), 2012. 364 p. ISBN 978-90-78381-57-0 € 19,50.

De wetenschappelijke bloei van de zeventiende eeuw wordt vaak geassocieerd met ontdekkingen op het gebied van astronomie en natuurkunde. Maar de werkelijke ‘Big Science’ in de Republiek was de botanie. Leydse Weelde laat zien dat de opkomst en bloei van de plantkunde nauw verbonden was met ontwikkelingen in handel en cultuur. In de Gouden Eeuw spendeerde men enorm veel tijd en geld aan het verzamelen en bestuderen van planten. Er verrezen tuinen bij universiteiten en buitenplaatsen, liefhebbers correspondeerden over hun waarnemingen en kunstenaars specialiseerden zich in het afbeelden van planten. Ook werden er prachtig geïllustreerde boeken uitgegeven en ontstond de eerste commerciële plantenhandel en bollenteelt. Men had vooral belangstelling voor de nieuwe gewassen die de Hollandse steden bereikten via de opkomende wereldhandel: de tulp uit Turkije, de aardappel uit Zuid-Amerika, gember uit Azië en aloë vera uit Afrika. Het aantal bekende soorten steeg snel van ongeveer 500 planten in 1550 tot meer dan 7.000 rond 1700.
De publicatie Bloeiende kennis Groene ontdekkingen in de Gouden Eeuw, red. Esther van Gelder, verscheen naar aanleiding van de tentoonstelling.
Op zondagmiddag 2 december vindt in Museum Boerhaave een lezing plaats: Passie voor planten Het botanische netwerk van Hieronymus van Beverningh en Jacob Breyne. In de zeventiende eeuw was het namelijk bon ton voor de elite om op hun buitenplaatsen tuinen, kabinetten en bibliotheken aan te leggen. Deze particuliere collecties waren van groot belang voor het verspreiden van botanische kennis en botanisch materiaal.





De komende maanden worden de Koningstuin en Koninginnetuin van Paleis Het Loo door de Rijksgebouwendienst gerenoveerd. De buxus, de patroonvormen voor de beplanting en de beregeningsinstallatie worden hierbij vervangen. Tijdens de renovatie blijft de tuin geopend en kunnen belangstellenden de werkzaamheden van dichtbij volgen.
In het Jaar van de Historische Buitenplaats presenteert het Nationaal Glasmuseum Leerdam de tentoonstelling Toast op de Buitenplaats. In de 17de en 18de eeuw werd iedere gelegenheid aangegrepen om het glas te heffen: op het huwelijk, op de vriendschap, op ‘welvaren’ van de Republiek en Stadhouder, maar ook op de kraamvrouw. Het glas werd gevuld met goede (witte) wijn. De glazen zelf werden prachtig gedecoreerd en weerspiegelden de welvaart en de status van de bezitter. Helaas zijn veel buitenverblijven inmiddels verloren gegaan, maar gelukkig zijn vele glazen bewaard gebleven! Overigens is de afbeelding op de bokaal soms de enige afbeelding die van bewuste buitenplaats bekend is.
De Cascade donateurs hebben een mail ontvangen over het Cascade Lustrumsymposium met de optie tot een bezoek aan en rondleiding door de tentoonstelling ‘Groen van Toen, van Buitenplaats tot Schooltuin’ te Wageningen (