Niets nieuws onder de zon. De onderstaande advertenties zouden vandaag de dag raken aan spuien op social media, betwisten van een concurrentiebeding en inzet van de rijdende rechter…
In de Oprechte Haarlemse courant van 14 januari 1797 valt te lezen:
Tot myn byzonder leedweezen vernomen hebbende, dat Lodewyk Nelburg en Frederik Swartsenbag, (by my als knegts gewerkt hebbende,) zig by myne calanten hebben vervoegt, en zig verstout te zeggen dat ik voornemens was met myne affaire uit te scheiden, en daarenboven my met alle laster en smaad hebben overlaaden, om was het mogelyk my met myn vrouw en kinderen ongelukkig te maaken. Zoo vinden my verpligt by deezen te adverteeren, dat ik wel degelyk blyf continueeren in myn affaire als hovenier, tot het waarnemen en aanleggen van tuinen, en blyvende my derhalven ten sterkste aan alle myne begunstigers recommandeere, met belofte van eene prompte en eerlyke bediening; en iemand van bovengemelde supplianten haar gedrag en slegte conduiten eenige nader berigt begeerende, zoo ben niet alleen voor my zelfs in staat zulks te bewyzen, maar andere braave lieden op te geeven die zulks mede zullen declareeren. Myn adres is Frans Roeters, Mr. Hovenier, in de Plantagie, in de Kerklaan, by de Middenweg.
In de Amsterdamse courant van 26 januari 1797 volgt de reactie:
Wy ondergetekenden vinden ons verpligt ter bewaring van onze geschondene eer en goede naam by deezen te declareeren, dat al het geen door Frans Roeters, Mr. Hovenier, in de Plantagie in de Kerklaan, by advertissement in de Amsterdamsche en Haarlemsche Couranten, van den 14den deezer, ten onzen laste is gemeld, in allen opzigten bezyden de waarheid is, en wy ons geheel onschuldig kennen; verzoekende en verwagtende dn gemelde Frans Roeters, om indien hy iets hoe genaamd tot onzen laste weet voort te brengen, ons voor den competenten rechter te dagvaarden, beloovende altoos bereid te zyn voor denzelven te verschynen, en aldaar zoodanig te antwoorden, als wy na bevind van zaaken nodig oordelen zullen Lodewyk Nieburg en Frederik Swartsenbag, Hoveniers.
Hoe het verder is gelopen vond ik niet terug in de kranten.
(Frans Roeters had overigens een jaar eerder de firma van Johannes Montsche overgenomen, zie het artikel over Johannes Montsche, door Arinda van der Does, in Cascade bulletin 2012-1)



‘Thuis heb ik nog een ansichtkaart, daarop een kerk, een kar met paard…’: het begin van het onvergetelijke lied ‘Het dorp’, gezongen door Wim Sonneveld. Het lied ademt de sfeer van nostalgie naar en transitie van het begin van de twintigste eeuw, de periode die in dit boek belicht wordt met zo’n 400 prentbriefkaarten uit de collectie Lisman.
Sloterdijk met ten zuiden van de Haarlemmer Vaart de Tol en er naast Wijkerduijn en een slingervijver, een ‘S’ (ca. 1850); uiterst rechts de toenmalige westgrens van Amsterdam.
Walcheren en de Wadden, buitenplaatsen en schuttershoven, bierbrouwerijen en bruinkoolgroeven: cultuurlandschappen blijven fascineren. In Het landschap beschreven geven 32 bijdragen samen een beeld van het brede werkterrein van de historische geografie. De auteurs, zelf historisch-geograaf of onderzoeker uit een aanpalend vakgebied zoals de archeologie en de architectuur- en landschapsgeschiedenis, schreven over de ontwikkeling van dorpen en steden, over historische infrastructuur, over bossen en buitenplaatsen, over het landschap als erfgoed en over de verbeelding van het landschap in de kunst.


Dit webinar staat in het teken van het afscheid van historisch geograaf Hans Renes van de Universiteit Utrecht en de Vrije Universiteit Amsterdam. Over zijn opvolging kunnen we slechts speculeren. Dat leek het bestuur van het Netwerk Historisch Cultuurlandschap een goed moment om te kijken naar de staat van het vak Historische geografie in het universitair en hoger beroepsonderwijs.