Restauratie historische tuin buitenplaats Kloetinge waarborgt bijzonder tuinerfgoed

De historische bloementuin van buitenplaats Kloetinge, in Kloetinge, wordt de komende maanden gerestaureerd. Een subsidie van de Provincie Zeeland maakt het mogelijk om de karakteristieke plantenborders te herstellen waarmee de tuin in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw landelijke bekendheid kreeg.

In die jaren behoorde de tuin tot de bekendste particuliere tuinen van Nederland. Vanaf 1983 nam eigenaresse Ineke Lenshoek-van de Water deel aan de opentuindagen van de Zeeuwse Tuinclub. Samen met de tuinen van Madeleine van Bennekom-Scheffer (Domburg), Ankie Dekker-Fokker (Veere), Corrie Poley-Bom (Nisse) en Etta de Haes-Voorbeytel Cannenburg (Wemeldinge) vormde buitenplaats Kloetinge een bestemming voor honderden tuinliefhebbers uit binnen- en buitenland.

Het succes van deze opengestelde privétuinen was destijds uniek. Bezoekers kwamen niet alleen voor de uitbundige beplanting, maar ook voor het persoonlijke contact met de tuinierende eigenaren die hun kennis en ervaring graag deelden. Hiermee droegen de Zeeuwse tuinen bij aan een nieuwe manier van tuinieren én aan de groeiende belangstelling voor vaste planten en natuurlijke beplanting.

De borders in Kloetinge waren opgebouwd uit vaste planten, siergrassen, eenjarigen en oude rozen, zorgvuldig gecomponeerd op kleur, bloeitijd, hoogte en bladvorm. Ritme, herhaling en seizoensbeleving vormden de basis van een tuin die gedurende het hele groeiseizoen aantrekkelijk bleef.

Deze beplantingsfilosofie sloot aan bij de ontwikkeling van het Nieuwe Tuinieren, een stroming die later nationaal en internationaal bekend werd door ontwerpers als Piet Oudolf, maar waarvan ook de Zeeuwse open tuinen belangrijke voorlopers waren.

Met de restauratie wordt de oorspronkelijke opzet van de borders zoveel mogelijk hersteld. Hiermee blijft niet alleen een bijzondere particuliere tuin behouden, maar ook levend erfgoed dat een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van de Nederlandse tuincultuur.

Buitenplaats Kloetinge is een rijksmonument met een landhuis, historische tuin en park rond een middeleeuwse motte. De buitenplaats is sinds 1895 in bezit van de familie Lenshoek en wordt nog altijd particulier bewoond.

Met de toegekende subsidie onderstreept de Provincie Zeeland het belang van dit bijzondere groene erfgoed. De restauratie draagt bij aan het behoud van een tuin die van betekenis is voor de geschiedenis van de Nederlandse tuinarchitectuur en de ontwikkeling van de opentuincultuur.
Marian Smeets-Lenshoek

Genomineerden sKBL Ithakaprijs 2026

Baest 1225 – 2025. Leven, werken en natuur op een landgoed door de eeuwen heen door Ger van den Oetelaar en Hein Vera
Ter Coulster opgedolven. Archeologische vindplaatsen op Landgoed Ter Coulster in Heiloo vanaf de 14de eeuw door G.P. Alders
Marie van Bylandt door Alies Pegtel
Landgoed Rooburg en zijn bewoners. Historie van 1457 tot 2025 door Willem Janssen
Menkemaborg door Martin Hillenga
Noblesse Oblige. Het onwaarschijnlijke leven van Maurits van Vollenhove (1882-1976) door Diederick Slijkerman
Het Nationale Park De Hoge Veluwe. 90 jaar actief beheer & biodiversiteit door Menno Haanstra
Rijtuigfabrikanten door Mario Broekhuis
Barones tussen de armen door Astrid Schutte
Doen in historische groen door Deyke van Donkelaar
Kastelen en adellijke huizen in het Westland en Midden-Delfland door Jacques Moerman e.a.
De Goeroe en de Baron. Hoe Krishnamurti de wereld naar Ommen haalde door Rick Nieman

Nieuwe drukronde Kassen in Nederland

Stichting in Arcadië meldt dat er inmiddels voldoende bestellingen zijn binnengekomen om een nieuwe drukronde van Kassen in Nederland te starten. Het voornemen is om het boek volgende maand te laten drukken, met levering eind augustus/begin september.

Zie hier voor het eerdere bericht over dit boek op de Cascade website en hier voor het plaatsen van een bestelling.

Bericht van De Wiersse

Verschillende mensen stuurden een mail naar Cascade en verwezen naar een bericht van De Wiersse dat op Linkedin en Facebook staat.

(OVERGENOMEN)

De grootste onzichtbare bedreiging voor landgoederen is het verdwijnen van informele oplossingen. Anders dan klimaatverandering, die overal op het landgoed zichtbaar is, zit deze bedreiging verborgen in kantoren, papierwerk en vertraging.
Generaties lang konden plekken als De Wiersse blijven bestaan omdat er lokaal en praktisch oplossingen werden gevonden: met overgeleverde kennis, een timmerman of schilder uit het dorp, een bosbaas die iedere sloot en boom kende, en reparaties die werden uitgevoerd voordat ze rapporten werden.
Veel van die wereld is verdwenen, en niet helemaal ten onrechte. Veiligheid is belangrijk. Onderzoek is belangrijk. Vergunningen en goede procedures bestaan allemaal met een reden. Wij zijn een stichting die werkt voor het algemeen belang, en die verantwoordelijkheid nemen we serieus.
Maar het opgetelde effect is groot. Steeds vaker wordt van landgoederen verwacht dat ze functioneren als grote instellingen, terwijl hun inkomsten nog steeds horen bij een ouder en kwetsbaarder model.
Dit is niet alleen financieel van belang, maar ook gevoelsmatig. De ziel van een plek zit voor een deel juist in het informele: praktisch oordeel, kleine reparaties, lange relaties en de mogelijkheid om te handelen voordat een probleem een proces wordt. We willen dat De Wiersse verantwoordelijk, zorgvuldig en professioneel is, maar niet zakelijk of institutioneel aanvoelt.
Want wat vroeger een reparatie was, is nu een procedure. Een boom wordt een onderzoek, een pad een aansprakelijkheidsvraag en een brug een technisch rapport. Daken, muren, sloten of hekken vragen om rapporten, advies, toestemming en veel geld voordat het praktische werk kan beginnen.
De kosten staan niet in verhouding tot de inkomsten. Aannemers, adviseurs, onderzoeken, verzekeringen, materialen, machines en veiligheidsmaatregelen zijn allemaal sterk duurder geworden. De inkomsten niet. En geen enkele regel, instantie of eis is op zichzelf de schuldige. Het probleem zit in de stapeling: laag op laag, ieder op zichzelf verdedigbaar, maar samen gevaarlijk zwaar.
Historische landgoederen worden vaak besproken alsof ze vanzelfsprekend blijven bestaan. Dat is niet zo. Ze lijken tijdloos omdat er zoveel compromissen en lokale kennis nodig zijn om ze bij elkaar te houden. De tentoonstelling The Destruction of the Country House van het Victoria and Albert Museum uit 1974 liet zien wat er gebeurt wanneer langdurige druk niet op tijd serieus wordt genomen; we moeten niet denken dat zulke verliezen alleen tot het verleden behoren.

Het Zegepralent Kennemerlant

Het ongedateerde Het Zegepralent Kennemerlant valt met verschillende jaren te vinden, veelal van 1729 tot 1732. In de lopende tekst van het tweede deel valt in ieder geval nog het jaar 1732. Dus het is op z’n vroegst in dat jaar verschenen. En net liep ik (op zoek naar wat anders) tegen een advertentie uit 1732 aan, als een soort van bevestiging: ‘wordt uytgegeven, het eerste en twede deel van het Zegenpralend Kennemerland‘. Heel leuk ook het woordgebruik voor een en ander: ‘drooge en natte kommen, vyvers, parterres, doolhoven, starrebosschen, menageriën, lanen, hagen amfithiaters sallons, arken triumfael, Turkse tenten, en andere cieraden na ’t leeven geteekent
Jan Holwerda

Amsterdamse courant 22-05-1732

Een eeuw parken en architectuur | De Van Lunterens, kwekers en architecten naast de Domtoren, 1803-1910

(OVERGENOMEN)
Het leest als een sprookje: dankzij een onverwachte erfenis kon de jonge tuinknecht Hendrik van Lunteren de bloem- en boomkwekerij ‘Flora’s Hof’ stichten aan de voet van de Domtoren. De succesvolle onderneming vormde de thuisbasis van drie generaties Van Lunteren, die gedurende de negentiende eeuw tot de landelijke top van de horticultuur en (landschaps)architectuur behoorden.
Hun oeuvre is gerelateerd aan de grote thema’s uit de negentiende eeuw. Vanuit een sterke maatschappelijke betrokkenheid zetten zij zich echter minstens zozeer in voor de verbetering van de leefomstandigheden van ‘minvermogenden’. Vanuit verschillende invalshoeken belicht dit boek deze ten onrechte vergeten familie en hun belangrijkste werken als architecten en landschapsontwerpers.

Dominique Vermeulen en Michiel Plomp, Een eeuw parken en architectuur. De Van Lunterens, kwekers en architecten naast de Domtoren, 1803-1910, Zutphen 2026, ISBN 9789462498549, 280 p., € 34,99 Bestellen

boek inkijken
Podcast Oud-Utrecht: een gesprek met Dominique Vermeulen, opgenomen aan de Donkere Gaard in het oude woonhuis van Van Lunteren en in Flora’s Hof, hun kwekerij.

Beknopte levensbeschrijving barones van Brienen van de Groote Lindt

Vrij onlangs verscheen een biografie van Marie, gravin van Bylandt (1874-1968), geschreven door Alies Pegtel. Deze biografie concentreert zich voor een goed deel op de buitenplaats Oostduin en Arendsdorp in Den Haag.

Vrij toevallig voltooide ik ongeveer tezelfdertijd een beknopte levensbeschrijving (circa 36 pagina’s ) over Marguerite Mary barones van Brienen van de Groote Lindt (1871-1939), voornamelijk geconcentreerd op landgoed Clingendael te Wassenaar, zij het met zeer nauwe banden met de Angelsaksische wereld. Een opvallend detail is dat beide dames vrijwel buren waren maar dat de contacten schaars waren. Vermoedelijk door totaal verschillende karakters.

De bibliotheek van Wageningen UR heeft het als beknopte biografie opgenomen, onder: edepot.wur.nl/714545.
Joost S.H. Gieskes