
(GETIPT door Hans K).
De gemeente Heemstede heeft op 21 december 2018 een schenking van € 500.000 ontvangen om de Belvedère in het noordelijke deel van het wandelbos Groenendaal te herbouwen. De schenking is afkomstig van een broer en zus uit Heemstede, de heer G.H. Bids en mevrouw H.G Bids.
Henry Philippe Hope (1774-1839), van 1834 tot 1839 eigenaar van Groenendaal, gaf de ontwerpopdracht aan architect John Thomas Hitchcock (1812-1844). Over deze Amsterdamse architect, die in 1841 naar Java emigreerde waar hij in 1844 overleed, schreef Wilfred van Leeuwen een artikel in Binnenstad nr 273, november/december 2015 (zie hier).
De bovenste balustrade dateert van 1863. Hiermee reikte de belvedère even hoog als het dak van de Haarlemse Sint Bavo. In 1964 heeft men pogingen ondernomen de in verval geraakte toren op te knappen maar bij raadsbesluit van 26 augustus 1965 is uiteindelijk besloten de toren te slopen. De restanten zijn nog te vinden in het gedeelte van het wandelbos dat nu een losloopgebied voor honden is; een klinkerpad loopt naar de top van de heuvel, waar vandaan bezoekers vroeger een weids uitzicht hadden.
Herbouw van de Belvedère is een lang gekoesterde wens van de schenkers, van jongs af aan veelvuldig bezoeker van het Groenendaalse bos. Al in 2002 werd een eerste oriënterend gesprek over de mogelijkheden van herbouw gevoerd met de toenmalige burgemeester en wethouder.
Met de terugkomst van het uitkijkpunt worden ook oude zichtlijnen hersteld. Het uitkijkpunt krijgt waarschijnlijk een afsluitbaar deel dat eventueel gebruikt kan worden voor niet-commerciële doeleinden, bijvoorbeeld een kleinschalige expositie.
Alles over Groenendaal is te lezen in Groenendaal, van buitenplaats tot wandelbos (zie hier). En (van) alles is ook te vinden op een page over Groenendaal op Librariana.

Gezigt naar het belvedère van Bosbeek en Groenendaal (1844), P.J. Lutgers
Al eerder aangekondigd,
Dit boek over de grenswallen in de leembossen van Het Groene Woud gaat over een welhaast onzichtbaar verschijnsel. Ze maken al eeuwenlang onopvallend deel uit van het Brabantse cultuurlandschap. Dat wat bijna onzichtbaar is – de grenswallen – wordt door dit boek zichtbaar, waardoor alles wat op het eerste oog vanzelfsprekend lijkt, uitzonderlijk wordt. Daarmee wordt door de auteurs de kwetsbaarheid aangetoond van onze leembossen in het Nationaal Landschap Het Groene Woud, hetgeen onze onvoorwaardelijke zorg en aandacht blijvend nodig hebben. Met deze uitgave belichten we een van de oudste pareltjes uit Het Groene Woud, de uniek en gaaf gebleven middeleeuwse grenswallen. Onze voorouders bouwden een aantal van deze aarden grenswallen nog voordat ze in ‘s-Hertogenbosch in het begin van de 13e eeuw de eerste steen van de Sint-Jan legden.














‘De Cloese is een van die uitgestrekte en vorstelijk aangelegde buitenplaatsen, welke den omtrek van Lochem tot een bevoorrecht oord maken.’ Een mooi staaltje Achterhoekpromotie in de landelijke couranten aan het einde van de negentiende eeuw. Het natuurschoon van het landgoed, met zijn ‘lanen van hoogopgaande dennen, spiegelende kolkjes, ruime weilanden, vette akkers en dan weer schaduwrijke dreven’ was landelijk bekend en speelde al vroeg een belangrijke rol in het bloeiende Lochemse toerisme.
Bij het Westland denk je automatisch aan kassen, vol tomaten, paprika’s of bloemen. Inderdaad kent het Westland de grootste concentratie glastuinbouw ter wereld, maar ook de concentratie buitenplaatsen was ooit heel dicht. Vanaf het begin van de Gouden Eeuw tot ver in de negentiende eeuw waren er in de hele streek meer dan honderd buitenverblijven te vinden, aangelegd door welgestelde stedelingen uit omringende plaatsen als Delft en Den Haag.