Op woensdag 21 juni 2017 vond de Cascade MZN bijeenkomst en de uitreiking van de COE penning plaats op Landgoed De Leemcule bij Dalfsen, zie ook hier, hier en de foto’s.
Onze gastheer was Philip de Haseth Möller, Cascade-donateur en eigenaar van De Leemcule. Een prachtige plek was een van de kwalificaties. Ronald van Immerseel lichtte de geschiedenis toe en gaf aan dat deze ook in boekvorm zou verschijnen. Dat boek is er nu, in eigen beheer uitgebracht. Op de harde cover van fraaie zeer rijk geïllustreerde uitgave valt te lezen:
Direct ten westen van het Overijsselse Vechtdorp Dalfsen ligt aan de Ruitenborghweg de buitenplaats de Leemcule. De Leemcule kent een fascinerende en roerige geschiedenis. Het goed wordt voor het eerstgenoemd in 1434 als boerderij. In de loop van de 16e eeuw krijgt het goed onder de Van Haersoltes de status van havezate. De Leemcule is hier mee een van de elf havezaten die het schoutambt Dalfsen in de 17e eeuw omvat. In de 18e eeuw vormt het huis de kern van een uitgestrekt landgoed. Begin 19e eeuw wordt de havezate afgebroken en het koetshuis vergroot tot het huidige karakteristieke landhuis omgeven door een fraaie aanleg in landschapsstijl. Zowel het huis als de tuin- en parkaanleg zijn beschermd als rijksmonument. De eigenaar heeft het initiatief genomen tot deze uitgave, die de bijzondere buitenplaats in al haar facetten portretteert.
Ronald H.M. van Immerseel, De Leemcule, 2017, ISBN 9789081655828, 120 pp., € 24,75. Te koop bij Primera in Dalfsen, Waarders in de Broeren in Zwolle (info@waandersindebroeren.nl) of via dhr De Haseth Möller (phm@cortona.nl, € 24,75 ex verzendkosten).





In dit tweede deel van de serie ‘Aan de Stichtse Lustwarande’ schetst historica Annet Werkhoven opnieuw de ontstaansgeschiedenis van 25 bekende en onbekende landgoederen, buitens en villa’s in de omgeving van de Stichtse Lustwarande.
Dit jaar viert Huygens’ Hofwijck haar 375 jarig bestaan. In 1642 werd de buitenplaats door Constantijn Huygens en zijn familie in gebruik genomen als verblijfplaats om af en toe het drukke bestaan aan het Haagse Hof te kunnen ontvluchten.
‘Een Versailles in miniatuur in een vergeten uithoek aan de Schelde’, schrijft een krantenverslaggever in 1894 over het huis Zorgvliet in het Zeeuwse dorpje Ellewoutsdijk. Bij zijn bezoek aan dit neoclassicistische buiten van de vermogende baggeraarsfamilie Van Hattum kan hij zijn ogen niet geloven. Binnen telt hij vijftien slaapkamers en ziet hij een wintertuin, een theater met een draaibaar toneel en drie kunstzalen met toonaangevende schilderijen. Buiten stuit hij op een weelderige landschapstuin met een prieel, een kassengalerij en een eiland met een volière. Vanuit de uitkijktoren zijn in de wijde omtrek alleen weilanden, de zeedijk en de Westerschelde te zien.



Rosendael op kadastraal minuutplan (1817) Bron: beeldbank RCE
Pleisierig vinke en lecker drinke,


In mijn krant van vandaag staat een stuk over de Achterhoekse Touwfabriek Helmes-Wellink. Over theezakjestouw dat, hoe lang het zakje ook in de pot hangt, wit moet blijven. Maar ook over allerlei andere heel specifieke touwen. Als slot wordt nog een speciaal voorbeeld naar voren gebracht. Het betreft een toepassing van een speciaal touw bij bomen geplant in de woestijn van Palestina. In de woestijngrond komt een afbreekbare cocon met water met in het midden een gat voor de boom. In de bak hangen speciale koorden. Die zuigen het water op en transporteren dit gedoseerd naar de boomwortels. Tot de boom diep genoeg wortelt en op eigen kracht water vindt.