
Fontein met triton en schelpen, Aert Schouman
Deze vraag komt via Renske Ek van Onno van Seggelen en heeft betrekking op bovenstaande afbeelding. Een fontein met triton en schelpen van de hand van Aert Schouman ( 1710-1792). Het zou kunnen hebben gestaan op een van de buitenplaatsen die Schouman afbeeldde. Op Zuydwind bijvoorbeeld, voor afbeeldingen zie hier. Maar wie weet wat de locatie kan zijn geweest?
(OVERGENOMEN van www.onnovanseggelen.com)
Shells became a popular field of interest during the seventeenth century with collectors embossing their cabinets with the most splendid choices of specimens, symbolizing Gods creation, allegories of Water, Wind and the Sea as well as the transiency of life which made them figurate perfectly in Vanitas paintings. Just like tulips, shells (brought by VOC- and WIC-tradesmen) represented valuable objects for speculation and fetched high prices before they could be put on display in collectors’ cabinets. Some collectors also had their collections painted, like the painting by Abraham Susenier, dated 1659 and probably commissioned by Willem van Beverwijck (1632-1665), son of the famous Doctor Johan van Beverwijck (1594-1647).
With Andries Colvius’ (1594-1671) cabinet of shells as one of the earliest, the city of Dordrecht counts a rich tradition of collecting shells and after returning from Ambon and the Banda-Islands, François Valentijn’s (1656-1727) Oud en Nieuw Oost-Indien became a rich source of documentation of these cabinets and their contents.
With this abundant history of collecting shells it doesn’t come as a surprise the very first Conchological Society (de liefhebbers van Neptunus-cabinet) was founded in Dordrecht with it’s members gathering every first Wednesday of the month to share their passion for shells and show recent acquisitions.







Ik bladerde weer eens door Groot en algemeen kruidkundig, hoveniers, en bloemisten woordenboek, van Philip Miller, uit 1742, vertaald en bewerkt door Jakob van Eems (vaak wordt die uit 1745 als eerste editie genoemd). Het is gericht op de hovenier, maar kent ook onderdelen die tegen het ontwerpvlak schuren. Basis vormt The Gardener’s Dictionary, verschillende edities verschenen vanaf 1731. Als ik de Engelse versies naast de NL versie leg lijkt de Engelse versie van 1740 te zijn gebruikt.

Na ruim twintig jaar onderzoek ligt er nu het boek Vijfhonderd jaar Vollenhoven. Frieda Heijkoop en haar nichtje Sophie Heijkoop doken in de uitvoerige geschiedenis van het landgoed in De Bilt en deden daarbij verscheidene historische vondsten. Het lijvige en rijk geïllustreerde boek verweeft regionale geschiedenis met bijzondere verhalen en unieke documenten. Aanleiding voor het verschijnen is dat Vollenhoven in 2022 honderd jaar eigendom is van de familie Van Marwijk Kooy. Tegelijkertijd markeert de publicatie een afscheid, want op 1 mei verlaat de familie het landgoed. Met het Engelse landschapspark rondom het witte huis staat Vollenhoven bekend als een van de mooiste landgoederen in de provincie Utrecht. Het is ontstaan uit een middeleeuwse kloosterboerderij. Auteur Frieda ontdekte dat het zuidelijke deel van Vollenhoven ooit bij het terrein van de abdij van Oostbroek hoorde. Ook kwam ze erachter dat de boerderij in 1637 werd verkocht bij een veiling van kloosterlanderijen door de Staten van Utrecht. “De nieuwe eigenaren werd toegezegd dat de Biltsche Grift langs hun domein zou worden aangelegd. Dat was al een verrassing, maar toen vond ik in het Utrechts Archief ook nog de gedetailleerde veilingcatalogus. Ik wist echt niet wat ik zag.”
