Reder-oort, Zuidwyk, Bakkershagen

Uitsnede Topographische kaart van de linie van de IJssel vanaf Arnhem tot de Zuiderzee (Hottingerkaart), gekarteerd in de periode 1773-1778, nettekening 1783. Centraal Rhederoord met zijn lanenstelsel, links Valkenhuizen en rechts Middachten.

Op de boekpresentatie van Tuingeschiedenis in Nederland III. Verdwenen tuinen sprak Korneel Aschman over een recensent die Theorie der Gartenkunst van Hirschfeld in 1784 besprak en Hirschfeld die de landschapsstijl in Nederland nog niet direct zag, tegensprak met als voorbeelden Rhederoord, Zuidwijk en Backershagen (zie PDF). Korneel zal de boekbespreking hebben gevonden door te zoeken met Backershagen in allerlei schrijfvarianten. Ik kende het stuk doordat ik ooit zocht met schrijfvarianten van Rhederoord.

Eerst even het bewuste citaat. Het komt uit Algemeene bibliotheek, vervattende naauwkeurige en onpartydige berigten van de voornaamste werken… uit 1784 en staat in de zeer uitgebreide boekbespreking onder de titel Theorie der Gartenkunst von C. C. L. Hirschfeld Samenstel van Tuinkunde, of Onderwys over het aanleggen van Lusthoven, een boekbespreking door een anonieme recensent (p. 624-657).

Het bewuste citaat luidt: ‘Van de buitenplaatsen in ons vaderland, oordeelt hy zekerlyk, over het algemeen te ongunstig; waarschijnlyk dewyl hy hierover niet genoeg uit eigen ondervinding heeft kunnen oordeelen. Want schoon het waar is, dat de meesten derzelven nog op den ouden voet geschoeid zyn, zeer eentonig aangelegd, en dikwerf met ongerymde opsiersels overladen, is het echter zeker, dat een menigte van aanzienelyke lusthoven, gelyk een Reder-oort, Zuidwyk, Bakkershagen en veele anderen, ten getuige strekken, hoe merkelyk ook by ons, ten deezen opzichte, de smaak reeds is verbeterd.’

‘Reder-oort, Zuidwyk, Bakkershagen’ dus. Nu schrijven we in algemeen Rhederoord (De Steeg), Zuidwijk en Backershagen (beide bij Wassenaar). De laatste twee hebben we ooit bezocht als onderdeel van een Cascade excursie en toen hebben we de vroeg-landschappelijke deelaanlegjes met eigen ogen kunnen aanschouwen (fotoserie 2009). Maar Rhederoord.. Daar schuurt iets.

De boekbespreking dateert uit 1784. Drie jaar later, in 1787, maakt Antje C.W. van Hogendorp met haar moeder, zus en nicht een reisje, bezoekt ze familie op Biljoen en bezichtigt ze ook Rhederoord. Volgens haar een monument van slechte smaak: ‘Rederoord me paroit un monument du mauvais gout.’ Wel roemt ze de prachtige bergen en de mooiste uitzichten, máár de hellingen zijn beplant met ‘…d’arbres en lignes droites, qui forment des allées uniformes et tristes, mais ce n’est pas tout encore; tous ces arbres sont tondus en ar…’; lanen met geschoren bomen. Hierdoor bestond alleen uitzicht direct voor [ten zuiden] het huis, aldus Antje.
Dat ‘verrukkelyk landgezigt beneden [ten zuiden] het lusthuis Rederoord’ wordt ook geroemd door Martinet in zijn Katechismus der natuur deel 3 uit 1778.

Waar op ‘Reder-oort … de smaak reeds is verbeterd’ is wat raadselachtig. Ten noordwesten van het huis is in de jaren 1770 wel sprake geweest van een aanleg met rechte lanen met in tussenliggende vakken paden in gestileerde (rococo-)vormen. Die aanleg is toch van een andere orde / in een andere stijl dan die op Zuidwijk en Backershagen.
Noemt de anonieme recensent Rhederoord dan naar aanleiding van de geroemde uitzichten? Of moet ik op zoek naar een elders gelegen ‘Reder-oort’? Zit er een schrijfvariant in? Is er sprake van een verschrijving?
Jan Holwerda

Caart van een stuk heide veld : geleegen agter de Bauwerij, J.G. Berger, ongedateerd, vermoedelijk ca. 1774. (groot, Bron: Gelders Archief)

Facebooktwitterlinkedinmail