Foto-reportage ‘Clingendael Hersteld’

Het is al weer 12 jaar geleden dat we met Cascade de buitenplaats Clingendael gingen bezoeken en al weer 4 jaar geleden dat de Ronde Tafel Conferentie op Huis Clingendael plaats vond. In het eerste geval was het historisch onderzoek de aanleiding en in het tweede geval het herstelplan van Clingendael dat zijn eerste fase van uitvoering was ingegaan. De gemeente Den Haag heeft in dit project samen gewerkt met de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ‘s-Gravenhage en omstreken (vertegenwoordiger Joost Gieskes), de Wijkvereniging Benoordenhout (vertegenwoordiger Hester van Kimmenade) en de Nederlandse Tuinenstichting (vertegenwoordiger Carla Oldenburger).


De voormalige VROM-weide die aan de buitenplaats is toegevoegd  Foto: Oldenburgers Historische Tuinen

In het kort nog even de historie: als opvolger van zijn vader en grootvader werd Philips III Doublet in 1660 eigenaar van Clingendael, dat hij tussen 1670 en 1680 liet moderniseren in de stijl van de Frans classicistische tuinarchitectuur. De bekende prenten van D. Stoopendaal en L. Scherm getuigen hiervan. Voordat de Franse classicistische tuinstijl door Daniel Marot in Nederland werd geïntroduceerd (1686), waren de tuinen van Clingendael dus al in die stijl ingericht. Vermoedelijk begon Zocher sr aan het begin van de 19de eeuw zijn eerste landschappelijke ideeën voor Clingendael uit te werken. Zoon Zocher jr ging hier omstreeks 1838 mee verder en was de schepper van het volwaardige landschapspark met grote vijver, slingerpaden en weiden met boomgroepen. Het park is nu hersteld en zelfs vergroot in de trant van Zocher jr. De fa. J. D. en L. P. Zocher en na deze Eduard Petzold, maakten in de tweede helft van de 19de eeuw nog uitbreidingsplannen, die maar zeer ten dele werden uitgevoerd. Baronesse van Brienen is zelf zeer betrokken geweest bij de totstandkoming van de Oud-Hollandse Tuin (ca. 1918) en de Japanse Tuin (ca. 1900).

De hierbij gevoegde foto-reportage (aanklikken) geeft een indruk van de herstelwerkzaamheden die vanaf 2003 plaats hebben gevonden (nieuwe beplantingen zoals eikenlaan, boomgaard, rododendronpartijen; zichtlijnen vrijmaken; restauratiewerkzaamheden aan tuinmuur; nieuwe beschoeiing waterpartij; inrichten speelplaats / zandbak, nieuw parkmeubilair etc.).  CO

Kijk ook op de website van de gemeente Den Haag; over Landgoederen Clingendael en Oosterbeek, en met de link naar Uitvoering beheerplan.

Boventuin Het Loo (2)

En dan loop je richting de boventuin en even later in diezelfde boventuin en dan weet je het niet meer. Vaak genoeg geweest. Goed, de laatste keer 2, 3 jaar geleden, maar hoe was het ook alweer? Waar stonden welke bomen? Hoe was die gedeeltelijke invulling met parterres ook alweer? Wat moet ik nog meer herinneren?

Maar eens op zoek gegaan op internet. Naar beelden om m’n herinneringen op te roepen. Het Loo is heel, maar dan ook heel veel gefotografeerd. Maar de boventuin toch het minst. Gezocht naar een beeld dat past bij een van de foto’s gemaakt bij de opening:


Boventuin met grasparterres en onderbroken plate-bandes (2008)  Foto: Jan Holwerda


Boventuin met buxusparterre (2007) (maker onbekend)

De foto’s geven een beeld vanuit de colonnades richting het Paleis. Uit verschillend materiaal heb ik dezelfde strook uitgesneden en na elkaar gezet (omwille van ruimte zijn de uitsnedes gekanteld; colonnade links). Zie dit maar als het ruimer opvatten van de vraag ‘hoe was het ook alweer?’:


Uitsnede uit kaart van C.P. van Staden (ca. 1725) ; gebruikt voor de reconstructie 1977-1984


Ontwerp van Asbeck (1977) ; uit Groen 1977 nr. 12


Luchtfoto van de ‘compromis-invulling’ (2006) ; Google Earth


Uitsnede kaart Henri Reetz (1706) ; gebruikt voor reconstructie 2006-2008


Ontwerp Bureau van Asbeck (2006) ; uit Zwierig binnen de perken, L.E. Groen & J.C. Bierens de Haan


En nogmaals C.P. van Staden ; om verschillen en overeenkomsten dichter bijeen te zien

De gedachte boventuin-invulling van de 1ste reconstructie (1977-1984) kon slechts deels worden doorgevoerd, als compromis bleef een 35-tal bomen uit de landschappelijke aanleg van 1808 staan. Verder was de parterre-invulling als een in buxus gedacht, en de plate-bandes als een aaneengesloten ‘band’ (zie 2de foto en luchtfoto). De kaart van Henri Reetz, beschrijvingen, maar ook ervaringen maakten duidelijk dat de buxusinvulling een grasparterre moest zijn, en de plate-bandes onderbroken. Verdere details en achtergronden worden geschetst in het boek(je) Zwierig binnen de perken van de hand van L.E. Groen en J.C. Bierens de Haan. Hierover meer in een volgende weblog.  JH

Een advertentie uit 1792 van J.G. Michael in Aken?

Aken ligt voor wat Duitsland betreft nogal excentrisch en wordt ondanks haar lange geschiedenis (Karel de Grote) nogal eens vergeten als cultuurcentrum. Dat geldt in overtreffende trap ook voor de tuingeschiedenis. In overzichtswerken ontbreekt bij mijn weten enige referentie naar de stad (op het recente vernieuwende boek van Gundula Lang na: Bürgerliche Privatgärten in deutschen Landen um 1800: Fallstudien zu Gestalt, Nutzung und Bedeutung im Kontext des gesellschaftlichen Umbruchs, Düsseldorf/Worms 2007). Toch blijkt de stad een buitengewoon interessante tuingeschiedenis te hebben die alweer een aantal jaren geleden te boek werd gesteld in een enigszins populariserend overzichtswerk: Bodo von Koppen, Alt-Aachener Gärten, Aken 1987. Goddank voor lokale geschiedschrijving. Waaruit in dit geval blijkt dat de stad een fascinerende tuingeschiedenis heeft gehad, maar dat helaas door de Tweede Wereldoorlog en de navolgende xe2x80x98saneringenxe2x80x99 zeer weinig karakteristieks heeft overleefd.
Er staan enkele juweeltjes in, met name het Drimborner Labyrinth uit circa 1775, een van de relatief vroege landschapstuinen in Duitsland. Nodeloos te zeggen dat deze publicatie tot nu toe door de boven genoemde algemene tuingeschiedenis van Duitsland onopgemerkt is gebleven. Jammer, want het zou onder meer laten zien dat de periferie van het land wel degelijk interessants te bieden heeft. En voor ons is dit boek weer van belang omdat in de achttiende en negentiende eeuw de grenzen vloeiend waren (men zou anders verwachten) xe2x80x93 culturele ontwikkelingen hielden niet, zoals nu, halt bij de landsgrens. Wilde je in bijvoorbeeld Zuid-Limburg een fatsoenlijke tuinarchitect hebben, dan haalde je er een uit Düsseldorf of uit Luik, en niet uit Amsterdam. Over enkele aspecten van deze Duits-Nederlandse wisselwerking nu ben ik bezig aan een korte studie waarbij, als zo vaak, enkele interessante brokken niet direct bruikbaar materiaal beschikbaar worden:

De advertentie staat in de Aachen Zeitung (volledige titel: Deß Königlichen Stuhls Kais. freyen Reichs Stadt Aachen Zeitung, kom daar nu maar eens omxe2x80xa6) van 25 februari 1792:
xe2x80x98Johann Michael, Gärtner, welcher alle Indianische, Amerikanische und Afrikanische Gewächse, wie auch alle rare Blumen, Gemüsesamen und Bäume zu treiben versteht, Obstbäume zieht, und französische Blumenfelder und englische Gärten einzurichten versteht, sucht Kondition als Gärtner. Sein Aufenthalt bey Sr. [=Monsieur] Plusch nahe an St. Adelbertsthor.xe2x80x99 (Koppen, 50).

Het gaat hier naar alle waarschijnlijkheid om Johann Georg Michael (1738-1800), niet om zijn gelijknamige vader (1709-1791) die een jaar voor het plaatsen van deze advertentie, in 1791, overleed (en op 81jarige leeftijd toch wel op pensioen zal zijn geweest, ook al moest men toentertijd wel werken tot men er haast bij omviel). Voor zover bekend woonde Michael jr. vanaf 1791 op Rozenstein (xe2x80x98Roosesteynxe2x80x99) bij Beeckestein (na eerst in het tuinmanshuisje op Beeckestein zelf gewoond te hebben) en had daar een kwekerij. Wellicht kon hij deze verhuizing bekostigen door een erfenis van zijn vader. Dat Michael zijn opdrachten elders zocht mag niet verwonderlijk heten in een tijd waarin vaklieden buitengewoon mobiel waren. Ook had hij al in 1779 in een brief laten weten in Nederland een beetje uitgekeken te zijn en nu maar in Brussel en Brabant (het huidige Belgisch Brabant) begonnen was. Over verdere bemoeienissen in Duitse landen is behalve werkzaamheden in Bad Pyrmont in de jaren 1770 en 1780, niets bekend. In die jaren moet hij ook een uitgebreide plantenhandel bedreven hebben met de tuinderij op Schloss Arolsen (waar hij in de jaren 1750 onder zijn vader, de hoftuinman, zijn opleiding kreeg).
Wellicht is bovenstaande advertentie een passend klein puzzelstukje in het tableau dat leven en werk van J.G. Michael mag heten.  Wim Meulenkamp

Voor Michael, zie onder meer C.S. Oldenburger-Ebbers, xe2x80x98De tuinarchitectuur van Johann Georg Michael (1738-1800)xe2x80x99, Bulletin KNOB, XC, nr. 3, 1991, 73-79, en ook Cord Panning en Ralf Krüger, xe2x80x98Johann Georg Michael xe2x80x93 Ein Plan für Pyrmontxe2x80x99, Die Gartenkunst, II, nr. 2, 1990, 310-313.

Tuinhistorisch Genootschap Cascade

Tuinhistorisch Genootschap Cascade is opgericht in 1987 en in 1997 omgezet in een stichting.
Het interdisciplinaire vakgebied geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur wordt in Nederland beoefend door historici, praktisch geschoolden en persoonlijk geinteresseerden. Onder hen bevinden zich historici, kunsthistorici, historisch geografen, neerlandici, biohistorici, tuin- en landschapsarchitecten, biologen, dendrologen, kwekers, hoveniers en geinteresseerde eigenaars/beheerders van historische tuinen, parken en buitenplaatsen. Zij ontmoeten elkaar in het
Tuinhistorisch Genootschap Cascade.

Cascade wenst al haar vrienden een rijk 2008:

Cascade-Jaar van Actie en Reactie?

Nedflevolandmboezem_3

Wat zal 2008 ons brengen, wat verwachten wij van het komende jaar? Je bent cool als je de browser Firefox gebruikt en je bent hip zonder mobiele telefoon, zeggen de trendwatchers, maar ja, daar zullen Cascade-vrienden zich toch niet al teveel aan storen. Sommigen hebben zelfs nog niet eens een mobiele telefoon, om over Firefox maar te zwijgen.

Als Cascade-vriend ben je hip en cool tegelijk als je je betrokken toont bij de Cascade-activiteiten. Reageer eens op vragen die worden gesteld in onze Cascad-E-Nieuwsbrief, in ons Cascade-Bulletin en op onze Cascade-weblog. Cascade wacht op artikelen, notities en reacties van alle vrienden, en niet alleen van een kleine selecte groep. 2008 is voor Europa het Europees Jaar van het Erfgoed; voor Nederland ook het Jaar van het Religieus Erfgoed en voor de hele wereld het Jaar van de Olympische Spelen. Wij wensen voor Cascade dat 2008 het ‘Jaar van Actie en Reactie’ zal zijn.

Foto van De Groene Kathedraal van Marinus Boezem. Bron: http://www.skor.nl/artefact-1356-nl.html. Foto: Vincent Wigbels

Abdij Leeuwenhorst (Noordwijkerhout)

  
Bron: Museum Catharijneconvent (klik afbeelding voor grotere weergave)

Na het schilderij van de abdij en het kasteel van Egmond, te zien op de tentoonstelling In Godsnaam! 1000 jaar kloosters, in het Museum Catharijneconvent, dat we enige dagen geleden op de weblog plaatsten (zie weblog van dd 20-feb-2007) volgt hier nu een tweede schilderij met een kloostertuin.

Het betreft hier het verdwenen klooster van de abdij Leeuwenhorst te Noordwijkerhout, gesticht in 1261 door Aarnout en Waalwijn van Alkamade. Het schilderij dateert uit het eerste kwart van de 18de eeuw. De abdij werd in de Middeleeuwen bewoond door Cisterciënzer nonnen die na de landing van de watergeuzen bij Katwijk in 1571 naar Leiden zijn gevlucht. In 1573 werd de abdij gesloopt.

Ook hier hebben we dus te maken met een geromantiseerde situatie, die niet naar de werkelijkheid is geschilderd, maar mogelijk wel naar overgeleverde prenten of tekeningen. Het schilderij geeft de situatie weer van de abdij vóór de sloop, ongeveer zoals het er in de Middeleeuwen moet hebben uitgezien: een uitgestrekt, deels ommuurd, deels omhaagd terrein, met een grote boomgaard tussen de kloosterkerk en de toegangspoort en eveneens een boomgaard opzij van de kerk. De nonnen zien we wandelen in beide boomgaarden, die zij dus ook gebruiken als wandelpark. In dit geval is het meest logisch dat ook hier de ingang tot het kloostercomplex en de ingang tot de kerk weer aan de westzijde van de kerk liggen. Het koor van de kerk is dan weggevallen achter de geschilderde schip van de kerk. In de grote boomgaard staat ongeveer middenin ten westen van de kerk een waterput. Als we door de ingangspoort het complex betreden en direct links af slaan, lopen we langs een haag van rozen of zonnebloemen (de laatste werden ongeveer in 1560 in Nederland geïntroduceerd) die langs stokken zijn geleid. In de kleine boomgaard ten zuiden van de grote boomgaard is een berceau te zien.

De opzet van het hele complex is ook hier in grote lijnen hetzelfde als dat van het Benedictijner plan van St. Gallen. We weten dat ook de Cisterciënzers hun kloostercomplexen indeelden volgens het plan van de Benedictijnen. Op de plaats van de abdij is later de buitenplaats Leeuwenhorst gesticht.  CO

 Tuinhistorisch Genootschap Cascade

Het Tuinhistorisch Genootschap Cascade is opgericht in 1987 en in 1997 omgezet in een stichting. 
Het interdisciplinaire vakgebied geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur wordt in Nederland beoefend door historici, praktisch geschoolden en persoonlijk geïnteresseerden.  Onder hen bevinden zich historici, kunsthistorici, historisch geografen, neerlandici, biohistorici, tuin- en landschapsarchitecten, biologen, dendrologen, kwekers, hoveniers en geïnteresseerde eigenaren/beheerders van historische tuinen, parken en buitenplaatsen.  Zij allen ontmoeten elkaar in het Tuinhistorisch Genootschap Cascade.

Nieuw Tuin-schilderij uit 1647


Bron: Dordrechts Museum

In het Rembrandtjaar heeft het Dordrechts Museum een schitterend schilderij aangeboden gekregen door de vrijwilligers van het museum. Het betreft portret van echtpaar in tuin, van Samuel van Hoogstraten (1627-1678), die het schilderij vervaardigde op 20 jarige leeftijd. Het schilderij is gedateerd 1647, waarschijnlijk het jaar dat Van Hoogstraten vanuit Amsterdam naar Dordrecht terugkeerde.

Op dit schilderij zijn de echtlieden Johan Cornelisz. Vijgenboom en Anneken Joosten Bogaert afgebeeld. Johannes was kruidenier en diaken in de Doopsgezinde Broederschap. Zij staan -gekleed in het zwart- hand in hand op een tuinpad dat leidt naar een Hollands classicistisch huis in Dubbeldam (Huis Dubbeldam?). Links de man met tulp in de hand die hij -als bewijs van trouw- aanbiedt aan zijn vrouw rechts. Het pad, dat verspreid beplant is met veelal gestreepte tulpen, geeft toegang via een begroeide latwerk-poort met drie torentjes, tot het buiten. Aan beide zijden van het toegangspad zien we tuinen met hekken gesierd met houten knoppen, zoals gebruikelijk in die tijd. De invloed van de Italiaanse tuinkunst, zoals we die ook kennen van de prenten van Hans Vredeman de Vries en later van Jan van der Groen, is hier duidelijk waarneembaar.

Het bijzondere van dit schilderij is dat het heel duidelijk een werk is dat gemaakt is naar de werkelijkheid en dat is voor een tuinschilderij uit de eerste helft van de 17de eeuw echt bijzonder. Zoveel voorbeelden zijn daar niet van. Zie verder het persbericht  van het Dordrechts Museum.  CO

Intekening voor Rob Leopold Symposium gesloten

Er is een overweldigende belangstelling voor het Rob Leopold Symposium, op do.16 november as. Helaas heeft het Cascade-bestuur gisteren moeten besluiten de intekening voor dit symposium te moeten sluiten. U kunt zich nog wel opgeven, maar u wordt geplaatst op een reservelijst. Op het ogenblik staat de klok op 112 deelnemers en 100 is het maximum voor de zaal. We zullen nog proberen wat te schikken. Als u zich nog opgeven wilt, houden we u op de hoogte van de eventuele kansen.

Daarnaast maken we de lezers van deze weblog attent op de Rob Leopold Memorial website, "This is a tribute to the memory of Rob Leopold, a man who inspired many people to achieve things they thought could only exist in the realm of their dreams". De site is vorige week gestart en gemaakt door Leo den Dulk. Het is de bedoeling dat ieder die dat wenst een herinnering aan Rob Leopold achterlaat in welke vorm dan ook. CO

Gedigitaliseerde Utrechtse historie

Tijdens onze voorjaarsexcursie te Tilburg maakte Karen Veenland-Heineman een opmerking tegen mij over digitalisering van uitgaven (tijdschriften) van plaatselijke en regionale Utrechtse historische verenigingen, denk aan die van Zeist of Utrecht. Ik vond dit materiaal niet direct en vervolgens zonk de opmerking naar m’n achterhoofd. Maar nu stootte ik er alsnog op, en dit gaat avonden en weekenden kosten, maar gelukkig komt de winter eraan.

Het materiaal is te vinden op een website waarop gedigitaliseerde werken uit de bijzondere collecties van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek worden aangeboden. Onder Collecties (links)staat o.a. Geschiedenis van Utrecht.

Aldaar is een 10-tal series te vinden. Bv. Bulletin van de Van de Poll-Stichting voor Zeister geschiedenis en Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap "Niftarlake" en Oud-Utrecht en Seijst en nog een aantal andere. Er is geen overall register, maar bovenaan de page is te zoeken via ‘Zoeken binnen collectie’. Zoek bv eens met Zocher of Schoonoord of Slot Zeist of landschapsstijl of een schrijversnaam.

Kijk bv eens naar artikel over Schoonoord van de hand van J.H. Heimel in Seijst (ga met bladeren verder).Of De buitenplaatsen langs de Vecht: tuin- en parkgeschiedenis door HJM Tromp (begint onderaan de pagina). Of begin gewoon vanuit Geschiedenis van Utrecht, kies willekeurig en ga lekker bladeren en lezen.JH