
Groot Terhorne, Beetgum (FR.). H. van Zutphen. Opmeting, 1820. Groter? Klik hier.
Coll. Tresoar Leeuwarden. FA thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. Kaart 685
Bijgevoegde ‘kaart’ is van de hand van de landmeter H. van Zutphen (1757-1830), die we o.a. kennen van een opmeting van Elswout (1812) en Huis Offem te Noordwijk (1817) en van een plattegrond van de St. Bavo te Haarlem (1823). Els van der Laan (bureau Noordpeil) vraagt zich af of deze tekening mogelijk duidt op een ontwerp van Zocher senior (overleden in 1817) of junior. Mijn mening is dat de stijl van het ontwerp naar Zocher senior wijst en zeker niet naar Zocher junior, maar het kan natuurlijk ook een geval zijn van samenwerking, daar Zocher junior na zijn verblijf in het buitenland in 1816 veel in Leeuwarden bij zijn zuster verbleef en daar zelfs als belijdend lidmaat van de Evangelisch Lutherse gemeente werd aangenomen. Dat Hendrik van Zutphen uit Haarlem deze buitenplaats in Beetgum heeft opgemeten zou dan niet zo verwonderlijk zijn omdat beide Zochers hem vast en zeker goed kenden uit Haarlem. De opmeting zou dan een aantal jaren later gemaakt zijn dan het ontwerp dat mogelijk in 1816 of eerder al is ontstaan. Als we kijken naar de kadasterkaart van ongeveer 1826 (www.watwaswaar.nl) dan is de eerste indruk dat deze tekening van 1820 niet is uitgevoerd. Wel zijn er weer schetsen van W. Krijns en betaalde rekening voor planten tussen 1819 en 1823 die duiden op grote parkactiviteiten; en het bekende schetsontwerp van Roodbaard uit 1827, waarop voor het eerst te zien is dat de grote ronde kom met de gracht is verbonden, wat niet op de kaart van Van Zutphen is aangegeven (www.roodbaardsrijkdom.nl).
Mijn voorlopige conclusie is dat het heel goed kan dat Zocher sr. in 1816 of nog eerder is uitgenodigd om zijn visie te geven, dat Van Zutphen Zocher’s visie later op papier heeft gezet en dat daarna Roodbaard enkele ideeën van Zocher sr. heeft gecombineerd met zijn eigen ideeën, o.a. met de doorbraak tussen de kom en de gracht aan de zuidoost-zijde van het huis.
Wat denken anderen? Graag jullie reactie. CO.
Op internet las ik de zinsnede ‘Pompejaanse bank op Duinlust weer in zijn oorspronkelijke staat terugbrengen’; een restauratieproject van Stichting Ons Bloemendaal.




Bij de tentoonstellingsonderdelen buitenplaatsen en siertuinen, maar ook botanie aan de universiteit, de plekken waar het feitelijk werken in de tuin aan bod komt, zouden wij ook graag het gebruikte tuingereedschap tonen. Afbeeldingen uit de 17de en 18de eeuw zijn er voldoende, maar het werkelijk gebruikte gereedschap ontbreekt. Natuurlijk ook niet zo vreemd, het gereedschap was er om gebruikt te worden, niet om te verzamelen.
Nu de tentoonstelling. Het gaat maar om 15 schilderijen, waarvan het merendeel bloemstillevens en enkele pronkstukken / tafelstillevens. Verder een Kunstboek van Catharina Backer met plantentekeningen en enige boeken en prenten als achtergrondinformatie. De bloemen zijn gedetermineerd door de bioloog en bloemstilleven-specialist Sam Segal, door wie ook de begeleidende tekst van het boekje is geschreven. De nadruk wordt gelegd op het feit dat deze kleine collectie de hele ontwikkeling van het 17de en vroeg-18de-eeuwse bloemstilleven laat zien: van symmetrische bloemstukken naar bloemboeketten in losse schikking. Naast de determinaties geeft Segal in zijn boekje en in een hand-out de ‘mogelijke’ symbolische betekenis van de planten op, jammer genoeg zonder bronnen te vermelden. Toch zal ook ‘mogelijke’ symboliek verklaard moeten worden lijkt mij, of kun je met toevoeging van dit woordje afkomen van nader onderzoek? CO
Vanaf 9 juli is de tentoonstelling ‘Groen van Toen: Van buitenplaats tot schooltuin’ te zien in de Forumbibliotheek op Wageningen Campus.


In nov 2006 hadden we een berichtje over




