(OVERGENOMEN)
Verlangen naar groene wandelingen. De wording van het stadspark in Nederland 1600-1940
Promotie: Mw. S.J. (Sandra) den Dulk
Wanneer: 23 juni 2021
Aanvang: 16:00
Deze promotie is hier live te volgen.
Met de groeiende bevolking in steden en de klimaatproblemen staan stadsparken tegenwoordig vol in de belangstelling. Dit proefschrift laat zien dat Nederlandse stadsparken deel uitmaken van een longue durée stadsparkontwikkeling vanaf de zestiende eeuw tot heden. Uit archiefmateriaal blijkt dat de algemene aanduiding van een stadspark in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw meestal omschreven werd als een bequame (aangename), publieke (openbare) of groene wandelweg, (stads)wandeling, wandelplaats, wandelallee, wandelgang, wandelpad, wandelbaan, (stads)plantsoen, (stads)plantagie, (stads)hout, (stads)wandelbos en vanaf circa 1875 (stads)wandelpark, villapark, volkspark, stadspark. In het begin van de twintigste eeuw lag de nadruk vooral op de term park: stadspark, wandelpark, wandel- en villapark, wandel- en sportpark, volkspark, gemeentepark, heempark of park, maar ook gemeentetuin of plantsoen: alle duiden een gemeenschappelijke functie aan als aantrekkelijke openbare stadswandelingen en parken die speciaal zijn ontworpen en ingericht als groene wandelplekken in, op of buiten de stadsgrens. Hoe stadsparken in de archiefbronnen werden beschreven, waar ze werden aangelegd, in, op of buiten de voormalige stadsversterkingen, wat de drijfveren waren om openbare parken aan te leggen, wie hun ontwerpers, planners, initiatiefnemers waren en welke bestaande openbare parken zijn monumenten zijn, staan in dit onderzoek centraal.
Niet de beroemde stadsparken, zoals het Vondelpark in Amsterdam, waren een voorbeeld voor de rest van het land, maar de onderlinge concurrentie tussen steden, waar stedentrots een van de sterke drijfveren was bij het aanleggen van openbare parken en tuinen. Dit proefschrift is interessant vooral voor tuin- en landschapsarchitecten, architecten, stedenbouwkundigen, erfgoedspecialisten, historici, hoveniers en betrokken ‘park’ burgers.
Het nieuwsbericht staat op de website van UVA, zie hier.
Promotiegegevens staan hier.
Inhoudsopgave en samenvatting staan hier.


Hein K. stuurde een bespreking in het Tijdschrift voor Oude Muziek van het boek Landscapes of Eloquence? Finding Rhetoric in the English Landscape Garden van Judy Tarling. Zij komt uit de oude muziek wereld, waar regels van de retorica ook gelden. Hein: ‘Ik heb het boek nu helemaal gelezen en ik moet zeggen dat het erg verhelderend is om met de regels van de retorica een aantal parken “door te lopen” aan de hand van commentaren van Repton, Walpole, Whately en vele anderen. Zo blijkt de ha-ha bv ook prima in die regels te passen.’






(OVERGENOMEN)
Den Aalshorst bij Dalfsen geldt als één van de best bewaarde Overijsselse buitenplaatsen uit de 18de eeuw. Het door grachten en vijvers, moes- en siertuinen, kleine landschapsparken, statige lanen, romantische zichtkanalen, dichte houtwallen, groene landbouwgronden en karakteristieke boerderijen omgeven landhuis ademt continuïteit. Deze publicatie, die verschijnt ter gelegenheid van het driehonderdjarig bestaan van het huis, is gewijd aan de rijke historie van het landgoed, vanaf het prille begin als boerenerf in de middeleeuwen tot de huidige tijd. Centraal staat de zoektocht naar wat er is achtergebleven van de leefwereld van de mannen en vrouwen die hier vroeger hebben gewoond en gewerkt. Dit boek laat zien dat Den Aalshorst anno 2020 een levend geschiedenisboek is, waar binnen het ensemble van buitenhuis, bijgebouwen, tuinen, parkbossen en weilanden de sporen van het verleden nog tastbaar aanwezig en goed herkenbaar zijn.