Excursie Groot Handelsgebouw te Rotterdam

Op zaterdagmiddag 28 februari a.s. organiseert het Tuinhistorisch Genootschap Cascade in samenwerking met Erfgoedvereniging Heemschut een gezamenlijke excursie naar het Groot Handelsgebouw te Rotterdam, gelegen naast het Centraal Station.

Het Groot Handelsgebouw, opgetrokken in 1953, is een van de meest kenmerkende realisaties van de ‘Wederopbouwcultuur’. Na tientallen jaren van succes, verloor het gebouw gaandeweg zijn uitstraling, en daarmee zijn aantrekkingskracht voor bedrijven om zich erin te vestigen. Hoewel in 2005 o.l.v. architect Andre van Stigt een grote renovatie was voltrokken, bleek het ook in de jaren daarna commercieel onvoldoende om de belangstelling voor het gebouw te behouden.

De nieuwe Amerikaanse eigenaar Jamestown (2019) hanteerde een andere benadering met toepassing van kleurrijke accenten. Daarnaast wilde Jamestown de ruimte herbestemmen voor kantoren. Doordat zodoende de rol van handelsgebouw wegviel, werd ook de functie binnen het gebouw van de eens zo kenmerkende verhoogde rijbaan overbodig voor laden en lossen. In 2023 werd de verhoogde rijbaan als allee getransformeerd. Het ontwerp was van Blooming Buildings en Harry Pierik. De zeer rijke beplanting – er zijn meer dan 600 soorten toegepast (!) bleek een magneet voor bedrijven om zich in het gebouw te vestigen; alle leegstaande kantoren werden verhuurd. Hierop besloot Jamestown om ook op de begane grond beplanting aan te brengen (het ‘Maaskantpark’, vernoemd naar de oorspronkelijke architect) en de grote ingebouwde plantenbakken op de buitengangen, opvallend onderdeel van het ontwerp, aan te passen. Interessant is te vermelden dat er zelfs geen spijker in het gebouw is geslagen en alles binnen korte tijd gerealiseerd kon worden.

Voor programmadetails en aanmelding, zie hier.

‘Illegale’ Den Nederlandtsen hovenier?

Gisteren zag ik een LinkedIn bericht van enkele dagen oud. Een bericht van Rijksmuseum Muiderslot (zie hier) over de aankoop van ’t Vermakelijck Landt-Leven. Den Nederlandtsen hovenier / Den Verstandigen hovenier (1683), van Jan van der Groen en Petrus Nylandt.

Ik citeer: ‘Extra bijzonder is dat de kennis uit Den Verstandigen Hovenier niet alleen historisch waardevol is, maar ook verrassend actueel! De maandelijkse instructies over zaaien, planten, oogsten en het gebruik van kruiden (volledig in samenhang met de natuur) sluiten nauw aan bij onze visie op duurzaamheid en biodiversiteit. Want net als in de 17e eeuw werken onze tuinvrijwilligers vandaag de dag volledig biologisch, zonder kunstmest, bestrijdingsmiddelen of verwarmde kassen.

Toen keek ik naar de foto van de titelpagina… Deze uitgave is nog veel bijzonderder!! De titelpagina staat vol zetfouten. Zo staat er J. van de GREEN i.p.v. J. van der Groen. En vergelijk de foto maar eens met de onderstaande titelpagina uit 1683. De hele pagina blijkt vol zetfouten te staan.

De uitgever van het exemplaar van Muiderslot is ‘de Weduwe van Meinche Geel en Gregorius en Groen‘. In de lijst met bekende uitgaven staat inderdaad een versie uit 1683, maar die was bij Wed. Michiel de Groot en Gijsbert de Groot. Die uitgever had een privilege voor 15 jaar.

Gezien de vele ongetwijfeld bewuste zetfouten en de verder onbekende uitgever lijkt het ik noem het maar een ‘illegale’ uitgave. Of maak je zo een ‘eigen’ uitgave? Heel bijzonder. Zou wel willen weten hoe die complete uitgave er uit ziet en deze naast de officiële uitgave uit 1683 willen leggen. Die laatste is hier in te zien.
Jan Holwerda

Hoog opgekroonde bomen


In het rapport Leiden in het Groen (zie hier) trof ik bijgaand plaatje aan. De getekende bomen zijn zo te zien hoog opgekroond, en nog jong : een onontwikkelde kroon. Vrijwel altijd worden volwassen bomen getekend, inderdaad ook hoog opgekroond. Wat dat betreft is dit een uniek plaatje. Een voorzichtige conclusie is dat de bomen reeds op de kwekerij deze hoogstam-vorm kregen. Zoiets doen we tegenwoordig natuurlijk nooit ( meer).

Ik las ergens dat dat hoge opkronen tot doel had veel rondhout te kweken wegens de grote behoefte in die tijd. Dat klinkt plausibel. Het is echter slecht voor te stellen dat bomen in steden dienden als productiehout. In tegendeel, in steden juist als stedelijk schoon, en geen productiehout. Hoog opkronen was dus een soort cultuur, kan men concluderen. Het is interessant te weten wanneer men tot het moderne inzicht kwam bomen tot hun volle wasdom te laten groeien.
Joost Gieskes

Concept herziene Richtlijnen tuinhistorisch onderzoek

(OVERGENOMEN)
In 2012 werden de Richtlijnen tuinhistorisch onderzoek: voor waardestellingen van groen erfgoed gepubliceerd. Deze richtlijnen van het College van Rijksadviseurs, RCE, KNOB, het Nationaal Restauratiefonds en het Nationaal Groenfonds waren bedoeld om het zorgvuldig omgaan met groen erfgoed verder te professionaliseren.

De richtlijnen gaven handreikingen voor de waardering van ontworpen groen erfgoed. Tuin- en landschapsarchitecten die werken in het groen erfgoed kregen daar al regelmatig mee te maken.

In 2013 kwamen de richtlijnen onder beheer van de Stichting ERM (Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg). Deze stichting beheert een heel scala aan richtlijnen in het monumentenwerk. De richtlijnen voor het historisch erfgoed kregen als URL 6001.

In de afgelopen 2 jaar is door de Stichting ERM gewerkt aan een herziening van de richtlijnen. Inmiddels ligt er een voldragen concept-rapport. De vernieuwde richtlijnen voor onderzoek t.b.v. waardestellingen van groen erfgoed worden in april definitief vastgesteld.

Tot 20 februari a.s. is er nog gelegenheid om reacties te geven op het concept. De vernieuwde richtlijn URL 6001 en het reactieformulier vind je achter de links.

Een wal rondom een kasteel

(OVERGENOMEN)
De Nederlandse Kastelenstudiegroep heeft de symposiumbundel ‘Een wal rondom een kasteel’ openbaar beschikbaar gesteld. Deze bundel is de neerslag van het fenomeen dat door verschillende wetenschappelijke disciplines op evenzoveel manieren bekeken wordt: de (aarden) wal rondom een kasteel. De vraag die zo’n wal oproept betreft de functie daarvan. Was het een restant van de oorspronkelijke middeleeuwse defensieve aanleg? Mogelijk het logische gevolg van het graven van een gracht? Of betreft het wellicht een latere (zestiende-eeuwse) aanleg als een vestingwal? Indien de aarden wal geen primaire militaire functie diende, waartoe was de wal dan aangelegd? Ter bescherming van overstroming door een nabije rivier? Als onderdeel van een tuin/parkaanleg om een deel van de tuin te separeren als privéterrein voor de bewoners? Of diende de wal, analoog aan het huis een symbolisch doel?

Geconfronteerd met die vragen nam de Nederlandse Kastelenstudiegroep in 2024 het initiatief om expertisehouders van dit fenomeen bij elkaar te brengen. Specialisten zoals archeologen, historici, bouwhistorici, groen/landschapserfgoed specialisten en militair bouwkundigen werden uitgenodigd kennis te delen met presentaties vanuit de eigen invalshoeken. De hier gebundelde artikelen zijn de bijdragen aan het symposium ‘Een wal rondom het kasteel, een nog weinig onderzocht fenomeen’ gehouden op 29 maart 2025 in kasteel Ammersoyen. De tijdens dit symposium gepresenteerde (korte) inventarisaties van kastelen met een wal in de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Zuid-Holland zijn als bijdragen achter de artikelen toegevoegd. Deze auteurs hebben bij gebrek aan beter vanuit hun eigen discipline een definitie gehanteerd voor het begrip ‘wal’. De redactie hoopt dat deze bundel een aanzet zal zijn tot nadere studie en definiëring van het verschijnsel ‘een wal om het kasteel’.

Download de bundel hier. 

20 jaar Cascade website, weblog, nieuws


La grande cascade a Biljoen, met ‘J:G: Michaël Architect’ (Bron: Gelders Archief)

Het eerste online bericht dateert van 5 december 2005. Inderdaad 20 jaar geleden. Het ging kort in op het logo van Cascade, een tekeningetje geïnspireerd op La grande cascade a Biljoen. Of eigenlijk op Beekhuizen. Bij een ingekleurde versie staat rechtsonder J:G: Michaël Architect. Zie hier.

In een later bericht, op 18 april 2024, wordt de gravure opnieuw naar voren gebracht, zie hier. Toen ging het over de verschillende versies, beeldbanken met de afbeelding en de oudst bekende vermelding met ‘maij 1793′.


Ondertekening met ‘JG Michael’, onder zijn memorie met zijn ‘condities op welke hij wel soude inclineeren [geneigd te zijn] tot intendant over uwe Hoogheids lusthooven en het park, soo op het Loo in Gelderland, als elders aangesteld te worden‘.

Voor een artikel in het komende Cascade bulletin bezocht ik recent het Nationaal Archief in Den Haag. Zoekend naar ‘snippers’ betreffende de architect Schonck zocht ik in de rekeningboeken en notulen van de Nassause Domeinen. Ik wist al wel, door publicaties van Carla Oldenburger en Leendert Aardoom, dat stadhouder Willem V Michael zou hebben benaderd voor Het Loo. Maar hoe leuk, ik vond notulen over een gesprek tussen de domeinraad en Michael, vragen en gedachten van de domeinraad en een memorie met de condities die Michael stelde. Of te wel, nu 20 jaar later zal weer een snipper aan het ‘dossier Michael’ worden toegevoegd.
Jan Holwerda

Sonsbeek bewaard, De Hoge Veluwe vergaard

(OVERGENOMEN)
Toen in de negentiende eeuw park Sonsbeek het gevaar liep ten prooi te vallen aan projectontwikkelaars, was het een rentmeester die het tij wist te keren. En wie weet dat Nationaal Park De Hoge Veluwe niet alleen door de Kröllers is gevormd, maar mede dankzij diezelfde rentmeester als samenhangend landgoed kon ontstaan?

In Sonsbeek bewaard, De Hoge Veluwe vergaard reconstrueert Anky Mulder-Tits het leven en werk van Jacob Carel Mulder (1866-1957), een onmisbare schakel in de geschiedenis van het Gelderse landschap. Op basis van familieverhalen, kasboeken en archiefonderzoek verweeft ze persoonlijke geschiedenissen met bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Ze werpt licht op de cruciale rol van de rentmeester in tijden van teloorgang van adellijke landgoederen, modern bosbeheer én discrete crisisinterventies – zoals de redding van Sonsbeek via een strategische verkoop van ‘drassige weilanden’.

Dit rijk geïllustreerde boek laat niet alleen zien hoe het erfgoed van twee iconische landgoederen zich door de tijd heeft ontwikkeld, maar vertelt ook over de mensen achter de schermen. Een onmisbaar werk voor iedereen met interesse in cultureel erfgoed, landschapsgeschiedenis en vergeten verhalen.

Anky Mulder-Tits, Sonsbeek bewaard, De Hoge Veluwe vergaard. Het levenswerk van rentmeester Jacob Carel Mulder, 2025, ISBN: 9789083547220, pp. 249,
€ 34.95.

Leiden in het groen – Vier eeuwen openbaar en particulier stedelijk groen

(OVERGENOMEN)
Afgelopen oktober presenteerde onderzoeker Fenna IJtsma haar rapport Leiden in het groen – Vier eeuwen openbaar en particulier stedelijk groen. In het kader van Erfgoed Deal zocht ze, met input van onder anderen biologen van Naturalis, naar inspiratie en voorbeelden uit het verleden om bij te dragen aan een toekomstige klimaatbestendige binnenstad.
Bijzonder aan de Erfgoed Deal is dat de historische stadsinrichting een nadrukkelijke rol speelt bij oplossingen voor de toekomst. IJtsma bracht daarom meer dan vierhonderd jaar aan Leidse beplanting in beeld. ‘Ik heb me gefocust op grote veranderingen, variërend van een sterke bevolkingsgroei tot de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog’, vertelt ze. ‘Per periode heb ik de belangrijkste ontwikkelingen voor het groen in kaart gebracht en die in verband gebracht met vier verschillende waarden die men aan groen toeschreef: welzijn, economie, esthetiek en gebruik.’

Nut en vermaak
In alle perioden die IJtsma onderzocht, bleken Leidenaren het groen op te zoeken. ‘Dat zie je ook terug in periodes van bevolkingsgroei, als de groenvoorziening onder druk staat’, vertelt ze. ‘De buitenrand van de Singel wordt bijvoorbeeld halverwege de zeventiende eeuw een populaire wandelroute voor de elite. De bomen die daar ooit waren geplant ter verdediging van de stad, werden nu opgezocht ter recreatie en ontspanning.’
Waar groen voor de elite al snel draait om gezondheid en esthetiek, hebben de armere Leidenaren vaker een gebruiksrelatie met groen. IJtsma: ‘Zij hadden bijvoorbeeld bleekvelden nodig om de was te bleken en zo een inkomen te vergaren. Tegelijkertijd zie je dat het stadsbestuur zich bewust was van de economische waarde van groen. Dat investeerde bijvoorbeeld in plantsoenen en de bouw van villa’s met tuinen om de elite binnen de stad te houden, wat dan weer inkomensbelasting opleverde.’

Nadruk op duurzaamheid
Schoonheid en praktische gebruik gaan sowieso vaak hand in hand in de groengeschiedenis. De bomen langs de grachten trokken toeristen vanwege hun unieke esthetiek, maar werden ook gebruikt in de houtindustrie. Volgroeide bomen werden gerooid, waarna een klein boompje werd teruggeplaatst. ‘De biologen met wie ik samenwerkte, sloegen daar erg op aan’, vertelt IJtsma. ‘Al die verschillende groeistadia van de bomen zijn goed voor de biodiversiteit.’

Het brengt haar bij de laatste waarde van groen die ze onderscheidt in haar rapport: de ecologische. ‘Sinds het einde van de twintigste eeuw zijn we steeds meer bezig met de vraag welke leefomgeving de natuur zelf creëert’, zegt ze. ‘We vinden biodiversiteit steeds belangrijker om ons eigen ecosysteem te laten bestaan. Tegenwoordig kijken we bijvoorbeeld ook hoe we met de aanplant van bomen CO2 uit de lucht kunnen halen.’

Hier PDF downloaden.

Ontwerpdeel voor nooit aangekochte gronden bij Het Loo (1767)


Plan tot beplantinge van het Heydevelt tusschen ’t Loo en Apeldoorn (1767), F.H. van Berken (Bron: Het Utrechts Archief). Op de kop geplaatst zodat het noorden boven is.

In het eerder aangehaalde artikel van Aardoom (zie hier) wordt nog een aan Van Berken toegeschreven ontwerp genoemd. Het is helaas slechts een deel van dit ontwerp, de rest is verloren gegaan. Het moet het in een overzicht van kaarten genoemde Plan tot beplantinge van het Heydevelt tusschen ’t Loo en Apeldoorn uit 1767 zijn. Dit ligt in Het Utrechts Archief, ze hebben het op mijn aanvraag gescand. Dus nu een kleurenversie om in te zoomen in plaats van een deel van het ontwerp, in zwart-wit, in het artikel. Het plan was voor het heideterrein tussen het einde van de Paleislaan, voor het gemak nabij De Naald, tot het einde van de drie lanen van de ganzenvoet naar het zuiden. Deze lanen liepen door de heidevelden van de Ordermarke en de Noord Apeldoornse Marke. Die velden werden uiteindelijk nooit aangekocht, dus tot een parkuitbreiding in zuidelijke richting kwam het niet.
Jan Holwerda


Uitsnede Caart der Limitten van de Hooge en Vrije Heerlijckhijdt van Het Loo (1748-1762), W. Leenen (Bron: Paleis Het Loo). De cirkel geeft ruwweg het terreindeel weer waar het bewaarde ontwerpdeel betrekking op heeft.

NTs scriptieprijs 2025 toegekend aan Hilde Bloemers


Winnares Hilde Bloemers en de juryleden Johan Carel Bierens de Haan, Anne Wolff en Willemijn Koopal (de juryleden Joost Emmerik en Heilien Tonckens ontbreken).

Op zaterdag 22 november werd tijdens een feestelijke bijeenkomst in het Park in Rotterdam voor de tweede keer de scriptieprijs van de Nederlandse Tuinenstichting (NTs) uitgereikt. Hilde Bloemers, afgestudeerd aan de master Architectuurgeschiedenis aan de VU, werd uitgeroepen tot winnaar met haar scriptie Ontworpen spontaniteit. Een onderzoek naar de benadering van ecologie in de praktijk van het Nederlandse landschapsontwerp in stedelijke gebieden uit de jaren ’70 en ’80 (download hier).

De jury was enthousiast over de interessante invalshoek en de leesbaarheid. Het verhaal dat Bloemers vertelt is prachtig rond en ze heeft er de zo belangrijke menselijke maat nadrukkelijk in meegenomen. Bovendien draagt de scriptie bij aan de actuele discussie over Post 65 erfgoed, waarbij de NTs ook betrokken is.

De prijs bestaat uit een vrij te besteden geldbedrag van € 1.500. Ook wordt de winnares geïnterviewd voor Tuinjournaal, het vriendenmagazine van de NTs.

Een uitgebreid bericht met meer foto’s is te vinden op de website van de NTs.