Een ‘brillanten waterval’ op Struisenburg (Rotterdam)


Plaat CXXXVII (zijnde Rijnoord bij Alphen aan den Rijn) met twee watervallen (L en N)
Bron: Magazijn van tuin-sieraaden (1802-1809), Gijsbert van Laar

Een enkele keer kom je in archiefmateriaal een in het vlakke polderland gelegen buitenplaats tegen die een waterval of cascade kende. Een waterval vraagt om een hoogteverschil. Of meer correct, een waterhoogte/peilverschil. En dat botst op het eerste gezicht met de ligging in het vlakke polderland. Snel is dan al wel duidelijk dat het aan een polder grenzende boezemwater dat hogere peil kent en waterinlaat een waterval mogelijk maakt. En anders kan het peilverschil tussen aangrenzende polders dit misschien mogelijk maken.

Gijsbert van Laar schrijft er al iets over in zijn Magazijn van tuin-sieraaden (1802-1809).
Bij plaat LXXXVII, zijnde Rijnoord in het polderlandschap bij Alphen aan den Rijn, valt onder anderen te lezen:
‘L. Oude Gothische Brug. De Beek, waarover dezelve ligt, heeft door een duiker gemeenschap met den Rhijn, waardoor men dezelve alhier, tot twee voeten hooger dan het Polderwater, (waarop de Plaats ligt) voert. Alzoo formeert dit hooger water, over eenige klompen steen, onder de Brug aangebragt, een Waterval.
N. Rotsje, dat te gelijk voor eene Brug dient, en een Waterval formeert, door het optrekken van een Schuif in den Dam.’

Nu kwam ik een andere ‘waterbron’ tegen in de Rotterdamsche courant. Uit advertenties betreffende de buitenplaats Struisenburg bij de molen De Struisvogel te Rotterdam. De buitenplaats is halverwege de 19e eeuw verdwenen, slechts de straatnaam Struisenburgstraat resteert.
In 1823 is het complex te koop en is er sprake van een ‘brillanten waterval’ en in 1824 heet het ‘een in 1823 nieuw gemaakten en met ieder getijde loopende fraaijen waterval’. Inderdaad briljant!
Jan Holwerda