Rendez-vous aux jardins | Tot ziens in de tuin 2018

Tuineigenaren stellen hun tuin of park open en organiseren extra activiteiten zoals rondleidingen, lezingen, avondopenstellingen, kinderactiviteiten of concerten. De vrijdag is bedoeld voor schoolklassen. Bij Rendez-vous aux jardins|Tot ziens in de tuin staat de ontmoeting en uitwisseling tussen bezoekers, ontwerpers en mensen die in de tuin werken centraal. Deelnemende tuinen en parken variëren van een particuliere tuin tot dierentuin Artis, en van kwekerijen tot historische en moderne tuinen.

In Frankrijk is Rendez-vous aux jardins al 16 jaar een succesvol evenement. De Nederlandse editie wordt geïnitieerd door de Nederlandse Tuinenstichting en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Partners die het initiatief steunen zijn het Gilde van Tuinbazen, Paleis het Loo, de Nederlandse Vereniging van Botanische Tuinen (NVBT) en Stichting Kastelen, Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL).

Paleis Soestdijk, Klooster Sint Agatha, Artis, de moestuin van Hackfort en nog vele andere parken, tuinen en landgoederen verwelkomen u graag tijdens Rendez-vous aux Jardins/Tot ziens in de Tuin. Klik hier om de diverse programma’s te bekijken en uw bezoek te plannen.

Facebooktwitterlinkedinmail

Rijsterbos / Gaasterland


Rijsterbos (1926) Bron: www.langsdeluts.nl

Moest een aantal uren ‘kapot maken’ in Gaasterland. Rijsterbos bezoeken was het eerste waar ik aan dacht; kende de structuren van een Schotanus kaart, wist van een Amsterdamse eigenaar en had de VVV kaart uit 1926 geprint. Net voor Rijs zag ik de plaatsnaam Wijck staan. Praalgraf Menno van Coehoorn schiet door m’n hoofd. Helaas, de kerk zat op slot. Vervolgens Oudemirdum… de klif. Even uitgestapt. Bijzonder, maar de aquarel van het Roode Klif te Scharl (net even verder naar het westen) uit ca. 1830 van Eelke Jelles Eelkema spreekt toch even meer aan.


Aquarel van het Roode Klif te Scharl (Skarl), Eelke Jelles Eelkema, ca. 1830

Dan Rijsterbos. Voor mij onverwacht reliëfrijk (net als heel Gaasterland trouwens), onverwacht groot en qua structuren nog net als de VVV kaart uit 1926; de AHN kaart laat dit dan ook zien. Dan loop je vanuit het bos door het Zeelaantje in zuidwestelijke richting. En bam, daar ligt de voormalige Zuiderzee aan je voeten.


AHN van westelijke/zuidwestelijke deel van Rijsterbos (de Zuiderzee-zijde)

Afsluitend nog door Molkwerum. Wie kent het niet? 🙂 Ooit wereldberoemd als het ‘Friese Venetië’ of ‘Het Friessche doolhof’ met ‘de taal en de gewoontes van de oude Friezen nog in gebruik’ en die klederdracht-prenten schiet me te binnen. Ooit acht eilanden, nu vol doodlopende weggetjes. Enne tiny houses een trend? Nou dit is dan een van die streken waar tiny houses al eeuwen een trend zijn!
Jan Holwerda

Eenmaal thuis, even googelen; direct heel veel Rijsterbos

Facebooktwitterlinkedinmail

Cascade MZN 2018, 21 juni op Zuylestein


Zuylestein, portiersgebouw aan Rijksstraatweg

Het bestuur van Stichting Tuinhistorisch Genootschap CASCADE heeft haar donateurs middels een via mail verstuurde uitnodiging geïnviteerd voor de Cascade MidZomerNacht bijeenkomst. Deze zal plaatsvinden op donderdag 21 juni 2018 op Landgoed Zuylestein (Leersum), vanaf 16.00. Onze gastvrouw is Jemima de Brauwere; onze Cascadevriend Thea Dengerink zal ons rondleiden.


Tuinzijde van het poortgebouw van Zuylestein

Voor meer, zie de uitnodiging die u gemaild is (op XXX, nog niet ontvangen? dan even een mail naar info@cascade1987.nl).

Klik hier voor aanmeldformulier met enige details en voor het aanmelden.

Wij hopen op een prachtige MZN met veel Cascade-vrienden!
het Cascade-bestuur


Voormalige speelhuis of oranjerie van Zuylestein, direct naast de moestuin

Literatuur
H.W.M. van der Wijck en J.Enklaar-Lagendijk, Zuylestein, Alphen aan den Rijn 1982
Fred Gaasbeek, Boscultuur. De esthetische aspecten van bosbouw op de landgoederen Zuilenstein en Amerongen, in: Jaarboek Utrecht 2000, p.55-102 ; PDF
Carla Oldenburger, Korte samenvatting van de ontwikkeling en waarde van het landgoed Zuylestein. PDF
Jan van der Groen, Den Nederlandsten Hovenier, 1670. online

De Toekomstvisie van Zuylestein
rapport
samenvatting
interview met Jemima door SKBL

Facebooktwitterlinkedinmail

Arnichem. Buitenplaats aan de vecht

(OVERGENOMEN)

Arnichem ligt idyllisch aan de oever van de Overijsselse Vecht in Haerst, onder de rook van Zwolle.
De geschiedenis van buitenplaats Arnichem gaat terug tot circa 1400. Het huis heeft in zijn lange bestaan een bonte parade van bezitters en bewoners zien passeren. In de 20ste eeuw fungeerde Arnichem geruime tijd als vakantieverblijf voor dominicaner priesterstudenten. In dit fraai geïllustreerde boek wordt het kleine verhaal van het landgoed verweven met de grote geschiedenis van Zwolle, de regio en Nederland. Ook de historie van het nauw met Arnichem verbonden Haersterveer komt uitgebreid aan bod.

Jan ten Hove, Arnichem. Buitenplaats aan de Vecht. Historie van huis en Haersterveer, ISBN 9789462621916, 216 pp., € 29,95

Facebooktwitterlinkedinmail

Vier kabinetvormen


In zijn boek De Nederlandse landschapsstijl in de achttiende eeuw schrijft Heimerick Tromp vanzelfsprekend ook over Beeckestijn en de kaart van Michael. Een van de elementen die hij naar voren haalt is de bloemenwaaier, en de kabinetjes erin in de vorm van een kruis, een sleutelgat(?), een cirkel en een klavervorm (p. 219). En dat de opzet mogelijk geïnspireerd zou kunnen zijn op het labyrint van Sorghvliet (Den Haag).
Aan dat stukje tekst over die kabinetjes moest ik direct denken toen ik weer eens een van de niet uitgevoerde ontwerpen voor kasteel Nijeveld bij Veldhuizen (Utrecht), van de hand van Jan van Staden uit 1719, zag.
Enne, waar je drie voorbeelden met de vier kabinetjes hebt, moet er ook een vierde zijn. Waar? Wie heeft er nog een?
Jan Holwerda


Links: bloemenwaaier van Beeckestijn (Velsen-Zuid, 1772), J.G. Michael
Rechts: labyrint van Sorghvliet (Den Haag, 1690-1700), J. van den Aveelen

Facebooktwitterlinkedinmail

’t Burghje bij Odijk met een grootse tuin, maar … alleen op kaart


Uitsnede Tabula nova provinciae Ultrajectinae, van Bernardus du Roy (versie 1715), met Heemstede linksonder, Zeist rechtsboven en ’t Brughje middenrechts, links van Odyk

Met de oproep ‘Verdwenen tuinen’ in het achterhoofd… en toch net even anders. Een parkaanleg op kaart, later niet meer te vinden, maar toch geen ‘verdwenen tuin’, want nooit aangelegd…

Het gaat over die kaart van Utrecht, Tabula nova provinciae Ultrajectinae, van Bernardus du Roy. Die had ik al vaker bekeken, en dan ook de verschillende versies. Was me die keren al opgevallen dat de parkaanleg van verschillende buitenplaatsen prominent in beeld staat. Dan heb ik het over Het Koningh JachtH: ’t Soestdyk, t Huys Renswoude, t Huys Geeresteyn, t Huys tot Seyst en Heemstede.

En er is er ook eentje die ik wel zag, en toch ook weer niet; omdat ik er niet automatisch iets aan kon koppelen denk ik. Dan heb ik het over ’t Brughje, aan de noordwestzijde van Odijk. Groots op de eerste versies van bewuste kaart, maar nooit aangelegd. Dus ook niet verdwenen, want het was er nooit. Bijzonder! Na wat googelen bleek het al eerder geconstateerd. Zie hier het artikel ‘Het Burgje in Odijk : een kasteellocatie?’ van Marijke Donkersloot-de Vrij uit 1995; klik hier.
De gehele kaart zien en inzoomen kan bij Digital Special Collections van Universiteit Leiden, klik hier.
Jan Holwerda

Facebooktwitterlinkedinmail

Uitnodiging bijdrage Tuingeschiedenis in Nederland III

In maart van dit jaar organiseerde CASCADE een symposium met als titel ‘Verdwenen tuinen’. Tijdens dit symposium hebben enkele sprekers dit thema op inspirerende wijze invulling gegeven en toegelicht. Redactie en het bestuur zijn van plan om in 2019 Tuingeschiedenis in Nederland III uit te geven met dit thema als onderwerp en titel. Voor onze geplande uitgave hebben zich al enkele auteurs gemeld. Hun bijdragen zijn vooral objectgericht. Maar wij streven naar een evenwicht tussen algemene en beschouwende bijdragen enerzijds en objectgerichte bijdragen anderzijds. Daarom zouden wij graag ook enkele bijdragen ontvangen, die andere aspecten van dit thema belichten.

Voorbeelden ter inspiratie en andere details vindt u in ‘Uitnodiging voor een bijdrage’, klik hier voor de PDF. Voor het ‘Antwoordformulier’ vindt u hier.

Facebooktwitterlinkedinmail

Tuinman voor de Colonie van Surinamen gevraagd (1772)

Haerlemse courant van 8 februari 1772

Weer zo’n advertentie waar je toevallig tegenaan loopt. In de Haerlemse Courant van 8 februari 1772 valt te lezen: ‘Iemand genegen zynde als tuinman, te fungeeren op een plantagie in de Colonie van Surinamen, op favorable Conditien, kan zig, mits verstaande het teekenen, aanleggen van tuinen, parterres en bloemperken, en niet boven de 30 jaaren oud zynde, addresseeren by den boekverkooper P.J. Entrop, t’Amsterdam op het Konings-Plyn…’

Nederlandse tuinmannen die naar Brittannië, Rusland, Duitsland en elders gingen daar kennen we wel voorbeelden van. En gezien tekeningen van tuinen rond en in Batavia gingen ze ook naar de Oost (zie  afbeeldingen hier onder). Dus ongetwijfeld ook naar de West. Alleen ken ik daar geen tekeningen van met tuindetails als die hieronder; ik houd me aanbevolen.
Na een eerste advertentie vond ik vrij snel nog enkele gelijkluidende, zij het dat bovenstaande net even hogere eisen stelt. Ook een stukje ontwerpvaardigheid (‘teekenen’) werd vereist.

En dat jaar 1772. Dat is toch een beetje een ‘kantelpunt’ in de geschiedenis van de NL tuinarchitectuur. Ik doel dan op de gravure van Beeckestijn naar een tekening van J.G. Michael. Stel nou eens dat Michael bovenstaande advertentie had gelezen en had gereageerd… 🙂
Jan Holwerda


Werkzaamheden aan en in de parterres op de buitenplaats van Reynier de Klerk te Batavia (ca 1778), Johannes Rach  Bron: Atlas of Mutual Heritage.


De grootse toegang tot de aanleg rond het landhuis Weldt Vried (Weltevreden) te Batavia (1765-1775), Johannes Rach  Bron: Rijksmuseum Amsterdam

Facebooktwitterlinkedinmail

Digitale versie Oude Nederlandsche tuinen, Springer (1937)

Door de voortrazende digitalisering duikt steeds meer op. In geval van literatuur vaak ook titels die je wel kent en soms ook hebt, maar niet digitaal en daarmee ook niet digitaal doorzoekbaar. Kwam er nu weer een tegen, zelf in de kast en daar kan welk digitaal exemplaar dan ook niet tegen op, maar toch: Oude Nederlandsche tuinen van Leonard A. Springer uit 1937 ; een bundeling van eerder verschenen artikelen van zijn hand.

Online te zien in de ‘boeken afdeling’ van Delpher, zie hier. En in 1 klap als PDF, klik hier.
O ja, kijk ook nog even naar ander materiaal via het eerdere bericht ‘Afkomstig van wijlen den heer Leonard A. Springer‘.
Jan Holwerda

Facebooktwitterlinkedinmail

Het hofje, boek en proefschrift

OVERGENOMEN
(eerder wel gezien, maar vergeten op te voeren)

Aan het eind van de veertiende eeuw werd in Nederland het eerste hofje gebouwd, het begin van een lange bouwkundige traditie. Vermogende particulieren stichtten ‘hofjes van liefdadigheid’ voor arme bejaarden. Naast bezieling door naastenliefde en religieus plichtsbesef wilden ze hun naam in de stad vereeuwigen.
Een hofje is altijd een architectonische eenheid van afzonderlijke huizen rondom een gemeenschappelijke buitenruimte, gelegen op het binnenterrein van een bouwblok. De voordeuren liggen aan het hofje; de achtergevel is traditioneel gesloten. Deze bouwvorm bleek door de jaren heen zeer duurzaam. Een groot aantal hofjes heeft de eeuwen overleefd en niet zelden worden ze nog altijd bewoond door alleenstaande ouderen. De kracht van het hofje als bouwvorm spreekt ook uit het vermogen telkens opnieuw zijn betekenis te bewijzen. Opeenvolgende generaties architecten beschouwden het als model voor de Nederlandse woningbouw, waarin het thema collectiviteit een grote rol speelt.
Willemijn Wilms Floet onderzoekt in dit rijk geïllustreerde en door vele analysetekeningen ondersteunde boek het hofje als een architectonisch ontwerpvraagstuk: hoe zijn de hofjes verankerd in het stedelijk weefsel en welke architectonische ontwikkeling hebben ze doorgemaakt?

Willemijn Wilms Floet, Het hofje. Bouwsteen van de Hollandse stad, 1400-2000, ISBN 9789460042140, 240 pp., € 29,50  (hier in te zien en te bestellen)
Voor een recensie in Holland Historisch Tijdschrift, zie hier. Haar eerdere proefschrift Het Hofje 1400-2000, (on)zichtbare bouwstenen van de Hollandse stad vindt u overigens hier.

Facebooktwitterlinkedinmail