Het Loo, als ‘eene schone joffer’ ‘onder een party rimpelige vervalle besjes’


Een jachtscène met prins Willem III. Dirk Maas (vóór 1692) (Bron: Collectie Paleis Het Loo)
(zie ook eerdere bericht over dit schilderij)

Menig publicatie gaat in op de vraag waarom een kasteel of buitenplaats ligt waar het ligt (of zoals de makelaar zou zeggen: ‘locatie locatie locatie’). In geval van Het Loo gesticht op de toen woeste lege Veluwe komt dan in ieder geval de jachtbehoefte naar voren. Maar ook de tegenstelling tussen Het Loo en de omringende woestenij wordt dan wel aangestipt. De schrijver van een reisboek uit 1734 doet dat wel heel beeldend:

‘... dat de luister van een fraai landhuis nog meer afteekt wanneer het op eene woeste, dorre, eenzame plaats, alwaar men diergelyke schoonheit niet verwacht, gebouwt is, dan dat het gevonden word op landstreken die reets aangenaam van zich zelve zyn, en alwaar meer lustplaatzen gevonden worden; even gelyk eene schone Juffer meer de oogen en verwondering in ’t byzonder tot zich trekt, wanneer zy onder een party rimpelige vervalle besjes, of magere lelyke tronien zit, dan dat zy by meer andere schone Juffers geplaatst is. De kunst munt niet zeer uit, wanneer zy in allen delen van de natuur geholpen word, maar als dan toont zy eerst haar meesterstuk, wanneer de natuur haar in alles dwarsboomt, en zy echter alle die hinderpalen te boven komt, om de natuur zo te zeggen te dwingen, en te doen blyken wat zy doen kon tot lof van haren werkmeester of insteller. Het Loo zou nooit zo veel roem in de waereld gegeven hebben, nog de ogen en verwondering van ieder een zo tot zich hebben getrokken, als ’t nu gedaan heeft, indien ’t niet op eene plaats gebouwt was geworden alwaar men weet dat ongelooflyk veel moeite, arbeid konst en koste vereischt is geweest om het tot zo eene volmaaktheit te brengen als waar in men het thans ziet. Het vinden van fraie gezichten, en voorwerpen of plaatzen alwaar men die in ’t minst niet verwacht had, verrast op eene aangename wyze de aanschouwers.’

Facebooktwitterlinkedinmail

Coronaproof theedrinken in de prieeltjes van Café Valk (Ubbergen)

Aan de Pompweg te Ubbergen staat het tegenwoordige woonhuis ‘De Hartenbeek’. Het wordt reeds in 1520 vermeld. In 1796 werd het buiten, bestaande uit herenhuis, schuur, tuinen, visvijvers en lanen verkocht aan de familie Valk. Deze familie maakte er in de negentiende eeuw een koffiehuis met uitspanning van. Eerst onder de naam ‘Hartenbeek’, later als Café Valk. Op de helling achter het café verrezen prieeltjes waar de wandelaars uit Nijmegen verpozing zochten en van de ‘onovertreffelijke uitzichten’ op de Ooijpolder genoten. Tegen geringe vergoeding waren een theestoof, servies en kokend water te verkrijgen. Tegenwoordig zouden we vervolgens coronaproof thee gaan drinken. (In 1934 was er het vakantiecentrum Hartenbeek met weekendhuisjes en kampeerterrein gevestigd).
Jan Holwerda

(alle afbeeldingen dateren uit de periode 1902-1917 en komen uit de beeldbank van Regionaal Archief Nijmegen)

Facebooktwitterlinkedinmail

Abriß eines holländischen Gartens (1690)


‘Abriß eines holländischen Gartens’ uit Neue Garten-Lust van Heinrich Hesse (1690).

Neue Garten-Lust van Heinrich Hesse had ik wel eens eerder digitaal ingezien, maar ja da’s in gotisch Duits. Daar ga je niet eens lekker in hangen. Nu na het lezen van de titel ‘Abriß eines holländischen Gartens’ en het zien van de bijbehorende afbeelding, toch maar eens de bij de afbeelding horende tekst gelezen.
De boektitel luidt eigenlijk Heinrich Hessens, Churfürstl. Mayntzischen Garten-Vorstehers, Neue Garten-Lust… en dan loopt het door tot de hele titelpagina vol loopt. Waarom zou je ook ruimte vrijlaten.
Er zijn drukken uit 1690, 1696, 1703, 1705, 1706, 1710, 1714, 1734, 1742. Allen kennen drie plattegronden/vogelvluchten voorin, twee ‘Franßösischen Lust-Gartens’ en die ene ‘holländischen’. In de drukken 1690 en 1696 zit er ook een legenda bij het drietal plattegronden/vogelvluchten.

Ik heb de letters in de afbeelding omwille van de duidelijkheid in rood overschreven. Hier valt het boekwerk in te zien en is in te zoomen, klik hier. De legenda luidt
Abriß eines holländischen Gartens
A Wasser-künste
B Citronen- und Pomeranzen-Bäume
C holländisch Laubwerck
D Garten-Modelle
E Stücke zum Küchen-Kräutern
F Teiche mit Wasser-künsten
G Lustgänge von Linden und Hain-büchen
H allerhand fruchtbahre Bäume
I Lusthäuser
K Graß Pläße / in der Mitten Brunnen
L Lusthäußlein
M Ein Garten-hauß
N Eine Hecke von Bäumen geflochten / in deren Mitten eine Thüre
O Baum Stücke met Franß-Bäumen / in der Metten eine Wasserkunst
P Quartier met Laubwerck
Q Quartiere met Garten-Modeln
R Das Wohnhauß
S Der Hof des Wohnhauses
T Die Thür am hofe des Wohnhauses
V Vorgebäube
X Eine Brusthecke met Ipern und Lindenbäumen befeßet
Y Ein grüner Gang am Wohnhauß und Garten
Z Eine Thüre / da man unten aus dem Garten gehen kan
Aa Grotten an de Seite des Gartens
Bb Gebogene Thüren am Eingange der Gänge
Cc Ein Wassergrabe rings umb den Garten her
Dd Eine Brücke über den Graben

De ‘Abriß eines holländischen Gartens’ doet direct denken aan de weergave van ’t Princelyk Huys en Hof te Ryswyck’ (Huis ter Nieuburch) in Den Nederlandtschen hovenier van Jan van der Groen (1669 en latere drukken). Zeker, net zoveel verschillen als overeenkomsten. Maar toch… (Hesse heeft vast de FR/DE versie Le Jardinier Hollandois… / Der Niederländische Gärtner... (1669) ingezien).
En als je vervolgens de paragraaf ‘De Hollands Classicistische Tuin’ uit Natuur Bezworen (PDF) er naast legt, dan verbeeldt Heinrich Hesse het toch wel heel goed.
Jan Holwerda


’t Princelyk Huys en Hof te Ryswyck’ (Huis ter Nieuburch) in Den Nederlandtschen hovenier van Jan van der Groen (1669 en latere drukken)

Facebooktwitterlinkedinmail

Singels en ronde grachteilanden bij Leusdense buitens


Studie van de vereenvoudigde vormen van de drie buitenplaatsen, naar voorbeeld van de kaart uit 1832 en een tekening van Stoutenburg eind 18e eeuw. Voor het overzicht heb ik de figuren met de top naar boven geplaatst. In werkelijkheid liggen de figuren met hun top in oostelijke richting en met de basis naar het westen. Het ronde grachteiland van Stoutenburg is in 1832 een schiereiland, maar mogelijk in eerder jaren een eiland. Het eiland van Emelaar lijkt niet helemaal zo rond te zijn geweest op de bovengenoemde kaart.

Bij mijn onderzoek naar buitenplaatsen in Leusden kom ik een aantal zaken tegen die vragen oproepen.
1. De buitenplaatsen Stoutenburg, Emelaar en Zandbrink hebben allen een rond grachteiland binnen een groter terrein, dat een geometrische vorm heeft. Bijzonder hierbij is ook de variatie aan geometrische vormen: een ovaal, een rechthoek en een driehoek. Bestaan er meer buitenplaatsen in Nederland met dergelijke vormen van een rond huiseiland in een geometrische vorm?

2. De hiernaast geplaatste kaart is een uitsnede uit de Carte von Utrecht von F.L. Güssefeld uit 1787. Er is geen legenda bij de kaart. Weet iemand wat de symbooltjes van Stoutenburg, Emeren (Emelaar) en Santbrinck precies betekenen? Met andere woorden, kent iemand de legenda wel?
Van Emelaar en Stoutenburg is het heel zeker dat er een buitenplaats rond die tijd was, dus dat zal de betekenis van dat symbooltje zijn. Zandbrink is wat onduidelijker, wat zou dat kruis bijvoorbeeld betekenen? Dat de buitenplaats is verdwenen?

3. De buitenplaatsen die ik onderzocht, hebben allen een gracht om het huiseiland en een gracht rondom de buitenzijde van het buitenplaatsterrein. (of langs een deel daarvan, Zandbrink en Zwanenburg). Deze worden ‘Singels’ genoemd, in de volksmond (Zandbrink) of in de administratie van de rentmeester (Emelaar), of in een akte (Stoutenburg). Ook Zwanenburg had een singel, in de volksmond de Kuperssingel en later werd deze naam overgenomen bij de inrichting van de nieuwe woonwijk. Ik ga er vanuit dat de naam ‘De Singel’ komt van ‘omsingelen’, oftewel lopende langs de buitenrand? Want hebben de singels van de steden ook niet ooit die betekenis gehad, de afbakening van de buitenrand van de stad?

Lia van Burgsteden, tuinontwerpster, bestuurslid en lid werkgroep ‘Buitenlui’ van de Historische Kring Leusden


De Kuperssingel lag eveneens langs één van de buitenranden van de buitenplaats Zwanenburg. Deze singel liep door tot aan de Grift, om via deze watergang het waterpeil van de grachten van de buitenplaats te regelen.


De erven van de boerderijen en de voormalige huize of slot Emelaar op de kadastrale kaart van 1832. In 1819 was er nog sprake van dat er een huize Emelaar was, maar die is kennelijk in de tussentijd verdwenen. Het lijkt erop dat de huize of slot steeds op het omgrachte vierkante terreintje heeft gelegen. Vermoedelijk heeft er op het ronde terreintje een koepel gestaan. In de inventaris van huize Emelaar, na het overlijden van de eigenaresse in 1819 en bewoonster van huize Stoutenburg, staan ook wat meubeltjes die in tuinhuizen stonden: zes stoelen een hangoortafel, een hoekbuffet met fontein en bak en nog wat spulletjes die je nodig hebt bij het theedrinken, zoals een theestoof en een tabakscomfoor. Er woonde toen een huurder in het slot of huize zelf, maar kennelijk had Lucia van Lilaar nog een kamer of theekoepel op het erf Emelaar staan, al staat er niet bij vermeld dat zij iets dergelijks zelf gebruikte. Zij had op Stoutenburg haar herenhuis met landgoed.

Facebooktwitterlinkedinmail

Dekema State Jelsum

(OVERGENOMEN)
De rijke geschiedenis van het slot Dekema State, dat in het oude Friese terpdorp Jelsum staat, gaat terug tot de late middeleeuwen. Geruime tijd bestaat er een band tussen de state en het Stadhouderlijk Hof in Leeuwarden. In het begin van de negentiende eeuw krijgt het huis de functie van buitenplaats. Vervolgens revitaliseren twee generaties van opvolgende landheren het complex weer tot landgoed. In deze ‘geschiedenis van de lange duur’ weerspiegelt zich de voor Friesland kenmerkende band tussen voornaam buitenleven en grootgrondbezit. Al meer dan honderd jaar ontneemt een hoge muur het zicht vanuit het dorp op tuin en huis. In dit boek kijken de auteurs op verschillende manieren achter die muur: ze brengen de geportretteerden tot leven, verhalen de band tussen state en dorp en belichten de waarde van dit bijzondere landgoed als Fries historisch erfgoed.

Yme Kuiper en Sjoerd Cuperus, Dekema State Jelsum. Biografie van een landgoed, Reeks Adelsgeschiedenis XIX, Gorredijk 2020, ISBN 9789056156015, € 49,90, 704 pp.

Facebooktwitterlinkedinmail

Watervallen van Springer


Rots en waterval, van Leonard Springer, op de Algemeene tentoonstelling te Haarlem in 1889 (Bron: Noord-Hollands Archief groot1 groot2)

Niet onbekend is de foto van de 10 meter hoge rotspartij en waterval op de 35e Algemeene tentoonstelling van vee, voortbrengselen van en werktuigen voor den landbouw georganiseerd door de Hollandsche Maatschappij van Landbouw van 11 tot 16 september te Haarlem; op het grasveld ten zuiden van den Haarlemmerhout. Toch nog even naar voren brengen, want indrukwekkend blijft het.

Op 5 september 1889 viel te lezen: In den hoek is door den tuinarchitect Leonard Springer voor rekening van den heer Visser van Hazerswoude, voorz. van het hoofdbestuur, een 10 meter hoog rotsgevaarte opgesteld, met groene heesters overvloedig beplant, en waarvan een waterval afstroomt. Het noodige water wordt verkregen door een diepe put op het terrein gegraven, waaruit het door middel van stoomkracht tot een hoogte van 10 meter wordt opgevoerd. Deze rotspartij met waterval maakt een prachtig effect tegen het hooge geboomte van de Spanjaardslaan.

Genoemde financier was advocaat en politicus Dirk Visser, heer van Hazerswoude, eigenaar van de buitenplaats Westerhout (Heemstede) en voorzitter van de tentoonstellling-organiserende Hollandsche Maatschappij van Landbouw.


Gouden medaille voor Leonard Springer (Bron: Teylers Museum)

Springer ontving een gouden medaille voor zijn waterval. Een extra bestuursprijs, ook een gouden medaille, was er voor ‘stoommachine en pompmachine tot opvoering van het water voor den waterval (200.000 liters water per uur)’. Een andere krant omschrijft het anders ‘een gouden medaille voor de locomotief, die het water voor den waterval naar boven bracht.


Rots en waterval, van Leonard Springer, op de Voedings tentoonstelling te Amsterdam in 1887 (Bron: Noord-Hollands Archief

Twee jaar eerder stond Springer ook al met een waterval, toen 4 meter hoog, op twee in tijd aansluitende tentoonstellingen te Amsterdam: ‘Een der zijzalen aan de westzijde van het gebouw, is als serre ingericht Aan de zuidzijde is men thans bezig met het aanbrengen van een rots van welker top een waterval van 4 meter zich in een bassin zal neerstorten. Zware blokken natuurlijke steen (Andernachsche lava) worden als constructie-material gebezigd. Bloemen en heesters zullen het geheel bedekken. Het zou te wenschen zijn dat dit fraaie werk, onder leiding van den heer Sprenger [sic] aangebracht, niet uitsluitend voor de bloemen-tentoonstelling bestemd bleef, zooals aanvankelijk bepaald is, maar dat het in stand gehouden wordt om ook by de voedings-tentoonstelling tot opluistering te dienen.

In p. 30 in Constance D.H. Moes, L.A. Springer Tuinarchitect Dendroloog 1855-1940 (2002) staat een foto met bewuste waterval. Het is dus niet de Internationale Tuinbouwtentoonstelling zoals het bijschrift aangeeft.
Jan Holwerda

Facebooktwitterlinkedinmail

Plek op de kaart te koop


De gemonteerde bladen van de Nieuwe kaart van den Lande van Utrecht (1743), Bernard de Roij (Bron: Universiteit Utrecht)

De eerste versie van deze kaart, Tabula nova provinciae Ultrajectinae (1715), kwam al eens ter sprake in ’t Burghje bij Odijk met een grootse tuin, maar … alleen op kaart. Nu even de tweede druk onder de titel Nieuwe kaart van den Lande van Utrecht (1743).

Daar staat de gedachte parkaanleg van ’t Burghje bij Odijk niet op maar wel een aansprekende advertentie: ‘Indien iemands Hofstede, of Hofsteden in deze Kaart nog mogte manqueren, en hy de zelve gaarn daar in wilde gebragt hebben, die gelieve zig ten dien eynde t’adresseren tot Amsterdam aan Cóvens en Mortier, welke presenteere omme zoodanige Hofstede of Hofsteden in deze Kaart te laten snyden, wanneer aan haar de nette cituatie van de zelve werde ter hand gestelt; of aangewezen; mitz dat alvoorens daar voor werde betaalt den beloop van een complete Kaart, volgens de gestelde prys: des zoo zal na het insnyden van het begeerde, zonder betalinge wederom kunnen genieten een compleet exemplár van deze Kaart.’

Je kon je dus als het ware inkopen. Een soortement van ‘ik sta op kaart, dus ik besta’, vrij naar Descartes. Op grond van de legenda valt dan te kiezen uit: Riddermatige Huizen, Adelijke Huizen en Hof Steden.

Bekijk vooral de fraaie versie van Universiteit Utrecht. De tot een grote kaart gemonteerde bladen ziet u hier. Met de pijltjestoetsen linksboven is door de losse bladen te bladeren.
Jan Holwerda

Facebooktwitterlinkedinmail

Twee tentoonstellingen in Leeuwarden

(OVERGENOMEN)


Fryske skatten yn it grien (Bron: twitter Tresoar)

Fryske skatten yn it grien
De tentoonstelling Fryske skatten yn it grien (Friese schatten in het groen), vanaf 13 juli bij Tresoar te zien, over stinzenflora en states.

Friese states transformeerden door de eeuwen heen van verdedigbare torenstinzen tot weelderige states met bijbehorende lusthoven. De states waren eigendom van Friese adellijke families die hun belangstelling voor wetenschap en cultuur kenbaar maakten door de architectuur van hun huis, de inrichting van het huis en het ontwerp van de tuin of het park. In de 19e eeuw zorgde onder andere versnippering van het bezit door nieuwe wetgeving en hoge onderhoudskosten ervoor dat de meeste states in de 19e eeuw werden afgebroken.

Onlosmakelijk verbonden met de states is de stinzenflora. Dit zijn bol-, knol- of wortelstokgewassen die sinds de 20e eeuw vernoemd worden naar de plek waar ze aangetroffen werden: de Schierstins in Veenwouden. De circa twintig soorten die in Friesland tot stinzenplant gerekend worden, maakten vaak een lange reis voordat zij zich in de bewerkelijke kleigrond van de adellijke tuinen konden vestigen. Stinzenflora gedijt het beste bij een specifiek milieu, waardoor de verspreiding van planten beperkt bleef tot de state- en stinzenterreinen. Zelfs op de plaatsen waar ooit een state heeft gestaan, laten de planten zich ieder voorjaar weer zien.


Fryske skatten yn it grien (Bron: twitter Tresoar)

Maar waar komt de stinzenflora vandaan? En waar kwam het idee vandaan om in Friesland lusthoven te bouwen? Welke soorten stinzenplanten zijn er? Een bezoek aan de tentoonstelling geeft antwoord op deze en andere vragen. De tentoonstelling is van 2020 tot 2024 te bekijken in Tresoar en is een samenwerking tussen It Fryske Gea, Stichting Martenastate en Tresoar. De inhoud kwam mede tot stand met behulp van de redactie van ‘Stinzenplanten in Fryslân’ (2020). Fryske skatten yn it grien vormt de basis voor een serie lezingen en deeltentoonstellingen rondom het thema states en stinzenflora.

Zie verder Tresoar


Prinsentuin, 200 jaar stadspark van alle Leeuwarders (Bron: facebook HCL)

Prinsentuin, 200 jaar stadspark van alle Leeuwarders
Ter gelegenheid van het feit dat het 200 jaar geleden is dat de Prinsentuin werd opengesteld voor het publiek is de tentoonstelling 200 jaar stadspark van alle Leeuwarders ingericht. Met o.a. originele tekeningen van tuinarchitect Roodbaard, schilderijen en foto’s van bijzondere gebeurtenissen als de Elfstedentocht van 1956 en het legendarische concert van Herman Brood in 1978. In juli en augustus is er iedere zondag een begeleide wandeling door de Prinsentuin voorafgegaan door een korte rondleiding door de expositie (start 13.30 uur). Gratis entree binnen de openingstijden van het HCL (tot 1 september 2021).

Historisch Centrum Leeuwarden (HCL), de info rond de tentoonstelling op die website loopt wel achter op de realiteit.


Prinsentuin, 200 jaar stadspark van alle Leeuwarders (Bron: facebook HCL)

Facebooktwitterlinkedinmail

Het Loo souvenir en Souvenir du Loo


‘Schraubtaler’ Het Loo Souvenir

(GETIPT door Henk vd E)
Op de website van Paleis Het Loo wordt verslag gedaan van de aankoop van een ‘munt’ die open kan en 12 ronde prentjes met afbeeldingen die betrekking hebben op Het Loo bevat, zie dit filmpje.

Zelf eens verder gaan googelen. Ik lees over ‘schraubtaler’, soortgelijk zal dit Het Loo Souvenir zijn. En geinig, de (recent plaatsgevonden) veiling is nog terug te vinden, zie hier.

Nog eens verder gezocht op Het Loo en Souvenir.
Vond nog een andere veiling, met Souvenir du Loo. Een net even andere titel en een net andere weergave, maar ook met 12 afbeeldingen, zie hier.


Souvenir du Loo (1877)

Delpher er ook maar eens op ‘nageslagen’. En ja wel, vanaf 1877 een reeks krantenberichten en -advertenties met:
Souvenir du Loo à f 0,75 (het boekje hierboven)
Gids door Apeldoorn en het Koninklijk Paleis en Domein het Loo en het Park à f 0,75 (zie Google Books)
Wandelkaart door Apeldoorn en het Koninklijk Paleis en Domein het Loo en het Park à f 0,60 (zie hier deelscan)
Jan Holwerda


Het nieuws van den dag : kleine courant 26-07-1877

Facebooktwitterlinkedinmail

Clingendael. De hondengrafjes van freule Daisy


De hondengrafjes van freule Daisy op Clingendael (Foto: Joost S.H. Gieskes)

Over de historie van het landgoed Clingendael is reeds veel geschreven, en zeker ook over de periode dat de familie Van Brienen eigenaar was van Clingendael. Marguerite Mary baronesse Van Brienen was de laatste van deze tak (1903-1939). Dit artikel beperkt zich tot de lange reeks honden van de baronesse – freule Daisy – die allemaal een graf met zerk kregen op haar landgoed.

Achter het landhuis Clingendael staat een zilverlinde (Tilia tomentosa ) met aan de voet 14 hondengrafjes of zerkjes. De hondjes van de freule waren onder andere spaniëls en pekinezen, en een enkele waakhond. Volgens een kennis van de freule, mevrouw Catherine Wilkens, waren er nog twee hondjes, Taky en Switch, maar daar zijn geen grafjes van gevonden. Een enkele zerk is onleesbaar.

Het is niet ongebruikelijk dat eigenaren van landgoederen hun huisdieren vooral honden maar ook paarden op hun goed begroeven inclusief een zerk.

De grafsteentjes stonden blijkens een foto uit 1930 rechtop.


De hondengrafjes van freule Daisy op Clingendael in 1930 (Bron: Onze Tuinen (1930))

Vanaf haar twinstigste tot vlak voor haar overlijden heeft de freule vrijwel constant hondjes gehad. Uit de soms ontroerende teksten blijkt wel hoe zij van haar hondjes hield.

Met deze registratie wordt het fenomeen van die hondengrafjes, populair bij het publiek,  voor de toekomst vastgelegd. Het belang van de foto’s, ook in groot formaat beschikbaar, is dat de teksten vastliggen, juist ook voor de toekomst als ze door beschadiging of erosie verdwijnen. Voor de individuele foto’s en opschriften download dit PDF document.
Joost S.H. Gieskes

Facebooktwitterlinkedinmail