Verschillende mensen stuurden een mail naar Cascade en verwezen naar een bericht van De Wiersse dat op Linkedin en Facebook staat.
(OVERGENOMEN)
De grootste onzichtbare bedreiging voor landgoederen is het verdwijnen van informele oplossingen. Anders dan klimaatverandering, die overal op het landgoed zichtbaar is, zit deze bedreiging verborgen in kantoren, papierwerk en vertraging.
Generaties lang konden plekken als De Wiersse blijven bestaan omdat er lokaal en praktisch oplossingen werden gevonden: met overgeleverde kennis, een timmerman of schilder uit het dorp, een bosbaas die iedere sloot en boom kende, en reparaties die werden uitgevoerd voordat ze rapporten werden.
Veel van die wereld is verdwenen, en niet helemaal ten onrechte. Veiligheid is belangrijk. Onderzoek is belangrijk. Vergunningen en goede procedures bestaan allemaal met een reden. Wij zijn een stichting die werkt voor het algemeen belang, en die verantwoordelijkheid nemen we serieus.
Maar het opgetelde effect is groot. Steeds vaker wordt van landgoederen verwacht dat ze functioneren als grote instellingen, terwijl hun inkomsten nog steeds horen bij een ouder en kwetsbaarder model.
Dit is niet alleen financieel van belang, maar ook gevoelsmatig. De ziel van een plek zit voor een deel juist in het informele: praktisch oordeel, kleine reparaties, lange relaties en de mogelijkheid om te handelen voordat een probleem een proces wordt. We willen dat De Wiersse verantwoordelijk, zorgvuldig en professioneel is, maar niet zakelijk of institutioneel aanvoelt.
Want wat vroeger een reparatie was, is nu een procedure. Een boom wordt een onderzoek, een pad een aansprakelijkheidsvraag en een brug een technisch rapport. Daken, muren, sloten of hekken vragen om rapporten, advies, toestemming en veel geld voordat het praktische werk kan beginnen.
De kosten staan niet in verhouding tot de inkomsten. Aannemers, adviseurs, onderzoeken, verzekeringen, materialen, machines en veiligheidsmaatregelen zijn allemaal sterk duurder geworden. De inkomsten niet. En geen enkele regel, instantie of eis is op zichzelf de schuldige. Het probleem zit in de stapeling: laag op laag, ieder op zichzelf verdedigbaar, maar samen gevaarlijk zwaar.
Historische landgoederen worden vaak besproken alsof ze vanzelfsprekend blijven bestaan. Dat is niet zo. Ze lijken tijdloos omdat er zoveel compromissen en lokale kennis nodig zijn om ze bij elkaar te houden. De tentoonstelling The Destruction of the Country House van het Victoria and Albert Museum uit 1974 liet zien wat er gebeurt wanneer langdurige druk niet op tijd serieus wordt genomen; we moeten niet denken dat zulke verliezen alleen tot het verleden behoren.



Amsterdamse courant 22-05-1732
Het leest als een sprookje: dankzij een onverwachte erfenis kon de jonge tuinknecht Hendrik van Lunteren de bloem- en boomkwekerij ‘Flora’s Hof’ stichten aan de voet van de Domtoren. De succesvolle onderneming vormde de thuisbasis van drie generaties Van Lunteren, die gedurende de negentiende eeuw tot de landelijke top van de horticultuur en (landschaps)architectuur behoorden.
Er is een stapeltje exemplaren van het al uitverkochte eerste deel Tuingeschiedenis in Nederland opgedoken. Dus nu weer (even) verkrijgbaar.
Vrij onlangs verscheen een biografie van Marie, gravin van Bylandt (1874-1968), geschreven door Alies Pegtel. Deze biografie concentreert zich voor een goed deel op de buitenplaats Oostduin en Arendsdorp in Den Haag.
17 mei, 14:00
Park Randenbroek is een bekende plek in Amersfoort. Het buitenhuis werd onlangs gerestaureerd en geeft het prachtige groen eromheen weer de allure die er vroeger was. Hier woonde in de 17e eeuw Jacob van Campen. Deze veelzijdige kunstenaar genoot landelijke bekendheid. Hij was de architect van o.a. het Paleis op de Dam en het Mauritshuis, gebouwd in een nieuwe stijl, die Hollands classicisme wordt genoemd. Maar ook in de Keistad heeft hij zijn sporen nagelaten. Zo ontwierp hij de Weg der Wegen. Hij veranderde Randenbroek in een waar lusthof, waar hij beroemde kunstenaars ontving. Constantijn Huygens en Vondel kwamen langs en natuurlijk Van Campens buurman Everard Meyster. Matthias Withoos leerde er schilderen en Albert Eckhout werkte er aan Braziliaanse schilderijen. Zelf schilderde hij er onder meer het Laatste Oordeel, bedoeld voor het paleis op de Dam, maar dat schilderij kwam in de Sint Joriskerk te hangen.