Tentoonstelling Wageningen UR Speciale Collecties

Tuinbrug op St. Annalands-Clingendaal bij ’s Gravenhage, ontwerp, plattegrond aanzicht en doorsnede, L.A. Springer (1881) (WUR Spec Coll)
weblog over die brug (2010) en in Tijdschrift voor tuinbouw (1897)

(OVERGENOMEN)
Tot half december 2026 is er een nieuwe tentoonstelling met de hoogtepunten uit de collectie landschapsarchitectuurtekeningen WUR Library – Special Collections. De tekeningen zijn te zien in de leeszaal van de Special Collections.

De tentoonstelling biedt een dwarsdoorsnede van de collecties en toont ontwerpen in diverse stijlen. Er zijn kleurrijke presentatietekeningen te zien van tuinen, landgoederen en parken uit de periode van de 18e eeuw tot circa 1950.

De periode na 1950 wordt vooral gekenmerkt door regionale ontwerpen voor parken, grondverzetprojecten en andere landschapsontwikkelingsplannen, zoals het dorp Nagele in de Noordoostpolder.

In de jaren vijftig ontwikkelde een collectief van vele gerenommeerde architecten en landschapsarchitecten, waaronder Mien Ruys en Wim Boer, plannen voor de gebouwen, infrastructuur en groene ruimten van dit nieuwe dorp in de Noordoostpolder.

Zie WUR Library – Special Collections
Open: maandag tot en met donderdag van 9.00 tot 13.00 uur.
Forum (Building 102)
Droevendaalsesteeg 2
6708 PB Wageningen

Buitenplaatsen langs de Westzeedijk

(OVERGENOMEN)
Dit vierde deel in de reeks over de buitenplaatsen van Rotterdam neemt je mee naar de zomerverblijven van de Rotterdamse elite langs de Westzeedijk en de Maas. Na het succes van eerdere delen over Kralingen, de Rotte en de Schie, biedt dit boek opnieuw een schat aan verhalen over de huizen, hun bewoners en de rol die deze buitenplaatsen speelden in zowel de lokale als de vaderlandse geschiedenis. Met rijke illustraties en levendige beschrijvingen schetst dit boek een beeld van het elitaire leven rond Rotterdam, dat niet onderdoet voor beroemde buitenplaatsen landschappen zoals die langs de Vecht of de Utrechtse Heuvelrug. Hoewel veel van deze buitenplaatsen verdwenen zijn, resteren nog enkele iconische locaties zoals Villa Dijkzigt (thans het Natuurhistorisch Museum) en de prachtige Parklaan. Ik beschrijf een buiten in de Muizenpolder dat pas recent voor het eerst is beschreven.

Centraal in dit boek staan invloedrijke Rotterdamse families zoals Van Hoboken, Van Rijckevorsel en Mees, naast andere bekende namen. Ook de buitenplaatsen van VOC-kapiteins- en ondernemersfamilies zoals Jamin komen aan bod. Verrassend zijn de verhalen over het latere gebruik van deze buitenplaatsen, toen ze niet langer particulier bewoond werden: ze huisvestten onder meer een menagerie, een dierentuin, een hortus, een theater, een opvanghuis voor landverhuizers en musea.

Bijzonder is hoe lang deze buitenplaatsen, dicht bij de stad, wisten te overleven. Dit werd mede mogelijk gemaakt door de weigering om Villa Dijkzigt met het omringende Land van Hoboken (bijna 60 hectare) aan de gemeente te verkopen. Pas in 1926 verwierf de gemeente dit gebied, waarna de meeste omliggende buitenplaatsen verdwenen.

Robert J. Ligthelm, Buitenplaatsen langs de Westzeedijk, € 37,50; zie hier.

Verweven Landgoederen

(OVERGENOMEN)
Ludwig van Heek, textielfabrikant, stichtte een omvangrijk landgoedimperium dat langzaam in het collectieve geheugen dreigt te verdwijnen. Zijn grondbezit strekte zich uit over een aanzienlijk gebied aan de westelijke rand van de stad Enschede, van het zuiden tot het ver ten noorden van de stad.
Het boek beschrijft afzonderlijk de buitenplaatsen, landgoederen en erven die hij heeft gesticht; het belicht de aankoop, maar ook de ontwikkeling ervan. Dit imperium heeft een blijvende impact gehad op het Twentse landschap. Hoewel een groot deel van deze eigendommen nooit als gemeentelijk of rijksmonument is erkend, zijn ze tot op heden van grote waarde.

De Twentse buitenplaatsen bestonden vaak uit landgoederen met boerderijen en woningen voor personeel, zoals boswachters en jachtopzichters. Anders dan de klassieke buitenplaatsen, waar ontspanning vooropstond, moesten deze landgoederen economisch rendabel zijn door middel van bosbouw, landbouw en veeteelt. Daarnaast speelden veel van deze landgoederen een rol in de jacht, een belangrijk sociaal element voor de fabrikanten.

Het aantal landgoederen in Twente is opvallend groot. Uit diverse onderzoeken blijkt dat er tot enkele jaren geleden circa negentig buitenhuizen waren gelokaliseerd. Vooral de invloed van de familie Van Heek was daarbij aanzienlijk. Het is echter vooral Ludwig van Heek die een cruciale rol speelde in de aanleg en ontwikkeling van een aaneengesloten rij van landgoederen. Zijn grootvader Helmich van Heek (1785-1847) en vader Gerrit Jan van Heek (1837-1915) waren al bekend als grootgrondbezitters, maar Ludwig breidde het familiebezit verder uit en gaf hieraan zijn eigen visie.

Karin Bevaart, Verweven landgoederen. De groene monumenten van Ludwig van Heek (1871-1931), p. 196, € 34,95 (excl. € 5,00 verzendkosten)

Inzien en bestellen Groene Monumenten Uitgeverij

Grondslag van Twickel, 700 jaar adellijk grondbezit en landgoedbeheer

(OVERGENOMEN)
Twickel is het grootste particuliere landgoed van Nederland, met een geschiedenis die teruggaat tot de veertiende eeuw. Grondslag van Twickel vertelt voor het eerst de geschiedenis achter dat succes: het grondbezit. Een verhaal dat zich uitstrekt van Den Haag tot Delden en van Franeker tot de Veluwe en gaat over eigenwijze rentmeesters, sterke vrouwen, grote idealen en diepe drama’s. Vanaf de middeleeuwen tot nu, zevenhonderd jaar lang.

Grondslag van Twickel vertelt daarmee ook een groter verhaal. Het gaat over het eeuwenoude ideaal van grootgrondbezit als basis van adellijke identiteit. Over de ontwikkeling van het beroep van rentmeester. Over volharding en meebewegen. En over de zoektocht van elke generatie om die grondslag steeds opnieuw vorm en inhoud te geven in een continue veranderende wereld.

Met dit boek presenteren we een nieuw en rijker perspectief op al die onderwerpen. Daarmee is Grondslag meer dan alleen een waardevolle aanvulling op eerdere publicaties over Twickel zelf. Ook voor de lokale geschiedenis van andere regio’s en de ruim veertig buitenbezittingen die ooit bij Twickel hoorden geeft dit boek veel nieuwe informatie en worden verbanden gelegd die nog niet eerder op deze schaal zijn gepresenteerd.

Grondslag van Twickel is het resultaat van een onderzoeksproject dat in 2023 door Stichting Twickel werd geïnitieerd. Het boek is geschreven door landschapshistoricus dr. Gerrit van Oosterom die eerder onder andere het meervoudig bekroonde boek Boeren op de Buitenplaats schreef. Het resultaat is een rijk geïllustreerd boek vol afbeeldingen, kaarten en grafieken, waaronder het nodige materiaal dat niet eerder is gepubliceerd. Een indruk van de reikwijdte van het boek krijgt u in de bijgevoegde preview van het eerste hoofdstuk.

Gerrit van Oosterom, Grondslag van Twickel, 700 jaar adellijk grondbezit en landgoedbeheer, ISBN: 9789464715712, € 49,90, p. 448
Hier inzien en bij uitgeverij Noordboek te bestellen.

Boek Menkemaborg wint twaalfde sKBL-Ithakaprijs

(OVERGENOMEN)

Met zijn boek Menkemaborg, kasteel op de klei heeft historicus Martin Hillenga de twaalfde sKBL-Ithakaprijs gewonnen. De prijs werd donderdagmiddag uitgereikt op Op Hodenpijl in Schipluiden.

De Menkemaborg in Uithuizen is een van de weinige overgebleven Groninger borgen. In zijn boek neemt Hillenga de lezer mee door de eeuwenlange geschiedenis van deze bijzondere plek. Van de invloedrijke familie Alberda tot de verhalen die schuilgaan achter de kamers, voorwerpen en bewoners.

De jury koos het boek uit dertien inzendingen en was vooral onder de indruk van de combinatie van gedegen historisch onderzoek, de toegankelijke schrijfstijl en de kwaliteit van de afbeeldingen. Juryvoorzitter Johan de Haan sprak van een ‘zo goed als unanieme winnaar’. Aan de prijs is een bedrag van € 5.000 verbonden.

Tijdens de uitreiking was er ook aandacht voor een nieuw initiatief van sKBL: de writer in residence. Schrijfster Nelleke Noordervliet, die deze zomer als eerste gastschrijver verbleef op Huis Sevenaer in Zevenaar, vertelde over haar ervaringen.

Met de jaarlijkse Ithakaprijs stimuleert sKBL onderzoek en publicaties over kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen.

Hier uitgebreider

Opleiding Hovenier Historisch Groen

(INGEZONDEN)

Het Nationaal Restauratie Centrum kent de opleiding Hovenier Historisch Groen. Deze opleiding combineert theorie en praktijk, hetgeen direct wordt toegepast tijdens de lessen, die op steeds weer een andere buitenplaats of landgoed plaatsvinden. Voor de 5e leergang worden nog deelnemers gezocht. Afgelopen jaren namen hoveniers, tuinbazen, maar ook beleidsmensen en tuin- en landschapsarchitecten deel. Verspreid over 4 jaar zijn er 30 lesdagen op 30 verschillende locaties met groen erfgoed. Meer informatie over de inhoud van de acht blokken/modules en heel veel meer vindt u hier: NCE Hovenier Historisch Groen.

De prijs van € 9.850,- (excl. btw) schrikt mogelijk af. Maar het betreft wel 30 lesdagen, op locatie.
Financiële ondersteuning is mogelijk
– vanuit het cultuurfonds met een bijdrage van €5000. Het maakt niet uit waar je werkt, kan ook een gemeente of natuurorganisatie zijn, mits je de subsidie op persoonlijk titel aanvraagt. Het is geen probleem als de werkgever de andere helft van de totale som bijlegt. Ze willen wel zekerheid hebben dat je ook echt in de uitvoering werkt, ofwel dat de opleiding en daarmee de subsidie in het werk terecht komt. Als je wilt omscholen en deze opleiding is het eerste wat je doet, dan kwalificeer je niet. Je kunt dan beter eerst al een tijdje werkervaring opdoen. Zet je werkervaring dus vooral duidelijk in je aanvraag, laat weten welke investeringen je zelf hebt gedaan om in het groen erfgoed te werken.
– voor hoveniersbedrijven, die vallen onder de CAO Hoveniers en die premie betalen voor hun werknemers aan het Colland Arbeidsmarkt, is er een subsidie van 75% van de kosten per blok aanvragen met een maximum van € 1.000,- per kalenderjaar per medewerker.