
De Groene Bedstee van Mariëndaal bij Arnhem (Bron:GLK)
Groene Bedstee is een naam die ik altijd direct associeerde met de loofgang van Mariëndaal bij Arnhem (youtube filmpje). Maar nu zag ik het woord op het Kadastraal Verzamelplan Arnhem (1821). Alleen niet bij Mariëndaal, maar van daar uit gezien halfweg het centrum van Arnhem. Tegenwoordig ongeveer ter hoogte van het oostelijke deel van Het Dorp (inderdaad dat ‘van’ Mies Bouwman). De Kadastraal Minuutplan laat daar inderdaad dezelfde naam zien en met stippel- en getrokken lijnen een invulling met paden en een vierkante vorm.

KMP Arnhem sectie F 02 met Groene Bedstede ter hoogte van tegenwoordige Het Dorp (Bron: RCE).
De AHN toont ter plaatse een diep smal dal. Dit doet weer denken aan een andere Groene Bedstee, namelijk die bij De Steeg, ten oosten van Arnhem. Daar is het een toponiem voor een dal. Open en groen met aan weerszijden bosranden, een groene bedstee dus. Ook ter hoogte van Het Dorp en op Mariëndaal was en is sprake van een dal. Zou Groene Bedstee een ouder toponiem voor een dal kunnen zijn ‘verhangen’ aan de loofgang…

De Groene Bedstee bij De Steeg.
Na jarenlang onderzoek ligt het boek Opkomst en ondergang van landgoed de Eversberg over de eeuwenlange geschiedenis van de havezate in de boekwinkel. In ruim 460 bladzijden behandelt Jan Lohuis alle aspecten van het kasteel en al haar bezittingen, die zich in Hellendoorn, Rijssen en Wierden bevonden.
Door de eeuwen heen hebben mensen natuurlijke elementen als bomen, planten, bloemen, maar ook water en steen, georganiseerd volgens een doelbewust plan: een tuin. Deze afgebakende en vaak omsloten plaats kreeg daarbij allerlei religieuze, ideologische, of politieke betekenissen. De tuin had een boodschap, was net als architectuur, een uitdrukking van ideeën, van een wereldbeeld. Ook hing de stijl waarin de tuin werd vormgegeven nauw samen met de overheersende esthetische opvattingen, zodat je in West-Europa bijvoorbeeld een typische renaissance-, barok-, of romantische tuin kan onderscheiden.
In de late 17de en 18de eeuw domineerden buitenplaatsen in sterke mate het landschap. Meteen buiten de steden lagen ontelbaar veel tuinen en tuinhuizen, iets verder weg de vele grotere buitens. Bijna al deze buitenplaatsen, zo’n 90%, zijn afgebroken in de 19de en 20ste eeuw: opgeslokt door de oprukkende steden, dan wel te duur om te onderhouden. Met het verdwijnen van de objecten, is ook de herinnering aan het fenomeen vervaagd. Het nationale verleden geconcipieerd in de 19de eeuw, richtte zich op de stad en haar burgers, niet op de gebieden daaromheen.
Al vele keren is Biljoen bezongen, maar nooit eerder is de geschiedenis van kasteel, bewoners en landgoed zo aantrekkelijk beschreven als in dit boek. Bekendheid kreeg Biljoen vooral in zijn 18e-eeuwse bloeiperiode, toen de verfijnde stuczaal en de befaamde waterwerken in het aangrenzende park Beekhuizen toeristische trekpleisters waren. Na de oorlog werden kasteel en landgoed steeds
(OVERGENOMEN)
De tuinen van de prinsen en prinsessen van Oranje waren toonaangevend in de zeventiende eeuw. Op basis van intensief onderzoek in archieven heeft Lenneke Berkhout een vijftigtal hoveniers en ander tuinpersoneel kunnen identificeren die deze indrukwekkende tuinen verzorgden. Ze beschrijft hun verantwoordelijkheden, hun (financiële) positie, hun relatie met de prins(es) van Oranje en de veranderingen die hierin de loop van de tijd optraden. De hoveniers hielden zich onder andere bezig met de teelt van groenten en fruit, de aanleg van parterres, de verzorging van uitheemse planten en de ‘broeikunst’. Zij speelden ook een rol in de professionalisering van het hoveniersvak, de ontwikkeling van nieuwe technieken en de (internationale) uitwisseling van horticulturele kennis. Berkhout schetst een kleurrijk beeld van de dagelijkse gang van zaken in en om de tuinen, van een prinses die haar hoveniers zeer waardeerde tot een snoeischaar voor de Franse koning als vredesgeschenk.
Wie kent ze niet: de sfeervolle tuinfoto’s van Marijke Heuff? Haar dia’s geven een breed beeld van de Nederlandse tuincultuur: van geveltuin tot kasteeltuinen en tuinen van beroemde ontwerpers als Piet Oudolf en Henk Gerritsen. In de periode 1975-2005 heeft Marijke zo’n 700 tuinen gefotografeerd. Haar foto’s zijn gepubliceerd in honderden nationale en internationale boeken en tijdschriften. De hoge kwaliteit van de fotografie en de brede onderwerpkeuze geven het werk een belangrijke documentaire waarde. Om de fotocollectie van Marijke Heuff als geheel te behouden en in de toekomst toegankelijk te maken, neemt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) de collectie in beheer. De tuinfoto’s worden, in samenwerking met Marijke Heuff, gedigitaliseerd. Via de beeldbank van de RCE komen de foto’s beschikbaar voor een breed publiek.