Water in xe2x80x98t Hof (Vlaardingen)


’t Hof, bron Gemeentearchief Vlaardingen

Het openbaar park xe2x80x99t Hof, oorspronkelijk een 17de eeuwse buitenplaats langs de Hoflaan en Hofsingel in Vlaardingen, werd in 1830 door de gemeente aangekocht en in 1941 met het nieuwe Oranjepark, gelegen ten Noorden van het Hof langs de Julianasingel en Schiedamsedijk, uitgebreid. De Hogelaan, van oorsprong een hoge kade waarachter bij vloed spuiwater werd opgeslagen, dat bij eb de haven schoonspoelde, vormt de scheiding tussen beide parken. Het huis lag op een unieke plek langs de Oude Haven, die xe2x80x93nog steeds- in verbinding staat met de Nieuwe Maas.

Op een plattegrond van de stad van ca. 1750 is te zien dat het huis en het tuinmanshuis ten zuiden van de Hogelaan in de bocht van de haven lagen en niet precies tegenover het omgrachte tuin-eiland of in de as van de Hogelaan, zoals men zou verwachten. Oude parken langs een haven zijn tamelijk uniek. We kennen bijvoorbeeld Het Park langs de Nieuwe Maas in Rotterdam en het park Buiten de Waterpoort langs de Boven-Merwede in Gorinchem. Vanuit het huis keek men waarschijnlijk aan de achterzijde over de haven en aan de voorzijde over de lager gelegen tuinen

Een park zo dichtbij de Nieuwe Maas en zo vlak langs het water impliceert natuurlijk ook een lage ligging. Welke bomen kunnen daartegen en hoe voorkom je wateroverlast, hoe kun je dat tegengaan? Ophogen is geen optie, de bomen zullen het niet overleven. Wie heeft een idee, naar aanleiding van onderstaande waterfoto die ik onlangs maakte? Kom met oplossingen, als reactie op deze weblog, heel graag! De plantsoenmedewerkers in Vlaardingen zullen u dankbaar zijn. CO


’t Hof, foto Carla Oldenburger

Vogels op de Hooge Vuursche (Baarn)


Kom en grand canal De Hooge Vuursche, Foto E.W. Leeuwin

De volière van de achttiende eeuwse buitenplaats De Hooge Vuursche

Het landgoed de Hooge Vuursche dat wij tegenwoordig kennen heeft twee voorgangers gehad. In ons artikel, dat in maart a.s. verschijnt in het tijdschrift voor regionale geschiedenis "Tussen Vecht en Eem" wordtaannemelijk gemaakt waar precies het landhuis moet hebben gelegen.

Drie aquarellen van J. Van der Wall uit 1787 geven een indruk van het vroegste landgoed, de achttiende eeuwse buitenplaats De Hooge Vuursche I. De vijver en het grand canal  vormden het centrale thema in het park, met op de achtergrond de volière en het uitzicht op een classicistisch tempeltje.

Weinig is bekend over de bouwgeschiedenis van het huis en we weten ook niet wie de tuinaanleg rondom het huis heeft ontworpen. Van de tuinaanleg zijn nog sporen gevonden in de buurt van de boswachterwoning  in de bossen van de Hooge Vuursche (zie afbeelding). Het is niet bekend wie verantwoordelijk was voor de daar gevonden aanleg van het grand canal en de serpentine vijvers. Zeker is wel dat zowel de architect van het huis als de tuin- en landschapsarchitecten gekeken moeten hebben naar voorbeelden uit het verleden.

De inrichting van het ensemble van huis en omgeving van deze buitenplaats stond in een traditie die gelukkig bij overlevering bewaard is gebleven. Ook het houden van bijzondere vogels bij  buitenverblijven kent een lange geschiedenis, die teruggaat tot in de klassieke oudheid. In Nederland raakte het vanaf het midden van de zeventiende eeuw in zwang. Volières  vond men vanaf die tijd zowel op de landgoederen buiten de stad als bij de herenhuizen in de grote steden.
In dit artikel wordt ook ingegaan op de geschiedenis van het houden van dieren in menagerieën en van vogels in volières in het bijzonder.

Annejuul Moll-Breebaarten Edward W. Leeuwin

Samen met de natuur: duurzaam ontwerp en onderhoud van een historische buitenplaats

 Buitenplaatsen hebben een complexe geschiedenis. De groene omgeving is een evolutie van stijlen, modes en persoonlijke voorkeuren en grillen van voormalige en huidige landschappers en eigenaars. Hoe opereert een landschapsarchitect succesvol binnen die context? Wat kan er verknoeid worden en wat verbeterd, toegevoegd?

Op de komende Ronde Tafel Conferentie wil ik aan de hand van een voorbeeld laten zien hoe mijn architectuur-ingrepen in de historie van de buitenplaats een voortzetting van die historie zijn. Mijn manier van werken is niet anders dan de oorspronkelijke manier: in nauwe samenwerking met eigenaren en hoveniers de meest economische en duurzame oplossing zoeken voor de esthetisch opnieuw gestelde doelen. Het is een heel directe manier van werken, die direct aangrijpt op de gegevens uit de geschiedenis. Er is veel inzet van vakmanschap vereist, maar er is ook een enorme besparing op papierwerk en daardoor geld.

Wybe Kuitert

Ronde Tafel Conferentie

De Cascade leden hebben reeds een uitnodiging voor de Ronde Tafel Conferentie (RTC) ontvangen. Hier wat punten uit die uitnodiging zodat ook weblog lezers (die geen lid zijn) op te hoogte zijn, want introducees zijn ook welkom. Zaterdag 31 maart 2007 vanaf 10:00, in Cafe-Restaurant Cunera, Rhenen ; leden xe2x82xac 17,50 / xe2x82xac 5,00 (zonder lunch), introducees xe2x82xac 22,50 / xe2x82xac 8,00.

De tot heden aangemelde onderwerpen zijn
– restauratie c.q. renovatie van de buitenplaats De Slotplaats (2) te Bakkeveen, Sandra van Lochem (Natuurmonumenten)
– enkele aspecten van landschapsstijl en vrijmetselarij (2), Heimerick Tromp (Stichting PHB)
– doel en werk van de Stichting Kloostertuinen, Tini Brugge (Stichting Kloostertuinen)
– ‘Samen met de natuur: duurzaam ontwerp en onderhoud van een buitenplaats", Wybe Kuitert

Verdere inbreng vooraf of gedurende de dag is meer dan welkom. Voor aanmelding, vragen, meer details, inbreng of wat al niet meer, secretariaat@cascade1987.nl

Ebbenhorst en Soestdijk (2)

Vader en zoon Ebbenhorst waren van huis uit eigenlijk huis-, rijtuig- en decoratieschilders. In de tweede helft van de 19de eeuw was het merendeel van de bewoners van de talrijke Soester villa’s en buitenplaatsen (waarvan helaas vrijwel alles is verdwenen) vaste klant.

Met de afdeling Speciale Collecties van de UB in Wageningen heb ik inmiddels contact gehad. Dat ook daar foto’s waren was nieuw voor mij en ook voor het Koninklijk Huisarchief. Het blijken (zo goed als zeker) dezelfde foto’s te zijn als ook aanwezig bij het Koninklijk Huisarchief en in het "bedrijfsarchief" van de firma J. Ebbenhorst & Zoon. Prins Hendrik (de Zeevaarder) heeft destijds van de meeste foto-opdrachten aan Ebbenhorst werk nabesteld. Waarschijnlijk is een setje van deze nabestellingen langs omwegen bij de Afdeling Speciale Collecties van de UB van Wageningen terechtgekomen. Men kijkt nog of de herkomst te achterhalen is.

Inmiddels heeft men bij het Koninklijk Huisarchief getracht de bouwtekeningen van de kassen te traceren. Er is wel het e.e.a. boven water gekomen, maar geen stukken van doorslaggevende betekenis. De gevonden tekeningen waren veelal te jong, terwijl het daarnaast niet steeds duidelijk was of het wel ontwerptekeningen waren. Wellicht is daar in bewaard gebleven administratie m.b.t. Soestdijk nog wat te vinden, maar dat is waarschijnlijk tijdrovend onderzoek. In feite ben ik dus nog niets opgeschoten en blijven verdere suggesties welkom!

Gérard Derks

Ebbenhorst en Soestdijk


Foto Loofgang en kassen Soestdijk, J. Ebbenhorst & Zoon

Momenteel ben ik t.b.v. een binnenkort te openen tentoonstelling in het Museum Oud Soest bezig aan een onderdeel daarvan betreffende de Soestdijk-foto’s gemaakt door J. Ebbenhorst & Zoon tussen 1865 en 1879, voornamelijk bewaard bij het Koninklijk Huisarchief en in beperkte mate ook in het Ebbenhorst-bedrijfsarchief. De Soester fotografen J. Ebenhorst & Zoon, werkzaam tussen ca 1860 en 1919, waren hoffotografen van Prins Hendrik (de Zeevaarder).

Ik probeer m.b.v. de bedrijfsadministratie (samen met het KHA) de diverse bewaard gebleven foto’s te koppelen aan de oorspronkelijke leveringen (waarvan afschriften van nota’s bewaard zijn gebleven) en zodoende beter
te dateren. Een nota voor Prins Hendrik uit 1877 i.v.m. een vijftal foto’s van "de nieuwe aanleg" gemaakt in 1876 of 1877 roept vragen op.

De foto hierboven geeft enkele, in ieder geval ogenschijnlijk, nieuwe kassen en een loofgang die later onder Koning Willem III moeten zijn afgebroken weer. Als bekend is wanneer deze kassen en loofgang zijn gebouwd, hebben we weer een nieuw aanknopingspunt. Zelf vermoed ik dat dit een van de foto’s zou kunnen zijn van de bedoelde nieuwe aanleg.

Een berichtje in het weekblad voor Amersfoort en Omstreken van 21 september 1878 bevestigt de bouw van een tweetal (reusachtige) kassen nabij de schietbaan, waarbij tevens wordt vermeld dat Prins Hendrik ondermeer voornemens was om daartussen nog een derde kas te bouwen en een nieuwe indeling in vijf vakken te maken om planten en gewassen uit de vijf werelddelen in afzonderlijke groepen bij elkaar te kunnen rangschikken. Dit is dan echter ongeveer een jaar later dan de nota. Gelet op het overlijden van Prins Hendrik op 13 januari 1879 zal van de verdere uitvoering van de bovengenoemde voornemens vermoedelijk niet zoveel meer terecht zijn gekomen.

Het is onduidelijk wat hier met deze nieuwe aanleg wordt bedoeld. Ik heb al wat gezocht in literatuur en op internet maar nog zonder resultaat. Betrof deze nieuwe aanleg een verandering op Soestdijk of wellicht in het Baarnsche Bosch? Wie weet meer?

Gérard Derks
Historische vereniging Soest

(voor evt. rechtstreeks contact kunt u email-adres bij webmaster opvragen)

Een Nederlands charter?


Bisdom van Vliet (Haastrecht), foto J.S.H. Gieskes

Bij het ‘bewaken’ van onze monumenten worden steeds meer bevoegdheden aan de gemeenten gedelegeerd. Heeft de RACM nu nog een bij wet geregelde adviesbevoegdheid, in de loop van het jaar komt er een interimperiode waarbij de adviesplicht van RACM wordt veranderd in een adviesbevoegdheid, dat wil zeggen dat de gemeente niet altijd meer verplicht is om de RACM om advies te vragen. Een zorgelijke ontwikkeling, want het is maar de vraag of elke gemeente voldoende kennis en ervaring in huis heeft over behoud, beheer en herstel van historische monumenten i.h.b. landgoederen, buitenplaatsen, tuinen. Een door de bevoegde instanties te hanteren code kennen we niet. Over dit onderwerp zijn lezenswaardig het ICOMOS Florence Charter van 1982, en het Australische Burra Charter 1999.

Zou er niet ook een Nederlands ‘ICOMOS Charter’ of vergelijkbaar document nuttig zijn? Zouden de daarin vastgelegde codes voor historisch onderzoek, behoud, beheer, herstel, centraal uitgegeven door de overheid, niet in een leemte
voorzien? Ligt hier een taak voor alle stichtingen, organisaties, scholen, universiteiten die deskundig zijn op het gebied van restauratie om zulk een document te bevorderen?

Joost S.H. Gieskes

Tuin Rijksmuseum Amsterdam

In het kader van de restauratie van het Rijksmuseum wordt ook de tuin aangepakt. Maandag 5 maart is daar een informatiebijeenkomst over georganiseerd. Iemand van het architectenbureau en 2 medewerkers van bureau Copijn houden een toelichting. Ooit waren we met Cascade op excursie naar deze tuin. Wellicht interessant?
Aanvang 19.30 in het infocentrum, Jan Luykenstr. t.o. nr 10 (in de nu gedeeltelijk leeggehaalde tuin dus).  Celia Prenen

Abdij Leeuwenhorst (Noordwijkerhout)

  
Bron: Museum Catharijneconvent (klik afbeelding voor grotere weergave)

Na het schilderij van de abdij en het kasteel van Egmond, te zien op de tentoonstelling In Godsnaam! 1000 jaar kloosters, in het Museum Catharijneconvent, dat we enige dagen geleden op de weblog plaatsten (zie weblog van dd 20-feb-2007) volgt hier nu een tweede schilderij met een kloostertuin.

Het betreft hier het verdwenen klooster van de abdij Leeuwenhorst te Noordwijkerhout, gesticht in 1261 door Aarnout en Waalwijn van Alkamade. Het schilderij dateert uit het eerste kwart van de 18de eeuw. De abdij werd in de Middeleeuwen bewoond door Cisterciënzer nonnen die na de landing van de watergeuzen bij Katwijk in 1571 naar Leiden zijn gevlucht. In 1573 werd de abdij gesloopt.

Ook hier hebben we dus te maken met een geromantiseerde situatie, die niet naar de werkelijkheid is geschilderd, maar mogelijk wel naar overgeleverde prenten of tekeningen. Het schilderij geeft de situatie weer van de abdij vóór de sloop, ongeveer zoals het er in de Middeleeuwen moet hebben uitgezien: een uitgestrekt, deels ommuurd, deels omhaagd terrein, met een grote boomgaard tussen de kloosterkerk en de toegangspoort en eveneens een boomgaard opzij van de kerk. De nonnen zien we wandelen in beide boomgaarden, die zij dus ook gebruiken als wandelpark. In dit geval is het meest logisch dat ook hier de ingang tot het kloostercomplex en de ingang tot de kerk weer aan de westzijde van de kerk liggen. Het koor van de kerk is dan weggevallen achter de geschilderde schip van de kerk. In de grote boomgaard staat ongeveer middenin ten westen van de kerk een waterput. Als we door de ingangspoort het complex betreden en direct links af slaan, lopen we langs een haag van rozen of zonnebloemen (de laatste werden ongeveer in 1560 in Nederland geïntroduceerd) die langs stokken zijn geleid. In de kleine boomgaard ten zuiden van de grote boomgaard is een berceau te zien.

De opzet van het hele complex is ook hier in grote lijnen hetzelfde als dat van het Benedictijner plan van St. Gallen. We weten dat ook de Cisterciënzers hun kloostercomplexen indeelden volgens het plan van de Benedictijnen. Op de plaats van de abdij is later de buitenplaats Leeuwenhorst gesticht.  CO