
Boome Schenders Straf (Bron: Het Noordbrabants Museum)
Je blijft die gevallen van boomvandalisme, van geknakte jonge bomen en zelfs omgezaagde of geringde oudere bomen tegenkomen. Eerder haalde ik een citaat aan uit de Publicatie van het Staats-Bewind, betreffende het bederven, beschadigen en vernielen der houtgewassen en boomen, enz. van 26 april 1803, zie hier.
Nu zag ik dit bord in een artikel, een bord uit de collectie van Het Noordbrabants Museum:
Een schildering voorstellende een aan een paal gebonden persoon die gegeseld wordt, met een onderschrift. Dit bord, dat gediend zou hebben om de boeren aanschouwelijk voor te stellen welke straf er stond op het vernielen van beplanting langs de openbare weg, zou vastgespijkerd zijn tegen een muur in de voormalige herberg ’t Bijltje te Vught, op een tweesprong naar Boxtel en Helvoirt. Deze straf was door het Reglement van den Raad van State afgekondigd op 5 januari 1746. Dit soort voorstellingen werden dikwijls op de wegwijzers bevestigd.








De Open Tuinen Gids 2023 van de Nederlandse Tuinenstichting (NTs) is uit. Met een kleurrijk overzicht van iets meer dan 400 prachtige tuinen en kwekerijen die hun deuren openen voor het publiek, waaronder de sneeuwklokjestuinen die nu al te bezoeken zijn. De tuinen zijn een afspiegeling van verschillende tuinstijlen en -stromingen in Nederland, en elke tuin vertelt een eigen verhaal. Dit jaar zit er ook een leuk extraatje bij de gids, namelijk een aparte bijlage met zo’n 50 bijzondere Nederlandse (open) moestuinen. Want ook moestuinen behoren tot het groen erfgoed waar de NTs zich al meer dan 40 jaar voor inzet.
Hein Otto was in 1941 de eerste academisch afgestudeerde landschapsarchitect van Nederland. Hij doceerde aan de hogescholen van Wageningen en Delft en had een actief verenigingsleven, zowel professioneel als in de muziek en de beeldende kunst. Otto was ook de eerste landschapsarchitect in dienst bij de Nederlandse Spoorwegen. Daarnaast had hij een éénmansbureau. Hij behoorde tot de kleine groep modernistische tuin- en landschapsarchitecten die een belangrijk aandeel hadden in de wederopbouw door ontwerpen voor landschapsherstel, nieuwbouwwijken, infrastructuur, recreatie- en sportparken. Otto’s oeuvre kent een grote reikwijdte, zowel geografisch als qua schaal. Zijn ontwerpen variëren van tuin tot campus en van stationsgebied tot beplanting van polderwegen en spoortrajecten. Vooral Otto’s ontwerpen voor de Nederlandse Spoorwegen tonen zijn ontwerpuitgangspunten: eenvoud en soberheid. Zijn werk voor gemeenten door het hele land wordt gekenmerkt door eenvoudige geometrische lijnen, vermengd met een meer losse landschappelijke vormgeving. Met zijn gemeentelijk advieswerk en als vaste ontwerper bij de Nederlandse Spoorwegen heeft hij tussen 1950 en 1990 een belangrijk aandeel gehad in de inrichting van het Nederlandse landschap.