
Hofstede Goudestein (Maarssen), nog met boerderij en hooibergen.
Over interactie en imitatie bij ontwikkeling van buitenplaatscultuur onder burgers en edelen in de Gouden Eeuw (1609-1672). De Nederlandse Kastelenstichting en de Stichting Werkgroep Adelsgeschiedenis organiseren dit symposium in samenwerking met de nieuwe Leerstoel Historische Buitenplaatsen en Landgoederen van de Faculteit Letteren aan de Universiteit van Groningen.
Buitenplaatsen worden in het algemeen verbonden aan de stedeling en in het bijzonder aan de rijke Amsterdamse kooplieden. Iedere provincie heeft buitenplaatsen. Hoe zagen die er uit? Waren er regionale verschillen? En niet alleen kooplieden beschikten over een landhuis, ook edellieden lieten buitenplaatsen bouwen, vaak door dezelfde architecten, al lieten ze er vaak een gracht omheen aanleggen. Sommige verbouwden hun voorvaderlijk kasteel tot aangenaam zomerverblijf, waarmee het onderscheid kasteel en buitenplaats vervaagt. Is kasteel Amerongen een kasteel of een buitenplaats? En Slot Zeist en kasteel Heemstede?
Een tiental deskundigen zal een inleiding geven over het ontstaan en de ontwikkeling van de buitenplaatsen in de betreffende provincies. Belangrijk thema van het symposium is daarbij de al genoemde interactie. Vanuit verschillende vak- of onderzoeksgebieden (geschiedenis, architectuurgeschiedenis, tuingeschiedenis, interieurgeschiedenis, culturele antropologie, landschapsarchitectuurgeschiedenis, sociale geschiedenis) wordt het verschijnsel buitenplaats in een bepaalde provincie benaderd. Aandachtspunten hierbij zijn de karakteristieke ruimtelijke ontwikkeling in de 17de eeuw in de provincie en de interactie tussen adel en stedelijke elite. Aan de hand van stellingen zullen de verschillen en overeenkomsten in de gewesten worden bediscussieerd in de centrale paneldiscussie aan het eind van de middag.
zat. 15 sep, 9:30-17:30
kasteel Groeneveld te Baarn
€ 40,00 (incl. lunch)
Klik voor uitnodiging en programmadetails, aanmelden of de site van NKS.


Op internet las ik de zinsnede ‘Pompejaanse bank op Duinlust weer in zijn oorspronkelijke staat terugbrengen’; een restauratieproject van Stichting Ons Bloemendaal.




Bij de tentoonstellingsonderdelen buitenplaatsen en siertuinen, maar ook botanie aan de universiteit, de plekken waar het feitelijk werken in de tuin aan bod komt, zouden wij ook graag het gebruikte tuingereedschap tonen. Afbeeldingen uit de 17de en 18de eeuw zijn er voldoende, maar het werkelijk gebruikte gereedschap ontbreekt. Natuurlijk ook niet zo vreemd, het gereedschap was er om gebruikt te worden, niet om te verzamelen.
Nu de tentoonstelling. Het gaat maar om 15 schilderijen, waarvan het merendeel bloemstillevens en enkele pronkstukken / tafelstillevens. Verder een Kunstboek van Catharina Backer met plantentekeningen en enige boeken en prenten als achtergrondinformatie. De bloemen zijn gedetermineerd door de bioloog en bloemstilleven-specialist Sam Segal, door wie ook de begeleidende tekst van het boekje is geschreven. De nadruk wordt gelegd op het feit dat deze kleine collectie de hele ontwikkeling van het 17de en vroeg-18de-eeuwse bloemstilleven laat zien: van symmetrische bloemstukken naar bloemboeketten in losse schikking. Naast de determinaties geeft Segal in zijn boekje en in een hand-out de ‘mogelijke’ symbolische betekenis van de planten op, jammer genoeg zonder bronnen te vermelden. Toch zal ook ‘mogelijke’ symboliek verklaard moeten worden lijkt mij, of kun je met toevoeging van dit woordje afkomen van nader onderzoek? CO
Vanaf 9 juli is de tentoonstelling ‘Groen van Toen: Van buitenplaats tot schooltuin’ te zien in de Forumbibliotheek op Wageningen Campus.


In nov 2006 hadden we een berichtje over
