Luchtfoto van het Keizer Karelplein te Nijmegen omstreeks 1925. Op de voorgrond de Van Schaeck Mathonsingel die aan de overzijde van het plein overgaat in de Oranjesingel. Brede groene singels met aansluitend diepe voortuinen voor de aangrenzende villa’s.
Op de Cascade RTC van 12 april stelde Leen Dresen de onderstaande vraag:
Wie kent studies over de geschiedenis van rooilijnbepalingen in Nederlandse gemeenten in de periode 1850-1940, gebruikt als middel om voortuinen verplicht te stellen als een bijdrage aan het groen in een straat; of wie kent praktijkvoorbeelden van (discussies in steden over) voorgeschreven voortuindieptes van relatief ruime omvang in deze periode (dit laatste met als achterliggende belangstelling: zijn de voortuinen in Nijmegen mogelijk relatief dieper dan elders).
Als achtergrond: ik ben benieuwd naar de geschiedenis in Nederlandse gemeenten van het door de gemeente voorschrijven van een verplichte voortuindiepte per straat, door middel van een zogeheten rooilijnbepaling: dus een bepaling die aangeeft hoe ver terug in een straat de voorgevels dienden te liggen vanaf de erfgrens aan de straat.
Dit als een onderdeel van de geschiedenis van het vormgeven aan openbaar groen in steden; omdat de op deze manier verplicht gestelde voortuinen een bijdrage lever(d)en aan het te ervaren groen in een straat (in de vorm van een groene omgeving scheppen voor wandelaars in de straat, en voortuinen maken ook (meer) straatbomen in een straat mogelijk).
In mijn onderzoek naar het uitbreidingsplan voor Nijmegen kwam ik tegen dat in Nijmegen de voortuinen mogelijk dieper zijn dan elders in Nederland. De Van Schaeck Mathonsingel had / heeft met voortuinen van maar liefst 14 meter diepte het breedste profiel van alle nieuwe straten uit deze vroegste periode van stadsuitleg. Een eerste artikel van mijn hand, Alphons Siebers en de groenstructuur in het uitbreidingsplan voor Nijmegen, 1930-1937, verscheen in Jaarboek Numaga LXXI (2024), p. 98-129. Ook Ineke Pey schreef in Bouwen voor gezeten burgers over dit voorbeeld in Nijmegen.
Iedereen kent de “zegepraalende Vecht” met zijn prachtige buitens, maar veel minder bekend is dat er langs de Oude Rijn van Utrecht tot Katwijk ooit meer dan 225 kastelen en buitenplaatsen hebben gelegen. De meeste zijn verdwenen, maar van een groot aan tal0 buitenplaatsen zijn nog de gebouwen, ruïnes of andere resten bewaard gebleven. In Heren van de Oude Rijn gaan historici Jan van Es en Bernt Feis op zoek naar de verhalen achter nog bestaande en verdwenen buitenplaatsen. Waarom werden ze langs de Oude Rijn gesticht en wanneer? En wat is er vandaag de dag nog te herkennen?

Ten noordoosten van Zaltbommel, aan de overkant van de rivier de Waal, ligt het landgoed Waardenburg en Neerijnen. Op dit Gelderse landgoed staan twee kastelen van middeleeuwse origine die al eeuwenlang met elkaar zijn verbonden. Het ene kasteel ziet eruit als een romantisch middeleeuws kasteel, het andere als een strak modern landhuis. Hoe komt dat en wat betekent dit?
Gooilust vertelt het bijzondere verhaal van Louise Six (1862-1934), een vrouw die worstelde met liefde, loyaliteit en verraad op de historische buitenplaats in ‘s-Graveland. 


Al enige jaren bestaat er de wens om een boek te maken over Hindersteyn. De doelstelling is het vastleggen van wat er de afgelopen vijftig jaar allemaal is gebeurd op de buitenplaats. De historie die terug gaat tot het jaar 1315 komt natuurlijk ook aan bod. De restauratie van alle gebouwen, het interieur van het kasteel, de renovatie van de tuin, de bouw van de kassen maar ook de recente geschiedenis met de vrijwilligers en de activiteiten van Stichting tot behoud Ridderhofstad Hindersteyn passeren de revue.