Stichting Tuinhistorisch Genootschap Cascade bestaat 25 jaar. Het lustrumjaar is op 23 november jl. ingeluid met een symposium in Amersfoort, waar de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aan 70 deelnemers gastvrijheid verleende. Erik Kleijn, hoofd Gebouwd Erfgoed RCE heette de deelnemers welkom. Op het programma stonden een feestrede van de voorzitter van het Genootschap, Leo den Dulk, en twee lezingen. Peter Verhoeff lichtte de professionalisering van de beroepspraktijk toe als senior-landschapsarchitect bij Stichting In Arcadië. Na de pauze sprak Christian Bertram, docent architectuurgeschiedenis aan de UvA en eigenaar van Bureau Bertram; landschap en architectuur in historisch perspectief, over Tuinhistorisch onderzoek in Nederland; resultaten en omissies.
Patricia Debie (rechts) en Carla Oldenburger-Ebbers. Foto: Elisabeth Stades. |
Het symposium werd besloten met de eerste uitreiking van de Carla Oldenburger-Ebbers Penning aan de winnaar van Cascade Stimuleringsprijs voor jong talent. De jury, bestaande uit mevr. Dr. Catharina L. van Groningen, Drs. Wim G.J.M. Meulenkamp en Dr. Heimerick M.J. Tromp, bijgestaan door bestuurslid mevr. Drs. Karen M. Veenland-Heineman, heeft een keuze moeten maken uit vijf inzendingen. Uit vier masterscripties en één project is de inzending van Patricia Debie, getiteld ‘Ziehier een kleinen grondslag, waarop gij verder zult kunnen voortarbeiden’ met als ondertitel ‘De nalatenschap van tuinkunstenaar H.F. Hartogh Heys van Zouteveen (Delft, 13 juli 1870-Wageningen, 23 maart 1943)’, bekroond. Patricia Debie heeft haar studie Architectuurgeschiedenis en Monumentenzorg aan de Universiteit van Utrecht met deze scriptie in 2011 afgesloten.
De andere inzenders waren van Sandra den Dulk (‘Nederlandse Stads- en volksparken; een complexe typologie. Ontstaan, ontwikkeling, toekomst en betekenis van het fenomeen stads- en volksparken; 1800-1960’, Masterscriptie Erfgoedstudies, Universiteit van Amsterdam, 2011); Geerte de Jong (‘Pückler: De Reizen en Werken van een Parkomaan’, Masterscriptie Architectuur en Stedenbouw, Rijksuniversiteit Groningen, 2010); Willemieke Ottens (‘Hoe beheert de huidige landgoedeigenaar zijn bezit? Een analyse van de motivaties en tradities van landgoedbeheer door particuliere eigenaren en terreinbeherende organisaties’, Masterscriptie Landschapsgeschiedenis, Rijksuniversiteit Groningen, 2012) en Anouk Vogel met het project ‘Vondelverzen: Nieuw meubilair Vondelpark’, in het kader van het renovatieprogramma van het Vondelpark, 2011.
In haar rapport heeft de jury met nadruk haar grote waardering uitgesproken voor álle inzenders, die de tuin- en landschapsgeschiedenis tot onderwerp van hun onderzoek hebben genomen. Nieuwe en eigentijdse invalshoeken zijn van essentieel belang om het onderwerp voor een groot publiek levend te houden en zo bij te dragen tot de instandhouding van het kwetsbare Groene Erfgoed, aldus de jury.
Over de winnaar schreef zij: “Deze kandidaat is een inspirerend voorbeeld, omdat zij heeft laten zien, dat het mogelijk is om met intensief, oorspronkelijk en vernieuwend onderzoek bepaalde figuren, die gerekend worden tot de marge van de tuin- en parkgeschiedenis, voor het voetlicht te brengen en de aandacht te geven, die zij verdienen.”
De Stimuleringsprijs is een driejaarlijks uit te reiken prijs. Cascade roept jonge wetenschappers op om mee te dingen naar de prijs in 2015.
Tuinhistorisch Genootschap Cascade gaat in haar lustrumjaar speciale aandacht besteden aan openbaar historisch groen.
Karen Veenland-Heineman
Klik hier voor het jury-rapport. De foto’s vindt u via Communicatie>Foto’s bekijken of rechtstreeks (met dank aan Elisabeth Stades en Kees Beelaerts van Blokland).
Patricia Debie (rechts) en Carla Oldenburger-Ebbers. Foto: Elisabeth Stades.
Onlangs is de gids Historische Buitenplaatsen uitgekomen. Het wil een lijst zijn van de 551 complex beschermde buitenplaatsen. In het kader van Het Jaar van de Historische Buitenplaats had Jan Holwerda al op de website van het Jaar van de Historische Buitenplaats een lijst van alle complex en niet-complex (beschermde) historische buitenplaatsen geplaatst en deze voorzien van een kaart van Nederland waarop alle zijn aangegeven. In het boek zijn al deze complex historische buitenplaatsen in Nederland, zoals die vastgelegd zijn in het monumentenregister nu opgenomen. Zie 
De wetenschappelijke bloei van de zeventiende eeuw wordt vaak geassocieerd met ontdekkingen op het gebied van astronomie en natuurkunde. Maar de werkelijke ‘Big Science’ in de Republiek was de botanie. Leydse Weelde laat zien dat de opkomst en bloei van de plantkunde nauw verbonden was met ontwikkelingen in handel en cultuur. In de Gouden Eeuw spendeerde men enorm veel tijd en geld aan het verzamelen en bestuderen van planten. Er verrezen tuinen bij universiteiten en buitenplaatsen, liefhebbers correspondeerden over hun waarnemingen en kunstenaars specialiseerden zich in het afbeelden van planten. Ook werden er prachtig geïllustreerde boeken uitgegeven en ontstond de eerste commerciële plantenhandel en bollenteelt. Men had vooral belangstelling voor de nieuwe gewassen die de Hollandse steden bereikten via de opkomende wereldhandel: de tulp uit Turkije, de aardappel uit Zuid-Amerika, gember uit Azië en aloë vera uit Afrika. Het aantal bekende soorten steeg snel van ongeveer 500 planten in 1550 tot meer dan 7.000 rond 1700.
De publicatie Bloeiende kennis Groene ontdekkingen in de Gouden Eeuw, red. Esther van Gelder, verscheen naar aanleiding van de tentoonstelling.
Op zondagmiddag 2 december vindt in Museum Boerhaave een lezing plaats: Passie voor planten Het botanische netwerk van Hieronymus van Beverningh en Jacob Breyne. In de zeventiende eeuw was het namelijk bon ton voor de elite om op hun buitenplaatsen tuinen, kabinetten en bibliotheken aan te leggen. Deze particuliere collecties waren van groot belang voor het verspreiden van botanische kennis en botanisch materiaal.





De komende maanden worden de Koningstuin en Koninginnetuin van Paleis Het Loo door de Rijksgebouwendienst gerenoveerd. De buxus, de patroonvormen voor de beplanting en de beregeningsinstallatie worden hierbij vervangen. Tijdens de renovatie blijft de tuin geopend en kunnen belangstellenden de werkzaamheden van dichtbij volgen.
In het Jaar van de Historische Buitenplaats presenteert het Nationaal Glasmuseum Leerdam de tentoonstelling Toast op de Buitenplaats. In de 17de en 18de eeuw werd iedere gelegenheid aangegrepen om het glas te heffen: op het huwelijk, op de vriendschap, op ‘welvaren’ van de Republiek en Stadhouder, maar ook op de kraamvrouw. Het glas werd gevuld met goede (witte) wijn. De glazen zelf werden prachtig gedecoreerd en weerspiegelden de welvaart en de status van de bezitter. Helaas zijn veel buitenverblijven inmiddels verloren gegaan, maar gelukkig zijn vele glazen bewaard gebleven! Overigens is de afbeelding op de bokaal soms de enige afbeelding die van bewuste buitenplaats bekend is.
De Cascade donateurs hebben een mail ontvangen over het Cascade Lustrumsymposium met de optie tot een bezoek aan en rondleiding door de tentoonstelling ‘Groen van Toen, van Buitenplaats tot Schooltuin’ te Wageningen (