Eigenaren, kamermeisjes, pachters, bosbazen en anderen. Ze vertellen openhartig over hun leven op een Gelderse buitenplaats of landgoed. Deze verhalen verschijnen binnenkort, vanaf 30 november, in het boek Verhalen over landgoederen en buitenplaatsen in Gelderland, een uitgave van uitgeverij Blauwdruk en Stichting Landschapsbeheer Gelderland (SLG). De verhalen zijn opgetekend door vrijwilligers van de Werkgroep Oral History Gelderland.
De vrijwilligers hebben een cursus oral history of mondelinge geschiedenis gevolgd bij Landschapsbeheer Gelderland. In het kader van het project Leven op landgoederen en in het Jaar van de Historische Buitenplaats hebben zij interviews gehouden met personen die een bijzondere band hebben of hadden met een landgoed in Gelderland. Het bijzondere boek met twintig verhalen is vanaf 30 november verkrijgbaar in de boekhandel en bij de uitgever Blauwdruk via www.uitgeverijblauwdruk.nl. Kijk hier voor de omslag.
Oral History project
Via de methode oral history worden individuele herinneringen van mensen vastgelegd door een vraaggesprek. De herinneringen leveren een rijk beeld op van hoe het vroeger eraan toeging. Maar ook hoe het nu is. Het leven en werken op buitenplaatsen en landgoederen gaan immers door, al is er sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw veel veranderd. De reden om nú verhalen te verzamelen, is dat de levende geschiedenis verloren gaat, als deze niet worden vastgelegd. Vrijwilligers van de Werkgroep Oral History Gelderland hebben uitvoerige gesprekken gevoerd.
Verhalen
Uit 44 verhalen zijn er twintig voor dit boek geselecteerd. Bij elk verhaal is bovendien een korte beschrijving van opvallende kenmerken van de buitenplaats of het landgoed. De volgende landgoederen en buitenplaatsen zijn in dit boek opgenomen: Vollenhof, Molecaten, Het Holthuis, Welna, De Dennenhorst, Biljoen, Sint Hubertus, Middachten, Nederhemert, Het Grote Meer, Het Kleine Meer, Keppel, ’t Zelle, ’t Medler, Het Enzerinck, De Heest en Ampsen.
Wat alle verhalen en beschrijvingen duidelijk maken, is dat ze van groot belang zijn voor de kwaliteit van het huidige en toekomstige Gelderse landschap.
De 24 verhalen die niet voor het boek zijn geselecteerd, zijn vanaf 30 november te lezen op www.landschapsbeheergelderland.nl.
Verhalen over landgoederen en buitenplaatsen in Gelderland
Prijs: € 24,90. Verkrijgbaar vanaf 30 november in de boekhandel en via www.uitgeverijblauwdruk.nl. ISBN 978-90-75271-61-4.
De wetenschappelijke bloei van de zeventiende eeuw wordt vaak geassocieerd met ontdekkingen op het gebied van astronomie en natuurkunde. Maar de werkelijke ‘Big Science’ in de Republiek was de botanie. Leydse Weelde laat zien dat de opkomst en bloei van de plantkunde nauw verbonden was met ontwikkelingen in handel en cultuur. In de Gouden Eeuw spendeerde men enorm veel tijd en geld aan het verzamelen en bestuderen van planten. Er verrezen tuinen bij universiteiten en buitenplaatsen, liefhebbers correspondeerden over hun waarnemingen en kunstenaars specialiseerden zich in het afbeelden van planten. Ook werden er prachtig geïllustreerde boeken uitgegeven en ontstond de eerste commerciële plantenhandel en bollenteelt. Men had vooral belangstelling voor de nieuwe gewassen die de Hollandse steden bereikten via de opkomende wereldhandel: de tulp uit Turkije, de aardappel uit Zuid-Amerika, gember uit Azië en aloë vera uit Afrika. Het aantal bekende soorten steeg snel van ongeveer 500 planten in 1550 tot meer dan 7.000 rond 1700.
De publicatie Bloeiende kennis Groene ontdekkingen in de Gouden Eeuw, red. Esther van Gelder, verscheen naar aanleiding van de tentoonstelling.
Op zondagmiddag 2 december vindt in Museum Boerhaave een lezing plaats: Passie voor planten Het botanische netwerk van Hieronymus van Beverningh en Jacob Breyne. In de zeventiende eeuw was het namelijk bon ton voor de elite om op hun buitenplaatsen tuinen, kabinetten en bibliotheken aan te leggen. Deze particuliere collecties waren van groot belang voor het verspreiden van botanische kennis en botanisch materiaal.





De komende maanden worden de Koningstuin en Koninginnetuin van Paleis Het Loo door de Rijksgebouwendienst gerenoveerd. De buxus, de patroonvormen voor de beplanting en de beregeningsinstallatie worden hierbij vervangen. Tijdens de renovatie blijft de tuin geopend en kunnen belangstellenden de werkzaamheden van dichtbij volgen.
In het Jaar van de Historische Buitenplaats presenteert het Nationaal Glasmuseum Leerdam de tentoonstelling Toast op de Buitenplaats. In de 17de en 18de eeuw werd iedere gelegenheid aangegrepen om het glas te heffen: op het huwelijk, op de vriendschap, op ‘welvaren’ van de Republiek en Stadhouder, maar ook op de kraamvrouw. Het glas werd gevuld met goede (witte) wijn. De glazen zelf werden prachtig gedecoreerd en weerspiegelden de welvaart en de status van de bezitter. Helaas zijn veel buitenverblijven inmiddels verloren gegaan, maar gelukkig zijn vele glazen bewaard gebleven! Overigens is de afbeelding op de bokaal soms de enige afbeelding die van bewuste buitenplaats bekend is.
De Cascade donateurs hebben een mail ontvangen over het Cascade Lustrumsymposium met de optie tot een bezoek aan en rondleiding door de tentoonstelling ‘Groen van Toen, van Buitenplaats tot Schooltuin’ te Wageningen (
Nederland telt zo’n 1300 beschermde groene monumenten. Van historische tuinen, buitenplaatsen en stadparken tot kloostertuinen, begraafplaatsen en forten. Dit groene erfgoed leeft. De beplanting groeit, waardoor het beeld met de seizoenen en met de jaren wijzigt. Maar ook het ruimtegebruik in en rondom de groenaanleg ontwikkelt zich. Dat maakt deze monumenten kwetsbaar: de groeiende natuur kan de cultuurhistorie en verhaal vervagen.