
Uitsnede met tuin, uit Poppenhuis van Petronella Oortman (ca. 1710), Jacob Appel (I)
Bron: Rijksmuseum Amsterdam
Al lezend kwam het poppenhuis (ca. 1686 – ca. 1710) van Petronella Oortman dat in het Rijksmuseum staat voorbij. Dat kende ik al wel en het schilderij (ca. 1710 ) van Jacob Appel vast ook. Op die Appel is door de gang kijkend een geometrische tuin zichtbaar, iets dat in ieder geval nooit tot me was doorgedrongen. En ik lees dat die tuin ook bij het poppenhuis aanwezig was en geen toevoeging van de schilder is. De tuin hing in een apart kastje achter het poppenhuis en was uitgerust met een echte spuitende fontein.
In het tweede deel van dit filmpje ziet u het poppenhuis en hoort u Jeroen Krabbe er over.
Poppenhuis van Petronella Oortman (ca. 1710), Jacob Appel (I) Groot
Bron: Rijksmuseum Amsterdam
Poppenhuis van Petronella Oortman (ca. 1686 – ca. 1710) Groot
Bron: Rijksmuseum Amsterdam
NKS studiemiddag: Publiek bezit? De rol van kastelen en buitenplaatsen in de samenleving








In de overgang van de achttiende naar de negentiende eeuw bestond er onder de nieuwe stedelijke elite een groeiende belangstelling voor het ontginnen van woeste gronden. De wens zich in te zetten voor de ontwikkeling van de landbouw- en veeteelt voor het algemeen welzijn berustte veelal op idealistische motieven en het veronderstelde kennis van de materie. Zo’n onderneming verleende aanzien aan de betrokkenen en verhoogde de maatschappelijke status van de initiatiefnemer en zijn familie.
Wie het unieke landschap van het Eiland van Dordrecht kent, kan maar moeilijk aannemen dat het ooit tientallen buitenplaatsen had. Veel van de pracht en praal die ooit in de polders te vinden waren, is verdwenen. Verspreid over het Eiland van Dordrecht stonden tussen 1600 en 1832 meer dan 30 buitenplaatsen. Samen vormden deze buitenplaatsen het Dordts buitenplaatsenlandschap. Deze scriptie onderzoekt de opkomst, het uiterlijk en de neergang van deze buitenplaatsen. Hierin komen geografische en landschappelijke factoren aan bod die deze ontwikkeling bepaalden. Tevens is de rol van de Dordtse elite meegenomen in het onderzoek en zijn de Dordtse processen vergeleken met ontwikkelingen elders in Holland en Zeeland in deze periode.
Het landschap van de Friese klei strekt zich uit langs de zee van achter Workum tot voorbij Dokkum. Het is het resultaat van een voortgaand proces van menselijk ingrijpen.