Haerlemse courant van 8 februari 1772
Weer zo’n advertentie waar je toevallig tegenaan loopt. In de Haerlemse Courant van 8 februari 1772 valt te lezen: ‘Iemand genegen zynde als tuinman, te fungeeren op een plantagie in de Colonie van Surinamen, op favorable Conditien, kan zig, mits verstaande het teekenen, aanleggen van tuinen, parterres en bloemperken, en niet boven de 30 jaaren oud zynde, addresseeren by den boekverkooper P.J. Entrop, t’Amsterdam op het Konings-Plyn…’
Nederlandse tuinmannen die naar Brittannië, Rusland, Duitsland en elders gingen daar kennen we wel voorbeelden van. En gezien tekeningen van tuinen rond en in Batavia gingen ze ook naar de Oost (zie afbeeldingen hier onder). Dus ongetwijfeld ook naar de West. Alleen ken ik daar geen tekeningen van met tuindetails als die hieronder; ik houd me aanbevolen.
Na een eerste advertentie vond ik vrij snel nog enkele gelijkluidende, zij het dat bovenstaande net even hogere eisen stelt. Ook een stukje ontwerpvaardigheid (’teekenen’) werd vereist.
En dat jaar 1772. Dat is toch een beetje een ‘kantelpunt’ in de geschiedenis van de NL tuinarchitectuur. Ik doel dan op de gravure van Beeckestijn naar een tekening van J.G. Michael. Stel nou eens dat Michael bovenstaande advertentie had gelezen en had gereageerd… 🙂
Jan Holwerda

Werkzaamheden aan en in de parterres op de buitenplaats van Reynier de Klerk te Batavia (ca 1778), Johannes Rach Bron: Atlas of Mutual Heritage.

De grootse toegang tot de aanleg rond het landhuis Weldt Vried (Weltevreden) te Batavia (1765-1775), Johannes Rach Bron: Rijksmuseum Amsterdam
Door de voortrazende digitalisering duikt steeds meer op. In geval van literatuur vaak ook titels die je wel kent en soms ook hebt, maar niet digitaal en daarmee ook niet digitaal doorzoekbaar. Kwam er nu weer een tegen, zelf in de kast en daar kan welk digitaal exemplaar dan ook niet tegen op, maar toch: Oude Nederlandsche tuinen van Leonard A. Springer uit 1937 ; een bundeling van eerder verschenen artikelen van zijn hand.
Aan het eind van de veertiende eeuw werd in Nederland het eerste hofje gebouwd, het begin van een lange bouwkundige traditie. Vermogende particulieren stichtten ‘hofjes van liefdadigheid’ voor arme bejaarden. Naast bezieling door naastenliefde en religieus plichtsbesef wilden ze hun naam in de stad vereeuwigen.

Ook een Nederlandse versie, lees in NL uitgegeven; de oudste advertentie die ik vond is uit 1824: Myriorama of Verzameling van duizenderlei landschappen geteekend door Mr. Clark te Amsterdam bij Gebroeders van Arum’; inhoud: 16 genummerde kaarten, die, aaneengelegd, een rivierlandschap vormen, gestoffeerd met huizen, ruïnes, bomeb en planten, figuren; hoe men de kaarten ook verlegt, er blijft een aansluitend geheel; voorts een gedrukte verklaring in het Nederlands en Frans. Dit naar het in datzelfde jaar in UK uitgekomen werk Myriorama: A Collection of Many Thousand Landscapes.

















Paleis Het Loo, gelegen aan de rand van Apeldoorn, is aan het eind van de 17de eeuw gebouwd als jacht- en zomerpaleis voor de Oranjes. De barokke tuinen zijn het symbool voor vorstelijke pracht en praal; ze speelden daarom een belangrijke rol in het sociale en maatschappelijke leven van vroegere bewoners.