
Oranjerie (Baarn)
Van de heer Jan van Zwienen kreeg ik de volgende vraag toegezonden:
“Mijn zoon en zijn echtgenote, zijn eigenaar geworden van een orangerie in Baarn. De orangerie maakte deel uit van buitenplaats Schoonoord in Baarn. De Zochers zouden betrokken zijn geweest bij de aanleg van het Park van Schoonoord en mogelijk bij het ontwerp van de orangerie en de aanleg van de bijbehorende tuin. Vóór de orangerie ligt een tuin met planten, waarvan een deel als stinsenflora geduid zou kunnen worden. Is dat herkenbaar voor u en kunt u daar informatie over verstrekken?”
Als je vervolgens op Wikipedia te rade gaat, staat daar onder Oranjerie Schoonoord:
“Volgens een inscriptie op een zolderbalk en de gemeentelijke monumentenlijst is de oranjerie in 1880 gebouwd. Het pand is opgetrokken uit grijs gepleisterde bakstenen. De oranjerie is gericht op het zuiden om in de winter, als de tropische planten werden binnengezet, zoveel mogelijk licht en warmte op te vangen. Het lessenaardak loopt naar achteren licht af; aan de achterzijde is een aanbouwtje.”
Laten we dus maar aannemen dat de oranjerie in 1880 gebouwd is. Als het hier inderdaad om een ontwerp van de fa. Zocher zou gaan, zou de oranjerie dus door de architect en tuinarchitect L.P. Zocher ontworpen moeten zijn, want zijn bekende vader J.D. Zocher is al in 1870 overleden. De oranjerie hoorde oorspronkelijk bij de buitenplaats Schoonoord, die tussen 1817 en 1902 bewoond werd door de Familie Faas Elias. Zij zouden dus de firma Zocher voor de tuinaanleg en de oranjerie een opdracht gegeven kunnen hebben.
Ik ben L.P. Zocher nooit eerder in Baarn tegengekomen. Wel zijn grootvader natuurlijk voor het park van Soesdijk en vader voor het ontwerp van het park van Groeneveld. Kan iemand van de Cascade-vrienden op de vraag van Jan van Zienen antwoorden? Of heeft iemand een idee voor een andere architect, als hij/zij de foto’s ziet?
Carla Oldenburger

Oranjerie (Baarn)
Verlangen naar groene wandelingen. De wording van het stadspark in Nederland 1600-1940

Hein K. stuurde een bespreking in het Tijdschrift voor Oude Muziek van het boek Landscapes of Eloquence? Finding Rhetoric in the English Landscape Garden van Judy Tarling. Zij komt uit de oude muziek wereld, waar regels van de retorica ook gelden. Hein: ‘Ik heb het boek nu helemaal gelezen en ik moet zeggen dat het erg verhelderend is om met de regels van de retorica een aantal parken “door te lopen” aan de hand van commentaren van Repton, Walpole, Whately en vele anderen. Zo blijkt de ha-ha bv ook prima in die regels te passen.’






(OVERGENOMEN)
Den Aalshorst bij Dalfsen geldt als één van de best bewaarde Overijsselse buitenplaatsen uit de 18de eeuw. Het door grachten en vijvers, moes- en siertuinen, kleine landschapsparken, statige lanen, romantische zichtkanalen, dichte houtwallen, groene landbouwgronden en karakteristieke boerderijen omgeven landhuis ademt continuïteit. Deze publicatie, die verschijnt ter gelegenheid van het driehonderdjarig bestaan van het huis, is gewijd aan de rijke historie van het landgoed, vanaf het prille begin als boerenerf in de middeleeuwen tot de huidige tijd. Centraal staat de zoektocht naar wat er is achtergebleven van de leefwereld van de mannen en vrouwen die hier vroeger hebben gewoond en gewerkt. Dit boek laat zien dat Den Aalshorst anno 2020 een levend geschiedenisboek is, waar binnen het ensemble van buitenhuis, bijgebouwen, tuinen, parkbossen en weilanden de sporen van het verleden nog tastbaar aanwezig en goed herkenbaar zijn.