Historische Buitenplaatsen en landgoederen aan RU Groningen.

Ook in het studiejaar 2013-2014 zullen aan de Rijksuniversiteit Groningen het theorievak ‘Historische Buitenplaatsen en landgoederen: een introductie’ en de mastermodule ‘Historische buitenplaatsen en landgoederen: onderzoeksseminar’ gebracht worden. Opnieuw door bijzonder hoogleraar Yme Kuiper, universitair docent Elyze Storms-Smeets en gastdocenten. Het eerstgenoemde bachelorvak zal ook als open colleges worden opengesteld en is daarmee toegankelijk voor derden.

Meer info in de download van de brochure en de download van de studiehandleiding (met details als data, onderwerpen, (gast)docenten, literatuur e.d.)

Personen van buiten de RUG kunnen zich voor dit vak aanmelden in de vorm van open college. De kosten hiervoor bedragen € 300. Opgave geschiedt via het invullen van een hier te vinden formulier. Vermeld op dit formulier de vakcode LKA024B10. Vaknaam: Historische buitenplaatsen en landgoederen.

Nieuwe (kranten)snipper betreffende Michael.


Te huur tot een mo.que prys en ook ten spoedigste kan worden aanvaard, een extra plaisante en zeer net gesitueerde hofsteede, genaamd De Bilt, met deszelfs moderne Heeren Huizinge, Tuinmans Wooning, ruim Koetshuis en Stallinge, met eenige Kampen Weiland, staande en gelegen aan het alleraangenaamste van de Heeren Weg, tusschen Velzen en de Zandpoort. Addres by de Makelaars C. Twisk en Zoon, te Amsterdam, en te Velzen by den Architect Michel, op Beekestyn, en by D. Geikerma, Mr. Timmerman. Uit Amsterdamse courant van 24-04-1788.

In de Amsterdamse courant en de Oprechte Haerlemsche courant van 24-04-1788 komt bovenstaande advertentie voor. Met een zetfout, den architect Michel ipv Michael. Zo’n advertentie vind je op kranten.kb.nl dus niet met een zoekactie met de correcte naam, daar loop je tegenaan (en als je nog eens Beekestyn schrijft…).

Hofsteede De Bilt aan de Heeren Weg tusschen Velzen en de Zandpoort betreft het voormalige Huis ten Bildt aan de noordzijde van Sandpoort Noord. In 1788 zet de toenmalige eigenaar Harmen Jan van de Poll Huis ten Bildt te koop. Nadere informatie is blijkbaar te verkrijgen bij o.a. Michael. Die woont dan in de Architects Wooning op het iets noordelijker gelegen Beeckestijn (als op de overbekende kaart).
In 1791 koopt Michael het tussen Beeckestijn en Huis ten Bildt gelegen Roos en Beek. Het deel ten zuiden van de Biezenweg verkoopt hij een jaar later. Het deel ten noorden van de Biezenweg is de locatie van zijn kwekerij Roosenstein.

De onderstaande kaart (minuutplan 1830-1850?) laat genoemde locaties zien. Van noord naar zuid, langs de Heeren Weg zijn dit:
– bovenin BeekenStijn met westelijk (links) de Architects Wooning;
– midden RoozenStijn en RoozenBeek;
– daaronder het overbos van Huis ten Bilt (westelijk van de Heeren Weg), dit zal de aanleg van J.D. Zocher jr zijn, in 1844 schrijft P.J. Lutgers dat het ongeveer 20 jaar geleden is dat Zocher voor een nieuwe aanleg zorgde (zie ook van toepassing zijnde Kadastraal Minuutplan);
– tot slot Huis ten Bilt (oostelijk van de Heeren Weg).

Jan Holwerda
Kaart groter / inzoomen via watwaswaar.nl


Bron: watwaswaar.nl

Herstel landgoed Oosterbeek (Wassenaar).

Op landgoed Oosterbeek, met de gemeente Den Haag als eigenaar en liggend in de gemeente Wassenaar, zullen dit najaar werkzaamheden plaatsvinden gericht op herstel van de oude glorie.
Het hart van het landgoed, waarvan het hoofdhuis is gesloopt, wordt gevormd door een waterpartij. De nu geplande werkzaamheden zijn gericht op het herstel van de kenmerken van de vroege landschapsstijl. Gepland is o.a.
– revitalisering (kap en herplant) van de slingerende eikenlanen;
– herstel van de vijveroevers;
– verbetering van de paden, incl. verandering van het padenverloop op een aantal plaatsen en de aanleg van een extra brug.

Zaterdag 23 november 2013 organiseert de gemeente een informatiebijeenkomst op landgoed Oosterbeek (bereikbaar via Landgoed Clingendael, de Van Brienenlaan of de Benoordenhoutseweg). Van 10.00 uur tot 13.00 uur kunt u hier terecht voor een toelichting op de plannen. U kunt de plannen inzien en vragen stellen aan medewerkers van de gemeente.

 

Van Logterens Juno gerestaureerd en onthuld.


Juno voor Musis Sacrum (Arnhem)  Foto: Dineke Akkermans

Op woensdag 30 oktober werd ’s middags om 3 uur het onlangs gerestaureerde beeld van Juno onthuld. Juno is één van de 8 mythologische beelden die drie eeuwen geleden door de beeldhouwer Ignatius van Logteren vervaardigd werden voor de tuin van Boom en Bosch te Breukelen. De acht tuinbeelden, vier paren, kwamen tenslotte in Arnhem terecht. In 1859 – ’60 schonk baron van Brakell tot den Brakell deze beelden aan de gemeente Arnhem. Van de acht beelden overleefden er twee de oorlog niet. Zodoende zijn er nu nog zes over.

In 1990 werden vijf van de beelden gerestaureerd: Proserpina, Venus, Neptunus, Juno en Pluto. Het zesde beeld was intussen zoekgeraakt. Dit beeld, een Bacchante, werd teruggevonden en gerestaureerd. Vervolgens kreeg zij haar vooroorlogse plaats aan de Velperbuitensingel terug, waar zij in november 2012 werd onthuld.

Jaren geleden was Juno beschadigd geraakt en stond niet langer opgesteld. Recentelijk werd het beeld gerestaureerd en kreeg weer een plaats aan de Velperbinnensingel, nu voor de ingang van Musis Sacrum, waar zij dus woensdag werd onthuld.

Dineke Akkermans

Litt. P.M. Fischer, Ignatius en Jan van Logteren, beeldhouwers en stuckunstenaars in het Amsterdam van de 18de eeuw, Canaletto/Repro-Holland, Alphen aan den Rijn 2005


Uitpakken, omzwachtelen en onthullen.  Foto’s: Dineke Akkermans

Tuinarcheologie; de onderste laag boven.

Thema en programma voor het komende Platform Groen Erfgoed zijn bekend.

“Tuinarcheologie; de onderste laag boven”
woensdag 2 oktober 2013, 13.30 tot 17.00 uur
Kinderdijkzaal van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Smallepad 5 in Amersfoort
Aanmelden via groenplatform@cultureelerfgoed.nl.

Van tuinarcheologie zeggen zowel archeologen als tuinhistorici dat die kennis aan de rand van hun expertise ligt. De tuinarcheoloog bestaat in Nederland (nog) niet.
De programmacommissie pakt de handschoen, opgegooid door onze platformleden, op om te verkennen welke mogelijkheden het onderzoeksveld biedt.
We horen vaak dat de discipline in Engeland verder ontwikkeld is; is dat ook zo, en wat kunnen we ervan leren? Welk onderzoek is er in Nederland uitgevoerd? Welke expertise moet je bij elkaar brengen om de resultaten goed te interpreteren? En waar kunnen we de gegevens vervolgens opslaan?

Vanaf 13.00 uur: Inloop met koffie en thee
13.30 uur: Welkom
13.35 ‘Tuinarcheologie in Engeland’ door Jan Woudstra
dr. Jan Woudstra is lector aan universiteit van Sheffield, tuinhistoricus en landschapsarchitect. Jan Woudstra geeft in zijn lezing een overzicht van de ontwikkelingen in het tuinarcheologisch onderzoek in Engeland.
14.20 ‘Archeobotanie en (post)middeleeuwse tuincultuur’ door Henk van Haaster
dr. Henk van Haaster is archeobotanicus en palynoloog. Hij onderzoekt plantenresten uit archeologische opgravingen en natuurlijke afzettingen zoals veen en bodems. In zijn lezing laat hij zien wat de mogelijkheden zijn van archeobotanisch en palynologisch onderzoek naar oude tuinen. Henk werkt bij het onderzoeksbureau BIAX Consult.
14.50 speakerscorner
15.00 pauze
15.20 ‘Tuinarcheologie in Nederland’ door Jan van Doesburg
drs. Jan van Doesburg is senior onderzoeker middeleeuwen en vroegmoderne tijd bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Hij geeft een kort overzicht van Nederlandse opgravingsprojecten en gaat in op de ontsluiting van gegevens.
15.50 ‘Zorgwijk, proefsleuven over een verdwenen borg’ door Froukje Veenman
dr. Froukje Veenman is archeoloog bij de gemeente Groningen. Zij laat zien hoe zij in 2012 met behulp van studenten van de RuG de aanleg rond een verdwenen Groninger borg onderzocht.
16.20 Discussie
16.40 Afsluiting, aansluitend gelegenheid voor ontmoeting en discussie met een drankje.

(de foto laat zien hoe na een periode van droogte onderliggende structuren ‘naar boven’ kunnen komen, voormalige parterre van Gawthorpe Hall UK, met dank aan Henk vdE).

Tentoonstelling ´t Onvolprezen Zeister Bosch.

Vandaag opent de tentoonstelling ver de geschiedenis van het Zeisterbos, tot en met 6 oktober 2013 in Slot Zeist te zien. Aanleiding is de aankoop precies 100 jaar geleden van 200 hectare bos door de Gemeente Zeist. De veiling van de wijd en zijd vermaarde “Zeister Bosschen” vond plaats in september 1913. Door die aankoop werd voorkomen dat dit gebied is volgebouwd.

Het bos was de afgelopen eeuw een belangrijke toeristische trekpleister voor dagjesmensen en pensiongasten én het recreatiebos voor de Zeistenaren. Binnen zijn grenzen vonden bijzondere ontwikkelingen plaats, zoals de aanleg van het ziekenhuis en de algemene begraafplaats, (toch) woningbouw en de vestiging van het bezoekerscentrum De Boswerf. In de jaren ’30 was er een kleine dierentuin bij het Jagershuis, waarvan de kunstrots met manenschapen nog rest. De naam Bisonveld herinnert aan de bisons, die hier in de eerste helft van de 20ste eeuw graasden.
Het Zeisterbos heeft zich ontwikkeld uit de 18de-eeuwse buitenplaats Beek en Royen aan de Tweede Dorpsstraat. De statige rechte lanen en de beek in het bos behoren tot de oorspronkelijke aanleg. In de 19de eeuw zijn hier de buitenplaatsen Hoog Beek en Royen en Pavia gebouwd. Uit die tijd stamt de landschappelijke aanleg met gebogen lanen en slingerende vijvers.
Het bosbestand bestond oorspronkelijk vooral uit grove dennen. De laatste 100 jaar is het beheer gericht op diversiteit om de flora en fauna te verbeteren. In 1994 werd Het Utrechts Landschap de nieuwe eigenaar van het Zeisterbos. Met de status van beschermd natuurgebied is bouwen-in-het-bos ook in de toekomst uitgesloten.

De tentoonstelling ‘T ONVOLPREZEN ZEISTER BOSCH is een wandeling in het bos door de tijd. Deze wordt met prachtige historische kaarten, tekeningen en foto’s, documenten, filmfragmenten en citaten uit de collecties van het Gemeentearchief en het Zeister Historisch Genootschap, in beeld gebracht.

Voor locatie, data en tijden, en toegangsprijzen, zie hier.

Een monumentale Hollandse linde in Clingendael.

   
De Hollandse linde op Clingendael  Foto’s: Joost S.H. Gieskes

De puissant rijke familie Doublet zag rond 1670 kans het landgoed Clingendael internationale vermaardheid te bezorgen door de aanleg van de Frans classicistische tuinen, geïnspireerd door het werk van de de tuinarchitect André Le Nôtre (1613-1700) (Vaux-le Vicomte; Versailles). Hoe fraai Clingendael destijds ook was, het onderhoud was onbetaalbaar en tijdrovend.
In 1727 kwam Clingendael door vererving in bezit van Wigbold Slicher (1694-1744), in leven burgemeester van Wageningen en vervolgens lid van de Staten-Generaal. Onder zijn bewind werden de tuinen verregaand versoberd, zie daarvoor een deel van het landgoed hieronder afgebeeld. Het is een tekening uit 1733. Tegenover de oprijlaan ligt het koetshuis. Direct daarnaast, ten zuiden ervan, is een geribbelde lijn getekend over de volle breedte met een opening in het midden. Dat is de slangemuur waarvan nog een deel resteert, en thans wordt gerestaureerd.
Langs die muur stonden lindebomen, vrijwel zeker leilinden. Daarvan resteert er nog een! Hij staat vlak bij het restant slangemuur. Linden kunnen zeer oud worden, en als ze hol worden vormen zij zelfs nieuwe wortels (adventiefwortels). Dat is bij deze linde ook het geval. Bewijsbaar is het niet, maar wel zeer waarschijnlijk dat deze boom dus omstreeks 280 jaar oud is. Uniek dus, deze Hollandse linde, en waard om voor de toekomst te behouden.
Om die reden heeft de boomkwekerij Noordplant te Glimmen, na toestemming van de Gemeente Den Haag, een aantal twijgen van de boom geknipt . De twijgen, ook griffels genoemd, worden eerst geënt op het wortelgestel van tweejarige lindezaailingen (onderstammen) om moerplanten te maken. De jonge scheutjes van deze moerplanten worden in de zomer gestekt, zodat de nieuwe lindeboompjes in de kroon en in de wortel genetisch identieke nakomelingen zijn van de oorspronkelijke Clingendael-linde. Bomen verkregen van zaad kunnen door andere bomen zijn bevrucht en zijn dus niet per definitie identiek.
De stekken worden nog vijf à zes jaar doorgekweekt tot bomen van zo’n vijf meter hoog met een polsdikke stam. Het zou prachtig zijn als deze jonge bomen te zijner tijd langs de slangemuur worden geplant, daarmee het historisch landgoed verrijkend. Ook dendrologisch (boomkundig JG) is zo’n toevoeging van identieke bomen waardevol.
Joost S.H. Gieskes


Uitsnede, met slangemuur, van Caerte van Clingendael (1733).
Bron: Haagse Beeldbank (zie hier).

Hoe te noemen?

Hoe zou je dit ding op de foto noemen? Er schijnt geen gangbaar kunsthistorisch woord voor te zijn, maar wie weet. Deze staat bij kasteel Biljoen (Velp, net gerestaureerd), maar ze zijn er ook op Lichtenbeek (Arnhem) en Oranje Nassau’s Oord (Wageningen). Wie kent er nog meer?

Het zijn geen vazen of sokkels, maar hoe dan wel te noemen: inrijzuilen, entreeornamenten, toegangselementen?
Niek Ravensbergen

Aan de oprijlaan van kasteel Biljoen (Velp).
Foto: Niek Ravensbergen.


Aan de oprit naar Huize Lichtenbeek (huis bestaat niet meer, ornamenten nog wel).

Collegereeks: Natuur en kunst. Samenhang of tegenstelling?

Speciale collegereeks met excursies naar Artis en de Artis Bibliotheek door prof. dr. Erik de Jong (Cultuur, landschap en natuur).

Een collegereeks die aansluit bij het 175-jarig bestaan van Naturis Artis Magistra. Wat verstond men in de 19e eeuw onder de samenhang tussen de begrippen natuur, kunst en wetenschap? En hoe verhoudt deze visie zich tot de ideeën in de 20e en 21e eeuw.
Dit jaar bestaat Artis 175 jaar. De oprichters kozen in 1838 als naam voor hun nieuwe genootschap Natura Artis Magistra, de natuur is de leermeesteres van kunst en wetenschap. Deze collegereeks wil verkennen wat men in de 19e eeuw onder de samenhang tussen de begrippen natuur, kunst en wetenschap verstond. Wat was de traditie waarin men zich plaatste? En: hoe hebben deze begrippen de 20e eeuw overleefd? Onze samenleving anno 2013 is hoogst gespecialiseerd, geprofessionaliseerd èn verstedelijkt. Daarom wordt ook nagegaan wat het huidige debat over natuur en cultuur te zeggen heeft over dit onderwerp. De voorbeelden worden breed gekozen: tuin, stad en landschap, botanie en zoölogie, klimaat, schilderkunst, sculptuur, wetenschappelijke illustraties, diorama’s, fotografie en land art, installatie en performance, literatuur, reclame en technologie leveren ons een rijkdom aan materiaal.

Programma:
‘Samenhang of tegenstelling’, over het begrippenpaar natuur en kunst, een inleiding.
1838: Natura Artis Magistra: natuur, kunst, wetenschap.
‘Kunstvormen van de Natuur’: visies van Justus Lipsius (1584) tot Karl Blossfeld (1928).
‘De natuur is het volmaaktste schilderij’: het oog en de hand van kunstenaars en schrijvers.
Van ‘Denatured Visions’ tot ‘Next nature’: over natuur en kunst in de 20e eeuw.
‘De Tienduizend dingen’: een niet-westerse visie.
‘Kan kunst de natuur redden?’ Nieuwe en actuele visies.
Twee excursies; naar park Artis en naar de Artis Bibliotheek (data nog niet bekend).

Data: donderdagen 12, 19, 26 september, 3, 10, 17, 31 oktober
Tijd: 14.00 – 16.00 uur
Locatie: Artis, Plantage Kerklaan 38-40, Collegezaal
Prijs: € 155 / AUV-leden en Artis-leden € 110
Inschrijven doet u hier.