Dit nummer hadden onze donateurs nog te goed. Ons vorig jaar uit gekomen boek Tuingeschiedenis in Nederland III is oorzaak van de vertraging. Over bulletin 2019-2 het volgende:
Onze meest recente bundel Tuingeschiedenis in Nederland III brengt onder andere verdwenen tuinen naar voren. In dit bulletin worden haast in het verlengde hiervan drie vergeten of misschien zelfs ‘nooit geweten’ tuinen naar voren gebracht. Opgedoken door AHN en door minimale documentatie eigenlijk uit ons blikveld verdwenen. Het betreft de door Louis Reutelingsperger geschetste Doolgaard van Arcen, het door Jan Holwerda ontdekte Sterrebos van Huis te Leeuwen en de aanleg van Coldenhove bij Eerbeek, aan Maarten Veldhuis gewaargeworden en door Jan Holwerda met archiefstukken gestaafd.
Voorafgaand aan dit drietal is sprake van liefst nog drie bijdragen. Wim Meulenkamp definieert de tuinstijl jardin anglo-chinois voor de Nederlanden. Inderdaad Nederlanden, al was het alleen al omwille van het voorbeeld Boekenbergpark te Antwerpen-Deurne. Een slootje zichtbaar vanuit de trein op het traject Den Haag – Leiden weet Hein Krantz aan de hand van een kaart uit 1706 en een ontwerp van Marot te duiden als een restant van het grand canal van Rosenburg onder Voorschoten. En Henk van der Eijk is, op zoek naar Adriaan Snoek, opnieuw de archieven ingedoken. Eerder publiceerde Henk al over deze landmeter op Westerhout (Haarlem), nu gaat hij in op de in tuinhistorische literatuur gelegde relatie Snoek – Woestduin (Vogelenzang). Zijn archiefonderzoek bracht niet alleen Snoek, maar ook een nieuwe naam, te weten Hendrik Horsman, naar voren. Ook Henk heeft AHN benut om de echo uit het verleden die in het terrein nog doorschemert naar voren te laten komen.




‘Vier en twintigh houte geschilderde katten om in de boomen te hanghen’ (1686), uit Inventarissen van de nalatenschap van Joseph Deutz en stukken betreffende de scheiding van de meubelen en inboedel tussen Agneta Deutz en de familie van Lucretia Ortt (1685-1688)






Gezigt van het Agtkantig Weener renbaan-paviljoen bevatte een amusant wedrennen of ridderspel, staande en gelegen in den Tweeden of Achter-Tuin van Moskou, buiten de Muiderpoort te Amsterdam (1825), N. de Vries (Bron: Stadsarchief Amsterdam)



Rijksmuseum Muiderslot is meer dan het oudste kasteel van Nederland. Het is een magische plek, omringd door water én groen. De kasteeltuinen staan vol (vergeten) groenten, kruiden, planten, vruchten en (eetbare) bloemen. Met de opbrengst uit de tuinen zijn eeuwenlang in het kasteel de heerlijkste maaltijden bereid. En nog steeds leveren de tuinen elk jaar een rijke oogst op. De vesting Muiderslot is bovendien onderdeel van de Stelling van Amsterdam, UNESCO werelderfgoed. De tuinen van het Muiderslot zijn dagelijks geopend en bieden bezoekers volop gelegenheid om te komen genieten van dit groene erfgoed.