(OVERGENOMEN)
Eeuwenlang bleef alles min of meer hetzelfde in de Nederlandse tuin, maar vanaf de zeventiende eeuw buitelden de ontwikkelingen over elkaar heen: er werden inheemse planten gekweekt en nieuwe technieken ontwikkeld. Aan de hand van het leven en werk van hoveniers en kwekers verhaalt historicus Lenneke Berkhout over de fascinerende veranderingen in het tuinieren.
Zo beschrijft ze hoe een briljante meesterhovenier aan het Oranjehof het beheer kreeg over de Engelse koninklijke tuinen. Ze vertelt over een avontuurlijke tuinmanszoon die naam maakte met het kweken van rijpe bananen en een aanstelling kreeg als botanisch directeur van Schloss Schönbrunn in Wenen, over internationale handelsnetwerken, over hoe de tulpenkoorts de een stinkend rijk maakte en een ander failliet liet gaan, over eigenzinnige tuinarchitecten en plichtsgetrouwe tuinbazen in dienst van de adel. Hoveniers en tuinbazen is een heerlijke geschiedenis vol bloeiende tuinen, weelderige parken en royale kassen – maar het beschrijft ook het einde van een tijdperk.
Lenneke Berkhout, Hoveniers en tuinbazen. Een cultuurgeschiedenis van het tuinieren door de eeuwen heen, ISBN 978 90 213 4080 7, € 22,99, ISBN e-book 978 90 213 4081 4, € 9,99, pp. 224 pagina’s Verschijnt 23 februari
voorwoord Mathijs Deen
Het Overijsselsche Landschap en de Twentse textielindustrie gaan samen ver terug, 90 jaar om precies te zijn. Het landschap is in die tijd flink veranderd, maar de uitdagingen zijn vergelijkbaar. Textielfabrikanten waren bij de inrichting van hun landgoederen afhankelijk van water, bodem en biodiversiteit. En juist die aspecten spelen nog steeds. Andere tijden, maar in de kern dezelfde opgaven. De publicatie Landgoederen van Textiel / aan de slag met de landgoederenzone rondom Enschede (auteur Martijn Horst, 190 pagina’s) combineert historische data over onze landgoederen met de uitkomsten van nieuw (veld)onderzoek. Op basis daarvan is voor elk landgoed een karakterschets en ‘gedachtegoedtekening’ ontwikkeld; een ontwerp in de geest van de oorspronkelijke landschapsontwerper, maar aangepast aan de huidige tijd. Daarnaast zijn waarderings- en vitaliteitskaarten gemaakt waarmee we niet alleen terug, maar juist ook vooruit blikken.




(OVERGENOMEN)
Betreffende zin luidt: Het aantal dreven in een sterrenbos was variabel. Een veel voorkomend type was de ‘zevenster’. Een ‘zevenster’ bestond uit twee ganzenvoeten, die elkaars spiegelbeeld waren, met een centrale dreef in het midden. Vandaar dat er slechts zeven dreven geteld werden (3+3+1=7), hoewel de ‘zevenster’ eigenlijk achtstralig was. Het op het eerste gezicht door elkaar gebruiken van ganzenvoet en sterrenbos gaf verwarring. Tot een tekening van het Vlaanderense voorbeeld van de Zevenster van kasteel Scheldevelde werd gevonden. Inderdaad een doorgaande dreef (oranje) met aan weerszijden een ganzenvoet (geel). Bekijk je de lanen geïsoleerd van zijn omgeving dan zou je het een sterrenbos met acht lanen noemen.


