Schaep en Burgh met Tenten en Zitplaatsen

Eerder (weblog 31 mei) was er de vermelding over de toegankelijkheid van gedigitaliseerde historische kranten. Hier een illustratie middels een zoekresultaat, en ook van de beperkte toegankelijkheid bij het zoeken (als gevolg van het ‘digitaliseringsproces’).

Eric Blok, en anderen voor hem, noemt in zijn artikel over Schaep en Burgh in Tuingeschiedenis in Nederland het voorkomen van een Turkse Tent. Op een kaart van Ketelaar uit 1778 komt deze aanduiding voor. Ik meen dat dit de enige documentatie voor het bestaan van de tent is.

Ik was een aantal maanden geleden zoekend met woorden als tuinsieraden, tuyn sieraaden, tuyn cieraaden enz. Een van de resultaten betrof een verkoopadvertentie van Schaep en Burgh te ‘s-Graveland, in de Leydse Courant van 12 september 1802. Het woord Tuyn-Cieraaden staat in de advertentie, maar ook:

…verkoopen de zeer aanzienlyke en byzonder aangenaam gesitueerde HOFSTEDE, genaamd SCHAAPENBURGH … groot Oranjehuys en Vinkenbaan, fraaije Chineefche- en andere Tenten en Zitplaatsen, Menagerie … mitsgaders groote en onlangs vernieuwde Broeijeryen en Moestuynen, extra schoon aangelegen uitgeftrekte Engelfche Plantfoenen, Slingerbofchen en Laanen, met kapitaal Geboomten, ruime Beeken, Goudvisfch- en Snoeken Kommen… (klik hier voor de complete advertentie).

fraaije Chineefche- en andere Tenten en Zitplaatsen heet het in 1802. Leuk is de aanduiding Chinees i.p.v. Turks, maar met de nomenclatuur nam men het dan ook niet zo nauw. Benamingen als Turks, Tartaars, Chinees, Perzisch enz. waren als het ware uitwisselbaar; als het maar exotisch oogde en klonk. Ook valt het gebruik van meervoud op, Tenten i.p.v. Tent. En Zitplaatsen. En zo kent de advertentie wel meer leuke ‘puntjes’.

Nu zult u misschien denken da’s mooi, da’s leuk, gewoon zoeken met de buitenplaatsnaam en historie ik heb je. Maar dit is helaas(?) om vele redenen niet een eenvoudig abc-tje. Het begint met de naamgeving. Ik beperk me hier tot het verschil van de naam in de advertentie, SCHAAPENBURGH en de naam Schaep en Burgh waaronder wij het kennen, en laat alle andere variaties achterwege.

Maar dan de werkelijke bottleneck. In de eerdere weblog is al uitgelegd dat digitalisering een interpretatie van een ‘ingelezen plaatje’ naar ‘normale’ tekst is, en op die tekst wordt gezocht en dat deze omzetting gepaard gaat met fouten (of ‘niet beter kunnen’).

In dit geval, wat wij lezen als SCHAAPENBURGH is in het digitaliseringsproces ‘gelezen’ als SCHJAPBNBURGH. Tja dat verzint niemand en daar gaat dus niemand mee zoeken.

Of te wel de digitalisering van historische kranten geeft tot zoveel toegang, enkel de toegankelijkheid kent zijn beperkingen.  JH
(in de advertentie is Chineefche met een afbreekstreepje en ‘loopt de pag. iets weg’, en daar kon dus al helemaal geen chocola van gemaakt worden)

Hex en een plantenlijst uit 1791 (2)

Als in de eerdere weblog aangegeven is elk van de in de lijst uit 1791 opgesomde planten getoetst aan eigentijdse 18de-eeuwse en vroeg-19de-eeuwse literatuurbronnen.

Het artikel noemt de belangrijkste gebruikte werken (de literatuurlijst biedt nog veel meer). Na wat zoeken blijkt dat de meeste werken ook digitaal zijn in te zien, via Google Boeken. Hierna volgt een rijtje. Voor de enkeling die zaken tot in detail wil verifiëren. Of voor diegene die een eigen onderzoek heeft lopen. Maar vooral ook als illustratie van het puzzelwerk en van de 'digitale beschikbaarheid van historische werken'.

Dictionnaire des jardiniers et des cultivateurs.., Philip Miller en Laurent De Chazelles (1786) ; klik hier.
Een eerdere Nederlandstalige bewerking is Groot en algemeen kruidkundig, hoveniers, en bloemisten woordenboek…, Philip Miller, Adriaan van Royen en Jakob Van Eems (1745), deel I en deel II.

Korte verhandeling van de boomen, heesters en houtagtige kruid-gewassen, welke in de nederlandsche lugtstreek de winterkoude konnen uitstaan, en dienen tot beplanting van lust-hoven, laanen, haagen, wilden wandelbosschen, enz, G. J. de Servais (1789) ; klik hier.

Manuel de l'arboriste et du forestier belgiques, Eugène-Joseph-Charles-Gilain-Hubert d'Olmen Poederlé (1774) ; klik hier.

Flore du Nord de la France…, François Antoine Roucel (1803), deel I en deel II.

Collection d'arbres, arbrisseaux, plantes et oignons étrangers, rangée par ordre alphabétique, F. A. Wiegers (1809) ; klik hier.

Puzzel ze.  JH

Huis te Manpad, ’t bleef niet bij de vervanging van lindebomen alleen


Op de voorgrond de nieuwe aanplant, op de achtergrond de opgeschoonde NO-hoek
van Huis te Manpad  Foto: Wim Dröge

Behalve vervanging van een deel van de lindes op het voorplein zijn lopende 2009 en de afgelopen winter nog meer werkzaamheden afgerond.

Tijdens de de Cascade voorjaarsexcursie van 2007 konden we de terugkeer van het hakhoutbeheer aanschouwen. Deze winter is verder uitvoering gegeven aan het hakhoutbeheer. In hetzelfde bosgedeelte aan de kant van de Leidse Vaart zijn verder oude waterlopen uitgebaggerd en hersteld en zijn diverse duikers vernieuwd.

De heraanplant van de historische boomgaard, met een 90-tal nieuwe fruitbomen van oude rassen, is ook in 2009 afgerond. De complete lijst van aangeplante appels, peren en pruimen staat op de website van Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek. Het vormt de bijlage van het artikel ‘Van Manpads Glorie en suikerpeer, interview met Peter van Wijk’ uit HeerlijkHeden 143, het blad van dezelfde vereniging.


Huis te Manpad (NO-hoek), A.de Haan ca. 1814  Bron: TUiN WUR

Tot slot de NO-hoek van de buitenplaats. Het pinetum is opgeruimd. Dit gedeelte van het park gaat het noordoostelijk parkdeel heten en wordt teruggebracht in de geest van het ontwerp van tuinarchitect de Haan. En in dezelfde NO-hoek is De Naald weer vol in het zicht geplaatst door alle opslag terug te snoeien, enkele bomen te kappen en nieuwe beukenbomen te planten (lees ook hier).  JH


De Naald, Huis te Manpad  Foto: verKennemerland.nl

Zocher on line


Aralia elata, door A. van der Hoop bij Zocher besteld voor Spaarnberg in 1841

Ons Zocher-onderzoek begint een gezicht te krijgen. De gegevens over de verschillende Zochers die we -met hulp van anderen- de laatste jaren hebben verzameld staan nu bij elkaar in een voorlopige digitale publicatie, die op gezette tijden van een up-date wordt voorzien. Het is nog lang niet wat het wezen moet, vele xe2x80x98korte waardestellingenxe2x80x99 zullen nog geschreven of aangevuld dienen te worden -er mankeert nog veel aan- maar alles wat we nu weten, willen we toch ook graag ten dienste stellen van derden. Anderen kunnen er verder mee, mits referenties worden gegeven natuurlijk.

Het werken aan deze publicatie gebeurt hap snap en zeker niet systematisch. Nu hebben de door de Zochers gebruikte bomen en heesters even onze aandacht. Zie hoofdstuk III.5. We hebben nu de gegevens die we hebben gevonden over toepassing van soorten en het gebruik van bomen en heesters bij elkaar geschreven (informatie uit de kwekerij-catalogi Rozenhagen; beplantingslijsten van Kasteel Linschoten; Kasteel Keppel; Huis Spaarnberg; Begraafplaats Soestbergen; Noorderplantsoen Wageningen; Singels Utrecht; Vondelpark; De Breeriet / Twickel). De gegevens bestaan uit hele bomenlijsten of uit enkele plantgegevens.

De vraag is nu in dit stadium; Wie kan ons aan meer gegevens over planten (vnl. gebruik van bomen en heesters en stinsenplanten) helpen, die door een van de Zochers werden toegepast en / of aanbevolen en / of door de kwekerij werden geleverd (met bronvermelding) ?

Carla Oldenburger, zie hier voor Zocher on line.

Kasteel Liesveld (Nieuwpoort) met daktuin?


Afteekening van het kasteel en het park van Liesveld (Nieuwpoort)
Michaël van Dalen, z.j.  Bron: Nationaal Archief

Daktuinen komen de laatste jaren geregeld in het nieuws. Zelfs het boek Tuingeschiedenis in Nederland. Veelzijdig erfgoed in ’t groen belicht dit type tuinen, in de bijdrage ‘Levende daken en gevels’ van Mariëtte Kamphuis.

Toen ik op de bovenstaande kaart ‘Afteekening van het kasteel en het park van Liesveld’ inzoomde moest ik aan dat fenomeen denken. Qua ouderdom kan deze ‘daktuin’ niet tegen de tuinen van Babylon op (nee, niet dat winkelcentrum), maar het is misschien wel een leuk, vroeg Nederlands voorbeeld. JH

Open Monumentendag 2009

Open Monumentendag 2009 zal plaatsvinden op 12 en/of 13 september. Het landelijke thema is ‘Op de kaart’.
Soms de kans om ergens binnen te komen of te wandelen waar het anders niet is toegestaan. Soms net even anders door een aankleding of invulling in het kader van het thema van de landelijke dag. Soms gewoon omdat het hoog tijd is om weer eens een bezoekje af te leggen.

Alle, i.i.g. heel veel, opties zijn te vinden via de website van Open Monumentdag. Aldaar kunt u zoeken op bv provincie of plaats, maar ook Type Monument en dan kiezen voor bv ‘Kasteel of buitenplaats’ of voor ‘Monumentaal groen’. Verder weten internet en de regionale pers ook nog een en ander te bieden. Even drie voorbeelden:

De tentoonstelling ‘Twickel op de Kaart’ biedt een kijkje in de omvangrijke en fraaie kaartencollectie die in het archief van Twickel (Delden) bewaard wordt.
De tentoonstelling wordt gehouden op het voorplein van het kasteel in het koetshuis en de stallen en is te bezichtigen van zaterdag 5 tot en met zaterdag 19 september.
En dit dan combineren met een wandeling door de tuinen van Twickel. De herstelplannen van Michael van Gessel zijn in het najaar van 2008 afgerond, dus een nieuwe rondgang na de Cascade excursie van 2006 moet nieuwe beelden leveren.

Kasteel Heeswijk (Heeswijk-Dinther) haakt in met ‘Zet uw kunstschat op de kaart!‘, of te wel laat uw kunst taxeren. Maar ook met het tentoonstellen van een privéverzameling van bekende en onbekende afbeeldingen van Kasteel Heeswijk, hoe het kasteel door de eeuwen heen werd afgebeeld op gravures, schilderijen, tekeningen, prentbriefkaarten en in boeken.

Landgoed Zuylestein (Leersum) stelt de renaissancetuinen en het historische Poortgebouw open. Op beide dagen is in de grote zaal van het Poortgebouw een collectie van historische kaarten, atlassen, prenten en boeken te bezichtigen van antiquariaat Forum bv uit ’t Goy (www.forumrarebooks.com).  JH

Libanon ceder in Heemstede (2)

Abies3hort_cliff1737Dit is een foto van de tekst die in de Hortus Cliffortianus (1737) staat. Sorry, ik heb dus in de reactie van de vorige weblog ten onrechte gezegd dat de Libanon ceder niet in de Hortus Cliffortianus voorkomt. Inderdaad had ik ook onder Pinus gekeken, maar de tekst van de ceder staat onder Abies-3, op p. 450 bovenaan. In het digitale exemplaar op Internet kun je helaas niet Zoeken op naam. Onder Abies volgt het hoofdje Pinus. De verwijzing achter de naam Cedrus libani… is zoals hier boven te lezen Lob. hist. 630; en Barr. rar. t. 499. Dit betekent Lobelius: Plantarum seu stirpium historia  (1576) en Jacques Barrelier en een afkorting van een onduidelijke boekentitel, namelijk  "rar.", hetgeen in dit verband rariorum betekent. Waarschijnlijk bedoelde hij het boek  ‘Icones Plantarum per Galliam, Hispaniam et Italiam observatae’ (1714).  Maar in ieder geval, Linnaeus heeft de Libanon ceder tijdens zijn verblijf in Heemstede beschreven. Of hij hem gekend heeft in de vorm van een jonge boom of als herbarium-exemplaar of als zaad wordt er nooit bij verteld. Na de Hortus Cliffortianum, heeft hij hem in 1753 in Species Plantarum een naam gegeven, Cedrus libani, met een verwijzing naar A. Rich., zoals in mijn vorige reactie aangegeven. Zie daar verder. CO.

Restauratie en consolidatie op Backershagen (Wassenaar)


Hermitage / schelpengrot van Backershagen (Wassenaar)
Foto: J.S.H. Gieskes

In 2007 kwam in opdracht van de raad van de gemeente Wassenaar een lijst van objecten als tuinmuren, zuilen, grenspalen, hekwerken van verschillende landgoederen, pergola, gedenkbank enz. tot stand. In het totaal een 30-tal objecten. Deze lijst leidde tot een voorziening ‘onderhoud restobjecten monumenten’.

In 2008 leidde dit tot het consolideren van de hermitage / schelpengrot en restaureren van de keermuur van de historische buitenplaats Backershagen (westelijk van de N44 van Wassenaar naar Den Haag; daar waar die tuinkoepel op een heuvel staat).


Hermitage / schelpengrot voor consolidatie, en keermuur voor restauratie

In 1772 werd Backershagen uitgebreid en kwam er een aanleg volgens de laatste mode tot stand, in de vroege landschapsstijl of Anglo-chinese stijl. De hermitage of schelpengrot, in een geaccidenteerde aanleg met slingerende waterpartijen (beken, geen vijvers), maakte daar deel van uit. En op een verder opgehoogde duinheuvel werd de nu nog bestaande tuinkoepel gebouwd.

Vanaf 1846 wordt Backerhagen onderdeel van de landgoederen van prins Frederik. De Duitse tuinarchitect C.E.A. Petzold werkte later aan de eenwording van de landgoederen; o.a. door de Ümfahrungsweg. T.b.v. deze weg was op Backerhagen een damwand met keermuur bij de ‘Hooge Koepel’ noodzakelijk. En het was de Duitse architect H.H.A. Wentzel die het in decoratieve baksteenarchitectuur uitgevoerde ‘kunstwerk’ ontwierp.

De keermuur werd hersteld door o.a. het aanbrengen van prefab betonnen elementen tussen de nieuw aan te brengen damwand (aan de heuvelzijde) en de keermuur, het verbeteren van de fundering en het vervangen van verkeerde stenen uit eerdere restauraties door een handvormsteen die oorspronkelijk toegepast is en nieuw gesneden voegwerk.

Bij de hermitage zijn de consoliderende maatregelen o.a. dat de bovenzijde van de schelpengrot werd aangevuld met metselwerk, duinzand en mos. Bovendien werd ander los en gescheurd metselwerk waar nodig hersteld en gevoegd en werd graffiti in de grot verwijderd.  JH


De keermuur met het schiereiland van de hermitage / schelpengrot op de achtergrond
Foto: J.S.H. Gieskes


De mosheuvel op het geaccidenteerde schiereiland met de hermitage / schelpengrot
Foto: J.S.H. Gieskes

Rosarium Clingendael (Wassenaar)


Rosarium Clingendael (Wassenaar)  Foto: Joost Gieskes

Het fraaie plan voor een rosarium op Clingendael door C.E.A. Petzold uit 1888 is als bekend nooit uitgevoerd. Maar zijn ontwerp is niet vergeten.


Ontwerp Rosarium Clingendael (Wassenaar), C.E.A. Petzold (1888)

Omstreeks 2005 is een rosarium gerealiseerd in Clingendael, geïnspireerd door het plan Petzold. De belangrijkste geometrische vormen zijn daarbij overgenomen, resulterend in een ovaal van buxushaagjes met vier rozenperken, eenvoudig wellicht, maar aan onderhoudbaarheid moeten nu eenmaal concessies worden gedaan. Als roos is gekozen voor de Rosa ‘Focus’, een licht geurende trosroos met lange bloeitijd. De hagen en perken zijn verankerd met cortenstaal. In het centrum werd gekozen voor een treurbeukje. Het nieuwe rosarium is gevat in een geschoren gazon omringd met hoge bomen en een beukenhaag.

Men kan met recht spreken van een tuinkamer. Uit het resultaat, geliefd bij het publiek, blijkt hoe ijzersterk het ontwerp van Petzold was. En geen gering detail: de hoveniers van Clingendael herkennen de kwaliteit van dit tuindeel, en sindsdien wordt het opvallend goed onderhouden. Ter toelichting zie de hierbij gevoegde schetsen en foto’s.  Joost Gieskes


Naar ontwerp van C.E.A. Petzold

Herfstlezing Nederlandse Tuinenstichting.


uit The Gardener’s Labyrinth, Thomas Hill (1594).
Bron: Special Collections University of Glasgow

Afgelopen donderdag vond de Herfstlezing 2008 van de Nederlandse Tuinenstichting plaats. Naast een lezing van Johan Geerdink over Natuurlijk/Natuurrijk Groen en de boekpresentatie van Villatuinen in Nederland 1900-1940 door Eric Blok (zie ook weblog van 23 okt) was er een lezing door dr. Erik A. de Jong: Aan het begin der dingen: tuintechnologie en tuinkunst rond 1600, over het gebruik van tuingereedschap als basis voor het maken van een tuin.

Tuingereedschap als middelpunt en maar ook als startpunt van een verhaal zoals vooral Erik de Jong dat in zijn geheel eigen stijl kan brengen. Iets simpels als gereedschap wat lopende het verhaal met van alles en nog wat gerelateerd raakt, meer en meer status krijgt toebedeeld en tot kunst wordt verheven. Als gezegd in zijn geheel eigen stijl die je meeneemt, vervoert en overtuigt. Helaas kom ik dan altijd thuis met ‘brokstukken’ en ben ik opbouw en lijnen kwijt, niet tot reproductie in staat. Het is als een warme, volle, weldadige douche, maar als je die uitzet blijven slechts enkele druppels aankleven. Maar een lezing die mij erg aansprak.  JH

Bovenstaand een van de beelden die Erik de Jong gebruikte om gereedschappen te laten zien, maar ook te illustreren dat juist de marges van afbeeldingen zoveel interessants en moois opleveren. Ik wilde juist deze afbeelding gebruiken om een reconstructie van die ‘Pumpe in a Tubbe’ te laten zien. En onderstaande illustratie laat zien hoe eenvoudig gereedschap status krijgt en verwordt tot kunst; tuingereedschap deels verguld en ingelegd met parelmoer.


Set of pruning tools (1575-1600).
Bron: The Metropolitan Museum of Art, New York.